|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 27 253.
Handelingen II 2000-2001, blz. 2169.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 253 (127, 127a).
Handelingen I 2000-2001, blz. 589.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 21 december 2000, Stb.
2001, 50, tot wijziging van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten in
verband met de invoering van het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer
in die wet alsmede enkele wijzigingen van de Ziekenfondswet en enige
andere wetten. Inwerkingtreding: artikelen V, VII en
VIII 2 februari 2001 en artikelen I,
II, III
en VI 1 augustus 2001 (Stb.
2001, 51).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is bepalingen vast te stellen met betrekking tot de doelmatige
uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten alsmede de
bestrijding en het tegengaan van fraude op het terrein van de sociale
zekerheid door het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in de
verzekerdenadministratie van de organen die de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten uitvoeren, alsmede enige wijzigingen in de Ziekenfondswet
aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
Na artikel 40 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten wordt een nieuw artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 40a.
-1. In de administratie van
de ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen ter
zake van de uitvoering van deze wet wordt het sociaal-fiscaal nummer van
de verzekerde, bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de
Algemene
wet inzake rijksbelastingen, opgenomen, tenzij aan de verzekerde
geen sociaal-fiscaal nummer is bekendgemaakt.
-2. Bij de verstrekking van
gegevens door ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende organen en
de
in de artikelen 56 en 57
genoemde organen en personen
wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik gemaakt van dit
sociaal-fiscaal nummer.
-3. Het eerste en tweede lid
zijn van overeenkomstige toepassing op bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen personen en instellingen.
Art. II.
[MvT]
In de Ziekenfondswet worden
de volgende wijzigingen aangebracht:
A. [MvT]
In artikel 3, eerste lid,
aanhef en onder b, komt de tekst na het eerste gedachtestreepje te luiden:
- een uitkering ontvangt
ingevolge de Algemene nabestaandenwet, tot de eerste dag van de maand
waarin de betrokkene de leeftijd van 65 jaar bereikt; dan wel
B.
[MvT]
In artikel 3c, eerste lid, vervalt
", op de dag voorafgaande aan de dag waarop de verzekering
ingevolge deze wet ingaat, verzekerd was op grond van een particuliere
ziektekostenverzekering".
C.
[MvT]
Aan artikel 4 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-18. In afwijking van artikel
2 wordt als medeverzekerde als bedoeld in dit artikel aangemerkt de
vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van
artikel 1b, aanhef en onder 2 tot en met 5, van de Vreemdelingenwet.
D.
[MvT]
In artikel 17, eerste lid,
wordt "artikel 3, eerste lid, onderdeel a," vervangen
door: bedoeld in artikel 3,
eerste lid, onderdeel a,.
E.
[MvT]
Artikel 40 komt te luiden:
Art. 40.
-1. In de administratie van
de ziekenfondsen ter zake van de uitvoering van deze wet wordt het
sociaal-fiscaal nummer van de verzekerde, bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, opgenomen, tenzij aan de
verzekerde geen sociaal-fiscaal nummer is bekendgemaakt.
-2. Bij de verstrekking van
gegevens door de ziekenfondsen en de in de artikelen
73b en 73c genoemde organen en personen wordt, indien
daartoe bevoegd, gebruik
gemaakt van dit sociaal-fiscaal nummer.
-3. Het College kan regelen
stellen betreffende:
a. de minimumeisen waaraan
de administratie der ziekenfondsen moet voldoen, met inbegrip
van het verzamelen van statistische gegevens;
b. de inhoud, de vorm en het
tijdstip van het door de ziekenfondsen bij het College in te dienen
jaarlijks verslag van hun werkzaamheden, met inbegrip van financiële
gegevens;
c. de arbeidsvoorwaarden van
het personeel der ziekenfondsen.
F.
[MvT]
De artikelen 73d en 73e
vervallen.
G.
[MvT]
In artikel 89 wordt "artikel
73b tot en met artikel 73e" vervangen door: de artikelen
73b en 73c.
Art. III.
[MvT]
Binnen twee maanden na het
tijdstip van inwerkingtreding van artikel I van deze wet verzoekt een
ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of uitvoerend orgaan de
verzekerden ingevolge de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten van wie het
sociaal-fiscaal nummer nog niet bekend is, die bij dat ziekenfonds, die ziektekostenverzekeraar of dat uitvoerend orgaan zijn
ingeschreven, hun
sociaal-fiscaal nummer binnen twee maanden na dat verzoek aan dat ziekenfonds,
die ziektekostenverzekeraar of dat uitvoerend orgaan mee te delen.
Art. IV.
[MvT]
In de Overgangswet verzorgingshuizen wordt na artikel 20 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 20a.
Artikel 40a van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten is voor de uitvoering van deze wet van overeenkomstige toepassing ten aanzien van
bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen personen of instellingen.
Art. V.
[MvT]
Indien de artikelen 1 tot en
met 25 van de Overgangswet verzorgingshuizen zijn vervallen
vóór de datum
van inwerkingtreding van artikel IV van deze wet, vervalt
artikel IV.
Art. VI.
[MvT]
Artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de
Ziekenfondswet, zoals dat onderdeel luidde op de dag
vóór inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de verzekerde
die direct voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet verzekerd is op
grond van het ontvangen van een halfwezenuitkering ingevolge
artikel 22 van de Algemene nabestaandenwet
in samenhang met artikel 24,
tweede lid, van die wet zoals laatstgenoemd artikel luidt
na inwerkingtreding van de Wet van 18 juni 1998
tot wijziging van
de Algemene nabestaandenwet in verband met gebleken onbillijkheden
(Stb. 1998, 377), zolang hij die uitkering ontvangt, en die die uitkering
toegekend heeft gekregen op of na het bereiken van de 65-jarige leeftijd.
Art. VII.
[MvT]
Indien de artikelen I en II
van het bij koninklijke boodschap van 8 maart 2000 ingediende voorstel van
wet tot wijziging van de Ziekenfondswet en enige andere
wetten in
verband met de instelling van een onafhankelijk College van toezicht op de
zorgverzekeringen (instelling College van toezicht op de
zorgverzekeringen) (Kamerstukken II 1999-2000, 27 038) tot wet worden verheven en
vóór deze wet in werking treden, wordt deze wet gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
1. In artikel I wordt
telkens "ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen"
vervangen door: uitvoeringsorganen.
2. In artikel III worden "ziekenfonds, ziektekostenverzekeraar of
uitvoerend orgaan"
onderscheidenlijk "dat ziekenfonds, die ziektekostenverzekeraar of dat uitvoerend
orgaan"
vervangen door "uitvoeringsorgaan", onderscheidenlijk
telkens door "dat uitvoeringsorgaan".
B.
[MvT]
Artikel II, onderdeel E,
komt te luiden:
Artikel 40 komt te luiden:
Art. 40.
-1. In de administratie van
de ziekenfondsen ter zake van de uitvoering van deze wet wordt het
sociaal-fiscaal nummer van de verzekerde, bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, opgenomen, tenzij aan de
verzekerde geen sociaal-fiscaal nummer is toegekend of bekendgemaakt.
-2. Bij de verstrekking van
gegevens door ziekenfondsen en de in de artikelen
73b en 73c genoemde organen en personen wordt, indien daartoe bevoegd, gebruik
gemaakt van dit sociaal-fiscaal nummer.
Art. VIII.
[MvT]
Indien artikel I van deze
wet eerder in werking treedt dan artikel I van het bij koninklijke
boodschap van 8 maart 2000 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de
Ziekenfondswet en enige andere wetten
in
verband met de instelling van een onafhankelijk College van toezicht op de
zorgverzekeringen (instelling College van toezicht op de
zorgverzekeringen) komt artikel I, onderdeel BB,
van die wet als volgt te luiden:
BB.
Artikel 40, derde lid,
vervalt.
Art.
IX.
[MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor
de verschillende artikelen verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 17 januari 2001, Stb. 2001, 51, is het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen V, VII en
VIII bepaald op 2 februari 2001 en van de artikelen
I, II, III
en VI op 1 augustus 2001, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
21 december 2000
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A.M. Vliegenthart
Uitgegeven de eerste
februari 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|