|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1999-2000, 2000-2001, 27 000.
Handelingen II 2000-2001, blz. 3558-3582, 3715.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 000 (252, 252a, 252b).
Handelingen I 2000-2001, blz. 1448-1458.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 28 juni 2001, Stb.
2001, 351, houdende wijziging van de Wet
inburgering nieuwkomers houdende regels tot aanwijzing van
bijzondere categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering.
Inwerkingtreding: 25 juli 2001.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is regels te stellen tot aanwijzing van bijzondere
categorieën vreemdelingen ten behoeve van inburgering;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Wet inburgering nieuwkomers wordt als volgt
gewijzigd:
In artikel 1, eerste lid, onderdeel a, onder
1º, worden na "behoudens degene die hier voor een tijdelijk doel
verblijft" de woorden "dan wel" vervangen door: , tenzij
hij behoort tot een bij regeling van Onze
Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid aan te wijzen
categorie van vreemdelingen, en behoudens degene die.
Art.
II. [MvT]
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten
en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en aan
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
28 juni 2001
BEATRIX
De Minister voor Grotesteden-
en Integratiebeleid,
R.H.L.M. van Boxtel
Uitgegeven de vierentwintigste
juli 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|