St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

 

 

 

 

 

 

 

 
•
•
•
•

 

             

 
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

BESLUIT  INDEXERING  GRIFFIERECHTEN  BESTUURSRECHTELIJKE  WETTEN
 
  

5 november 2001, Stb. 2001, 538
Inwerkingtreding: 1 december 2001
(T.a.v. o.a. 8:41:5 Awb en 22:6 Bw)

 

  
•
•
•
•
 

 

 
BESLUIT van 5 november 2001 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele andere wetten (indexering griffierechten bestuursrechtelijke wetten)

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Op de voordracht van Onze Minister van Justitie van 28 september 2001, nr. 5122961/01/6;
     Gelet op artikel 8:41, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 27b, tweede lid, en artikel 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, artikel 22, zesde lid, van de Beroepswet, artikel 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, artikel 40, zesde lid, van de Wet op de Raad van State, artikel 7.67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en artikel 1, derde lid, van de Wet tarieven in burgerlijke zaken;
     De Raad van State gehoord (advies van 25 oktober 2001, nr. W03.01 0511/I);
     Gezien het nader rapport van Onze Minister van Justitie van 30 oktober 2001, nr. 5129471/01/6;

     Hebben goedgevonden en verstaan:

 

 

Art. I.
Artikel 8:41, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel a wordt "ƒ60,00" vervangen door: ƒ64,00.
2. In onderdeel b wordt "ƒ225,00" vervangen door: ƒ241,00.
3. In onderdeel c wordt "ƒ450,00" vervangen door: ƒ481,00.

 

Art. II.
Artikel 27b, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel a wordt "ƒ60,00" vervangen door: ƒ64,00.
2. In onderdeel b wordt "ƒ225,00" vervangen door: ƒ241,00.
3. In onderdeel c wordt "ƒ450,00" vervangen door: ƒ481,00.

 

Art. III.
Artikel 22 van de Beroepswet wordt gewijzigd als volgt:
1. Het tweede lid wordt gewijzigd als volgt:
a. in onderdeel a wordt "ƒ170,00" vervangen door: ƒ182,00;
b. in onderdeel b wordt "ƒ340,00" vervangen door: ƒ364,00;
c. in onderdeel c wordt "ƒ675,00" vervangen door: ƒ722,00.
2. In het derde lid wordt "ƒ675,00" vervangen door: ƒ722,00.

 

Art. IV.
Artikel 40 van de Wet op de Raad van State wordt gewijzigd als volgt:
1. Het tweede lid wordt gewijzigd als volgt:
a. in onderdeel a wordt "ƒ340,00" vervangen door: ƒ364,00;
b. in onderdeel b wordt "ƒ675,00" vervangen door: ƒ722,00.
2. In het derde lid wordt "ƒ675,00" vervangen door: ƒ722,00.

 

Art. V.
Artikel 46 van de Wet op de rechtsbijstand wordt gewijzigd als volgt:
a. In het tweede lid wordt "ƒ60,00" vervangen door: ƒ64,00.
b. In het derde lid wordt "ƒ170,00" vervangen door: ƒ182,00.

 

Art. VI.
De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt gewijzigd als volgt:
In artikel 7:67 wordt "ƒ60,00" vervangen door: ƒ64,00.

 

Art. VII.
Indien het bij koninklijke boodschap van 10 mei 1999 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht en enkele aanverwante wetten naar aanleiding van de evaluatie van de Algemene wet bestuursrecht (Eerste evaluatiewet Awb) (Kamerstukken II 1998-1999, 26 523), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt en indien het bij koninklijke boodschap van 25 oktober 2001 ingediende voorstel van wet houdende aanpassing van de wetten in verband met de vervanging van de gulden door de euro (Veegwet euro) in werking treedt:
a. wordt artikel 24 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie gewijzigd als volgt:
1Ί. het tweede lid wordt gewijzigd als volgt:
a. in onderdeel a wordt "€|154,00" vervangen door: €|165,00;
b. in onderdeel b wordt "€|306,00" vervangen door: €|327,00;
2Ί. in het derde lid wordt "€|306,00" vervangen door: €|327,00;
b. wordt artikel 29a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen gewijzigd als volgt:
1Ί. het tweede lid wordt gewijzigd als volgt:
a. in onderdeel a wordt "€|77,00" vervangen door: €|82,00;
b. in onderdeel b wordt "€|154,00" vervangen door: €|165,00;
c. in onderdeel c wordt "€|306,00" vervangen door: €|327,00;
2Ί. in het derde lid wordt "€|306,00" vervangen door: €|327,00.

 

Art. VIII.
In de Wet tarieven in burgerlijke zaken wordt artikel 2, tweede lid, als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel e wordt "ƒ400,00" vervangen door: ƒ427,00.
2. In onderdeel ƒwordt "ƒ400,00" telkens vervangen door: ƒ427,00.

 

Art. IX.
Ten aanzien van rechten die verschuldigd zijn geworden vσσr de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijft het recht zoals het vσσr die datum gold van toepassing

 

Art. X.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 december 2001.

 

 

     Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

 

’s-Gravenhage, 5 november 2001

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

Uitgegeven de vijftiende november 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

NOTA  VAN  TOELICHTING
[5 november 2001]

 

     Dit besluit strekt ertoe de griffierechten in de Algemene wet bestuursrecht, de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Beroepswet, de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, de Wet op de Raad van State, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de Wet op de rechtsbijstand te verhogen met het percentage waarmee het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie vanaf 1 maart 1997 tot en met 31 december 2000 is gestegen. Bij brief van 28 december jl. (Kamerstukken II 2000-2001, 26 352, nr. 35) is een indexering aangekondigd van de griffierechten in civiele en handelszaken. De indexering vindt plaats over dezelfde periode en met hetzelfde percentage. De indexering van griffierechten in civiele en handelszaken wordt in een apart besluit geregeld.

     Ingevolge de artikelen 8:41, vijfde lid, van de Awb, 27b, tweede lid, 29a, vijfde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, 22, zesde lid, van de Beroepswet, 24, zesde lid, van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, 40, zesde lid, van de Wet op de Raad van State van State en 7:67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek kunnen de griffierechten zoals vermeld in voornoemde artikelen worden gewijzigd indien het prijsindexcijfer van de gezinsconsumptie daartoe aanleiding geeft.

     De griffierechten in de Awb, Beroepswet en de Wet op de Raad van State zijn naar aanleiding van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie voor de laatste maal gewijzigd bij Koninklijk besluit van 28 februari 1997, Stb. 1997, 112. Het griffierecht in artikel 7:67 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek is gewijzigd bij Koninklijk besluit van 18 september 1997, Stb. 1997, 421. Nadien zijn de griffierechten in voornoemde wetten generiek verhoogd bij de Wet van 24 december 1998 tot wijziging van de Algemene wet bestuursrecht, de Beroepswet, de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken, het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Wet op de Raad van State, de Wet op de studiefinanciering en de Wet tarieven in burgerlijke zaken ter verhoging van de opbrengst van de griffierechten (verhoging van de opbrengst van griffierechten) (Stb. 1998, 744). Deze wijziging vond echter plaats op andere gronden dan naar aanleiding van het prijsindexcijfer voor de gezinsconsumptie. Derhalve is er aanleiding bij de verhoging van de griffierechten rekening te houden met de ontwikkeling van het prijsindexcijfer vanaf de inwerkingtreding van het hiervoor genoemde Besluit van 28 februari 1997.

     Volgens berekeningen van het Centraal Bureau voor de Statistiek bedragen de consumentenprijsindexcijfers totalen (alle huishoudens, afgeleid), 1995 = 100, voor maart 1997 102,8, voor januari 1999 105,3 en voor december 2000 110,2. Over de periode maart 1997 tot en met januari 1999 is de bedoelde index derhalve met 2,4% gestegen, over de periode januari 1999 tot en met december 2000 met 4,65%. De totale stijging over beide perioden beliep 7,20%. Met deze stijging van het prijsindexcijfer wordt in het besluit aldus rekening gehouden dat elk bedrag aan griffierecht wordt verhoogd met een bedrag dat de som is van de volgende twee componenten:
- 2,4% van het bedrag dat het desbetreffende griffierecht tussen 14 maart 1997 en 15 januari 1999 heeft belopen;
- 4,65% van het bedrag dat het desbetreffende griffierecht sinds 15 januari 1999 heeft belopen.

     Artikel 46 van de Wet op de rechtsbijstand kent in het artikel zelf geen indexeringsbepaling. Indexering van de bedragen in het tweede en derde lid is echter wel mogelijk. In het tweede lid wordt bepaald dat er wordt afgeweken van artikel 8:41, derde lid, onderdeel b en c, van de Algemene wet bestuursrecht. Er wordt echter niet afgeweken van het vijfde lid van artikel 8:41 Awb, zodat indexering van het bedrag in het tweede lid van artikel 46 Wet op de rechtsbijstand mogelijk is. In het derde lid wordt bepaald dat er wordt afgeweken van artikel 40, tweede lid, onderdeel a en b, van de Wet op de Raad van State. Er wordt echter niet afgeweken van het zesde lid van artikel 40 Wet op de Raad van State, zodat indexering van het bedrag in het derde lid van artikel 46 Wet op de rechtsbijstand mogelijk is.

     In artikel 24 Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie (Wbbo) is een regeling opgenomen over het griffierecht bij hoger beroep. De aldaar genoemde bedragen (ƒ300,- en ƒ600,-) kwamen overeen met de bedragen die ook golden voor hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep. Laatstgenoemde bedragen zijn inmiddels verhoogd, door indexering en door een incidentele verhoging ingevolge de Wet van 24 december 1998, Stb. 1998, 744 (verhoging van de opbrengst van griffierechten). Deze indexering en verhoging zijn echter per abuis nog niet doorgevoerd in artikel 24 Wbbo. De verhoging is wel doorgevoerd in artikel 27b Algemene wet inzake rijksbelastingen (Awr), maar per abuis niet in artikel 29a Awr. Via het wetsvoorstel Eerste evaluatiewet Awb (Kamerstukken I, 26 523, nr. 151) wordt dit hersteld.

     In artikel VII is een bepaling opgenomen waarmee wordt voorkomen dat de artikelen 24 Wbbo en 29a Awr opnieuw uit de maat zullen lopen in vergelijking met de griffierechten die, na de indexering tengevolge van dit besluit, voor andere bestuursrechtelijke zaken zullen gelden. Om te voorkomen dat de rechtzoekende en de griffie worden geconfronteerd met twee verhogingen van de griffierechten kort na elkaar, vindt de huidige indexatie van de griffierechten in de artikelen 24 Wbbo en 29a Awr pas plaats wanneer de Eerste evaluatiewet Awb in werking is getreden. Aangezien de Eerste evaluatiewet Awb naar verwachting na 1 januari 2002 in werking zal treden, luiden de bedragen in artikel VII in euro’s.

     In het Besluit van 26 september 2001 tot wijziging van de Wet tarieven in burgerlijke zaken (indexering civiele griffierechten) (Stb. 2001, 455) zijn per abuis een drietal civiele griffierechten niet geοndexeerd. Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om deze omissie in dit besluit te herstellen. Voor een nadere toelichting op de wijze waarop de indexering van de civiele griffierechten heeft plaatsgevonden, wordt hierbij verwezen naar het Besluit van 26 september 2001 tot wijziging van de Wet tarieven in burgerlijke zaken. De Raad van State kan zich met het besluit verenigen.

     Per 1 januari 2002 zal in Nederland de euro de gulden gaan vervangen. De bedragen in dit besluit zijn (met uitzondering van de bedragen in artikel VII) vermeld in guldens, aangezien het de verwachting is dat dit besluit nog vσσr 1 januari 2002 in werking zal treden. Het kabinet heeft besloten dat het wenselijk is de guldenbedragen in de formele wetten om te zetten in eurobedragen. Het daartoe strekkende wetsvoorstel is op 1 november 2001 in het Staatsblad gepubliceerd (Stb. 2001, 481). De bedragen zoals deze na in werking treden van dit besluit in de wet komen te luiden, kunnen niet meer in dit wetsvoorstel worden meegenomen. Er volgt echter nog een veegwet waarin de guldenbedragen die niet konden worden meegenomen in het wetsvoorstel, worden omgezet in euro’s [zie Veegwet euro, red.]. Om een beeld te geven hoe de griffierechten per 1 januari 2002 in euro’s zullen luiden, is hierna een tabel opgenomen. Alle bedragen in euro’s in onderstaande tabel zijn naar beneden afgerond.Ή
 

Wet

Artikel Lid Onderdeel Bedragrinrguldens Bedragrinreuro's
Awb 8:41 3 a ƒv64,00 €|v29,00
Awb 8:41 3 b ƒ241,00 €|109,00
Awb 8:41 3 c ƒ481,00 €|218,00
Bw 22 2 a ƒ182,00 €|v82,00
Bw 22 2 b ƒ364,00 €|165,00
Bw 22 2 c ƒ722,00 €|327,00
Bw 22 3   ƒ722,00 €|327,00

1. In de tabel zijn enkel de voor de socialezekerheidswetgeving relevante wetten opgenomen, red.

 

De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x