St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  WIJZIGING  WOR  EN  OOW  IN  VERBAND  MET  OVERDRACHT  HEFFINGSBEVOEGDHEID  SCHOLING  EN  VORMING  OR-LEDEN  BIJ  OVERHEID  AAN  SER

Versie 2 november 2000

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 1999-2000, 27 247.
Handelingen II 2000-2001, blz. 539.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 247 (43).
Handelingen I 2000-2001, zie vergadering van 31 oktober 2000.

 

 

WET van 2 november 2000, Stb. 2000, 490, houdende wijziging van de Wet op de ondernemingsraden en de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen in verband met de overdracht van de heffingsbevoegdheid scholing en vorming ondernemingsraadsleden bij de overheid aan de Sociaal-Economische Raad. Inwerkingtreding: 1 januari 2001 (Stb. 2000, 550).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bevoegdheid van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tot het opleggen van een heffing ter bevordering van scholing en vorming van ondernemingsraadsleden aan ondernemers in de overheidssector over te dragen aan de Sociaal-Economische Raad en dat in verband hiermee enkele wijzigingen in de Wet op de ondernemingsraden en in de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen dienen te worden aangebracht;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. II.
Artikel 90, zesde lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen komt te luiden:
-6. Het in het vijfde lid bedoelde te vermeerderen bedrag is het door de overheidswerkgever verschuldigde door het Landelijk instituut sociale verzekeringen vastgestelde bedrag van de heffing, bedoeld in artikel 46a van de Wet op de ondernemingsraden.

 

Art. III.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹

1. Bij Besluit van 4 december 2000, Stb. 2000, 550, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2001, red.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 2 november 2000

 

BEATRIX

 

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend

 

Uitgegeven de drieëntwintigste november 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x