|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 27 167.
Handelingen II 2000-2001, blz. 1587.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 167 (85).
Handelingen I 2000-2001, blz. 253-254.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 30 november 2000, Stb.
2000, 594, houdende wijziging van de Wet sociale
werkvoorziening in verband met het vervallen van de
mogelijkheid om op verzoek van een gemeente een
andere subsidie te verlenen dan zou
voortvloeien uit de reguliere toepassing van die wet.
Inwerkingtreding: 1 januari 2001 (Stb.
2000, 613).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de mogelijkheid om een andere
subsidie te verlenen dan zou voortvloeien uit de reguliere toepassing van
de Wet sociale
werkvoorziening te laten vervallen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
De Wet sociale
werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 8 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het zevende lid vervalt.
2. Het achtste lid wordt
vernummerd tot zevende lid.
3. In het tot zevende
vernummerd lid wordt na "subsidie" een punt geplaatst en vervalt
"en de
voorwaarden die gelden bij toepassing van het zevende lid".
B. [MvT]
De aanduiding "Hoofdstuk 8" en de artikelen 22 tot en met 45 vervallen.
Art II.
[MvT]
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 14 december 2000,
Stb. 2000, 613, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald
op 1 januari 2001, red.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
30 november 2000
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de achtentwintigste
december 2000
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|