|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 27 586.
Handelingen II 2000-2001, blz. 4965-4979, 5239-5240, 5260-5261.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 586 (300, 330a, 300b, 300c, 300d).
Handelingen I 2000-2001, blz. 1648-1652.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 16 juli 2001, Stb.
2001, 386, tot wijziging van de Ziekenfondswet in verband met
samentelling van uitkeringstijdvakken ingevolge de Werkloosheidswet voor
de toepassing van artikel
3, eerste lid, onderdeel a, van die
wet,
administratieve vereenvoudiging van de overgang van een particuliere
ziektekostenverzekering naar de ziekenfondsverzekering en afschaffing
van de nominale ziekenfondspremie voor personen jonger dan 18 jaar (knelpunten
Ziekenfondswet). Inwerkingtreding: 31 augustus 2001 (zie artikel
X), 19 september
2001 (Stb. 2001, 412) en 1 januari 2002
(Stb. 2001, 547).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is voor de toepassing van artikel 3, eerste lid, onderdeel
a, van
de Ziekenfondswet uitkeringstijdvakken ingevolge de
Werkloosheidswet
samen te tellen, de overgang van een particuliere
ziektekostenverzekering naar de ziekenfondsverzekering in administratief
opzicht te vergemakkelijken en de nominale ziekenfondspremie voor
personen jonger dan 18 jaar af te schaffen;
Zo is het dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
In de Ziekenfondswet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A.
In artikel 1, eerste lid,
onderdeel h, wordt "Vreemdelingenwet" vervangen door: Vreemdelingenwet
2000.
B. [MvT]
Artikel 3 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het elfde lid, wordt "Onze Minister van Binnenlandse
Zaken" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
2. Er wordt een nieuw lid
toegevoegd, luidende:
-13. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a, onder 1e, worden perioden waarin recht op uitkering op
grond van de Werkloosheidswet bestaat samengeteld indien
het recht op uitkering na gehele eindiging van dat recht herleeft op grond
van artikel 21 van die
wet. Voor de toepassing van de eerste volzin worden
met perioden waarin recht op uitkering op grond van de
Werkloosheidswet bestaat gelijkgesteld, perioden waarin geen recht bestaat op die
uitkering op grond van het feit dat betrokkene een uitkering krachtens de
Ziektewet ontvangt.
C. [MvT]
In artikel 3c, achtste lid,
wordt het woord "bedoed" vervangen door: bedoeld.
D. [MvT]
Artikel 3d wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het vierde en achtste
lid wordt na de zinsnede "het belastbare inkomen uit sparen en
beleggen," een zinsnede ingevoegd, luidende: bedoeld in de hoofdstukken
3, 4 en 5 van de Wet
inkomstenbelasting 2001,.
2. In het achtste lid wordt
de puntkomma vervangen door een komma.
E.
Na artikel 3d wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3e.
-1. Verzekerd is degene
jonger dan 65 jaar die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande
woonachtig is en die:
a. een periodieke uitkering
of verstrekking op grond van een rechtstreeks uit het familierecht
voortvloeiende verplichting ontvangt, tenzij deze uitkering of
verstrekking wordt ontvangen van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de
tweede graad van de zijlijn; en
b. medeverzekerd is
ingevolge artikel 4, eerste lid, op de dag voorafgaande
aan de dag waarop hij niet
langer behoort tot het huishouden van de in die bepaling bedoelde
verzekerde.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing op:
a. degene die verzekerd is
ingevolge het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 of
3d, dan wel
die uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de
ziekenfondsverzekering geldende loon- of inkomensgrens niet verzekerd is;
b. degene wiens inkomen,
bedoeld in artikel 2.18 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, meer bedraagt dan het
in artikel 3d, eerste lid, genoemde bedrag;
c. degene die niet langer de
in het eerste lid bedoelde periodieke uitkering of verstrekking
ontvangt, tenzij de beëindiging van deze periodieke uitkering of
verstrekking voortvloeit uit het ontvangen van een bij wijze van pensioenverevening ingevolge de Wet van 28 april 1994 tot
vaststelling van regels met
betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of
scheiding van tafel en bed (Wet
verevening pensioenrechten bij scheiding) (Stb. 1994, 342) ontvangen pensioen.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
F.
Artikel 11a vervalt.
G.
Onder vernummering van
artikel 15b tot artikel 15c
wordt een nieuw artikel 15b ingevoegd, luidende:
Art. 15b.
-1. Onverminderd hetgeen bij
of krachtens artikel 17 omtrent de daar bedoelde nominale premie is
bepaald, is de verzekerde, bedoeld in artikel 3e, een premie verschuldigd
tot een door Onze Minister en Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid tezamen te bepalen percentage over de periodieke uitkering
of verstrekking. De geldswaarde van bedoelde verstrekking wordt
gesteld op het bedrag dat bij de heffing ingevolge de Wet
inkomstenbelasting 2001 in aanmerking wordt genomen.
-2. De premie wordt per maand
berekend en door het ziekenfonds waarbij de verzekerde is
ingeschreven, vastgesteld. Het ziekenfonds int de premie bij de verzekerde.
-3. Voor de toepassing van
dit artikel is artikel 9, tweede lid, van de
Coördinatiewet Sociale
Verzekering van overeenkomstige toepassing.
-4. Het ziekenfonds stort de
in het tweede lid bedoelde premie in de Algemene Kas. Onze Minister
kan aan het in het tweede lid bedoelde orgaan verplichtingen
opleggen en voorschriften geven met betrekking tot de vaststelling, de
invordering, de afdracht en de verantwoording van de premie.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot de premieheffing nadere regels worden
gesteld.
H. [MvT]
In artikel 17, eerste lid,
wordt "Onverminderd hetgeen bij of krachtens de artikelen 15 of
15a
omtrent de daar bedoelde procentuele premie is bepaald, wordt voor de
verzekering van de verzekerde, artikel 3, eerste
lid, onderdeel a, of artikel 3d,"
vervangen door: Onverminderd hetgeen bij of krachtens de artikelen
15, 15a of 15b
omtrent de daar bedoelde procentuele premie is bepaald, wordt
voor de verzekering van de verzekerde, bedoeld in artikel
3, eerste
lid, onderdeel a, artikel 3d of artikel
3e, van 18 jaar of ouder,.
I. [MvT]
Artikel 43b wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de komma na "is".
2. In het derde lid wordt "het College" telkens vervangen door: het
College zorgverzekeringen.
3. In het vierde lid wordt "de
Commissie" telkens vervangen door: het College toezicht.
J. [MvT]
Artikel 43d wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "het
College" vervangen door: het
College zorgverzekeringen.
2. In het eerste lid worden "de
Commissie" en "de commissie" telkens vervangen door: het College
toezicht.
K. [MvT]
In de tweede volzin van
artikel 77 wordt "het College" vervangen door: de genoemde colleges.
L. [MvT]
In artikel 93a, eerste lid,
vervalt ", 19".
Art. II.
[MvT]
In de Wet medefinanciering
oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden
worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A. [MvT]
In artikel 4, derde lid,
wordt "de Algemene Kas, bedoeld in artikel
71, eerste lid, van de Ziekenfondswet"
vervangen door: de Algemene Kas bedoeld in de Ziekenfondswet.
B. [MvT]
In artikel 13, negende lid,
wordt "de Algemene Kas, bedoeld in artikel
71, eerste lid, van de Ziekenfondswet"
vervangen door: de Algemene Kas bedoeld in de Ziekenfondswet.
Art. III.
In de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten worden de volgende wijzigingen aangebracht:
A.
In artikel 4 wordt "de
ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars, de uitvoerende organen"
vervangen door: de uitvoeringsorganen.
B.
In artikel 9, vijfde lid,
wordt "Het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend
orgaan," vervangen door: Het uitvoeringsorgaan.
C.
In artikel 32b, vierde lid,
wordt: ", het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend
orgaan" vervangen door: en het uitvoeringsorgaan.
D.
In artikel 32c, tweede lid,
wordt: ", het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of het uitvoerend
orgaan," vervangen door: en het uitvoeringsorgaan.
E.
In artikel 38a wordt "Artikel
38b van de Ziekenfondswet is" vervangen
door: De artikelen 38b, 43e
en 43f van de Ziekenfondswet zijn.
F.
Artikel 40 wordt vervangen
door:
Art. 40.
Artikel 1x7 van de
Ziekenfondswet is van overeenkomstige toepassing.
G.
Het zesde lid van artikel 42
komt te luiden:
-6. Het
College zorgverzekeringen kan aan een uitvoeringsorgaan toestemming verlenen een
overeenkomst als bedoeld in het eerste lid te sluiten welke afwijkt van
het vierde en vijfde lid.
H.
In artikel 62, tweede
volzin, wordt "het College" vervangen door: het College zorgverzekeringen.
I.
In artikel 68 wordt "in in
artikel 56, derde lid" vervangen door: in artikel
56, derde lid.
Art. IV.
Artikel 40, derde lid, van
de Wet financiering volksverzekeringen wordt vervangen door:
-3. Bij de vaststelling van
de uitkeringen, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden de
uitgaven die het College van toezicht op de zorgverzekeringen, bedoeld
in de Ziekenfondswet en verder te noemen:
het College toezicht, niet
verantwoord acht, buiten beschouwing gelaten.
Art. V.
In artikel III, vijfde lid,
van de Wet van 21 december 2000, houdende wijziging van de Algemene
Wet Bijzondere Ziektekosten in verband met de invoering van de
mogelijkheid tot een vrijwillige voortzetting van de bijzondere
ziektekostenverzekering ingevolge die wet en van de Wet
financiering
volksverzekeringen in samenhang daarmee (vrijwillige verzekering
AWBZ)
(Stb.
2000, 605) wordt "het ziekenfonds, de ziektekostenverzekeraar of
de voor de uitvoering van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
toegelaten ziektekostenverzekeraar bij wie" vervangen door: het
uitvoeringsorgaan waarbij.
Art. VI.
Artikel XXII van de Wet van
27 maart 1999 tot wijziging van de Ziekenfondswet, de
Wet tarieven
gezondheidszorg en de Wet ziekenhuisvoorzieningen in verband met wijzigingen
in de taak, samenstelling en werkwijze van de in die
wetten geregelde bestuursorganen, alsmede wijziging van andere wetten
in verband daarmee (uitvoeringsorganen
volksgezondheid) (Stb. 1999,
185) vervalt.
Art. VII.
Artikel XVI van de Wet van
13 december 2000 tot wijziging van de Ziekenfondswet en enige
andere wetten in verband met de instelling van een onafhankelijk College
van toezicht op de zorgverzekeringen (Instelling College van toezicht op de
zorgverzekeringen) (Stb. 2001, 23) wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt
de aanduiding "-1.".
2. Het tweede lid vervalt.
Art. VIII.
[MvT]
Van de Wet van 21 december 2000 tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten in verband met de invoering van het gebruik van het
sociaal-fiscaal nummer in die wet alsmede enkele wijzigingen van de
Ziekenfondswet en enige andere wetten (Stb. 2001, 50) vervalt
artikel II, onderdeel C.
Art.
IX.
(Overgangsbepaling)
De voorwaarde, genoemd in
artikel 3e, eerste lid, onderdeel b, van de Ziekenfondswet, geldt niet
voor degene die op de dag van de inwerkingtreding van onderdeel E
¹ een
periodieke uitkering of verstrekking op grond van een rechtstreeks uit het
familierecht voortvloeiende verplichting ontvangt, tenzij deze
uitkering of verstrekking wordt ontvangen van bloed- of aanverwanten in de rechte
lijn of in de tweede graad van de zijlijn, of bij wijze van pensioenverevening
ingevolge de Wet van 28 april 1994 tot vaststelling van regels met
betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of
scheiding van tafel en bed (Wet
verevening pensioenrechten bij scheiding) (Stb. 1994, 342) een pensioen ontvangt, en wiens inkomen, bedoeld in
artikel 2.18 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, niet meer bedraagt dan
het tot een jaarbedrag herleide minimumloon per maand,
bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Wet
minimumloon en minimumvakantiebijslag.
1. Volgens de redactie
dient "onderdeel E" te worden vervangen
door: artikel I, onderdeel E.
Art.
X.
[MvT]
-1. Artikel I, onderdeel A,
B, onder 1, C, D,
F, I tot en met L, en de artikelen II tot en met
VIII treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, waarbij artikel I, onderdeel
D, onder 1, terugwerkt tot en met 1 januari 2001.
-2. Artikel I, onderdeel H,
treedt in werking met ingang van 1 juli 2001. Indien het Staatsblad waarin
deze wet wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 juni 2001, treedt
artikel I, onderdeel H, in werking met ingang van de dag na uitgifte van het
Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst en werkt dit onderdeel terug
tot en met 1 juli 2001.
-3. De overige artikelen,
onderdelen en subonderdelen van deze wet treden in werking op een bij
koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen,
onderdelen of subonderdelen verschillend kan worden vastgesteld.¹
1. Bij Besluit
van 4 september 2001, Stb. 2001, 412, is het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel I, onderdeel B, onder 2,
bepaald op 19 september 2001; bij Besluit
van 6 november 2001, Stb. 2001, 547, is het tijdstip van
inwerkingtreding van de artikelen I, onderdeel E en G, en
IX bepaald op 1 januari 2002, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren
wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Tavarnelle, 16
juli 2001
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
E. Borst-Eilers
Uitgegeven de dertigste
augustus 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|