|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 27 056.
Handelingen II 1999-2000, blz. 5968-5971, 6107.
Kamerstukken I 1999-2000, 27 056 (276 herdr., 276a herdr.).
Handelingen I 1999-2000, zie vergadering 5 september 2000.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 6 september 2000, Stb.
2000, 376, tot wijziging van de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
in
verband met het in artikel 90 van die wet
opnemen van de mogelijkheid om bij algemene
maatregel van bestuur met terugwerkende
kracht tot en met 1 januari 1999 een andere
bestemming te bepalen voor de gehele of
gedeeltelijke opbrengst van de heffing van
premies ingevolge de Werkloosheidswet over
uitkeringen van overheidswerknemers en
gewezen overheidswerknemers op grond
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering. Inwerkingtreding: 29 september
2000, zie artikel II.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is in artikel 90
van de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
met terugwerkende kracht tot
en met 1 januari 1999 de mogelijkheid op te nemen om bij algemene
maatregel van bestuur tijdelijk een andere dan in genoemde bepaling geregelde
bestemming te bepalen van de gehele of gedeeltelijke opbrengst van
de heffing van premies ingevolge de Werkloosheidswet
over
uitkeringen van overheidswerknemers en gewezen overheidswerknemers
op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg
der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
Aan artikel 90 van de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
wordt een lid toegevoegd, luidende:
-8. Bij algemene maatregel
van bestuur op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan worden bepaald dat het
totaal van de in een kalenderjaar verschuldigde premie, bedoeld in het
tweede lid, onderdeel a, dat na aftrek van de in het tweede lid, onderdeel
a,
onder 1º en 2º, bedoelde bedragen resteert, in afwijking van het eerste lid
geheel of gedeeltelijk kan worden gebruikt voor de bekostiging van
uitgaven in verband met het onder de werkingssfeer van de WW
en
de ZW brengen van het overheidspersoneel. In deze
algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij regeling van
Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nadere
regels kunnen worden gesteld met betrekking tot de in de eerste volzin
bedoelde bekostiging.
Art. II.
[MvT]
Deze wet treedt in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1999.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
6 september 2000
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de achtentwintigste
september 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|