St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige


Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

RIJKSWET  WIJZIGING  GRONDWET  INZAKE  VERDEDIGING

Versie 22 juni 2000

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1998-1999, 1999-2000, 26 243 (R 1622).
Handelingen II 1999-2000, blz. 1604-1611, 1634.
Kamerstukken I 1999-2000, 26 243 (R 1622) (165, 165a, 165b).
Handelingen I 1999-2000, blz. 1510-1525.

 

 

RIJKSWET van 22 juni 2000, Stb. 2000, 294, tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de verdediging. Inwerkingtreding: 18 juli 2000.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben dat de Rijkswet van 5 maart 1998 (Stb. 1998, 138) heeft verklaard dat er grond bestaat het daarbij vastgestelde voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake de verdediging;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

Art. I.
De Grondwet ondergaat de in de artikelen II en III omschreven veranderingen.

 

Art. II.
In de Grondwet worden de artikelen 97, 98, 99, 100 en 102 vervangen door:
Art. 97.
-1. Ten behoeve van de verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk, alsmede ten behoeve van de handhaving en de bevordering van de internationale rechtsorde, is er een krijgsmacht.
-2. De regering heeft het oppergezag over de krijgsmacht.
Art. 98.
-1. De krijgsmacht bestaat uit vrijwillig dienenden en kan mede bestaan uit dienstplichtigen.
-2. De wet regelt de verplichte militaire dienst en de bevoegdheid tot opschorting van de oproeping in werkelijke dienst.
Art. 99.
De wet regelt vrijstelling van militaire dienst wegens ernstige gewetensbezwaren.
Art. 99a.
Volgens bij de wet te stellen regels kunnen plichten worden opgelegd ten behoeve van de civiele verdediging.

 

Art. III.
In de Grondwet wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 100.
-1. De regering verstrekt de Staten-Generaal vooraf inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Daaronder is begrepen het vooraf verstrekken van inlichtingen over de inzet of het ter beschikking stellen van de krijgsmacht voor humanitaire hulpverlening in geval van gewapend conflict.
-2. Het eerste lid geldt niet indien dwingende redenen het vooraf verstrekken van inlichtingen verhinderen. In dat geval worden inlichtingen zo spoedig mogelijk verstrekt.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 22 juni 2000

 

BEATRIX

 

De Minister-President, Minister van Algemene Zaken,
W. Kok

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries

De Minister van Defensie,
F.H.G. de Grave

De Minister van Buitenlandse Zaken,
J.J. van Aartsen

 

Uitgegeven de achttiende juli 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x