|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 27 160.
Handelingen II 2000-2001, blz. 997.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 160 (58, 58a).
Handelingen I 2000-2001, zie vergadering d.d. 14 november 2000.
WET van 15 november 2000, Stb.
2000, 505, houdende overgangsbepalingen met
betrekking tot de Wet
stedelijke vernieuwing (Invoeringswet Wet stedelijke
vernieuwing). Inwerkingtreding: 1 december 2000, zie artikel
24.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de met betrekking tot de Wet
stedelijke vernieuwing noodzakelijke overgangsbepalingen tot stand te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Algemene wet
bestuursrecht relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
3
Wijzigingen
in wetten van andere ministeries dan het ministerie van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer
Art. 20.
In de bijlage bij artikel
8:5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt
aan rubriek C een onderdeel toegevoegd,
luidend: ¹
5. Artikel 6, derde lid,
tweede volzin, van de Wet
stedelijke vernieuwing, voor zover het betreft de
aanwijzing van gemeenten waarvan naar het oordeel van de
provincie
gelet op de aard en de omvang van de stedelijke vernieuwingsopgave een
ontwikkelingsprogramma in de zin van die
wet wordt verlangd om in
aanmerking te komen voor investeringsbudget op voet van die wet.
1. Volgens de redactie
dient "In de bijlage bij artikel
8:5 van de Algemene wet bestuursrecht wordt
aan rubriek C een onderdeel
toegevoegd, luidend:" te worden vervangen door: In de bijlage bij
de Algemene wet bestuursrecht wordt aan onderdeel
C een subonderdeel
toegevoegd, luidende:.
HOOFDSTUK
4
Overige
bepalingen
Art. 24.
Deze wet en de Wet
stedelijke vernieuwing treden in werking met ingang van de dag na de
datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.
Deze wet en de Wet stedelijke vernieuwing werken, met uitzondering van
de artikelen 17 en 18 van deze wet, terug tot en met 1 januari 2000.
Art. 25.
Deze wet wordt aangehaald
als: Invoeringswet Wet stedelijke vernieuwing.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
15 november 2000
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J.W. Remkes
Uitgegeven de dertigste
november 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|