|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1998-1999, 1999-2000, 26 368.
Handelingen II 1999-2000, blz. 1889-1905, 2084-2085.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 368 (98, 98a).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering d.d. 18 januari 2000.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 januari 2000, Stb.
2000, 42, tot wijziging van de Ziekenfondswet in verband met wijzigingen
met betrekking tot de financiering van ziekenfondsen (maximering
reserves ziekenfondsen). Inwerkingtreding: 2 februari 2000 en 1
januari 2001, zie artikel X.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Ziekenfondswet te wijzigen teneinde de mogelijkheid te
scheppen de hoogte van reserves van ziekenfondsen aan een maximum te
binden en enige daarmee verband houdende andere wijzigingen in de regels
inzake financiering van ziekenfondsen aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Ziekenfondswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 19 komt te
luiden:
Art. 19.
-1. Het College verstrekt aan
de ziekenfondsen ten laste van de Algemene Kas jaarlijks een
uitkering ter gehele of gedeeltelijke dekking van de kosten van de
verzekering ingevolge deze wet. De eerste volzin is niet van toepassing met
betrekking tot een ziekenfonds waarvoor ingevolge deze wet een
afzonderlijke kas is ingesteld.
-2. Bij ministeriële
regeling wordt jaarlijks geregeld welke middelen beschikbaar zijn voor de
uitkeringen aan ziekenfondsen voor het volgende kalenderjaar. In die
regeling worden tevens regels gesteld met betrekking tot de vaststelling van de
uitkeringen, alsmede met betrekking tot de nadere vaststelling van de
uitkeringen, bedoeld in het vijfde lid.
-3. Het College stelt
beleidsregels vast waarin wordt aangegeven op welke wijze het toepassing
geeft aan de in het tweede lid bedoelde regels. De beleidsregels behoeven de
goedkeuring van Onze Minister.
-4. Het College stelt de
uitkering van elk ziekenfonds vast vóór de aanvang van het kalenderjaar
waarop de uitkering betrekking heeft. De betaling van de uitkering
geschiedt overeenkomstig door het College te stellen beleidsregels.
-5. Het College stelt na
afloop van het kalenderjaar waarop de uitkering betrekking heeft, de
uitkering nader vast. Naar het oordeel van de Commissie onverantwoorde
besparingen op de beheerskosten worden in mindering gebracht op de
uitkering. Het verschil tussen het bedrag van de vooraf vastgestelde
uitkering en de nader vastgestelde uitkering wordt verrekend. Overeenkomstig
door het College te stellen beleidsregels wordt aan het ziekenfonds
onderscheidenlijk door het ziekenfonds een vergoeding voor rentekosten
over het verschil verleend onderscheidenlijk in rekening gebracht.
-6. Ook na aanvang van het
kalenderjaar kan bij ministeriële regeling worden geregeld dat middelen
beschikbaar zijn voor het doen van uitkeringen. In dat geval
zijn de tweede en derde volzin van het tweede lid en het derde, vierde en
vijfde lid van overeenkomstige toepassing.
-7. Bij ministeriële
regeling kunnen ter zake van de verstrekking van uitkeringen nadere regels
worden gesteld.
B. [MvT]
Na artikel 20 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 21.
-1. Een ziekenfonds besteedt
de middelen waarover het ten behoeve van de verzekering ingevolge
deze wet de beschikking heeft gekregen, ter dekking van zijn ten behoeve
van de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet
noodzakelijke uitgaven.
-2. De beheerskosten van een
ziekenfonds worden aangemerkt als kosten voor de uitvoering
van de verzekering ingevolge deze wet, voor zover zij niet worden gedekt
door vergoedingen voor beheerskosten die het ziekenfonds ontvangt
anders dan voor de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet.
-3. De Commissie is bevoegd
vast te stellen dat uitgaven van een ziekenfonds niet verantwoord
waren voor zover deze door haar niet noodzakelijk worden geacht
voor de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet.
C. [MvT]
Na artikel 20 vervallen
het opschrift "D. Aanvullende verzekering" en artikel
33.
D. [MvT]
In artikel 41, eerste
lid, worden de woorden "tegen vergoeding" geschrapt. Voorts wordt een
volzin toegevoegd, luidende: Het ziekenfonds brengt de kosten van
zodanige werkzaamheden aan de opdrachtgever in rekening.
E. [MvT]
Artikel 43 vervalt.
F. [MvT]
Artikel 43b wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt "met betrekking tot het deel van de kosten van de in deze wet geregelde
verzekering dat niet wordt gedekt door een uitkering uit de Algemene Kas".
2. In het tweede lid wordt "Met betrekking tot de in het eerste lid
bedoelde kosten dient een
ziekenfonds te beschikken" vervangen door: Een ziekenfonds beschikt.
3. Toegevoegd worden drie
nieuwe leden, luidende:
-3. Een ziekenfonds houdt een
reserve Ziekenfondswet
aan. Bij ministeriële regeling wordt
een maximum aan deze reserve gesteld. Indien het College
vaststelt
dat de reserve Ziekenfondswet het gestelde maximum te boven gaat, stort
het ziekenfonds het door het College vastgestelde bedrag van de
overschrijding binnen vier weken in de Algemene Kas.
-4. Het saldo van baten en
lasten van een ziekenfonds over enig boekjaar wordt toegevoegd
aan onderscheidenlijk gebracht ten laste van de reserve Ziekenfondswet.
Voor de toepassing van de eerste volzin blijven uitgaven waarvan de
Commissie heeft vastgesteld dat deze niet verantwoord waren, buiten beschouwing, tenzij de Commissie anders
besluit. De eerste volzin is
niet van toepassing op baten en lasten die in redelijkheid moeten worden
toegerekend aan andere onderdelen van het eigen vermogen.
-5. Het ontwerp van een
ministeriële regeling krachtens het derde lid wordt overgelegd aan de
beide kamers der Staten-Generaal. De regeling treedt niet eerder in
werking dan nadat vier weken zijn verstreken sedert de overlegging.
G. [MvT]
Na artikel 43b worden
twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 43c. [MvT]
Bij ministeriële regeling
kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de belegging van gelden
waarover ziekenfondsen beschikken.
Art. 43d. [MvT]
-1. In geval van liquidatie
of intrekking van de toelating van een ziekenfonds heeft het College
ten behoeve van de Algemene Kas een vordering op het ziekenfonds
ten belope van de som van de reserve Ziekenfondswet
en de middelen waarover het ziekenfonds ten behoeve van de uitvoering van de
verzekering ingevolge deze wet de beschikking heeft gekregen, voor zover
deze door het ziekenfonds niet zijn aangewend ter dekking van zijn ten
behoeve van de uitvoering van de verzekering ingevolge deze wet noodzakelijke uitgaven. Uitgaven waarvan de
Commissie vaststelt dat deze
niet verantwoord zijn, blijven daarbij buiten beschouwing, tenzij de
commissie anders besluit.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing bij overdracht van verbintenissen van een ziekenfonds aan een
ander ziekenfonds en bij samenvoeging van ziekenfondsen tot een nieuw
ziekenfonds, voor zover het in het eerste lid bedoelde bedrag is
overgedragen aan het andere onderscheidenlijk het nieuwe ziekenfonds.
Art. II.
[MvT]
De ziekenfondsen brengen de
reserves, gevormd op grond van het bepaalde krachtens artikel
19 van de Ziekenfondswet, zoals die bepaling
luidde onmiddellijk vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, ten gunste of ten laste van
de reserve Ziekenfondswet, bedoeld in
artikel 43b, derde lid, van de Ziekenfondswet.
Art.
III. [MvT]
Voor de financiering van de
kosten ingevolge de Ziekenfondswet
over kalenderjaren aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet blijft het bepaalde krachtens
artikel 19 van de Ziekenfondswet, zoals die
bepaling luidde onmiddellijk vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, van toepassing.
Art. IV.
De Wet financiering volksverzekeringen wordt gewijzigd als volgt:
A.
In artikel 39, derde lid,
wordt in de onderdelen f en h voor "subsidies" ingevoegd:
uitgaven ten behoeve van.
B.
Artikel 40, derde lid,
komt te luiden:
-3. Bij de vaststelling van
de uitkeringen worden de uitgaven die de Commissie toezicht
uitvoeringsorganisatie, bedoeld in de Ziekenfondswet,
niet verantwoord acht,
buiten beschouwing gelaten.
Art. V.
In artikel 57, vierde lid,
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt
"de Ziekenfondsraad" vervangen door: het
College.
Art. VI.
Artikel 14, derde lid, van
de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen vervalt op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Art. VII.
In artikel 6, derde lid,
aanhef, van de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 wordt
geschrapt "artikel 73, eerste lid, van".
Art. VIII.
[MvT]
De Wet van 27 maart 1999 tot wijziging van de Ziekenfondswet,
de Wet
tarieven gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband met wijzigingen in
de taak, samenstelling en werkwijze van de in die wetten geregelde
bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten in verband daarmee
(uitvoeringsorganen volksgezondheid) (Stb. 1999, 185),
wordt gewijzigd als
volgt:
A. [MvT]
In artikel III, onderdeel N, wordt in het vijfde lid van artikel 15a "derde" vervangen door:
vierde.
B. [MvT]
Artikel IX, onderdeel a,
vervalt.
C. [MvT]
Aan artikel XXI wordt een
volzin toegevoegd, luidende: Indien vóór het tijdstip, bedoeld in de
tweede volzin, een voorstel van wet tot regeling van het betrokken onderwerp
bij de Staten-Generaal is ingediend, vervalt de regeling op het tijdstip
waarop één van beide kamers der Staten-Generaal besluit het
wetsvoorstel niet aan te nemen of op het tijdstip waarop het wetsvoorstel
kracht van wet krijgt.
Art.
IX.
Onze Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport zendt vóór 1 januari 2004 aan de beide
kamers der Staten-Generaal een verslag over de toepassing van artikel
43b, derde en vierde lid, van de Ziekenfondswet.
Daarbij wordt tevens
aangegeven op welke wijze alsmede op welk tijdstip een voorstel van wet zal
worden ingediend dat ertoe strekt de hoogte van de reserve bij wet te
bepalen.
Art.
X. [MvT]
-1. De artikelen I, onderdeel A, B, C, D,
E, F, voor zover het betreft de wijzigingen
van artikel 43b,
eerste en tweede lid, G, voor zover het betreft
artikel 43c, III, IV,
V, VI, VII, VIII en
IX treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst. De artikelen
IV, V, VII en VIII, met uitzondering van onderdeel C, werken terug tot en met 1
juli 1999.
-2. Artikel I, onderdeel F,
voor zover het betreft artikel
43b, derde, vierde en vijfde lid, en onderdeel
G, voor zover het betreft artikel
43d, en artikel II treden in werking met ingang
van 1 januari van het kalenderjaar na dat waarin de overige onderdelen
van deze wet in werking zijn getreden.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 januari 2000
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de eerste
februari 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|