|
rblz.|1|
Kamerstukken II
1999-2000, 27 167
Wijziging
van de Wet sociale
werkvoorziening in verband met het vervallen van de
mogelijkheid om op verzoek van een gemeente een
andere subsidie te verlenen dan zou
voortvloeien uit de reguliere toepassing van die wet
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
In het wetsvoorstel nieuwe regeling inzake de sociale werkvoorziening (Wet sociale
werkvoorziening) (Kamerstukken II 1996-1997, 24 787, nr. 2)
was de in de daarvoor geldende Wet Sociale Werkvoorziening opgenomen mogelijkheid voor de
verlening van een andere subsidie in verband met bijzondere omstandigheden, niet meer opgenomen op grond van de
overweging dat de
mogelijkheden voor het treffen van voorzieningen door de gemeenten met
de
nieuwe wet aanmerkelijk werden verruimd. Gemeenten zouden daardoor
in staat zijn om middelen vast te leggen ten behoeve van toekomstige
wijzigingen in bedrijfsvoering, reorganisaties en voor het opvangen van
incidentele tegenvallers in de exploitatie en calamiteiten. Een aparte mogelijkheid
voor het Rijk om in specifieke gevallen een andere subsidie te verlenen, werd daarom in genoemd wetsvoorstel
niet langer noodzakelijk
geacht.
Bij de eerste nota van
wijziging op genoemd wetsvoorstel (Kamerstukken II
1996-1997, 24 787, nr.
8) is, naar aanleiding van opmerkingen en vragen vanuit de Tweede Kamer en
het nadrukkelijk appel van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG), alsnog de mogelijkheid geopend om in verband met bijzondere
omstandigheden een andere subsidie te verlenen (zie hieromtrent met name
Kamerstukken II 1996-1997, 24 787, nr. 7, blz. 71). Deze mogelijkheid,
opgenomen in artikel 8, zevende en mede achtste
lid, van de Wet sociale
werkvoorziening (Wsw), is nader uitgewerkt in het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening en de Regeling andere subsidie Wet
sociale werkvoorziening.
Bij brief van 24 maart
1999 heeft de VNG mij verzocht genoemde mogelijkheid uit de Wsw te halen.
Overweging daarbij is dat de middelen die voor de verlening van de
andere subsidie jaarlijks worden gereserveerd niet alsnog aan de
gemeenten worden uitgekeerd voor zover deze niet zijn aangewend. Deze vloeien
namelijk terug naar de algemene middelen en zijn daardoor niet meer
voor de uitvoering van de Wsw beschikbaar. De VNG acht dit een
ongewenste situatie gezien de financiλle bijdrage die de gemeenten zelf voor de
uitvoering van de Wsw moeten leveren.
Aangezien de argumenten
die destijds door de VNG zijn aangevoerd om artikel
8, zevende en
achtste lid, in de wet op te nemen thans anders
worden gewogen en omdat
voor het Rijk de destijds gehanteerde overwegingen om de mogelijkheid van
verlening van een andere subsidie niet rblz.|2|
langer te handhaven nog altijd geldt, is ervoor gekozen de betreffende
bepalingen thans te laten
vervallen. De op deze bepalingen gebaseerde uitvoeringsregelingen,
bedoeld in artikel 7 van het Besluit
financieel verdeelmodel sociale werkvoorziening en de Regeling andere subsidie
Wet sociale
werkvoorziening, zijn hiermee van rechtswege vervallen. Het voornemen hiertoe is bij
brief van 23 november 1999 reeds aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal ter kennis gebracht (Kamerstukken II 1999-2000, 26 800 XV, nr. 22,
blz. 4). Genoemde brief bood onder andere een
weergave van de afspraken die met de VNG ten behoeve van het subsidiejaar 2000 zijn gemaakt in het kader van het in
artikel 8, derde lid, van
de Wsw met hen gevoerde bestuurlijk overleg.
Deze wet zal op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip in werking treden. Gestreefd wordt
naar inwerkingtreding van dit wetsvoorstel in de loop van het jaar 2000.
Daarmee zouden resterende middelen uit het gereserveerde budget ten
behoeve van het subsidiejaar 2000 voor de andere subsidie Wsw
aan
de gemeenten ten goede kunnen komen. Voor het subsidiejaar 2000 is
een bedrag van 12 miljoen
voor de andere subsidie Wsw
gereserveerd.
Tot heden zijn drie
verzoeken van gemeenten ontvangen om in aanmerking te komen voor een andere
(hogere) subsidie. Deze verzoeken zijn op dit moment nog in
behandeling. De verzoeken hebben alle betrekking op door gemeenten
noodzakelijk geachte herstructureringen in de uitvoering van de Wsw. Bij de
toedeling van eventuele resterende middelen uit het gereserveerde budget aan
gemeenten zal uiteraard rekening worden gehouden met de verdere
afwikkeling van lopende verzoeken om voor een andere subsidie in
aanmerking te komen.
Vanwege de
overzichtelijkheid van de Wsw worden in artikel I, onderdeel
B, de artikelen die bij inwerkingtreding van de Wsw voor wijzigingen in
andere wetten hebben
gezorgd en daarmee zijn uitgewerkt, geschrapt.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
|