|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 27 256.
Handelingen II 2000-2001, blz. 3334-3345, 3359.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 256 (199, 199a, 199b).
Handelingen I 2000-2001, zie vergadering d.d. 6 maart 2001.
WET van 8 maart 2001, Stb.
2001, 128, tot aanpassing van wetgeving in verband met de openstelling
van het huwelijk en de invoering van adoptie door personen van hetzelfde
geslacht. Inwerkingtreding: 1 april 2001 (Stb.
2001, 145).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
met het oog op de openstelling van het huwelijk en met het oog op de
invoering van adoptie door personen van hetzelfde geslacht in Boek
1 van het Burgerlijk Wetboek wenselijk is andere wetten daarmee in
overeenstemming te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art.
III. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
A.
Artikel 18 van de Algemene
Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "Indien een
vrouw en een man" vervangen door: Indien twee personen.
2. Het derde lid komt te luiden:
-3. Bij gebreke van een gezamenlijke
aanwijzing als bedoeld in het tweede lid bepaalt de Sociale
Verzekeringsbank aan welke persoon de kinderbijslag wordt uitbetaald.
B.
De Algemene nabestaandenwet wordt als volgt
gewijzigd:
1. In artikel 1,
onderdeel f, wordt "van wie de vader of de moeder is
overleden en van wie die vader of moeder op de dag van overlijden:"
vervangen door: van wie één van beide ouders is overleden en van wie
die ouder op de dag van overlijden:.
2. In artikel 22,
vierde lid, wordt in de eerste volzin "van de vader of de moeder"
vervangen door: van één van beide ouders.
Art.
IV.
-1. De artikelen van deze wet treden, met
uitzondering van artikel I, in werking op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
-2. Indien het Staatsblad waarin deze wet
wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 januari 2001, treedt artikel I
in werking met ingang van de dag na
de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt
geplaatst en
werkt het terug tot en met 1 februari 2001.
1. Bij Besluit
van 20 maart 2001, Stb.
2001, 145, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 april
2001, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
8 maart 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Justitie,
N.A. Kalsbeek
Uitgegeven de twintigste
maart 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|