|
rblz.|1|
Kamerstukken II
1999-2000, 27 253
Wijziging
van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten in verband met de invoering van het gebruik
van het sociaal-fiscaal nummer in die wet
alsmede enkele wijzigingen van de Ziekenfondswet
en enige andere wetten
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Invoering
sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ |
| 3 |
Sofinummer in de AWBZ |
| 4 |
Implementatie en gebruik
van het sofinummer in de AWBZ |
| 5 |
Financiële effecten |
| 6 |
Inwerkingtreding
invoering sofinummer in de AWBZ |
| 7 |
Recht op
halfwezenuitkering ingevolge Algemene nabestaandenwet |
| 8 |
Medeverzekering
rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen |
|
xArtikelsgewijs |
| 1.
Invoering van het sofinummer in de AWBZ |
| x |
Artikelen
I, III en IV |
| 2.
Enkele andere wijzigingen |
| xx |
Artikelen
II en V t/m IX |
Algemeen
Inleiding
Met
dit voorstel van wet beoogt de regering het sociaal-fiscaal nummer
(hierna te noemen: sofinummer) in de administratie van de
uitvoeringsorganen van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) in
te voeren. Hiermee wordt de
invoering van het sofinummer in de socialeverzekeringswetten
voltooid.
Van de gelegenheid wordt
tevens gebruik gemaakt om enkele wijzigingen aan te brengen in de Ziekenfondswet
(Zfw) en in enige andere wetten. Het
betreft onder meer de
omstandigheid dat, wanneer iemand een uitkering ontvangt ingevolge de
Algemene nabestaandenwet, het recht op het ontvangen van de uitkering voor personen van 65 jaar of ouder niet langer
een grond voor
ziekenfondsverzekering vormt. Verder wordt een grondslag voor medeverzekering in
de ziekenfondsverzekering opgenomen voor specifieke groepen
vreemdelingen in wier levensonderhoud wordt voorzien door een
ziekenfondsverzekerde.
Overigens zijn de
artikelen in de Zfw betreffende het opnemen van het sofinummer in de
administratie van ziekenfondsen in overeenstemming gebracht met de
desbetreffende artikelen betreffende het opnemen van het sofinummer in de
administraties van de AWBZ- uitvoeringsorganen.
Invoering
sociaal-fiscaal nummer in de AWBZ
Het sofinummer is het
nummer waaronder een natuurlijk persoon is geregistreerd bij de rijksbelastingdienst. Het
sofinummer dient tevens als
registratienummer voor de
verzekerde en de uitkeringsgerechtigde bij de uitvoering van de
wettelijke voorschriften inzake de sociale zekerheid. De wettelijke basis van het
sofinummer is thans gelegd in artikel 47b van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen. Met de Invoeringswet
Wet inkomstenbelasting 2001 wordt onder meer de Algemene
wet inzake rijksbelastingen gewijzigd en wordt de
wettelijke basis van het sofinummer gelegd in artikel 2, derde lid,
onderdeel j, van die
wet. De datum van inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet
inkomstenbelasting 2001 voor wat betreft de wijziging van
de Algemene wet inzake rijksbelastingen is vastgesteld op 1 januari 2001. Omdat
artikel I van deze wet niet vóór 1 januari
rblz.|2|
2001 in werking zal
treden, is vooruitlopend op de inwerkingtreding van de wijziging van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen de verwijzing naar de wettelijke basis van
het sofinummer reeds aangepast aan de tekst zoals die zal luiden met ingang
van 1 januari 2001.
Artikel 2, derde lid,
onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen regelt dat het
sofinummer het nummer is waaronder een natuurlijk persoon is geregistreerd
bij de rijksbelastingdienst. Verder is in dat artikel geregeld dat het
nummer tevens dient als registratienummer voor de verzekerde en de uitkeringsgerechtigde bij de uitvoering van de wettelijke
voorschriften inzake de
sociale zekerheid. Het sofinummer wordt toegekend aan alle
personen die volgens de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
(GBA) in
Nederland verblijven (bij geboorte of vestiging in Nederland)
alsmede aan alle personen die onder de Nederlandse belastingwetgeving of de
Nederlandse wetgeving inzake sociale zekerheid vallen.
Bij Wet van 28 december
1988, houdende wijziging van de Organisatiewet Sociale Verzekering en
enkele andere socialeverzekeringswetten tot invoering van een sociaal-fiscaal
nummer, nadere regeling van het gegevensverkeer tussen verzekerde,
werkgever en uitvoeringsorgaan en aanpassing van de geheimhoudingsbepalingen (invoering sociaal-fiscaal
nummer) (Stb. 1988, 655),
is de invoering van het sofinummer, de regulering van het gebruik daarvan
en de verplichting tot het inrichten van verzekerdenadministraties
geregeld in werknemersverzekeringen en volksverzekeringen. In de Ziektewet, de
Werkloosheidswet, de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering,
de Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet, de Toeslagenwet en de Wet
arbeid gehandicapte werknemers en in de Algemene
Ouderdomswet, de Algemene Weduwen- en Wezenwet en de Algemene
Kinderbijslagwet is de invoering van het sofinummer, de regulering van het
gebruik daarvan en de verplichting tot het inrichten van verzekerdenadministraties geregeld. De Algemene
Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AAW) en de Algemene
Weduwen- en Wezenwet (AWW) zijn
inmiddels vervangen. De AAW is vervangen door de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en de AWW door de
Algemene nabestaandenwet.
Bij
Wet van 21 mei 1992
tot wijziging van de Algemene Bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, de
Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen en de Vreemdelingenwet inzake de uitwisseling
van gegevens (invoering sociaal-fiscaal nummer gemeenten) (Stb. 1992,
244) is het sofinummer ingevoerd in de administratie voor de uitvoering van de
in voormelde wet genoemde wetten. Het sofinummer vervult een belangrijke rol bij de gegevensuitwisseling
tussen sociale
verzekeringen en door de gemeenten uit te voeren
sociale
wetten. Ook tussen
gemeenten en belastingdienst vervult het sofinummer bij de
gegevensuitwisseling een functie.
Op 1 april 1996 is de
Wet sociaal-fiscaal nummer Ziekenfondswet in werking getreden. De
opname van het sofinummer in de verzekerdenadministratie van de Zfw
vergemakkelijkt de identificatie van ziekenfondsverzekerden. Het gebruik vereenvoudigt
de communicatie en informatie-uitwisseling tussen ziekenfondsen
onderling en tussen ziekenfondsen en instanties die een rol
spelen bij de uitvoering van de sociale zekerheid. Belangrijk doel daarbij
is het bestrijden van oneigenlijk gebruik en misbruik van de sociale
zekerheid en in het bijzonder van de Zfw.
Bij de voorbereiding van
het voorstel van Wet sociaal-fiscaal nummer
Ziekenfondswet is bezien
of het wenselijk was tegelijkertijd tot invoering rblz.|3|
van het sofinummer
als
identificerend nummer voor de AWBZ-verzekering over te gaan. In de Wet
sociaal-fiscaal nummer Ziekenfondswet werd het gebruik van het sofinummer
voor de registratie van hun ziekenfondsverzekerden voor de ziekenfondsen
verplicht gesteld. Voor particuliere ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen van publiekrechtelijke
ziektekostenregelingen
voor ambtenaren is deze verplichting voor respectievelijk de particuliere
ziektekostenverzekering en de publiekrechtelijke ziektekostenregelingen
niet geregeld. Hoewel de regering destijds niet inzag waarom aan deze
organen met betrekking tot de door hen uitgevoerde AWBZ-verzekerdenregistratie
die mogelijkheid zou moeten worden onthouden, was zij van
mening dat het opnemen van een verplichting tot gebruik van het sofinummer
in de AWBZ-verzekerdenadministratie niet kon worden opgelegd.
Daarom is destijds de invoering van het sofinummer in de AWBZ op vrijwillige
basis overwogen. Gebruik van het sofinummer
door
instanties met een publiekrechtelijke taak werd ten tijde van de voorbereiding van
het desbetreffende wetsvoorstel echter slechts toegestaan indien daarmee
een bijdrage tot het bestrijden van fraude met overheidsregelingen werd geleverd. Gebruik gebaseerd op in hoofdzaak
efficiëntievoordelen
voldeed niet aan dat criterium. Invoering op vrijwillige basis op in hoofdzaak
efficiëntiegronden werd als onvoldoende grondslag gezien voor het doorvoeren van een dergelijk voorstel.
Toentertijd is besloten
af te zien van invoering van het sofinummer
in de AWBZ, omdat gebruik ervan
naar verwachting nauwelijks zou bijdragen aan de fraudebestrijding.
Nadien heeft met
betrekking hiertoe een beleidswijziging plaatsgevonden, waarna gebruik van het
sofinummer ook werd voorgestaan in verband met efficiëntie bij
gegevensuitwisseling en in overige specifieke gevallen.
Sofinummer in de AWBZ
Met dit voorstel wordt
het sofinummer ingevoerd in de AWBZ, de enige socialezekerheidswet
waarin het gebruik van het sofinummer nog niet is geregeld.
Het doel van de invoering
van het sofinummer in de AWBZ is het verlichten van de administratieve
lasten van de uitvoeringsorganen van de AWBZ bij
gegevensuitwisseling en fraudebestrijding op het brede terrein van de sociale zekerheid.
Bij verschillende
gelegenheden is het belang van invoering van het sofinummer in de AWBZ
gebleken.
Naast de administratieve lastenverlichting bij gegevensuitwisseling
is de afgelopen jaren meer aandacht gevraagd voor het belang voor de
controle op oneigenlijk gebruik en misbruik van de socialezekerheidswetten.
Bij de behandeling van de
regeringsplannen met betrekking tot de modernisering van de ouderenzorg in de
Tweede Kamer der Staten-Generaal is bevestigd dat het sofinummer gebruikt zal worden bij de uitvoering van de eigenbijdrageregeling,
bedoeld in de AWBZ en de
Overgangswet verzorgingshuizen. Het
gebruik ervan wordt noodzakelijk geacht voor de uitvoering van de
regeling met name voor wat betreft de controle van het inkomen van de
verzekerden alsmede de vaststelling en invordering van de verschuldigde
bijdragen. Bij de invoering van de Overgangswet verzorgingshuizen is
daartoe in het Bijdragebesluit zorg een bepaling opgenomen
teneinde het sofinummer voor voormeld doel te kunnen gebruiken. De eigen
bijdragen worden vastgesteld aan de hand van de jaaropgaven betreffende
het inkomen, die door of namens de verzekerden worden overgelegd. Het
Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Zorgkosten BV (CAK) te Den Haag
mag het sofinummer gebruiken ten behoeve van de
registratie van de vaststelling en de betaling van eigen rblz.|4|
bijdragen in het kader
van de AWBZ. Het sofinummer
is van groot belang voor de koppeling van de
juiste eigen bijdrage aan de juiste persoon en derhalve ter voorkoming
van fraude. In het kader van de AWBZ wordt het sofinummer
gebruikt voor
de vaststelling van de eigen bijdrage in de thuiszorg. De belastingdienst
verstrekt hiervoor inkomensgegevens aan het centraal
administratiekantoor, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van het
Administratiebesluit
Bijzondere Ziektekostenverzekering; als zodanig is aangewezen het CAK. Het
aantal mensen dat per jaar gebruik maakt van de thuiszorg betrof in
1997 510 000 cliënten (Kamerstukken II 1998-1999, 26 204, nr. 3, blz B109).
Dit aantal is een extrapolatie van het gerealiseerde aantal cliënten vóór
1997. Het geëxtrapoleerde cijfer is gebaseerd op gegevens van het CAK. Het
gerealiseerde aantal cliënten vóór 1997 bedraagt 410 000 en omvat
het aantal cliënten met uitzondering van cliënten van het
voormalig Kruiswerk. Voor die AWBZ-zorg waren cliënten over de eerste zes
perioden van vier weken van 1997 geen eigen bijdrage verschuldigd. Bij de
thuiszorg wordt bij de berekening van de verschuldigde bijdrage gekeken naar het
belastbaar inkomen van de leefeenheid waartoe de cliënt
behoort. Wanneer de cliënt een partner heeft, is niet alleen het inkomen van de
cliënt van belang voor het vaststellen en de controle van de eigen bijdrage, maar tevens het inkomen van de partner.
Zoals in de nota van
toelichting bij het Bijdragebesluit zorg is vermeld, draagt het gebruik van
het sofinummer
voorts bij tot een doelmatige inrichting van het administratieve proces en beperkt daardoor mede de
administratieve last van
alle betrokkenen tot het hoogst noodzakelijke.
In artikel
6a van de Wet
persoonsregistraties is geregeld dat een nummer dat ter identificatie van
een persoon wettelijk is voorgeschreven, in een persoonsregistratie of
bij het verstrekken van gegevens daaruit slechts gebruikt wordt ter
uitvoering van de betrokken wettelijke regeling dan wel ten behoeve van de
richtige uitvoering van wettelijke voorschriften waarbij eveneens van dat
nummer gebruik kan worden gemaakt. Verder is bepaald dat een dergelijk
nummer tevens kan worden gebruikt in andere gevallen bij of krachtens
de wet bepaald. Aan organisaties en personen die ingevolge enige
wettelijke regeling met de uitvoering van een publieke taak zijn belast, kan het
gebruik van het sofinummer worden toegestaan indien dit noodzakelijk
is met het oog op de bestrijding en het tegengaan van fraude met
overheidsgelden en gelden verzameld ten behoeve van de socialezekerheidswetgeving.
Voorts kan het gebruik worden toegestaan met het oog op de
structurele gegevensuitwisseling van persoonsgegevens met andere (particuliere)
instanties en personen die gerechtigd zijn het nummer te
gebruiken voor zover de uitwisseling van gegevens met die instanties bij of
krachtens wet is voorzien. Het gebruik ten behoeve van de controle van het inkomen en de uitvoering van de eigenbijdrageregeling
voldoet aan zowel
gegevensuitwisseling als aan fraudebestrijding.
In de
nota van
toelichting bij het Bijdragebesluit zorg is reeds aangegeven dat het gebruik van het
sofinummer bij voorkeur in een formele wet die de desbetreffende materie
regelt, moet worden genormeerd. Het regelen in een formele wet is het
juiste kader om de benodigde afweging te maken over de noodzaak
van het gebruik van het sofinummer en de voorwaarden waaronder dat
dient te geschieden.
Met de invoering van het sofinummer in de AWBZ wordt voldaan aan de aankondiging in de nota
van toelichting bij het Bijdragebesluit zorg het gebruik van het
sofinummer wettelijk in de AWBZ te verankeren.
Bij koninklijke boodschap
van 14 februari 1998 is het voorstel van wet houdende regels inzake de bescherming van persoonsgegevens
(Wet
bescherming persoonsgegevens) (Kamerstukken II 1999-2000, 25 892) aan de Tweede Kamer der
Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel tot rblz.|5|
wet wordt verheven en in
werking treedt, zal die wet de Wet persoonsregistraties vervangen. In artikel 24
van de Wet
bescherming persoonsgegevens is een algemene regeling
voor het gebruik van persoonsnummers opgenomen. Dat artikel vormt een voortzetting van artikel
6a Wet
persoonsregistraties. In
artikel 24 is geregeld dat een wettelijk voorgeschreven persoonsnummer wordt
verwerkt ter uitvoering van de wet waarin het voorschrift
over het nummer is opgenomen. Voorts is bepaald dat verwerking van
persoonsnummers voor andere doeleinden dan de uitvoering van de
desbetreffende wet alleen mogelijk is voor zover dat bij de wet is bepaald.
Om ongewenste
consequenties voor de persoonlijke levenssfeer van de verzekerden te voorkomen,
blijft het gebruik van het sofinummer binnen de AWBZ-verzekering
strikt beperkt tot de uitvoering van de AWBZ. Er zijn regels gesteld
betreffende de bevoegdheid tot het gebruik van het sofinummer in de AWBZ met
betrekking
tot de verstrekking, het ontvangen dan wel verkrijgen van
die gegevens. Bij de verstrekking van gegevens door
AWBZ-uitvoeringsorganen aan de in de artikelen 56 en
57 genoemde personen en instanties
en
door de in die artikelen genoemde personen en instanties aan elkaar is
bepaald dat gebruik wordt gemaakt van het sofinummer indien de verstrekker en
de ontvanger van de gegevens daartoe bevoegd zijn.
Betreffende de invoering
van het sofinummer in de AWBZ is door de Registratiekamer
[zie College bescherming persoonsgegevens, red.]
op 22
juli 1999 een positief advies uitgebracht.¹ De Registratiekamer
concludeert dat de invoering van het sofinummer in de AWBZ past binnen het
domein waarvoor het sofinummer is bestemd, namelijk de uitvoering
van de fiscale wetgeving en de socialezekerheidswetgeving. De AWBZ is een
socialezekerheidswet. De Registratiekamer merkt op dat mede gelet
op de eerder genoemde beleidswijziging de noodzaak tot invoering
van het sofinummer in de AWBZ voldoende is onderbouwd. Verder
adviseert de Registratiekamer te waarborgen dat het sofinummer in de AWBZ
alleen gebruikt wordt voor de financiële afwikkeling van declaraties. Met
het
wetsvoorstel wordt hieraan gevolg gegeven.
1. Ter inzage gelegd bij
de afdeling Parlementaire Documentatie.
Implementatie en gebruik
van het sofinummer in de AWBZ
Ingevolge
artikel 9,
eerste lid, van de AWBZ geldt voor ziekenfondsverzekerden de inschrijving bij het
ziekenfonds als inschrijving voor de toepassing van de AWBZ.
Voor degene die particulier verzekerd is, dan wel deelneemt aan een
publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren, geldt die
verzekering respectievelijk dat deelnemerschap als inschrijving voor de
AWBZ. In de situatie dat de AWBZ-verzekerde voor de overige ziektekosten niet
is verzekerd, dient men zich ingevolge artikel
9, tweede lid, van de AWBZ,
om de AWBZ-zorg geldend te maken, aan te melden bij een
ziekenfonds dan wel een particuliere ziektekostenverzekeraar die de AWBZ uitvoert.
Gezien het feit dat de
AWBZ-inschrijving de Zfw-inschrijving volgt, leidt de invoering van het gebruik
van het sofinummer in de AWBZ ertoe dat de ziekenfondsen alleen nog
het sofinummer dienen te verkrijgen van verzekerden die uitsluitend zijn
ingeschreven als AWBZ-verzekerde. Particuliere ziektekostenverzekeraars dienen het
sofinummer voor alle bij hen ingeschreven
verzekerden te
verkrijgen. De uitvoeringsorganen van publiekrechtelijke regelingen (het Instituut
Zorgverzekering Ambtenaren Nederland en de Interprovinciale Ziektekostenregeling) hebben
sofinummers
van deelnemers en
gezinsleden reeds opgevraagd. Vulling van de bestanden heeft op
vrijwillige basis plaatsgevonden. Automatiseringstechnisch is het bestand al
aangepast. Slechts voor een beperkt aantal publiekrechtelijk
verzekerden en voor deelnemers en gezinsleden aan de rblz.|6|
Dienst Geneeskundige
Verzorging Politie zal vulling van het bestand nog dienen plaats te vinden.
Voor de vulling van de verzekerdenadministraties met het sofinummer van AWBZ-verzekerden van wie het
sofinummer nog niet bekend is, zal
het AWBZ-uitvoeringsorgaan de AWBZ-verzekerden verzoeken het sofinummer mede te delen.
De
AWBZ-uitvoeringsorganen zullen worden verplicht tot gebruik van het
sofinummer in de
verzekerdenadministratie met betrekking tot de AWBZ. Aan niet alle
AWBZ-verzekerden is een sofinummer bekendgemaakt. In die gevallen behoeft het
AWBZ-uitvoeringsorgaan niet aan de in de bij wet opgelegde verplichting te
voldoen.
Financiële effecten
De inschrijving ingevolge
de AWBZ volgt de inschrijving voor de "gewone"
ziektekostenverzekering. Het sofinummer van de ruim 9 miljoen
ziekenfondsverzekerden is reeds bekend. Van een gedeelte van de circa 800 000
publiekrechtelijk verzekerden is het sofinummer reeds bekend. Van het
resterende deel van de publiekrechtelijk verzekerden en van de circa 4,5 miljoen
particulier verzekerden dient het sofinummer opgevraagd te worden. Het
betreft dan maximaal 5 miljoen AWBZ-verzekerden. Bij de invoering van het
sofinummer in de Zfw in 1996 is destijds een bedrag van
ƒ12 miljoen toegevoegd aan het macrobeheerskostenbudget Zfw ter dekking van de
kosten. Omgerekend naar de AWBZ zou dit een bedrag van
circa ƒ6 miljoen betekenen. Tot de verhoging van het
macrobeheerskostenbudget Zfw werd overgegaan omdat van de invoering van het
sofinummer in de Zfw niet zozeer efficiencyvoordelen voor de uitvoeringsorganisatie werden verwacht. Inmiddels zijn verschillende
ontwikkelingen in gang
gezet die maken dat wel een besparing op de uitvoeringskosten mag
worden verwacht als gevolg van de invoering van het sofinummer. Te
denken valt met name aan zaken als de invoering van de zorgpas en
elektronisch declaratieverkeer tussen zorgverleners en verzekeraars. Voor de
toekomst kan worden gedacht aan elektronische uitwisseling van
persoonsgegevens via het Routeringsinstituut (Inter)nationale Informatiestromen
(RINIS). Door het sofinummer bij dergelijke technische
ontwikkelingen (identificatie bij onderlinge uitwisseling van gegevens) te
hanteren, wordt bijvoorbeeld veel tijdwinst geboekt doordat onnodig
uitzoekwerk wordt voorkomen. Door invoering van het sofinummer in de AWBZ
zal de gegevensuitwisseling doelmatiger kunnen plaatsvinden.
Een kwantificering van
deze opbrengsten is nog niet mogelijk. Verwacht wordt wel dat de
efficiencywinst zodanig zal zijn dat invoeringskosten hierdoor worden
gecompenseerd. Het CVZ [College voor
zorgverzekeringen, red.] heeft in zijn jaarlijkse advies over de hoogte van het
beheerskostenbudget AWBZ dan ook niet geadviseerd in verband met dit onderwerp een
bedrag toe te voegen aan het budget. Gepoogd wordt de
invoeringskosten voor de uitvoeringsorganen zo beperkt mogelijk te
houden door het tijdstip van invoering van het sofinummer in de AWBZ zo te stellen
dat het opvragen van de sofinummers gecombineerd kan worden
met berichtgeving van verzekeraars aan hun verzekerden. Zo mogelijk
zou het opvragen gecombineerd kunnen worden met de jaarlijkse
verzending van de polissen/premieoverzichten.
Het is nog niet goed
voorzienbaar hoe de verdeling zal zijn van de kosten en opbrengsten tussen de
uitvoeringsorganen AWBZ enerzijds en de zorgkantoren anderzijds.
Indien hier aanleiding voor is, kan het CVZ de door hem op te stellen
beleidsregels over de verdeling van het beheerskostenbudget AWBZ hierop aanpassen.
Hiervan gaat overigens geen invloed uit op de hoogte
van het beheerskostenbudget.
rblz.|7|
Inwerkingtreding
invoering sofinummer in de AWBZ
Het invoeren van het
sofinummer in de verzekerdenadministratie van AWBZ-uitvoeringsorganen
van verzekerden waarvan dit nummer nog niet bekend is, zal de nodige
tijd vergen. De Ziekenfondsraad (thans het College voor
zorgverzekeringen) heeft in zijn advies inzake invoering sofinummer in
Ziekenfondswet en AWBZ (publicatie van de ZFR, 1993, nummer 574) van 25 maart
1993 over de praktische invoering van het sofinummer in de AWBZ in
paragraaf 5.2 opgemerkt dat de Raad ten behoeve van de tijdige
invoering een termijn van ten minste drie maanden na besluitvorming
noodzakelijk acht om verzekeraars de gelegenheid te geven zich op de
nieuwe situatie voor te bereiden. Teneinde de AWBZ-uitvoeringsorganen
ruim de tijd te geven, is het de bedoeling de inwerkingtreding
betreffende de invoering van het sofinummer in de AWBZ te stellen op zes
maanden na het verschijnen van deze wet in het
Staatsblad.
Recht op
halfwezenuitkering ingevolge Algemene nabestaandenwet
Als gevolg van de
inwerkingtreding van de Wet van 18 juni 1998 tot wijziging van de Algemene
nabestaandenwet in verband met gebleken onbillijkheden (Stb.
1998, 377) is het
mogelijk geworden dat een persoon van 65 jaar of ouder tot wiens
huishouden een halfwees behoort recht heeft gekregen op een
halfwezenuitkering. Deze situatie kan zich overigens alleen voordoen ingeval
de halfwees in het huishouden van twee personen is opgenomen die
met elkaar gehuwd zijn of daarmee gelijk zijn gesteld en waarvan ten minste één van deze personen recht heeft op een
uitkering op grond van de
Algemene Ouderdomswet (bijvoorbeeld kleinkind bij grootouders).
In artikel 3, eerste lid,
onderdeel b, van de Ziekenfondswet is opgenomen dat degene die naar de
omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en een Anw-uitkering
ontvangt, ziekenfondsverzekerd is. Omdat geen begrenzing in leeftijd is
opgenomen voor deze verzekeringsgrond, kan het zich nu voordoen dat een
particulier verzekerde van 65 jaar of ouder ziekenfondsverzekerde
wordt omdat hij een halfwezenuitkering ontvangt. Dit wordt ongewenst
geacht, omdat de rechtsgrond voor ziekenfondsverzekering voor personen van 65 jaar
of ouder niet is gebaseerd op het ontvangen van loon of een
bepaalde uitkering of pensioen, maar in beginsel op de
omstandigheid dat een persoon bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd
ziekenfondsverzekerd is. Hoofdregel is dat personen die bij het bereiken van de
65-jarige leeftijd ziekenfondsverzekerd zijn, dat ook daarna blijven.
Toepassing van dit uitgangspunt leidt ertoe dat personen die op voormeld tijdstip
particulier verzekerd zijn, nadien in beginsel op de particuliere markt
aangewezen blijven. Daarom wordt het ontvangen van een Anw-uitkering als
rechtsgrond voor ziekenfondsverzekering thans beperkt tot personen
jonger dan 65 jaar.
Medeverzekering
rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen
Bij Wet van 26 maart 1998
tot wijziging van de Vreemdelingenwet en enige andere wetten
teneinde de aanspraak van vreemdelingen jegens bestuursorganen op
verstrekkingen, voorzieningen, uitkeringen, ontheffingen en vergunningen te
koppelen aan het rechtmatig verblijf van vreemdelingen in
Nederland (Stb. 1998, 203) (hierna te noemen: Koppelingswet) is geregeld dat alleen
rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen verzekerd kunnen zijn
voor de sociale verzekeringen, waaronder de Zfw. In afwijking van deze regel is in de Zfw de mogelijkheid opgenomen
om andere met name
genoemde groepen van vreemdelingen als rblz.|8|
ziekenfondsverzekerde aan
te wijzen. Gebleken is dat partners en kinderen van vreemdelingen die
ingevolge artikel 1b, aanhef en onder 2 tot en met 5, van de Vreemdelingenwet
rechtmatig in Nederland verblijven in bepaalde situaties niet
voor medeverzekering in aanmerking komen bij een ziekenfondsverzekerde. Dit is een ongewenste situatie. Om
medeverzekering te regelen, wordt in
artikel 4 van de Zfw een lid toegevoegd op grond waarvan een
vreemdeling als medeverzekerde wordt aangemerkt. Deze categorie personen
dient overigens aan de overige voorwaarden voor medeverzekering te
voldoen
Artikelsgewijze
toelichting
Invoering van het
sofinummer in de AWBZ
Artikelen I en
IV
Met het nieuwe
artikel
40a van de AWBZ worden de AWBZ-uitvoeringsorganen verplicht het
sofinummer in de verzekerdenadministratie ten behoeve van de uitvoering
van de AWBZ op te nemen. Voorts worden de AWBZ-uitvoeringsorganen
en de in artikel 56 en 57 genoemde organen en personen verplicht bij de gegevensverstrekking ten behoeve van de
uitvoering van de AWBZ
aan de in die artikelen genoemde organen het sofinummer als
persoonsidentificatienummer te gebruiken. Dit indien de organen en personen
die
de gegevens verstrekken en de organen en personen die de gegevens
ontvangen daartoe bevoegd zijn. Het betreft de gegevensverstrekking
aan het College voor zorgverzekeringen, het College van toezicht sociale
verzekeringen [zie Inspectie Werk en Inkomen,
red.], de uitvoeringsinstellingen,
bedoeld in artikel 41,
derde lid van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997, de Sociale Verzekeringsbank, de rijksbelastingdienst, het gemeentebestuur, ziekenfondsen, ziektekostenverzekeraars en uitvoerende
organen of aan een
daartoe door of vanwege één van deze instanties aangewezen persoon. In
het derde lid van artikel 40a wordt geregeld dat het eerste en tweede
lid van overeenkomstige toepassing zijn op bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen personen en instellingen. Daarmee wordt het gebruik
van het sofinummer door de thans in artikel 22 van het
Bijdragebesluit zorg
aangewezen instellingen in de wet opgenomen.
Artikel IV regelt dit
voor de
Overgangswet verzorgingshuizen. Bij de formulering van
artikel 40a van de AWBZ is aangesloten bij de artikelen betreffende het opnemen
van het sofinummer in de Algemene
bijstandswet.
Artikel III
Artikel III regelt dat
AWBZ-uitvoeringsorganen reeds bij een AWBZ-uitvoeringsorgaan ingeschreven
AWBZ-verzekerden van wie nog geen sofinummer bekend is,
verzoeken hun het sofinummer mee te delen. Door de
AWBZ-uitvoeringsorganen wordt binnen twee maanden na het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen van deze wet die verband houden met de invoering
van het sofinummer in de AWBZ aan de verzekerden verzocht het sofinummer
mee te delen. Verzekerden krijgen vervolgens een termijn
van twee maanden om aan het verzoek te voldoen.
Er is gekozen voor deze
wijze van het vullen van de verzekerdenadministraties met het sofinummer
van AWBZ-verzekerden, omdat het van belang wordt geacht
dat verzekerden ervan op de hoogte zijn dat hun sofinummer
in de
verzekerdenadministratie wordt opgenomen en dat zij op de hoogte zijn van het
doel waarvoor het sofinummer
mag worden gebruikt. Verificatie van
de opgegeven nummers kan vervolgens plaatsvinden door vergelijking van het
bestand van de sofinummers van de rblz.|9|
belastingdienst met de bestanden van de verzekeraars. Deze wijze van
vullen sluit aan bij
hetgeen gebruik is bij het opvragen van gegevens ten behoeve van de eigenbijdrageregeling AWBZ. Verzekerden die bijvoorbeeld thuiszorg behoeven, wordt
ook thans (op grond van het Bijdragebesluit zorg) het
sofinummer
gevraagd alsmede informatie betreffende het inkomen. Dit ter
vaststelling van de verschuldigde eigen bijdragen in het kader van de AWBZ.
Enkele andere wijzigingen
Artikelen II, onderdeel
A, en VI
Het is niet de bedoeling
dat het ontvangen van een halfwezenuitkering voor een persoon van 65
jaar of ouder rechtsgrond voor ziekenfondsverzekering zal vormen. Dat is de
reden dat het ontvangen van een uitkering ingevolge de Algemene
nabestaandenwet (Anw) als titel voor ziekenfondsverzekering is
beperkt tot personen jonger dan 65 jaar. Personen van 65 jaar of
ouder die reeds ziekenfondsverzekerd zijn op grond van het ontvangen
van een halfwezenuitkering blijven op grond van het in artikel V
opgenomen overgangsrecht ziekenfondsverzekerd zolang die
halfwezenuitkering wordt uitgekeerd.
Artikel II, onderdeel B
Artikel
3c van de Zfw regelt dat personen van 65 jaar
of ouder onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid hebben te kiezen voor ziekenfondsverzekering
indien het belastbaar
huishoudinkomen lager is dan een bepaald vastgesteld
bedrag. Als voorwaarde daarbij geldt dat betrokkene particulier tegen ziektekosten verzekerd is. In de praktijk is gebleken, zo
stelt de voormalige
Ziekenfondsraad in zijn rapport van 17 december 1998, VERZ/98052261, dat
deze voorwaarde op een eenvoudige manier te omzeilen is. Zelfs voor niet-verzekerde personen die in verzekeringstechnische termen als een "brandend
huis" worden beschouwd, is het eenvoudig gebleken om
voor een korte periode een particuliere ziektekostenverzekering te sluiten en zo te
voldoen aan de gestelde voorwaarde. Voorgesteld wordt
derhalve deze voorwaarde te schrappen.
Artikel II, onderdeel C
Het nieuwe achttiende lid
van artikel 4 regelt de medeverzekering van de vreemdeling die
rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 1b, aanhef en onder 2 tot en
met 5, van de Vreemdelingenwet in bepaalde situaties. Het betreft
medeverzekering van de in de vorige zin vermelde vreemdeling in wiens levensonderhoud door de verzekerde geheel of
gedeeltelijk wordt
voorzien.
Artikel II, onderdeel D
Bij
Wet van 28 oktober
1999, houdende uitbreiding van de kring van verzekerden ingevolge de Ziekenfondswet met zelfstandigen voor wie, gelet op
hun inkomen, toegang tot
de sociale ziektekostenverzekering is aangewezen en tijdelijke wijziging
van de indexering van de loongrens alsmede wijziging van de Wet op
de inkomstenbelasting 1964 (zelfstandigen in Zfw)
(Stb. 1999, 461), is bij
de wijziging van artikel 17, eerste lid, van de
Ziekenfondswet abusievelijk "bedoeld
in" weggevallen. Met de wijziging, opgenomen in artikel II, onderdeel
D, wordt dit hersteld.
Artikel II,
onderdeel
E, F en G
De redactie van
artikel
40 van de Zfw wordt aangepast aan de redactie van
rblz.|10|
artikel 40a van de AWBZ.
In verband daarmee kunnen de artikelen 73d
en 73e van de Zfw
vervallen.
Deze wijziging is ook verwerkt in artikel 89 van de
Zfw.
Tengevolge van
het vervallen van artikel 40, tweede lid, van de
Zfw
(oud) komt ook de Regeling vrijstelling sociaal-fiscaal nummer
Ziekenfondswet te
vervallen. De vrijstelling van de verplichting voor de ziekenfondsen om het
sociaal-fiscaal nummer van de in die regeling aangewezen groep
verzekerden in hun administratie op te nemen, is na de inwerkingtreding van
deze
wet immers rechtstreeks op de Zfw
gebaseerd.
Artikel V
Indien van de
Overgangswet verzorgingshuizen de artikelen 1 tot en met 25 vervallen vóór de
datum inwerkingtreding van artikel IV van deze wet, behoeft de in
artikel IV
vermelde wijziging van de Overgangswet verzorgingshuizen niet meer plaats te
vinden. De in de Overgangswet verzorgingshuizen geregelde zorg wordt met
het vervallen van voormelde artikelen van die wet ondergebracht
in de AWBZ. Artikel 40a
van de AWBZ is dan onverkort van
toepassing.
Artikelen VII en
VIII
Inwerkingtreding van de
Wet instelling College van toezicht op de zorgverzekeringen betekent dat van
deze
wet
de artikelen I, II, onderdeel
E, en III aan de eerstgenoemde
wet dienen te worden aangepast. Indien artikel I van
deze
wet
in werking
treedt vóór de datum van inwerkingtreding van de Wet Instelling College
van toezicht op de zorgverzekeringen, dient artikel I, onderdeel BB,
van laatstgenoemde wet te worden gewijzigd. Artikel VIII regelt dit.
Artikel IX
Artikel IX regelt de
inwerkingtreding van de artikelen van
deze
wet. Het is nodig de inwerkingtreding
op verschillende tijdstippen te laten plaatsvinden opdat de overige
wijzigingen direct in werking kunnen treden, terwijl de opneming van
het sofinummer eerst zes maanden later in werking zal treden.
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A.M. Vliegenthart
|