|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001,
27 665.
Handelingen II 2000-2001, blz. 5537-5616, 5653-5680, 5693-5727,
5786-5798, 5881-5882, 6056.
Kamerstukken I 2000-2001, 27 665 (340); 2001-2002, 27 665 (38,
38b, 38c, 38d, 38e, 38f, 38g).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 27 november 2001.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 november 2001, Stb.
2001, 625, tot invoering van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen). Inwerkingtreding:
1 januari 2002 (Stb. 2001, 682).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen en enkele daarmee samenhangende onderwerpen te
regelen, zulks onder intrekking van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997, de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en de wetten ter invoering van
die wetten;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden
en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Definities
Art.
1. Algemene begrippen
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
b. Raad voor werk en inkomen: de
Raad voor werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 3 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
c. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
d. Centrum voor werk en
inkomen: een Centrum voor werk en inkomen als bedoeld in
artikel 24
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
e. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
f. Sociale
verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
g. Raad van bestuur: een
Raad van bestuur als bedoeld in artikel 3 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
h. Raad van advies: een
Raad van advies als bedoeld in artikel 3 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
i. het College van
toezicht sociale verzekeringen: het College van toezicht sociale
verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 2 van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet;
j. Landelijk instituut
sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 zoals
deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet;
k. uitvoeringsinstelling:
een uitvoeringsinstelling als bedoeld in artikel 41 van de
Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet;
l.
Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en de daartoe
behorende organen, genoemd in hoofdstuk 2 van de Arbeidsvoorzieningswet
1996 zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet.
HOOFDSTUK
2
Overgangsrecht
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997
Art. 2.
Intrekking
wetten
-1. De Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 en de Invoeringswet Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 worden ingetrokken.
-2. Voor de verschillende
artikelen of onderdelen van de artikelen van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en de Invoeringswet Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 kan bij koninklijk besluit het tijdstip waarop deze vervallen verschillend worden gesteld.
Art. 3.
Handhaving
Sociale Verzekeringsbank
-1. De Sociale Verzekeringsbank, genoemd in
artikel 17 van
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997, zoals deze luidde op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, wordt als rechtspersoon
gehandhaafd en is de Sociale verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-2. De artikelen
18, 19,
eerste, derde en vierde lid, 20, 22,
23 en 24 van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 en de op grond daarvan gestelde regels, zoals
deze luidden op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet, blijven tot 1 januari 2003 van toepassing, met dien verstande dat de
periode van benoeming van leden en plaatsvervangende leden van het bestuur
zich niet langer dan tot 1 januari 2003 kan uitstrekken.
Art. 4.
Overgang
vermogensbestanddelen van Lisv naar UWV
-1. Alle
vermogensbestanddelen van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen gaan over
op het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, zonder dat daarvoor een
akte of betekening nodig is.
-2. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Algemeen Werkloosheidsfonds en op
grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Algemeen
Werkloosheidsfonds dat op grond van artikel 103 van de Werkloosheidswet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
afzonderlijk wordt
beheerd en geadministreerd.
-3. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds
en op grond van het
eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds dat op grond van artikel 72 van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd
en geadministreerd.
-4. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van de Arbeidsongeschiktheidskas
en op grond van het
eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van de Arbeidsongeschiktheidskas die op grond van
artikel 73
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-5. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen en op grond
van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van de
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen dat op grond van artikel
78 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
afzonderlijk wordt
beheerd en geadministreerd.
-6. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds
jonggehandicapten en op grond van het eerste lid overgaan, gaan
deel uitmaken van het Arbeidsongeschiktheidsfonds jonggehandicapten dat op
grond van artikel 63 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt beheerd
en geadministreerd.
-7. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Reïntegratiefonds en op
grond van het
eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Reïntegratiefonds
dat op grond van artikel 41 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-8. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van een wachtgeldfonds en op grond van het
eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het wachtgeldfonds dat voor het desbetreffende onderdeel van het
bedrijfs- en beroepsleven
dat op grond van artikel 102 van de Werkloosheidswet door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen afzonderlijk wordt
beheerd en geadministreerd.
-9. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Uitvoeringsfonds voor de
overheid en op
grond van het eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Uitvoeringsfonds voor de overheid dat op grond
van artikel 104 van de Werkloosheidswet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
afzonderlijk wordt beheerd en geadministreerd.
-10. De
vermogensbestanddelen die deel uitmaken van het Toeslagenfonds en op grond van het
eerste lid overgaan, gaan deel uitmaken van het Toeslagenfonds dat op
grond van artikel 31 van de Toeslagenwet door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen wordt beheerd en
geadministreerd.
Art. 5.
Overgang
vermogensbestanddelen van uitvoeringsinstellingen
naar UWV
Alle
vermogensbestanddelen van de uitvoeringsinstellingen gaan over op het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, zonder dat
daarvoor een akte of betekening nodig is.
Art. 6.
Overgang
vermogensbestanddelen van stichting VUWV naar UWV
Alle
vermogensbestanddelen van de stichting, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het
Besluit voorwaarden erkenning uitvoeringsinstelling, gaan over op het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, zonder
dat daarvoor een akte of betekening nodig is.
Art. 7.
Overgang
vermogensbestanddelen van Ctsv naar Staat (SZW)
Alle
vermogensbestanddelen van het College van toezicht sociale
verzekeringen gaan over
op de Staat (ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid), zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is.
Art. 8.
Overdrachtsbelasting inschrijving openbare registers
-1. Met betrekking tot de
ingevolge de artikelen 4, 5, 6 en
7 overgaande vermogensbestanddelen die
in openbare registers te boek zijn gesteld, zal verandering van de
tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de bewaarders van die
registers. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister aan de bewaarders van de desbetreffende
registers gedaan.
-2. Ter zake van de in de
artikelen 4, 5, 6 en 7 bedoelde overgang van vermogensbestanddelen
blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
Art. 9.
Overgang
publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van Lisv en uvi’s naar
UWV
-1. De publiekrechtelijke
rechten en verplichtingen van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen en de
uitvoeringsinstellingen gaan over op
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen voor zover in deze wet of de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet anders is bepaald.
-2. Een besluit dat door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen of namens dit instituut door
een uitvoeringsinstelling is genomen, geldt als een besluit van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-3. Een tot het Landelijk
instituut sociale verzekeringen of een uitvoeringsinstelling gericht verzoek om een
besluit te nemen, wordt beschouwd als te zijn
gericht tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art. 10.
Overgang
publiekrechtelijke rechten en verplichtingen van Ctsv
naar Minister van SZW
-1. De publiekrechtelijke
rechten en verplichtingen van het College van toezicht sociale
verzekeringen gaan over op Onze Minister
voor zover in deze wet of de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet anders is bepaald.
-2. Een besluit van het
College van toezicht sociale verzekeringen geldt als een besluit van Onze
Minister.
-3. Een tot het College
van toezicht sociale verzekeringen gericht verzoek om een besluit te
nemen,
wordt beschouwd als te zijn gericht tot Onze Minister.
Art. 11.
Partijvervanging van Lisv en beroepstermijn
-1. In civielrechtelijke
en bestuursrechtelijke gedingen waarin het Landelijk instituut sociale
verzekeringen partij is, treedt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in zijn plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en
met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een
gemachtigde.
-2. Beroep waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen open gedurende het
resterende gedeelte van de beroepstermijn.
Art. 12.
Partijvervanging van uvi’s en beroepstermijn
-1. In civielrechtelijke
en bestuursrechtelijke gedingen waarin een uitvoeringsinstelling partij is, treedt het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in haar plaats, zonder
dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing
van een gemachtigde.
-2. Beroep waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen open gedurende het
resterende gedeelte van de beroepstermijn.
Art. 13.
Partijvervanging van Ctsv in civielrechtelijke gedingen
In civielrechtelijke
gedingen waarin het College van toezicht sociale
verzekeringen partij is,
treedt de Staat (ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid) in zijn
plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met
overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een
gemachtigde.
Art. 14.
Partijvervanging Ctsv in bestuursrechtelijke gedingen en beroepstermijn
-1. In bestuursrechtelijke
gedingen waarin het College van toezicht sociale
verzekeringen partij is, treedt Onze Minister in zijn plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van aanwijzing
van een gemachtigde.
-2. Beroep waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
Onze Minister open gedurende het resterende gedeelte van
de beroepstermijn.
Art. 15.
Beëindiging
gedingen
Indien de toepassing van
dit hoofdstuk tot gevolg heeft dat in een geding eiser en gedaagde
samenvallen, wordt dat geding tussen die partijen van rechtswege beëindigd.
Art. 16.
Beëindiging bezwaarschriftprocedures
Indien de toepassing van
dit hoofdstuk tot gevolg heeft dat in een bezwaarschriftprocedure
de indiener van het bezwaarschrift en het bestuursorgaan dat het
bestreden besluit heeft genomen, samenvallen, wordt die
bezwaarschriftprocedure tussen hen van rechtswege
beëindigd.
Art. 17.
Overgang van bezwaarschriftprocedures van Lisv naar UWV
-1. Bij het Landelijk instituut sociale
verzekeringen aanhangige bezwaarschriften gaan, in de stand waarin
zij zich bevinden, over naar het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-2. Bezwaar waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen open gedurende het
resterende gedeelte van de bezwaartermijn.
Art. 18.
Overgang van bezwaarschriftprocedures van Ctsv naar Minister van SZW
-1. Bij het College van toezicht sociale
verzekeringen aanhangige bezwaarschriften gaan, in
de stand waarin zij zich bevinden, over naar Onze Minister.
-2. Bezwaar waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
Onze Minister open gedurende het resterende gedeelte van
de bezwaartermijn.
Art. 19.
Ontslag
bestuursleden
-1. Aan de leden van het College van toezicht sociale
verzekeringen die op de dag voorafgaand aan
de datum van inwerkingtreding van deze wet die functies bekleden, wordt met ingang van die datum ontslag verleend.
-2. Aan de voorzitter, de
leden en de plaatsvervangende leden van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen die op de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van deze wet die functies bekleden, wordt
met ingang van die datum
ontslag verleend.
-3. Aan de voorzitter, de
leden en de plaatsvervangende leden van de Sociale verzekeringsbank
die op 31 december 2002 die functies bekleden, wordt met ingang van 1
januari 2003 ontslag verleend.
Art. 20.
Rechtspositionele aanspraken bestuursleden
De door Onze Minister op
grond van de artikelen 7, 22 en
35 van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 gestelde regels blijven na de inwerkingtreding van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen van kracht voor
zolang daaraan door de in artikel 19 bedoelde functionarissen
aanspraken kunnen worden ontleend.
Art. 21.
Overgang
personeel Lisv en uvi’s
De rechten en
verplichtingen van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen die voortvloeien uit de
arbeidsovereenkomsten met hun werknemers, daaronder begrepen die
welke voortvloeien uit een toezegging omtrent pensioen als bedoeld in artikel 1 van de
Pensioen- en
spaarfondsenwet,
gaan over op het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 22.
Overgang
personeel Ctsv
-1. De werknemers die op
de dag voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in dienst zijn
van het College van toezicht sociale
verzekeringen, worden met ingang van de
dag van inwerkingtreding van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen als ambtenaar in dienst van het Rijk aangesteld.
Daarbij worden hun arbeidsvoorwaarden zoveel mogelijk op een gelijk
niveau gesteld met de arbeidsvoorwaarden die verbonden waren aan hun
dienstbetrekking bij het College van toezicht sociale verzekeringen.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het eerste lid.
Art. 23.
Opheffing
commissies
-1. Commissies als bedoeld
in de artikelen 9 en 37 van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997 worden opgeheven.
-2. Commissies als bedoeld
in artikel 24 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 worden
opgeheven per 1 januari 2003.
Art. 24.
Overgang
lagere regelgeving
-1. Ministeriële
regelingen op grond van de artikelen 28, zesde lid,
67, zesde en zevende lid, 68,
tweede lid, 70, tweede lid, 71,
71a, derde lid, en 94, eerste lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 berusten met ingang van de datum
van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen op de artikelen 35, vijfde lid,
51, zesde en zevende lid, 51,
tweede lid, 52, tweede lid, 53 en
77, eerste lid, van die
wet.
-2. De Regeling
reservevorming wachtgeldfondsen op grond van artikel 72 van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997 berust, met uitzondering van de
bijlage bij die regeling, met ingang van de datum van inwerkingtreding van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen op artikel
51,
achtste lid, van die wet.
Art. 25.
Overgang
regelgevende bevoegdheden
-1. Regelingen van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond van de artikelen 52 en
54
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gelden met ingang
van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen als regelingen van het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond van de artikelen
97l en 97n van de Werkloosheidswet.
-2. De ministeriële
regeling waarbij het bedrijfs- en beroepsleven wordt ingedeeld op grond van
artikel 51, eerste lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997 geldt met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen als een regeling op grond
van artikel 97k van de Werkloosheidswet.
Art. 26.
Overgang
toestemmingen, verplichtingen en opdrachten in verband met andere taken
-1. Toestemming verleend
aan een uitvoeringsinstelling of aan de Sociale verzekeringsbank
op grond van artikel 50, eerste lid, of artikel
25, derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997 wordt
aangemerkt als
goedkeuring van een daartoe strekkend besluit van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank,
op grond van artikel 13 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
-2. Verplichtingen
opgelegd aan een uitvoeringsinstelling of aan de Sociale verzekeringsbank
op grond van artikel 50, tweede lid, of artikel
25, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997 worden
aangemerkt als verplichtingen opgelegd aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
onderscheidenlijk de Sociale verzekeringsbank, op grond van artikel
13,
tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
-3. De door Onze Minister
op grond van artikel 25, eerste lid, onderdeel f, of
artikel 38, eerste
lid, onderdeel k, van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 aangewezen algemene maatregelen van bestuur en
ministeriële regelingen
waarvan de uitvoering is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank,
onderscheidenlijk het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, worden
aangemerkt als algemene maatregelen van bestuur en ministeriële
regelingen waarvan de uitvoering op grond van artikel
34, eerste lid,
onderdeel f, of artikel 30, eerste lid, onderdeel i, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is opgedragen aan de Sociale verzekeringsbank, onderscheidenlijk het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
HOOFDSTUK
3
Overgangsrecht
Arbeidsvoorzieningswet 1996
Art. 27.
Intrekking
wetten
-1. De
Arbeidsvoorzieningswet 1996 en de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 worden ingetrokken.
-2. Voor de verschillende
artikelen of onderdelen van de artikelen van de Arbeidsvoorzieningswet
1996 en de Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet
1996 kan bij koninklijk besluit het tijdstip waarop deze vervallen
verschillend worden vastgesteld.¹
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld voor de gevolgen van de toepassing van het tweede lid, waarbij zo nodig kan
worden afgeweken van dit hoofdstuk.
1. Zie artikel
2,
onderdeel a, van het Besluit van 13
december 2001, Stb. 2001, 682, red.
Art. 28.
Overgang
vermogen
-1. Alle
vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gaan over op
de Centrale
organisatie werk en inkomen, zonder dat daarvoor een akte of betekening nodig is.
-2. Met betrekking tot de
ingevolge dit artikel overgaande vermogensbestanddelen die in openbare registers
te boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die registers plaatsvinden door de
bewaarders van die
registers. De daartoe benodigde opgaven worden door de zorg van Onze Minister
aan de bewaarders van de desbetreffende registers gedaan.
-3. Ter zake van de in dit
artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van
overdrachtsbelasting achterwege.
Art. 29.
Overgang
publiekrechtelijke rechten en verplichtingen, besluiten
en aanvragen
-1. De publiekrechtelijke
rechten en verplichtingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie gaan over op de
Centrale
organisatie werk en inkomen voor zover op
grond van deze wet of de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen niet
anders is bepaald.
-2. Een besluit van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie geldt als een besluit van de Centrale
organisatie werk en inkomen.
-3. Een tot de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie gericht verzoek om een besluit te nemen, geldt
als te zijn gericht tot de Centrale organisatie werk en inkomen.
Art. 30.
Partijvervanging en beroepstermijn
-1. In civielrechtelijke
en bestuursrechtelijke gedingen waarin de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
partij is, treedt de Centrale
organisatie werk en inkomen in haar
plaats, zonder dat daarvoor een betekening nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk
aanwijzing van een gemachtigde.
-2. Beroep waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
de Centrale organisatie werk en inkomen open gedurende het resterende gedeelte van de beroepstermijn.
Art. 31.
Overgang van
bestuursrechtelijke procedures
De bij het College van
Beroep voor het bedrijfsleven aanhangige zaken betreffende besluiten van
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, de
Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
en de Wet allocatie arbeidskrachten door
intermediairs gaan van rechtswege, in de stand waarin zij zich bevinden,
over naar de rechtbank die bij toepassing van artikel 8:7 van de
Algemene wet bestuursrecht bevoegd zou zijn geweest het beroep te behandelen.
Art. 32.
Overgang
bezwaarschriften en bezwaartermijn
-1. Bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie aanhangige bezwaarschriften gaan, in de stand waarin
zij zich bevinden, over naar de Centrale
organisatie werk en inkomen.
-2. Bezwaar waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
de Centrale organisatie werk en inkomen open gedurende het resterende gedeelte van de bezwaartermijn.
Art. 33.
Ontslag
functionarissen
Aan de voorzitter, de
plaatsvervangend voorzitters, de leden en de plaatsvervangende leden
van het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening en van de
Regionale
Besturen voor de Arbeidsvoorziening die op de dag voorafgaande aan
de datum van inwerkingtreding van deze wet die functies bekleden,
wordt met ingang van die datum ontslag verleend.
Art. 34.
Overgang
personeel
De rechten en
verplichtingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die voortvloeien uit de
arbeidsovereenkomsten met haar werknemers, daaronder begrepen die
welke voortvloeien uit een toezegging omtrent pensioen als bedoeld in
artikel 1 van de Pensioen-
en spaarfondsenwet, gaan over op de Centrale
organisatie werk en inkomen.
Art. 35.
Regelingen op
grond van de artikelen 75 en 77 van de Arbeidsvoorzieningswet
1996
-1. De regelingen van het
Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening op grond van artikel 75,
onderscheidenlijk artikel 77, tweede volzin, van de Arbeidsvoorzieningswet
1996 gelden met ingang van de datum van inwerkingtreding van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen als regelingen
van de Centrale
organisatie werk en inkomen op grond van artikel
25,
derde lid, onderscheidenlijk artikel 25, tweede lid, tweede volzin, van die
wet.
-2. Een termijn als
bedoeld in artikel 75 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 die is
aangevangen vóór de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen wordt voor de
toepassing van artikel 25, vierde lid, onderdeel b, van laatstgenoemde wet van het tijdstip van
aanvang af aangemerkt als termijn als bedoeld in laatstgenoemde bepaling.
Art. 36.
Registratie
als werkzoekende
De registratie als
werkzoekende op grond van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 wordt met ingang van
de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen aangemerkt als
registratie als
werkzoekende op grond van die wet.
Art. 37.
Goedkeuring
deelnemingen en geldleningen
Verzoeken om goedkeuring
als bedoeld in artikel 10, onderscheidenlijk artikel 66 van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996, waaromtrent door Onze Minister
nog niet is
beslist, worden aangemerkt als verzoeken om goedkeuring op grond van
artikel 6, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel d, van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen. Ten aanzien van
zodanige verzoeken wordt alsnog artikel 3, zesde lid, van die wet
toegepast. In dat geval vangt de termijn van dertien weken, bedoeld in artikel
10:31 van de Algemene wet bestuursrecht, aan na de laatst bedoelde verzending ter goedkeuring.
Art. 38.
Overgangsbepalingen overgang verantwoordelijkheid arbeidsgehandicapten
-1. In afwijking van
artikel 29 geldt een besluit van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van artikel 4,
tweede lid, en artikel 81a van de Arbeidsvoorzieningswet
1996 als een besluit van de gemeente waarin de arbeidsgehandicapte,
bedoeld in die artikelen van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, woonachtig is, op
grond van artikel 13a en 13b
van de Wet inschakeling
werkzoekenden.
-2. Een tot de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie gericht verzoek om een besluit te nemen als
bedoeld in het eerste lid geldt als te zijn gericht tot de gemeente, bedoeld
in het
eerste lid.
-3. In afwijking van
artikel 32 gaat de behandeling van bezwaarschriften met betrekking tot de
besluiten, bedoeld in het eerste lid, over naar de daar bedoelde gemeente en
staat bij die gemeente bezwaar open tegen die besluiten gedurende het resterende gedeelte van de bezwaartermijn
die vóór de
inwerkingtreding van deze wet is aangevangen.
-4. In afwijking van
artikel 29 treedt de gemeente, bedoeld in het eerste lid, in de plaats van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke
gedingen waarin de Arbeidsvoorzieningsorganisatie partij is en die verband
houden met de uitvoering van de artikelen van de Arbeidsvoorzieningswet 1996, bedoeld in het eerste lid, zonder dat
daarvoor een betekening
nodig is en met overneming van procureurstelling onderscheidenlijk aanwijzing van een gemachtigde.
-5. Beroep waarvoor de
termijn is aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze wet staat voor
de in het eerste lid bedoelde gemeente open gedurende het resterende gedeelte van de beroepstermijn.
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de overgang van werknemers
van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar gemeenten, in afwijking van artikel
34, in verband met de overgang van
verantwoordelijkheden,
bedoeld in dit artikel.
Art. 39.
Bijzondere
overgangsbepalingen in verband met verzelfstandiging van onderdelen van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie
-1. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat in afwijking
van artikel 28 vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
die worden toegerekend aan de uitvoering van in die maatregel genoemde taken of het verrichten van
bepaalde diensten
overgaan op bij die maatregel aan te wijzen rechtspersonen dan wel op de Staat.
-2. Artikel 28, derde lid,
30, eerste lid, en artikel 34 zijn ten aanzien van de overgang, bedoeld in
het eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
-3. Bij of krachtens de
maatregel, bedoeld in het eerste lid, kunnen regels worden gesteld
voor de overgang van personeel, de gegevensoverdracht en de waardering van de
vermogensbestanddelen.
Art. 40.
Ontslagbescherming werknemers van de Centrale organisatie werk en inkomen
-1. De
arbeidsovereenkomsten van personeelsleden die in dienst zijn van de Centrale
organisatie werk en inkomen kunnen door die organisatie niet worden opgezegd
zonder voorafgaande toestemming van de ontslagcommissie, bedoeld
in artikel 41.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing indien de opzegging geschiedt om een dringende aan de
werknemer onverwijld meegedeelde reden dan wel indien de opzegging
geschiedt met wederzijds goedvinden.
-3. Een opzegging in
strijd met het tweede lid is vernietigbaar. De werknemer kan binnen twee
maanden na de opzegging een beroep doen op deze vernietigingsgrond. Artikel 55 van
Boek 3 van het Burgerlijk
Wetboek is niet van toepassing.
-4. Een rechtsvordering in
verband met de vernietiging verjaart door verloop van zes maanden
na de dag waartegen is opgezegd.
-5. De Centrale
organisatie werk en inkomen kan niet opzeggen gedurende de tijd dat de
werknemer ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens
ziekte, tenzij de ongeschiktheid een aanvang heeft genomen nadat het
voornemen van die organisatie tot opzegging van de arbeidsovereenkomst ter
toetsing aan de ontslagcommissie, bedoeld in artikel 41, is voorgelegd
en door die commissie is ontvangen. Van de eerste volzin kan slechts
worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of
namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
-6. Indien de toestemming,
bedoeld in het eerste lid, is verleend, wordt de door de Centrale
organisatie werk en inkomen in acht te nemen termijn van opzegging verkort
met één maand, met dien verstande dat de resterende termijn van
opzegging ten minste één maand bedraagt. Van de eerste volzin kan slechts
worden afgeweken bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of
namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan.
Art. 41.
Ontslagcommissie
-1. Er is een ontslagcommissie, die tot taak heeft voornemens van de Centrale
organisatie werk en inkomen tot opzegging van de arbeidsovereenkomsten, bedoeld in
artikel 40, te
toetsen, alvorens toestemming voor de voorgenomen opzegging
te verlenen.
-2. Bij de toetsing
ingevolge het eerste lid neemt de ontslagcommissie de door Onze Minister
krachtens artikel 6, derde lid, van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 gestelde regels in acht.
-3. De ontslagcommissie
bestaat uit drie leden, die door Onze Minister worden benoemd. Eén lid
wordt benoemd op voordracht van de Centrale organisatie werk en inkomen, één lid op voordracht van de organisaties
die representatief zijn
voor de bij de Centrale organisatie werk en inkomen werkzame werknemers en
één lid, tevens voorzitter, op gezamenlijke voordracht van de
Centrale organisatie werk en inkomen en genoemde organisaties.
-4. Onze Minister benoemt
voor ieder van de leden een plaatsvervanger. De tweede volzin van het
derde lid is daarbij van overeenkomstige toepassing.
-5. De benoeming van de
leden en plaatsvervangende leden geschiedt voor de tijd van ten
hoogste vier jaren. De aftredende leden en plaatsvervangende leden zijn terstond
herbenoembaar.
-6. Aan een lid of
plaatsvervangend lid wordt door Onze Minister tussentijds ontslag verleend:
a. bij verlies van de
hoedanigheid of beëindiging van de functie in verband waarmee de
benoeming heeft plaatsgevonden;
b. op eigen verzoek.
-7. De ontslagcommissie
regelt, met inachtneming van de regels, bedoeld in het tweede
lid, zelf haar werkwijze.
-8. De Centrale
organisatie werk en inkomen regelt de aanwezigheidsvergoeding van de voorzitter alsmede
de vergoeding voor reis- en verblijfkosten van de
leden en plaatsvervangende leden. Het voorziet tevens in het
secretariaat van de ontslagcommissie.
Art. 42.
Overgang
ontslagbescherming
-1. De commissie die is
ingesteld op grond van artikel 43 van de Arbeidsvoorzieningswet
1996 wordt gehandhaafd en geldt met ingang van de datum van
inwerkingtreding van de artikelen 40 en 41 als commissie, bedoeld in
artikel 41, en behandelt de vóór die datum bij eerstgenoemde commissie
ingediende verzoeken om toestemming van een voorgenomen opzegging
van een arbeidsovereenkomst.
-2. De artikelen 40 en 41
zijn van toepassing totdat in een collectieve arbeidsovereenkomst een
regeling betreffende toestemming van een voorgenomen opzegging van
een arbeidsovereenkomst van het personeel van de Centrale
organisatie werk en inkomen is opgenomen.
-3. Indien twee jaar na
inwerkingtreding van de artikelen 40 en 41 de in het tweede lid bedoelde
collectieve arbeidsovereenkomst niet tot stand is gekomen dan wel in die
collectieve arbeidsovereenkomst een dergelijke regeling niet is
opgenomen, vervallen genoemde artikelen en wordt aan de zittende leden ontslag
verleend.
-4. Verzoeken om
toestemming van een voorgenomen opzegging van een arbeidsovereenkomst
waaromtrent op de dag waarop de artikelen 40 en 41 overeenkomstig het
derde lid vervallen door de in die artikelen bedoelde ontslagcommissie
nog niet is beslist, worden met inachtneming van het daaromtrent in
die artikelen bepaalde afgehandeld, doch uiterlijk binnen zes maanden na die
dag.
-5. De ontslagcommissie
blijft in stand voor zolang dat in verband met de toepassing van het
vierde lid noodzakelijk is.
-6. Uiterlijk met ingang
van de dag gelegen zes maanden na de datum, bedoeld in het derde lid,
wordt aan de leden en de plaatsvervangende leden van de ontslagcommissie ontslag verleend.
HOOFDSTUK
4
Wijziging
van andere wetten
§
1. Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Art.
43. Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In de artikelen 11, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid,
16,
zesde en tiende lid, 17b, vierde lid,
22, eerste lid, 22a, eerste en
tweede lid, 22b, eerste lid, 23, tweede zin,
25, 26, eerste lid,
onderdeel c, h en j, en tweede lid, 27, eerste, tweede, derde, vijfde en
zesde lid, 27a, eerste, derde, vierde en vijfde lid,
27b, eerste,
tweede, derde, vierde en vijfde lid, 27c, tweede lid,
27d, derde lid,
27e, eerste lid, 27g, derde en zevende lid,
28, eerste en tweede lid, 30, eerste en tweede lid,
31, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde
lid, 32, 33, eerste, tweede en derde lid,
35a, 35b, vijfde lid,
36,
eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid, 36a, tweede lid,
38,
tweede lid, 39, eerste en tweede lid, 52j, eerste lid,
53, eerste en
tweede lid, 54, derde lid, 56a,
58, eerste lid, onderdeel b, en derde
lid, 59, 63, eerste en tweede lid,
64, 66, eerste en tweede lid,
69, 74,
eerste, tweede, derde en zesde lid, 76, eerste lid,
77, eerste en tweede
lid, 78a, derde lid, 80,
81, tweede lid, 83, eerste lid,
85, eerste en
zesde lid, 86, tweede lid, 89, onderdeel b, c, e, f en
h, 90, eerste
lid, onderdeel e, tweede en vierde lid, 92, onderdeel d, e,
f, h en i, 93, 94,
95, eerste lid, 97b, eerste lid, aanhef en onder b, tweede,
derde en tiende lid, 97c, eerste, derde en vijfde lid,
97d, derde lid,
aanhef en onder b, 97e, 97f, onderdeel d en
j, 97h, eerste lid, 101, eerste lid,
103, 104, 129,
130, eerste, derde, en vierde lid,
onderdeel a, en zesde lid, 130a, vierde lid,
130b, eerste en vierde lid,
130c, eerste, derde, vierde en vijfde lid en 135a
wordt
"Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
B.
In de artikelen 27g, derde lid, en 92, onderdeel i, wordt
"Sociale
Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
C.
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt vervangen door:
b.
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
2. De onderdelen c en d vervallen.
3. De onderdelen e, f en g worden
verletterd tot onderdelen c, d en e.
4. Onderdeel h wordt vervangen door:
f. sector: een sector als bedoeld in artikel 97k;.
5. De onderdelen i en j worden verletterd
tot onderdelen g en h.
D.
Artikel 16, zevende lid, wordt vervangen door:
-7. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent de
berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in het tweede lid. Deze
regels hebben betrekking op:
a. de gelijkstelling van uren waarin geen arbeid is verricht met
arbeidsuren en het buiten beschouwing laten van uren waarin arbeid is
verricht;
b. de berekening van het verlies van arbeidsuren met betrekking
tot wisselende arbeidspatronen.
E.
Artikel 17a, vierde lid, wordt vervangen door:
-4. Bij ministeriële regeling kunnen, zo nodig in afwijking van het
tweede lid, regels worden gesteld omtrent de berekening van het in
artikel 17, onderdeel a, bedoelde aantal van 26 weken. Deze regels
hebben betrekking op:
a. de gelijkstelling van weken waarin geen arbeid
is verricht in de dienstbetrekking waaruit de werknemer werkloos is
geworden met weken als bedoeld in artikel 17, onderdeel a;
b. het meer
keren in aanmerking nemen van weken waarin arbeid is verricht.
F.
Artikel 18, tweede lid, wordt vervangen door:
-2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld op grond
waarvan ten aanzien van één of meer bepaalde groepen werknemers voor de
toepassing van het eerste lid, in afwijking van artikel
16, eerste lid,
ook als werkloos wordt beschouwd de werknemer die minder dan vijf
arbeidsuren per kalenderweek heeft verloren, alsmede het recht op
onverminderde doorbetaling van zijn loon over die uren.
G.
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het vijfde lid wordt vervangen door:
-5. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld:
a. met betrekking tot het begrip vakantie genieten, bedoeld in
het eerste lid, onderdeel k;
b. met betrekking tot de vaststelling van de periode gedurende
welke de werknemer, in afwijking van het eerste lid, onderdeel k, met
behoud van zijn recht op uitkering vakantie kan genieten;
c. met betrekking tot het buiten aanmerking laten van
vakantiebonnen en daarmee overeenkomende aanspraken, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel e.
2. Het zesde lid wordt vervangen door:
-6. Het eerste lid, onderdeel l, blijft buiten toepassing in door
Onze Minister aan te wijzen bijzondere gevallen.
H.
Artikel 20, zesde lid, wordt vervangen door:
-6. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent:
a. de berekening van het aantal arbeidsuren, bedoeld in het derde
en vierde lid, ter zake waarvan het recht op uitkering eindigt. Deze
regels hebben betrekking op:
1º. het buiten beschouwing laten van uren waarin arbeid wordt verricht
en de gelijkstelling van uren waarin geen arbeid is verricht met uren
waarin arbeid wordt verricht;
2º. de berekening van
het aantal arbeidsuren met betrekking tot wisselende arbeidspatronen;
b. het geheel of
gedeeltelijk eindigen van een recht op uitkering bij samenloop van uitkeringen
op grond van dit hoofdstuk.
I.
Artikel 21, vierde lid,
wordt vervangen door:
-4. Bij ministeriële
regeling kan worden geregeld dat het derde lid buiten toepassing blijft voor
categorieën van werknemers.
J. [MvT]
Artikel 22 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Een aanvraag is
gericht tot het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en wordt overeenkomstig
artikel 28 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen ingediend bij de Centrale
organisatie werk en inkomen. Na de overdracht van de aanvraag door de Centrale organisatie werk
en inkomen aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
ingevolge artikel 28, derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
2. Er worden twee leden
toegevoegd, luidende:
-5. Indien het een
aanvraag betreft tot toekenning van een uitkering op grond van artikel 18 of
artikel 61 dan wel van uitkering die verband houdt met een verleende
ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het tweede lid, de
aanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-6. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat categorieën
van aanvragen om uitkering, in afwijking van het tweede lid en artikel
26,
eerste lid, onderdeel b, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
in plaats van de Centrale organisatie werk en inkomen worden ingediend.
K. [MvT]
Artikel 26 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
als volgt gewijzigd:
a. In de onderdelen a en
b wordt de zinsnede "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
vervangen door: de Centrale
organisatie werk en inkomen.
b. Onderdeel d wordt
vervangen door:
d. zich als werkzoekende
bij de Centrale organisatie werk en inkomen te laten registreren en die
registratie tijdig te doen verlengen indien hem daartoe het recht toekomt
op grond van artikel 25, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
c. Onderdeel e wordt
vervangen door:
e. mee te werken aan de
activiteiten die bevorderlijk zijn voor zijn inschakeling in de
arbeid, bedoeld in artikel 69, en de hoofdstukken VI en
Xa;.
d. Onderdeel f wordt
vervangen door:
f. mee te werken aan een
scholing of opleiding die noodzakelijk wordt geacht voor zijn
inschakeling in de arbeid, beschikbaar te zijn voor de voorzieningen van de
Wet
inschakeling werkzoekenden en mee te werken aan het verkrijgen van
die voorzieningen;.
2. Er worden twee leden
toegevoegd, luidende:
-4. Indien het een
aangifte van werkloosheid betreft als bedoeld in artikel 18 of
artikel 61
dan wel aangifte van werkloosheid die verband houdt met een verleende
ontheffing op grond van artikel 8, derde lid, van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van het eerste lid,
onderdeel a, de aangifte gedaan bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-5. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat categorieën
van aangiften van werkloosheid, in afwijking van het eerste lid, onderdeel
a, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in plaats van de
Centrale
organisatie werk en inkomen worden gedaan.
L. [MvT
+ bis]
Artikel 27 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt
de zinsnede "de verplichting bedoeld in artikel
89, vierde lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door: de
verplichtingen, bedoeld in artikel 28, tweede lid,
29, eerste lid, of 55, tweede
lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. In het vijfde lid
wordt na het woord "Indien" in de eerste zin een zinsnede ingevoegd,
luidende: het niet nakomen van de verplichting, bedoeld in artikel
28,
tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen, of.
3. Het achtste lid wordt
vervangen door:
-8. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het derde en vierde lid.
M. [MvT]
Artikel 27a wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "de verplichting bedoeld in artikel 25" vervangen door: een
verplichting als bedoeld in artikel 25 van deze wet of
artikel 28, tweede lid,
of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. In het derde lid wordt "de verplichting, bedoeld in artikel
25" vervangen door: een
verplichting als bedoeld in artikel 25 van deze wet of
artikel 28, tweede lid,
of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
N.
Artikel 27c, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste
lid.
O. [MvT]
Artikel 29 komt te
luiden:
Art. 29.
-1. Bij een besluit tot
toekenning van de uitkering wordt, in een bijlage, mededeling gedaan van de
rechten en plichten van de werknemer die verband houden met de toekenning van de uitkering.
-2. Bij een besluit tot
herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening
en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de werknemer.
Voorts wordt, indien
daarvoor aanleiding bestaat, in deze bijlage nogmaals mededeling
gedaan van de eerder aan de uitkering verbonden rechten en plichten,
bedoeld in het eerste lid.
-3. Indien het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ter uitvoering van de taak,
bedoeld in artikel 72, ten behoeve van de werknemer die recht
heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of
IIb een plan heeft opgesteld
of heeft laten opstellen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot
inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit plan opgenomen in een
bijlage bij het besluit tot toekenning of herziening van de uitkering.
-4. De werknemer tekent,
indien een plan als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld, een
exemplaar van de bijlage, bedoeld in het derde lid, of, indien een dergelijk
plan niet wordt opgesteld, een exemplaar van de bijlage, bedoeld in het eerste en tweede lid, voor gezien en verstrekt dit
aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. De bijlage wordt tevens getekend door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
P.
In artikel 30, tweede
lid, onderdeel c, wordt "26" vervangen door:
26 van deze wet of de
artikelen 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
Q.
In artikel 31, eerste
lid, wordt "26" vervangen door: 26 van deze wet of de artikelen
28, tweede
lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
R.
Artikel 36b wordt
vervangen door:
Art. 36b.
Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de artikelen 36 en
36a.
S.
Artikel 37 vervalt.
T. [MvT]
Artikel 45 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het derde lid vervalt.
2. In het vierde lid
vervalt de zinsnede "en derde".
U.
Artikel 52d, vijfde lid,
wordt vervangen door:
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het geheel
of gedeeltelijk eindigen van rechten op loongerelateerde
uitkering en vervolguitkering enerzijds en op kortdurende uitkering
anderzijds, bij samenloop van deze rechten.
V.
Artikel 54, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Het verzoek om
toelating tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt ingediend bij het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
W.
In artikel 55 vervalt,
onder het gelijktijdig vervallen van de aanduiding "-2." voor het tweede
lid, het eerste lid.
X. [MvT]
Hoofdstuk V met artikel
69 vervalt.
Y. [MvT]
Artikel 72 wordt
vervangen door:
Art. 72.
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft tot taak de inschakeling
in de arbeid
te bevorderen van werknemers die recht op uitkering hebben op grond van hoofdstuk
IIa of IIb.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur kan onder in die algemene maatregel van bestuur
vastgestelde voorwaarden worden bepaald dat het eerste lid op verzoek van een
gemeente die aan de werknemer,
bedoeld in het eerste
lid, een uitkering verstrekt niet van toepassing is op in die algemene maatregel
van bestuur aangewezen categorieën van werknemers.
-3. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat de werkzaamheden waarmee de in het eerste
lid bedoelde taak wordt uitgevoerd, verrichten door een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het
kader van de uitoefening
van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert.
-4. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan de in het derde
lid bedoelde
natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het derde lid
bedoelde werkzaamheden,
alsmede het sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of
rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon
verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor de
werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, en gebruikt slechts met dat
doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking.
-5. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de
uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen
worden gesteld voor de inhoud van de overeenkomst met de in het derde lid
bedoelde natuurlijke of rechtspersoon, het verstrekken en verwerken
van gegevens en de soort werkzaamheden.
-6. De voordracht voor een
krachtens het vijfde lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp
aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Ya.
Na artikel 72 wordt een
nieuw artikel 72a ingevoegd, luidende:
Art. 72a.
-1. Op verzoek van een
overheidswerkgever kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de taak om de inschakeling in de arbeid te bevorderen van een
persoon als bedoeld in artikel 78a die recht heeft op uitkering op grond van
hoofdstuk IIa of IIb overdragen aan die overheidswerkgever.
-2. De overheidswerkgever
legt bij het verzoek, bedoeld in het eerste lid, een document over waaruit
blijkt dat dit verzoek wordt gedaan met instemming van de vertegenwoordigers van de
werknemersorganisaties
waarmee de overheidswerkgever overleg pleegt te voeren over de arbeidsvoorwaarden en
rechtspositie van zijn personeel.
-3. De overheidswerkgever
treedt bij overdracht als bedoeld in het eerste lid voor de toepassing van dit
hoofdstuk VI en hoofdstuk
Xa in de
plaats van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Bij de uitvoering van de
werkzaamheden behorend bij die taak zijn voor de overheidswerkgever het
derde en vierde lid van artikel 72 van overeenkomstige toepassing.
-4. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen betaalt een door hem nader te
bepalen
vergoeding aan de overheidswerkgever voor de door de overheidswerkgever op grond van dit artikel gedane uitgaven in
verband met de inschakeling in het arbeidsproces van personen als bedoeld in
artikel
78a.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld voor:
a. de vorm waarin en de
termijn waarbinnen het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt
ingediend;
b. de vorm waarin en de
termijn waarbinnen een verzoek om een vergoeding als bedoeld in
het vierde lid wordt ingediend;
c. de door de
overheidswerkgever in verband met de uitvoering van dit artikel uit eigen
beweging of desgevraagd te verstrekken gegevens.
-6. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond
waarvan dit artikel of onderdelen daarvan van overeenkomstige
toepassing zijn voor de werkgever die geen overheidswerkgever is.
Z.
Artikel 73 wordt
vervangen door:
Art. 73.
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft mede tot taak de werknemers die
recht hebben op uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of
IIb met toepassing van de
Wet inschakeling werkzoekenden
in aanmerking te laten
komen voor de voorzieningen op grond van die wet, voor zover
het instituut aan de werknemers die arbeidsgehandicapte zijn als bedoeld in
artikel 2 van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten niet
al voorzieningen toekent die overeenkomen met die voorzieningen.
-2. Het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt voor iedere werknemer,
jonger dan 23
jaar, die recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of
IIb, een
plan op of laat dit opstellen gericht op de inschakeling in het
arbeidsproces. Bij de uitvoering van dit plan is paragraaf 2 van hoofdstuk
2 van de Wet inschakeling werkzoekenden van overeenkomstige
toepassing.
Za.
Na artikel 73 wordt een
nieuw artikel 73a ingevoegd, luidende:
Art. 73a.
-1. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond
waarvan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op aanvraag van een
werknemer die recht heeft op uitkering op grond van
hoofdstuk IIa of IIb, die geen arbeidsgehandicapte is als bedoeld in
artikel
2 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, kan besluiten:
a. aan de aanvrager
subsidie te verstrekken in de vorm van een op zijn arbeidsinschakeling
gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget; of
b. met een natuurlijk
persoon of rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of
bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert een overeenkomst te sluiten die is gericht op de
arbeidsinschakeling van
deze aanvrager.
-2. Een besluit als
bedoeld in het eerste lid kan ten aanzien van een werknemer als bedoeld in
dat lid uitsluitend gericht zijn op inschakeling in de arbeid gedurende
de periode dat de werknemer recht op uitkering op
grond van hoofdstuk IIa of IIb
heeft.
-3. In geval van toepassing
van het eerste lid, onderdeel b, zijn voor de in dat lid bedoelde
aanvrager artikel 72, derde en vierde lid, van overeenkomstige toepassing.
-4. Een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in
werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin
hij
is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan
beide kamers der Staten-Generaal.
AA.
Artikel 74 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het tiende lid
vervalt.
2. In het twaalfde lid
vervalt na "met 37" de zinsnede "39, vijfde en zesde lid,
onderdeel
b
en c".
BB.
Artikel 76, derde lid,
vervalt.
CC.
Artikel 77, vierde lid,
vervalt.
DD.
Artikel 86 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen door: Onze Minister.
2. In het vierde lid
wordt "het Landelijk instituut sociale verzekeringen" vervangen door: Onze
Minister.
EE.
In artikel 89, eerste
lid, onderdeel g, wordt de zinsnede "bedoeld in artikel
38, eerste lid,
onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen door:
bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, f en g, van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
FF. [MvT]
Artikel 90, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel f vervalt.
2. Onderdeel g wordt
vervangen door:
g. de kosten van het
onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, f en
g, van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
3. Onderdeel j vervalt.
GG. Vervallen. [MvT]
HH.
Artikel 93b wordt
vervangen door:
Art. 93b.
-1. De vergoedingen aan de
gemeenten voor de voorzieningen op grond van de Wet inschakeling
werkzoekenden waarvoor werknemers woonachtig in die gemeenten die recht op uitkering hebben op grond van
hoofdstuk IIa en
IIb als
bedoeld in artikel 73, eerste lid, in aanmerking worden gebracht, komen ten
laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-2. De subsidies, bedoeld
in artikel 73a, en de kosten in verband met de uitvoering van dat
artikel komen ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds.
-3. Bij ministeriële
regeling wordt het budget bepaald, ten laste van het Algemeen Werkloosheidsfonds, voor de uitvoering van het eerste
lid en
kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de besteding.
II.
Artikel 97 wordt
vervangen door:
Art. 97.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan regels stellen omtrent de verrekening
tussen het Algemeen Werkloosheidsfonds en de wachtgeldfondsen enerzijds en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
anderzijds van ontvangen
premies en overige ontvangsten enerzijds en van
verstrekte uitkeringen en gemaakte kosten anderzijds.
JJ.
Artikel 97c wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. De premie wordt door
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen geheven naar een door Onze Minister voor alle overheidswerkgevers gelijk vastgesteld percentage van het loon dat, in het tijdvak
waarover de betaling
loopt, is genoten door de overheidswerknemer.
2. Het vijfde lid wordt
vervangen door:
-5. Indien een herziening
van het in het derde lid bedoelde percentage ingaat op een ander
tijdstip dan 1 januari, stelt Onze Minister een voor alle overheidswerkgevers
gemiddeld percentage vast dat zal gelden voor het gehele kalenderjaar.
KK.
In artikel 97e, onderdeel i, wordt de zinsnede "het onderzoek, bedoeld in
artikel 38, eerste lid,
onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen door:
het onderzoek, bedoeld in artikel 30, eerste lid, onderdeel e, f en
g, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen.
LL.
Artikel 97f wordt als
volgt gewijzigd:
1. In onderdeel e wordt
de zinsnede "het onderzoek, bedoeld in artikel
38, eerste lid, onderdeel
g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen door: het onderzoek, bedoeld in artikel
30, eerste lid,
onderdeel e, f en g, van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. De onderdelen g en l
vervallen.
3. Onderdeel m wordt
vervangen door:
m. de vergoedingen op
grond van artikel 72a, vierde lid, en de daaraan verbonden
uitvoeringskosten;.
MM.
Artikel 97g wordt vervangen door:
Art. 97g.
-1. De vergoedingen aan de gemeenten voor de voorzieningen op grond van
de Wet inschakeling werkzoekenden waarvoor personen als bedoeld in
artikel 78a woonachtig in die gemeenten die recht op uitkering hebben
op grond van hoofdstuk IIa en IIb
als bedoeld in
artikel 73, eerste lid,
in aanmerking worden gebracht, komen ten laste van het Uitvoeringsfonds
voor de overheid.
-2. De subsidies, bedoeld in artikel 73a, en de kosten in verband met de
uitvoering van dat artikel komen, voor zover dat artikel wordt toegepast
ten aanzien van personen als bedoeld in artikel 78a, ten laste van het
Uitvoeringsfonds voor de overheid.
-3. Bij ministeriële regeling wordt het budget bepaald, ten laste van
het Uitvoeringsfonds voor de overheid, voor de uitvoering van het eerste
lid en kunnen nadere regels worden gesteld in verband met de besteding.
NN.
Artikel 97j wordt vervangen door:
Art. 97j.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan regels stellen
omtrent de verrekening tussen het Uitvoeringsfonds voor de overheid
enerzijds en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen anderzijds
van ontvangen premies en overige ontvangsten enerzijds en van verstrekte
uitkeringen en gemaakte kosten anderzijds.
OO.
Na artikel 97j wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
§ 3. Sectorindeling
Art. 97k.
-1. Onze Minister deelt het bedrijfs- en beroepsleven in sectoren in,
waarbij elke sector één of meer takken van bedrijf of beroep of
gedeelten daarvan omvat, nadat hij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in de gelegenheid heeft gesteld daarover advies
uit te brengen.
-2. Onze Minister kan een sector als bedoeld in het eerste lid indelen
in sectoronderdelen, waarbij elk sectoronderdeel de bedrijfsactiviteiten
van één of meer werkgevers omvat.
-3. Indien Onze Minister een sector in sectoronderdelen heeft ingedeeld,
stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten aanzien van
elke bij de betrokken sector aangesloten werkgever vast bij welk
sectoronderdeel de werkgever behoort of bij welk sectoronderdeel de
werkzaamheden die hij doet verrichten, behoren.
Art. 97l.
-1. Een werkgever is van rechtswege aangesloten bij de op grond van
artikel 97k vastgestelde sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij
als werkgever doet verrichten.
-2. Indien een werkgever werkzaamheden doet verrichten die behoren tot
verschillende sectoren, is hij van rechtswege aangesloten bij de sector
waartoe de werkzaamheden behoren waarvoor hij als werkgever in de regel
het grootste bedrag aan loon betaalt of vermoedelijk zal betalen.
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan met betrekking
tot de aansluiting van één of meer categorieën van werkgevers bij een
sector regels stellen die afwijken van het eerste of tweede lid.
Art. 97m.
-1. De werkgever die op grond van artikel 97l
bij een sector is
aangesloten of ophoudt bij een sector aangesloten te zijn, doet daarvan
schriftelijk melding bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen binnen een door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen te stellen termijn.
-2. Een melding als bedoeld in het eerste lid is geen aanvraag in de zin
van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet
bestuursrecht.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen deelt een werkgever
mee bij welke sector en vanaf welke datum hij op grond van artikel 97l
is aangesloten. Indien de mededeling afwijkt van de melding, bedoeld in
het eerste lid, geldt de mededeling als een beschikking.
-4. In afwijking van artikel 97l, tweede lid, is het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bevoegd ambtshalve of op
verzoek te besluiten dat een werkgever met ingang van een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan te geven datum voor
door dit instituut aan te wijzen werkzaamheden is aangesloten bij een
andere sector dan de sector waartoe de werkzaamheden behoren die hij
overigens doet verrichten.
Art. 97n.
-1. Indien één of meer werkgevers van een sector overgaan naar een
andere sector, kan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen besluiten dat tevens een deel van het vermogen van dit instituut dat
betrekking heeft op het door dit instituut voor die sector afzonderlijk
beheerde en geadministreerde wachtgeldfonds overgaat naar het vermogen
dat betrekking heeft op een door dit instituut voor een andere sector
afzonderlijk beheerd en geadministreerd wachtgeldfonds.
-2. Met betrekking tot het eerste lid stelt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen regels omtrent:
a. de gevallen waarin vermogen overgaat;
b. de wijze van berekening van vermogensbestanddelen;
c. de termijnen waarin en de wijze waarop vermogen overgaat.
PP.
Het opschrift van hoofdstuk VIII wordt vervangen door: De
uitvoeringsorganisatie.
QQ.
Artikel 98 wordt vervangen door:
Art. 98.
In de uitvoering van deze wet wordt voorzien door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
RR.
Artikel 99 wordt vervangen door:
Art. 99.
De werknemer is verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
SS.
Artikel 100 vervalt.
TT.
Artikel 102 wordt vervangen door:
Art. 102.
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt voor een
sector als bedoeld in artikel 97k, met uitzondering van de sectoren
waartoe alleen overheidswerkgevers behoren, een wachtgeldfonds in.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beheert de
middelen, bedoeld in artikel 89, en de uitgaven, bedoeld in
artikel 90,
eerste lid, gezamenlijk en administreert deze middelen en uitgaven met
betrekking tot elk wachtgeldfonds afzonderlijk.
UU. [MvT]
Artikel 116 wordt vervangen door:
Art. 116.
-1. De door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond
van de artikelen 16, zesde lid, 26, tweede lid,
35b, vijfde lid, 59,
97,
97b, tiende lid, 97l, derde lid, en
97n, tweede lid, gestelde regels
behoeven de goedkeuring van Onze Minister.
-2. Een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bepaald
percentage als bedoeld in artikel 85, eerste lid, behoeft de goedkeuring
van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring onthoudt aan
het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgestelde
percentage, stelt hij dat percentage zelf vast.
-3. Een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
vastgesteld maximum als bedoeld in artikel 94, eerste zin, behoeft de
goedkeuring van Onze Minister. Indien Onze Minister zijn goedkeuring
onthoudt aan het door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
vastgestelde maximum, stelt hij dat maximum zelf vast.
-4. Een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
vastgesteld uitkeringsreglement
werkloosheidsverzekeringen, bedoeld in
artikel 101, eerste lid, behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
VV. [MvT]
Artikel 124 vervalt.
WW.
Artikel 127a wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het vierde en
vijfde lid tot vijfde en zesde lid wordt een nieuw vierde lid ingevoegd,
luidende:
-4. Een beschikking op grond van artikel 97m, derde of vierde lid, wordt
gegeven binnen dertien weken na de aanvraag dan wel de in artikel 97m,
derde lid, bedoelde melding.
2. In het vernummerde vijfde en zesde lid
wordt telkens "eerste, tweede of derde lid" vervangen door: eerste,
tweede, derde of vierde lid.
XX.
Het opschrift van hoofdstuk X wordt vervangen door: Bezwaar,
administratief beroep en beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
YY.
Na artikel 129c wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 129d.
Tegen een besluit op grond van artikel 97k,
97l, 97m of
97n kan een
belanghebbende beroep instellen bij de Centrale Raad van
Beroep.
ZZ. [MvT]
Artikel 130 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel
72,
eerste lid," vervangen door: artikel 72.
2. In het eerste lid wordt de zinsnede
"opdraagt
aan derden, niet zijnde uitvoeringsinstellingen" vervangen door:
opdraagt aan derden die in het kader van de uitoefening van beroep of
bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.
3. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Bij ministeriële regeling wordt het budget bepaald, ten laste van
het Algemeen Werkloosheidsfonds en het Uitvoeringsfonds voor de
overheid, voor de uitvoering van het eerste lid en kunnen nadere regels
worden gesteld in verband met de besteding.
4. In het derde lid vervalt "en de
uitvoeringsinstellingen".
5. In het vijfde lid vervallen, onder
vervanging van de puntkomma na onderdeel b door een punt, de onderdelen
c en d.
6. In het zevende lid vervalt de zinsnede
", alsmede voor de met de uitvoering van dat lid verband houdende
kosten van beheer en administratie door de uitvoeringsinstellingen,".
AAA. [MvT]
Artikel 130c wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede
"aan
derden, niet zijnde uitvoeringsinstellingen" vervangen door: aan
derden die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de
inschakeling van personen in de arbeid bevorderen.
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Bij ministeriële regeling wordt het budget bepaald, ten laste van
de wachtgeldfondsen en het Uitvoeringsfonds voor de overheid, voor de
uitvoering van het eerste lid en kunnen nadere regels worden gesteld in
verband met de besteding.
3. In het derde lid vervalt de zinsnede
"en
de uitvoeringsinstellingen".
Art.
44. Overgangsrecht wijziging Werkloosheidswet [MvT]
A.
Regelingen van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond
van de artikelen 16, zevende lid, 17a, vierde lid,
18, tweede lid, 19,
vijfde lid, 20, zesde lid, 21, vierde lid,
27c, derde lid, 36b, tweede
lid, en 52d, vijfde lid, van de Werkloosheidswet, zoals deze artikelen
luidden op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet, gelden met ingang van dat tijdstip als ministeriële regelingen op
grond van de artikelen 16, zevende lid, 17a, vierde lid,
18, tweede lid, 19, vijfde lid,
20, zesde lid, 21, vierde lid,
27c, derde lid, 36b,
tweede lid, en 52d,
vijfde lid, van de Werkloosheidswet.
B. [MvT]
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip luidt artikel
27,
achtste lid, van de Werkloosheidswet als volgt:
-8. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt nadere regels
met betrekking tot het derde en vierde lid.
Art.
45. Voorstel van wet tot wijziging van de Werkloosheidswet en
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met de
invoering van een regeling inzake de financiering van kinderopvang voor
uitkeringsgerechtigden
Indien het bij koninklijke boodschap van 30 augustus 2000 ingediende
voorstel van wet tot wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten in verband met de invoering van een
regeling inzake de financiering van kinderopvang voor
uitkeringsgerechtigden (Kamerstukken II 1999-2000, 27 269) tot wet wordt
verheven en in werking is getreden, wordt in de artikelen 74, eerste,
tweede, derde en zesde lid, van de Werkloosheidswet en
22a, eerste,
tweede, derde en zesde lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten "Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art.
46. Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt vervangen door:
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. De onderdelen c en d vervallen.
3. De onderdelen e tot en met j worden
verletterd tot onderdelen c tot en met h.
B.
In de artikelen 11, zevende lid, 11a, eerste en tweede lid,
12, 13, 14,
eerste, derde, vierde lid, 14a, eerste, derde en vierde lid,
14b, eerste,
tweede, derde, vierde en vijfde lid, 14c, tweede lid,
14d, derde lid,
14e, eerste lid, 14g, derde en zevende lid,
15, vijfde lid,
15a, eerste
en tweede lid, 15b, eerste, derde en vierde lid,
17, eerste lid, 18,
19,
eerste en tweede lid, 20, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid,
20a, tweede lid, 22, 23, vijfde lid,
29, tweede lid, 30,
31, 38, eerste
lid, en 43a wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens
vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C. [MvT]
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt vervangen door:
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt op aanvraag
vast of recht op toeslag bestaat. De aanvraag wordt ingediend bij het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Een aanvraag van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond
van de Werkloosheidswet is gericht tot het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en wordt overeenkomstig artikel 28 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend bij de
Centrale organisatie werk en inkomen. Na de overdracht van de aanvraag
door de Centrale organisatie werk en inkomen aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingevolge artikel
28, derde
lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt
de aanvraag verder behandeld door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
3. Er worden twee leden toegevoegd,
luidende:
-8. Indien de aanvraag, bedoeld in het tweede lid, een aanvraag betreft
tot toekenning van een toeslag in aanvulling op een uitkering op grond
van artikel 18 of artikel 61 van de Werkloosheidswet dan wel in
aanvulling op een uitkering op grond van die wet die verband houdt met
een verleende ontheffing op grond van artikel
8, derde lid, van het Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945, wordt, in afwijking van
het tweede lid, de aanvraag ingediend bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald
dat categorieën van aanvragen tot toekenning van een toeslag in
aanvulling op een uitkering op grond van de Werkloosheidswet, in
afwijking van het tweede lid, bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in plaats van de Centrale organisatie werk en inkomen
worden ingediend.
D. [MvT]
Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt de zinsnede
"de
verplichting bedoeld in artikel 89, vierde lid, van de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997" vervangen door: de verplichtingen, bedoeld
in artikel 28, tweede lid, 29, eerste lid of
55, tweede lid, van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. In het derde lid wordt na het woord
"Indien"
in de eerste zin een zinsnede ingevoegd, luidende: het niet nakomen van
de verplichting, bedoeld in artikel 28, tweede lid, of
29, eerste lid, of 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, of.
3. Het zesde lid wordt vervangen door:
-6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
E. [MvT]
Artikel 14a wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na de zinsnede
"bedoeld in artikel 12" een zinsnede ingevoegd, luidende: of in
artikel 28, tweede lid, of 29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. In het derde lid wordt na het woord
"Indien"
in de eerste zin een zinsnede ingevoegd, luidende: het niet nakomen van
de verplichting, bedoeld in artikel 28, tweede lid, of
29, eerste lid, van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, of.
3. Het vijfde lid wordt vervangen door:
-5. Degene aan wie een boete is opgelegd, is verplicht desgevraagd aan de Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de inlichtingen te
verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
F.
Artikel 14b wordt als volgt gewijzigd:
In het eerste lid vervalt de zinsnede "of een uitvoeringsinstelling".
G.
Artikel 14c, derde lid, wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste lid.
H.
Artikel 14e wordt als volgt gewijzigd:
In het eerste lid vervalt de zinsnede "of de betrokken
uitvoeringsinstelling".
I.
Artikel 14g wordt als volgt gewijzigd:
In het derde lid wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door:
Sociale verzekeringsbank.
J.
Artikel 15, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen betaalt de toeslag,
zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand nadat het recht op
die toeslag is vastgesteld.
K. [MvT]
Artikel 20b, tweede lid, wordt vervangen door:
-2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de artikelen 20, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, en
20a.
L.
Artikel 27 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid vervalt.
2. Het derde lid wordt vernummerd tot
tweede lid en komt te luiden:
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan regels stellen
met betrekking tot het eerste lid.
M.
Het opschrift van hoofdstuk IV, "De uitvoeringsinstanties", wordt
vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
N.
Artikel 29, eerste lid, wordt vervangen door: "In de uitvoering van
deze wet wordt voorzien door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.".
Art. 47. Overgangsrecht
wijziging Toeslagenwet [MvT]
A.
Door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond van de
artikelen 14c, derde lid, en 20b, tweede lid, van de Toeslagenwet, zoals
deze artikelen luidden op de datum vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet, gestelde regels gelden met ingang van dat
tijdstip als ministeriële regelingen op grond van de artikelen 14c,
derde lid, en 20b, tweede lid, van de Toeslagenwet.
B. [MvT]
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip luidt artikel
14,
zesde lid, van de Toeslagenwet als volgt:
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt nadere regels
met betrekking tot het derde en vierde lid.
Art. 48. Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In de artikelen 7, onderdeel b, 10, eerste lid,
14, derde lid, 19,
eerste lid, 23, eerste, tweede en derde lid,
24, 25, eerste en tweede
lid, 26, 27, 28,
29, tweede en derde lid, 29a, eerste, derde en vierde
lid, 29b, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid,
29c, tweede lid,
29d, derde lid, 29g, derde en zevende lid,
30, eerste en vijfde lid, 31,
34, tweede, vijfde, zevende en achtste lid, 35, tweede lid,
36, tweede
en derde lid, 36a, eerste en tweede lid,
36b, eerste lid, 44, vierde
lid, 46, 50, eerste, tweede, derde, zevende en achtste lid,
50a, eerste
en tweede lid, 51, 53, vijfde lid,
54, eerste en tweede lid, artikel 57,
eerste, tweede, vierde en zevende lid, 57a, tweede lid,
66, eerste lid, 67,
71, tweede lid, 72,
73, 75, eerste, vierde en zevende lid,
75a,
vierde en vijfde lid, 75b, vijfde en zevende lid,
75c, tweede lid,
75d,
tweede lid, 75f, eerste en tweede lid,
76b, eerste lid, 76c,
76d, eerste
en tweede lid, 76e, 76f, eerste, vierde en vijfde lid,
77, eerste lid,
77a, tweede lid, 77b, vierde lid,
77c, eerste en vijfde lid,
77d, eerste
lid, 77e, eerste lid, 78, eerste, tweede, derde, vierde, zesde, achtste
en negende lid, 78a, 80,
81, eerste lid, 83, derde lid,
83b, 84, eerste
lid, onderdeel b, en derde lid, 85, 87, tweede lid,
87c,
87d, 88d, eerste
lid, 90, eerste, tweede en derde lid, 97
en 98c wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
B. [MvT]
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt vervangen door:
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. De onderdelen c en d vervallen.
3. De onderdelen e tot en met j worden verletterd tot onderdelen
c tot en met h.
C. [MvT]
In artikel 10, derde lid, worden "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" en "het Landelijk instituut sociale verzekeringen of
een uitvoeringsinstelling" vervangen door: het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
D. [MvT]
In de artikelen 24 en 28, onderdeel a, wordt "inschrijving bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: registratie als
werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en
inkomen.
E. [MvT]
In artikel 28, onderdeel d, wordt de zinsnede "artikel
89, vierde lid,
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door:
artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen.
F. [MvT
+ bis]
Artikel 29, vijfde lid, wordt vervangen door:
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
gesteld met betrekking tot het eerste lid.
G. [MvT]
Artikel 29a, vijfde lid, wordt vervangen door:
-5. Degene aan wie een boete is, opgelegd is verplicht desgevraagd aan het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de inlichtingen te
verstrekken die voor de tenuitvoerlegging van de boete van belang zijn.
H. [MvT]
Artikel 29c, derde lid, wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste lid.
I. [MvT]
Artikel 29e, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Een boete wordt opgelegd binnen één jaar nadat het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de belanghebbende of zijn
wettelijke vertegenwoordiger overeenkomstig artikel 29b, vierde lid, in
de gelegenheid heeft gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen.
Indien ter zake aangifte is gedaan of proces-verbaal is opgemaakt en
ingezonden, vangt de termijn van één jaar aan op de dag na die waarop het
openbaar ministerie aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
heeft medegedeeld dat geen strafvervolging wordt ingesteld.
J. [MvT]
In artikel 29g, derde lid, wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen
door: Sociale verzekeringsbank.
K. [MvT]
Artikel 48, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. De arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt heropend door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
L. [MvT]
In artikel 57, zesde lid, wordt de zinsnede "de uitvoeringsinstelling
die ten aanzien van hem werkzaamheden als bedoeld in artikel 41 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 verricht," vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
M. [MvT]
Artikel 57b wordt vervangen door:
Art. 57b.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking
tot de artikelen 57, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid,
en 57a.
N. [MvT]
In hoofdstuk III wordt het opschrift "§ 1. Het Landelijk instituut
sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen" vervangen
door: § 1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
O. [MvT
+ bis]
Artikel 66, tweede tot en met zevende lid, alsmede de aanduiding "-1."
voor het eerste lid vervalt.
P. [MvT
+ bis]
Artikel 68 vervalt.
Q. [MvT
+ bis]
Artikel 69 vervalt.
R. [MvT]
Artikel 71, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Indien de werknemer meer dan één werkgever heeft, wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering betaald door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, ook indien één of meer werkgevers
eigenrisicodrager zijn.
S. [MvT
+ bis]
Artikel 76c, onderdeel g, vervalt.
T. [MvT]
In artikel 76d, eerste lid, onderdeel h, wordt "Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
vervangen door: Centrale organisatie werk en
inkomen.
U. [MvT
+ bis]
Artikel 77 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Onze Minister stelt voor de berekening van de basispremie een voor
alle takken van bedrijf en beroep gelijk percentage vast, alsmede de
periode waarvoor dit percentage zal gelden.
2. Het derde lid vervalt.
V. [MvT]
Artikel 77a, eerste lid, wordt vervangen door:
-1. Indien een herziening van het in artikel 77 bedoelde percentage
ingaat op een ander tijdstip dan met ingang van 1 januari, gaat het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen bij de berekening en de
inning van de premie uit van een door Onze Minister
voor alle takken van
bedrijf en beroep vast te stellen gemiddeld percentage dat zal gelden
voor het gehele kalenderjaar.
W. [MvT]
In artikel 78, derde lid, wordt de zinsnede "artikel 52 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door: artikel
97l van de Werkloosheidswet.
X. [MvT]
In artikel 83, eerste lid, wordt de zinsnede "de uitvoeringsinstelling
overeenkomstig de regels die het Landelijk instituut sociale
verzekeringen daaromtrent krachtens artikel 83a stelt" vervangen door:
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Y. [MvT
+ bis]
Artikel 83a vervalt.
Art. 49.
Overgangsrecht wijziging Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
[MvT]
A.
Door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond van de
artikelen 57b, tweede lid, en 29c, derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals deze artikelen luidden op de
datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gestelde
regels gelden met ingang van dat tijdstip als ministeriële regelingen
op grond van de artikelen 57b en 29c, derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
B. [MvT]
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip luidt artikel
29,
vijfde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering als
volgt:
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt nadere regels
met betrekking tot het eerste lid.
Art. 50.
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
De Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt
gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt vervangen door:
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. De onderdelen c en d vervallen.
3. De onderdelen e tot en met o worden verletterd tot onderdelen
c tot en met m.
B.
In de artikelen 7, eerste lid, 11, eerste en derde lid,
12, tweede en
derde lid, 18, eerste en tweede lid, 19, eerste lid, onderdeel b,
33,
eerste lid, 35, tweede, derde, zesde, zevende en achtste lid,
36, tweede
lid, 38, derde lid, 40,
41, eerste, tweede en derde lid, 42,
43, 44, 45,
eerste en tweede lid, 46, 47, tweede en derde lid,
48, eerste, derde,
vierde en vijfde lid, 49, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid,
50, tweede en derde lid, 51, derde lid,
52, eerste lid, 54, derde en
zevende lid, 55, eerste, tweede en derde lid,
55a, eerste en tweede lid, 56,
57, eerste en tweede lid, 58, vierde lid,
60, eerste lid, 61, vijfde
lid, 63, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid,
64, tweede lid, 69, eerste en tweede lid,
70, eerste lid, 78, eerste en derde lid,
79, 80, 81, eerste lid,
89, tweede en derde lid, 95a, tweede lid,
96, eerste
en tweede lid, en 100 wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
In de artikelen 43 en 46, onderdeel a, wordt "inschrijving bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie" telkens vervangen door: registratie als
werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en
inkomen.
D.
Het opschrift van artikel 41 "Oproep en onderzoek door of namens het
Landelijk instituut sociale verzekeringen" wordt vervangen door:
Oproep
en onderzoek door of namens het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
E.
In artikel 46, onderdeel d, wordt de zinsnede "bedoeld in
artikel 89,
vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen
door: bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
F.
Artikel 47, vijfde lid, wordt vervangen door:
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
gesteld met betrekking tot het eerste lid.
G.
Artikel 50, derde lid, wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste lid.
H.
In artikel 54, derde lid, wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen
door: Sociale verzekeringsbank.
I.
Artikel 65 wordt vervangen door:
Art. 65.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de artikelen 63, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde,
zesde en zevende lid, en 64.
J.
Artikel 73 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Onze Minister stelt het premiepercentage vast, alsmede het tijdvak
waarvoor dat percentage geldt, voor de verzekering op grond van deze
wet.
2. Het derde lid vervalt.
K.
Artikel 81, tweede lid, wordt vervangen door:
-2. In de uitvoering van de in deze wet geregelde verzekering wordt,
behoudens de uitvoering die op grond van enig artikel van deze wet aan
een ander is opgedragen, voorzien door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
L.
Het opschrift boven artikel 81 vervalt.
M.
De artikelen 82, 83,
84, 85 en 86, eerste lid, alsmede de aanduiding
"-2."
voor artikel 86, tweede lid, vervallen.
N.
In het opschrift van artikel 86 wordt "de uitvoeringsinstelling"
vervangen door: het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
O.
Het opschrift van artikel 96 "Beslistermijnen Landelijk instituut
sociale verzekeringen bij bezwaarschriften" wordt vervangen door:
Beslistermijnen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij
bezwaarschriften.
Art. 51.
Overgangsrecht wijziging Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen
A.
Door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond van de
artikelen 50, derde lid, en 65, tweede lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, zoals deze artikelen
luidden op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet, gestelde regels gelden met ingang van dat tijdstip als ministeriële
regelingen op grond van de artikelen 50, derde lid, en
65 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
B.
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip luidt artikel
47,
vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
als volgt:
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt nadere regels
met betrekking tot het derde en vierde lid.
Art. 52.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als
volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt vervangen door:
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. De onderdelen c en d vervallen.
3. De onderdelen e tot en met j worden verletterd tot
onderdelen
c
tot en met h.
B.
In de artikelen 10, eerste en vierde lid,
11, tweede en derde lid, 16,
eerste en tweede lid, 17, eerste lid, 27, eerste lid,
28, tweede, derde,
zesde, zevende en achtste lid, 29, tweede lid,
31, derde lid, 32,
33,
eerste, tweede en derde lid, 34, 35,
36, 37, eerste en tweede lid,
38, 39, tweede en derde lid,
40, eerste, derde, vierde en vijfde lid, 41,
eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 42, tweede en derde lid,
43, derde lid, 44, eerste lid,
46, derde en zevende lid, 47, eerste,
tweede en derde lid, 48, 49, eerste en tweede lid,
50, vierde lid, 52,
eerste lid, 53, vijfde lid, 55, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende
lid, 56, tweede lid, 61, eerste en tweede lid,
62, eerste lid, 63,
64, 65, eerste en tweede lid,
69a, tweede lid, 70, eerste en tweede lid, en
74 wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen
door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
Het opschrift van artikel 33 "Oproep en onderzoek door of namens het
Landelijk instituut sociale verzekeringen" wordt vervangen door:
Oproep
en onderzoek door of namens het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
D.
In de artikelen 35 en 38, onderdeel a, wordt "inschrijving bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie" telkens vervangen door: registratie als
werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en
inkomen.
E.
In artikel 38, onderdeel d, wordt de zinsnede "bedoeld in
artikel 89,
vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen
door: bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
F.
Artikel 39, vijfde lid, wordt vervangen door:
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
gesteld met betrekking tot het eerste lid.
G.
Artikel 42, derde lid, wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste lid.
H.
In artikel 46, derde lid, wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen
door: Sociale verzekeringsbank.
I.
Artikel 57 wordt vervangen door:
Art. 57.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de artikelen 55, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en
zesde lid, en 56.
J.
De artikelen 66, 66a,
66b en 66c
en het opschrift van
hoofdstuk 6
vervallen.
K.
Het opschrift van artikel 70 "Beslistermijnen Landelijk instituut
sociale verzekeringen bij bezwaarschriften" wordt vervangen door:
Beslistermijnen Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen bij
bezwaarschriften.
Art. 53.
Overgangsrecht wijziging Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten
A.
Door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond van de
artikelen 42, derde lid, en 57, tweede lid, van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals deze
artikelen luidden op de datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding
van deze wet, gestelde regels gelden met ingang van dat tijdstip als
ministeriële regelingen op grond van de artikelen
42, derde lid, en 57
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten.
B.
Tot een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip luidt artikel
39,
vijfde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten als volgt:
-5. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt nadere regels
met betrekking tot het eerste lid.
Art. 54.
Tijdelijke
wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria
De Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen
arbeidsongeschiktheidscriteria wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, onderdeel c, wordt vervangen door:
c. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
B.
In de artikelen 8, eerste en derde lid, 11 en
12, vierde lid, wordt
"Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
Artikel 9, tiende lid, vervalt.
D.
Artikel 12, derde lid, wordt vervangen door:
-3. De regels die op grond van artikel 52 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen door Onze
Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid en Onze Minister van Financiën zijn gesteld
over de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de afdracht van gelden
door het Rijk aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ten
gunste van het Toeslagenfonds plaatsvindt, zijn van overeenkomstige
toepassing.
Art. 55.
Wet
terugdringing beroep op de arbeidsongeschiktheidsregelingen
In de artikelen XIII, eerste lid, XVI, derde lid, en
XXVIIa, eerste en
tweede lid, van de Wet terugdringing beroep op de
arbeidsongeschiktheidsregelingen wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 56.
Invoeringswet
nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
De Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel I, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b, wordt vervangen door:
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onderdeel c vervalt.
3. De onderdelen d, e en f worden verletterd tot onderdelen
c, d en e.
B.
In de artikelen V, eerste lid, en IX wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 57.
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten [MvT]
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt
gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt vervangen door:
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onderdeel c wordt vervangen door:
c. Centrale organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
3. De onderdelen d en e vervallen.
4. De onderdelen f tot en met s worden verletterd tot onderdelen
d tot en met q.
B.
In de artikelen 3, eerste en derde lid, 7, tweede lid,
11, opschrift van
artikel 11, 15, eerste lid,
16, eerste en vierde lid, 17, eerste en
vierde lid, 18, eerste lid, 21, eerste, tweede, vierde, zesde en achtste
lid, 21a, eerste lid, 22, eerste, derde, vierde en vijfde lid,
22a,
eerste, tweede, derde en zesde lid, 23, eerste lid,
24, tweede en derde
lid, 28, 29, 30, eerste zin,
31, eerste en derde lid, 32,
35, eerste,
tweede, derde, vijfde, zevende en negende lid, 35a, eerste lid,
41, 42,
eerste lid, 44, eerste en tweede lid, 45,
46, eerste, tweede, derde en
vierde lid, 49, eerste en tweede lid, 49b, vierde lid,
50, eerste en
tweede lid, 59, 75, vijfde, zesde, zevende en achtste lid, en
76, vierde
lid, wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
telkens
vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C. [MvT]
Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt na "gemeentebestuur" toegevoegd: van de
gemeente waarin die persoon woonachtig is.
2. In het derde lid, wordt de zinsnede "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, indien hij als werkloos werkzoekende bij
deze organisatie" vervangen door: het gemeentebestuur van de gemeente
waarin hij woonachtig is, indien hij als werkloos werkzoekende bij de
Centrale organisatie werk en inkomen.
D.
Het opschrift van hoofdstuk 2 wordt vervangen door:
Verantwoordelijkheidsverdeling werkgever, Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en gemeenten.
E. [MvT]
Artikel 8 wordt vervangen door:
Art. 8. Reïntegratietaak werkgever
-1. De werkgever bevordert ten aanzien van zijn werknemer die wegens
ziekte of gebrek niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, de
inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf en indien vaststaat dat in
zijn bedrijf voor deze werknemer geen passende arbeid voorhanden is,
bevordert de werkgever de inschakeling van deze werknemer in de arbeid
in het bedrijf van een andere werkgever.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste
lid, treft de werkgever maatregelen gericht op behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid van zijn
in het eerste lid bedoelde werknemer.
-3. De verplichting van de werkgever, bedoeld in het eerste lid, geldt in
ieder geval voor de duur van de dienstbetrekking met de in het eerste
lid bedoelde werknemer.
-4. Indien de werkgever aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen schriftelijk heeft gemeld dat hij zijn in het
eerste lid bedoelde taak na het einde van de dienstbetrekking van zijn
werknemers blijft verrichten gedurende een door hem bij die melding
aangegeven periode, geldt de verplichting, bedoeld in het eerste lid, na
het einde van elke dienstbetrekking van zijn vroegere werknemer
gedurende die periode. De duur van deze periode is ten hoogste zes jaar
na de datum waarop de in het eerste lid bedoelde werknemer ongeschikt is
geworden tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte of gebrek.
-5. De werkgever laat de werkzaamheden, bedoeld in dit artikel,
verrichten door één of meer arbodiensten of een natuurlijk persoon dan
wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of
bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-6. De werkgever en zijn arbodienst verstrekken aan de in het vijfde lid
bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens voor zover deze
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede lid bedoelde
werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaal nummer van de persoon wiens
inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon
wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de
in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor
de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en gebruikt slechts met dat
doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking. Onder
sociaal-fiscaal nummer wordt in deze wet verstaan het nummer, bedoeld in
artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen.
-7. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent:
a. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak
van de werkgever op grond van het vierde lid;
b. de mogelijkheid van verlenging van de in dit artikel bedoelde taak
van de werkgever na het einde van de dienstbetrekking in een individueel
geval;
c. de mogelijkheid van beëindiging van de in het vierde lid bedoelde
verplichting;
d. het vijfde en zesde lid.
-8. Nadat de werkgever op grond van artikel 71a
van de WAO
een reïntegratieverslag heeft
opgesteld of aangevuld, houdt de werkgever aantekening bij van het
verloop en de reïntegratie van de in het eerste lid bedoelde werknemer
en de in het vierde lid bedoelde vroegere werknemer gedurende de in het
derde, vierde en zevende lid bedoelde periode en stelt hij in die
periode jaarlijks uiterlijk twaalf maanden na deze opstelling of
aanvulling van het reïntegratieverslag opnieuw met de werknemer of
vroegere werknemer een reïntegratieverslag op en verstrekt hij hiervan
afschrift aan de werknemer of vroegere werknemer.
-9. Bij de uitvoering van het achtste lid laat de werkgever zich bijstaan
door een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet
1998. De
werknemer of vroegere werknemer verleent zijn medewerking bij het
opstellen van het reïntegratieverslag.
-10. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het
achtste en negende lid.
-11. Dit artikel is niet van toepassing op de werkgever, bedoeld in
artikel 9 van de WAO.
F. [MvT]
Artikel 9 wordt vervangen door:
Art. 9. Inrichting arbeid passend bij handicap
-1. De werkgever past uit hoofde van de uitoefening van zijn taak,
bedoeld in artikel 8, de samenstelling en toewijzing van de arbeid, de
inrichting van de arbeidsplaatsen, de productie- en werkmethoden en de
bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen aan de in artikel
8, eerste lid,
bedoelde werknemer aan en past de inrichting van het bedrijf aan, voor
zover de behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van
die werknemer aan de werkzaamheden of het daarmee samenhangende verblijf
in het bedrijf.
-2. Onze Minister kan aan een werkgever een eis stellen betreffende de
wijze waarop de verplichting, bedoeld in het eerste lid, wordt
nageleefd. Artikel 27, tweede, derde en zesde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet
1998 is van overeenkomstige toepassing.
-3. Met het toezicht op de naleving van de in het eerste lid bedoelde
verplichting en van een aan een werkgever gestelde eis als bedoeld in
het tweede lid, zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen
onder hem ressorterende ambtenaren. Van dat besluit wordt mededeling
gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
G.
Het opschrift van paragraaf 2 van hoofdstuk 2 wordt vervangen door: § 2. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en gemeenten.
H.
Het opschrift van artikel 10 wordt vervangen door: Taak
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
I. [MvT]
Artikel 10 wordt vervangen door:
Art. 10. Taak Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft tot taak de
bevordering van de inschakeling in het arbeidsproces van de
arbeidsgehandicapte ten aanzien van wie de werkgever geen verplichting
heeft als bedoeld in artikel 8, die:
a. recht heeft op een uitkering op grond van de ZW, de
WAO, de Wajong,
de WW of de WBIA;
b. verzekerd is op grond van de WAZ of recht heeft op een uitkering op
grond van de WAZ;
c. ingezetene is als bedoeld in artikel 3 van de Wajong en de leeftijd
van 18 jaar nog niet heeft bereikt;
d. als gewezen overheidswerknemer recht heeft op bezoldiging of
uitkering in geval van ziekte als bedoeld in artikel
1, onderdeel e, van
de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen of recht
heeft op een wachtgeld als bedoeld in artikel 1, onderdeel r, van
die wet.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van zijn taak, bedoeld in het eerste
lid, verstrekt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan
arbeidsgehandicapten instrumenten als bedoeld in hoofdstuk 4 van deze
wet en verstrekt het aan werkgevers instrumenten als bedoeld in
hoofdstuk 3 van deze wet om indiensttreding van deze personen te
bevorderen.
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen laat de
werkzaamheden waarmee de in het eerste lid bedoelde taak wordt
uitgevoerd, verrichten door een natuurlijk persoon dan wel
rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf
de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-4. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt aan de in
het derde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon gegevens
voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de in het tweede
lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het sociaal-fiscaal nummer van de
persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of
rechtspersoon wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon
verwerkt de in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat
noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het derde lid, en
gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaal nummer bij die
verwerking.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent de uitvoering van het derde en vierde lid, waarbij in
ieder geval regels kunnen worden gesteld voor de inhoud van de
overeenkomst met de in het derde lid bedoelde natuurlijke of
rechtspersoon, het verstrekken en verwerken van gegevens en de soort
werkzaamheden.
-6. De voordracht voor een krachtens het vijfde lid vast te stellen
algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken
nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Ia.
Na artikel 10 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 10a. Taak Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in kader
van Wet inschakeling werkzoekenden
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heeft mede tot taak
aan de arbeidsgehandicapte die recht heeft op een uitkering op grond van
de WAO, de WAZ of de Wajong, die niet tevens recht heeft op uitkering op
grond van hoofdstuk IIa of IIb
van de WW, in aanmerking te brengen voor
voorzieningen als bedoeld in artikel 3 of 4 van de Wiw met toepassing
van de Wiw, voor zover het instituut op grond van deze wet niet al
voorzieningen toekent die overeenkomen met die voorzieningen.
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt voor iedere
arbeidsgehandicapte, jonger dan 23 jaar, die recht heeft op uitkering op
grond van de WAO, de WAZ of de Wajong, die niet tevens recht heeft op
uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of
IIb van de WW, een plan op of
laat dit opstellen gericht op de inschakeling in het arbeidsproces. Bij
de uitvoering van dit plan is paragraaf 2 van hoofdstuk 2 van de Wiw van
overeenkomstige toepassing.
J. [MvT]
Artikel 12 wordt vervangen door:
Art. 12. Taak gemeenten
-1. De gemeenten hebben tot taak de bevordering van de inschakeling in
het arbeidsproces van arbeidsgehandicapten die:
a. recht hebben op een uitkering op grond van de Algemene
bijstandswet,
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
werkloze werknemers, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars of de Algemene nabestaandenwet en niet tevens recht hebben
op een uitkering als bedoeld in artikel 10, eerste lid;
b. in dienstbetrekking staan als bedoeld in de Wiw;
c. als werkzoekende bij de Centrale organisatie werk en inkomen zijn
geregistreerd en niet worden bedoeld in onderdeel a of artikel 10 en
11.
-2. Uit hoofde van de uitoefening van de taak, bedoeld in het eerste lid,
verstrekt het gemeentebestuur binnen het kader van de Wiw instrumenten
gericht op behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid en verstrekt hij aan werkgevers de noodzakelijke
instrumenten om indienstneming van deze personen te bevorderen.
K.
Artikel 13 wordt vervangen door:
Art. 13. Trajectplan
-1. Indien het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen ter
uitvoering van de taak, bedoeld in artikel 10, eerste lid, of
artikel 11, voor een arbeidsgehandicapte die recht heeft op uitkering op grond
van de WAO, de WAZ of de
Wajong, die niet tevens recht heeft op
uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of
IIb van de WW, een plan heeft
opgesteld of laten opstellen gericht op behoud, herstel of bevordering
van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid, tekent die
arbeidsgehandicapte een exemplaar van dat plan voor gezien en verstrekt
dit aan het instituut. Het plan wordt tevens getekend door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-2. Indien een plan als bedoeld in het eerste lid is opgesteld en in het
besluit tot toekenning of herziening van een
arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de in het eerste lid
bedoelde wetten wordt verwezen naar voorschriften in het belang van
behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten
van arbeid, wordt dit plan in een bijlage bij dat besluit opgenomen.
L. [MvT]
Artikel 14 wordt vervangen door:
Art. 14. Samenwerking en overdracht verantwoordelijkheid
-1. In verband met de uitoefening van de taak, bedoeld in artikel 10 en
10a, werken het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de
gemeenten samen.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent de overgang van de taak van de werkgever op grond van
artikel 8, op het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond
van artikel 10 of op de gemeenten op grond van
artikel 12, alsmede voor
het geval dat voor een bepaalde arbeidsgehandicapte werknemer meerdere
werkgevers verantwoordelijk zijn.
-3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels
worden gesteld omtrent de in het eerste lid bedoelde samenwerking.
-4. Bij algemene maatregel van bestuur kan onder in die algemene
maatregel van bestuur vastgestelde voorwaarden worden bepaald dat
artikel 10 op verzoek van een gemeente die aan een arbeidsgehandicapte
die recht heeft op uitkering op grond van de WAO, de
WAZ of de Wajong,
die niet tevens recht heeft op uitkering op grond van hoofdstuk IIa
of
IIb van de WW, een uitkering verstrekt, niet van toepassing is op in die
algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën van
arbeidsgehandicapten.
M.
In artikel 15, vierde lid, vervalt telkens de zinsnede "of artikel
81a
van de Arbeidsvoorzieningswet 1996" en wordt in onderdeel b
voor
"artikel 13b" de komma vervangen door: of.
N.
Het opschrift van paragraaf 2 van hoofdstuk 3 wordt vervangen door: § 2.
Subsidie ander werk.
O.
In artikel 16, vierde lid, vervalt de zinsnede "of artikel 81a van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996" en wordt voor "artikel 13b" de komma
vervangen door: of.
P. [MvT]
Na artikel 16 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 16a. Subsidie voor reïntegratieactiviteiten
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan aan de
werkgever, bedoeld in artikel 8, indien zijn werknemer
arbeidsgehandicapte wordt in de zin van artikel
2, op aanvraag subsidie
verstrekken voor werkzaamheden als bedoeld in artikel
8, waarmee de
inschakeling in de arbeid van die werknemer wordt bevorderd buiten het
bedrijf van die werkgever.
-2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels
gesteld in ieder geval omtrent de hoogte van de subsidie en de
voorwaarden waaronder de subsidie op grond van het eerste lid wordt
verstrekt.
Q.
In artikel 17, vierde lid, vervalt de zinsnede "of artikel 81a van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996" en wordt voor "artikel 13b" de komma
vervangen door: of.
R.
Artikel 21, zevende lid, wordt vervangen door:
-7. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot
de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot
terugvordering als bedoeld in dit artikel.
S.
Artikel 22a, tiende lid, vervalt.
T.
In artikel 30, tweede zin, wordt de zinsnede "de uitvoeringsinstelling
bij wie de aanvraag voor gelden of borgtocht als bedoeld in de eerste
zin wordt ingediend, alvorens over te gaan tot toekenning namens het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, alvorens over te gaan tot
toekenning.
U.
In artikel 31, vijfde lid, vervalt de zinsnede "of door de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van artikel 4, tweede lid, van
de Arbeidsvoorzieningswet 1996".
V. [MvT]
Artikel 33 komt te luiden:
Art. 33. Persoonsgebonden reïntegratiebudget voor
arbeidsgehandicapte
-1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld op grond waarvan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op aanvraag van een arbeidsgehandicapte als
bedoeld in artikel 22 kan besluiten:
a. aan de aanvrager subsidie te verstrekken in de vorm van een op zijn
arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget; of
b. met een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de
arbeid bevordert een overeenkomst te sluiten die is gericht op de
arbeidsinschakeling van deze aanvrager.
-2. De in het eerste lid bedoelde subsidieontvanger laat de
werkzaamheden die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het
eerste lid, verrichten door een natuurlijk persoon dan wel rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf
de inschakeling van personen in de arbeid bevordert.
-3. De in het eerste lid bedoelde aanvrager verstrekt de gegevens, voor
zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden
die zijn gericht op arbeidsinschakeling, bedoeld in het eerste lid,
alsmede zijn sociaal-fiscaal nummer aan de natuurlijke persoon of
rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of bedrijf
zijn inschakeling in de arbeid bevordert.
-4. De in het vierde lid bedoelde natuurlijke persoon of rechtspersoon
verwerkt de in dat lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat
noodzakelijk is voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, en
gebruikt slechts met dat doel het sociaal-fiscaal nummer bij die
verwerking.
-5. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent het tweede tot en met vijfde lid.
-6. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid
treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt
onverwijld mededeling gedaan aan beide kamers der Staten-Generaal.
Va.
Na artikel 33, wordt een nieuw artikel 33a
ingevoegd, luidende:
Art. 33a. Persoonsgebonden reïntegratiebudget voor
arbeidsgehandicapte werknemer
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan op aanvraag van
een arbeidsgehandicapte werknemer als bedoeld in artikel
31, eerste lid,
besluiten:
a. aan de aanvrager subsidie te verstrekken in de vorm van een op zijn
arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden reïntegratiebudget; of
b. met een natuurlijk persoon of rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de
arbeid bevordert een overeenkomst te sluiten die is gericht op de
arbeidsinschakeling van deze aanvrager.
-2. Een subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, of een
overeenkomst als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op aanvraag van een
arbeidsgehandicapte werknemer uitsluitend verstrekken of sluiten indien
dit instituut van oordeel is dat in het bedrijf van zijn werkgever of
een ander bedrijf geen passende arbeid aanwezig is die de betrokken
werknemer kan verrichten.
-3. Artikel 33, tweede tot en met vijfde lid, is van overeenkomstige
toepassing.
-4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden
gesteld omtrent dit artikel, waarbij kan worden bepaald in welke
situaties een deel van de subsidiekosten in rekening kan worden gebracht
bij de werkgever.
-5. Een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het vierde lid
treedt niet eerder in werking dan vier weken na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin hij is geplaatst. Van de plaatsing wordt
onverwijld mededeling gedaan aan beide kamers der Staten-Generaal.
W.
Artikel 35, achtste lid, wordt vervangen door:
-8. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot
de terugvordering en de tenuitvoerlegging van besluiten tot
terugvordering als bedoeld in dit artikel.
X.
Hoofdstuk 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. De artikelen 38, 39 en
40 en de daarbij behorende opschriften
vervallen en de paragraafaanduiding "§ 1. Uitvoering door
uitvoeringsinstellingen" vervalt.
2. Het opschrift van hoofdstuk 5 wordt vervangen door: Financiering.
3. De paragraafaanduiding "§ 2. Financiering" vervalt.
Y. [MvT]
Artikel 42 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. Bij ministeriële regeling worden de bijdragen, bedoeld in het eerste
lid, onderdeel a, en de onderlinge verhouding tussen de ten laste van de
verschillende fondsen komende bijdragen, bedoeld in dat onderdeel,
vastgesteld. Bij deze regeling kan worden bepaald dat in de middelen tot
dekking van de uitgaven ten laste van het Reïntegratiefonds mede wordt
voorzien door het Rijk en kunnen nadere regels worden gesteld in verband
met de besteding van die rijksbijdrage.
2. Het derde lid vervalt.
Z. [MvT]
Artikel 43 wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef en onderdeel a van het eerste lid worden vervangen door:
-1. Ten laste van het Reïntegratiefonds komen de kosten verband houdende
met de uitvoering van artikel 10 en 11 en de door het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekte of toegekende:
a. subsidies, bedoeld in artikel 15, 16,
16a, 17,
18, 30, 33 en
33a, of
overeenkomsten, bedoeld in artikel 33 dan wel
33a, eerste lid, onderdeel
b.
2. Het tweede lid wordt vervangen door:
-2. De vergoedingen aan de gemeenten voor de voorzieningen op grond van
de Wiw waarvoor arbeidsgehandicapten woonachtig in die
gemeenten als
bedoeld in artikel 10a in aanmerking worden gebracht, komen tevens ten
laste van het Reïntegratiefonds.
3. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:
-3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
AA.
Artikel 44, derde lid, vervalt.
BB.
In artikel 46, vijfde lid, wordt de zinsnede "de uitvoeringsinstelling
die ten aanzien van hem werkzaamheden als bedoeld in artikel 41 van de Osv 1997
verricht," vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
BBa.
Artikel 49b wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Indien deze
beschikking niet binnen deze beslistermijn dan wel binnen de termijn van
verdaging, bedoeld in het zesde lid, wordt gegeven, wordt besloten in
overeenstemming met de aanvraag.
2. In het vijfde lid vervalt "eerste,".
BBb.
Artikel 49b zoals dat komt te luiden na inwerkintreding van artikel XVI
van de Wet beslistermijnen sociale verzekeringen, wordt als volgt
gewijzigd:
1. Aan het eerste lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: Indien deze
beschikking niet binnen deze beslistermijn dan wel binnen de termijn van
verdaging, bedoeld in het zesde lid, wordt gegeven, wordt besloten in
overeenstemming met de aanvraag.
2. In het vierde lid vervalt "eerste,".
CC.
Artikel 79, vierde lid, vervalt.
DD. [MvT]
Artikel 82 vervalt.
Art. 58.
Overgangsrecht wijziging Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
De regeling van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond
van artikel 21, zevende lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dit artikel luidde op de datum vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, geldt met ingang van dat
tijdstip als regeling van Onze Minister op grond van artikel
21, zevende
lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
Art. 59.
Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering
De Wet
overgangsregeling arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als
volgt gewijzigd:
A.
In artikel 2, tweede lid, wordt de zinsnede "de Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997" vervangen door: de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
B.
In de artikelen 10, eerste lid, 36, tweede lid, 39, tweede lid, 43,
eerste lid, 44, eerste lid, 45, 46, eerste lid, 49, derde lid, 53,
aanhef, 54, 55, 55a, 57, eerste lid, tweede lid, derde lid, onderdeel
b,
vierde lid, 61 en 62 wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 60.
Wet
aanpassing daglonen Wet overgangsregeling
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
De Wet
aanpassing daglonen Wet overgangsregeling
arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
In de artikelen 3, eerste en vierde lid, 7, eerste lid, en 8, eerste,
derde, vijfde en achtste lid, wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
B.
Artikel 8, vierde lid, wordt vervangen door:
-4. Een lid en een plaatsvervangend lid worden aangewezen door de
organisaties van werkgevers als bedoeld in artikel
16, derde lid, van de
Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen en een lid en een
plaatsvervangend lid door de organisaties van werknemers als bedoeld in
artikel 16, derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk
en inkomen.
Art. 61.
Ziektewet
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b wordt vervangen door:
b. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. De onderdelen c, d en e vervallen.
3. De onderdelen f, g, h, i en j worden verletterd tot onderdelen
c, d, e, f en g.
B.
In artikel 7 wordt de zinsnede "het uitkeringsreglement
werkloosheidsverzekeringen van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen door: het uitkeringsreglement
werkloosheidsverzekeringen van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
In artikel 11, derde lid, vervalt de zinsnede "of een
uitvoeringsinstelling in naam van dit instituut,".
D.
In de artikelen 11, eerste, tweede en derde lid,
15, derde lid, 26a,
28,
eerste, tweede en vierde lid, 29, derde en achtste lid,
30, tweede lid,
30a, eerste en tweede lid, 31, eerste, vierde en vijfde lid,
32, derde
lid, 33, eerste, tweede, vierde en zevende lid,
33a, tweede lid, 35,
vijfde lid, 37, eerste en tweede lid, 38, eerste, tweede, derde en
vierde lid, 38a, eerste, tweede, vierde, vijfde en zesde lid,
39,
eerste, tweede en derde lid, 40, eerste en tweede lid,
41, eerste en
tweede lid, 44, eerste en vierde lid, 45, eerste, derde en vierde lid,
45a, eerste, derde, vierde, vijfde en zevende lid, 45b, eerste, tweede,
derde, vierde en vijfde lid, 45c, tweede lid,
45e, eerste lid,
45g,
derde en zevende lid, 46, eerste lid, 47a, eerste, tweede en derde lid,
48, 52a, 54, eerste en tweede lid,
59, 64, eerste lid,
66, derde lid,
67a, 68, eerste lid, onderdeel b,
71, 72b, tweede lid,
74,
75b, derde
lid, en 81 wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens
vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
E.
Artikel 28, derde lid, vervalt.
F.
Artikel 30, derde lid, wordt vervangen door:
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan de in het eerste
lid bedoelde werknemer verplichten zich als werkzoekende bij de Centrale
organisatie werk en inkomen te laten registreren en die registratie
tijdig te doen verlengen, indien hem daartoe het recht toekomt op grond
van artikel 25 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
G.
Artikel 33, zesde lid, wordt vervangen door:
-6. Degene van wie wordt teruggevorderd, is verplicht desgevraagd aan het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de inlichtingen te
verstrekken die voor de terugvordering van belang zijn.
H.
Artikel 33b wordt vervangen door:
Art. 33b.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de artikelen 33, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en
zesde lid, en 33a.
I.
In artikel 37, eerste lid, wordt "haar" vervangen door: hem.
J.
Artikel 39a vervalt.
K. Vervallen.
L.
Artikel 45 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel h, wordt de zinsnede "artikel
89,
vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen
door: artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. Het zesde lid wordt vervangen door:
-6. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste en het tweede lid.
M.
Artikel 45c, derde lid, wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste lid.
N.
In artikel 45d, derde lid, wordt de zinsnede "aan de betrokken
uitvoeringsinstelling" vervangen door: aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
O.
In artikel 45e, eerste lid, vervalt de zinsnede "of de betrokken
uitvoeringsinstelling".
P.
In artikel 45g, derde
lid, wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
Q.
In artikel 49 wordt de
zinsnede "aan de uitvoeringsinstelling die ten aanzien van hem
werkzaamheden als bedoeld in artikel 41 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 verricht, op haar
verzoek"
vervangen door: aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op zijn verzoek.
R.
Artikel 51 komt te
luiden:
Art. 51.
Het Rijk is niet
aansprakelijk voor het doen van uitkeringen of de verstrekking van
bijdragen als bedoeld in artikel 59.
S.
Artikel 53 wordt
vervangen door:
Art. 53.
In de uitvoering van deze
wet wordt voorzien door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
T.
Het opschrift van de
tweede afdeling, hoofdstuk III, "Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen" wordt vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
U.
Artikel 55 wordt
vervangen door:
Art. 55.
-1. De werknemer is
verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-2. Voor de toepassing van
deze wet gelden aaneensluitende verzekeringen bij het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen als één verzekering.
V.
Artikel 56 vervalt.
W.
Artikel 62 wordt
vervangen door:
Art. 62.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt, volgens nadere bij ministeriële
regeling vast te stellen regels, uit de door dit instituut gevoerde administratie aan een daartoe door
Onze Minister aangewezen onder hem ressorterende ambtenaar, gegevens omtrent het ziekteverzuim van
werknemers.
X.
Artikel 66, eerste lid,
aanhef, wordt vervangen door:
-1. Het verzoek om
toelating tot de vrijwillige verzekering wordt ingediend bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen:.
Y.
Artikel 67 vervalt.
Art. 62.
Overgangsrecht wijziging Ziektewet
A.
Door het Landelijk instituut sociale
verzekeringen op grond van de artikelen 33b, tweede
lid, en 45c, derde lid, van de Ziektewet, zoals deze artikelen luidden op de
datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gestelde
regels gelden met ingang van dat tijdstip als ministeriële
regelingen op grond van
artikel 33b en 45c, derde lid, van de Ziektewet.
B.
Tot een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip luidt artikel 45, zesde lid, van de Ziektewet als
volgt:
-6. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt nadere regels met betrekking tot
het eerste en tweede lid.
Art. 63.
Wet
overgangsregeling Ziektewet
In de artikelen 11,
eerste lid, onderdeel e, 15, 16, eerste lid, en 19, tweede lid, van de
Overgangsregeling Ziektewet wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
Art. 64.
Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid
De Invoeringswet stelselherziening sociale
zekerheid wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel j wordt
vervangen door:
j. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. De onderdelen k en l
vervallen.
3. Onderdeel m wordt
verletterd tot onderdeel k.
B.
In de artikelen 4, vijfde
lid, 13, 14, eerste en tweede lid,
16, 26, 27, tweede lid,
28, 31, 34,
vierde lid, en 43, zesde en zevende lid, wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
Artikel 32 wordt
vervangen door:
Art. 32.
-1. De persoon, bedoeld in
artikel 6, is verzekerd bij het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-2. Het gemeentebestuur
waarvan de persoon, bedoeld in artikel 6, uitkering ontvangt, meldt
die persoon aan bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
D.
Artikel 66 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "het College van toezicht sociale
verzekeringen, het Landelijk instituut sociale
verzekeringen en
de uitvoeringsinstellingen" vervangen door: en het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
2. In het tweede lid
wordt "Landelijk Instituut sociale verzekeringen en de
uitvoeringsinstellingen" vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 65.
Algemene
Kinderbijslagwet
De Algemene
Kinderbijslagwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 7, achtste
lid, wordt "Arbeidsvoorzieningsorganisatie als werkzoekende is
ingeschreven" vervangen door: Centrale organisatie werk en inkomen als
werkzoekende is geregistreerd.
B.
In de artikelen 14,
eerste, tweede en derde lid, 14a, eerste en tweede lid,
15, 16, eerste en tweede
lid, 17, eerste, derde en vierde lid, 17a, eerste, derde, vierde en vijfde
lid, 17b, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid,
17c, tweede lid,
17d,
derde lid, 17e, eerste lid, 17g, derde en zevende lid,
18, eerste en derde lid, 19,
19a, eerste, derde en vierde lid, 21,
22, 24, eerste, tweede, vierde,
zesde en zevende lid, 24a, tweede lid,
25, eerste, tweede en vierde lid,
29a, eerste en tweede lid, 30 en
39 wordt "Sociale
Verzekeringsbank"
telkens vervangen door: Sociale verzekeringsbank.
C.
Artikel 17 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "artikel 89, vierde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen door: artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. Het zesde lid wordt
vervangen door:
-6. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste en tweede lid.
D.
Artikel 17c, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste
lid.
E.
Artikel 24b wordt
vervangen door:
Art. 24b.
Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
artikelen 24, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en 24a.
Art. 66.
Overgangsrecht wijziging Algemene Kinderbijslagwet
A.
Door de Sociale verzekeringsbank op grond van de
artikelen
17c, derde lid, en 24b, tweede lid,
van de Algemene Kinderbijslagwet, zoals deze artikelen luidden op de
datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gestelde regels
gelden met ingang van dat tijdstip als ministeriële regelingen op grond
van
de artikelen 17c, derde lid, en 24b van de Algemene
Kinderbijslagwet.
B.
Tot een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip luidt artikel 17, zesde lid, van de Algemene
Kinderbijslagwet als volgt:
-6. De Sociale
verzekeringsbank stelt nadere regels met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Art. 67.
Algemene
nabestaandenwet
De Algemene
nabestaandenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1 worden de
onderdelen c en d, onder verlettering van de onderdelen e tot en met
n
tot onderdelen d tot en met m, vervangen door:
c. de Sociale
verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
B.
In de artikelen 14,
vijfde lid, 16, vierde lid, 22, vierde lid,
25, tweede lid, 33, eerste, derde en
vierde lid, 34, eerste en tweede lid, 35,
36, eerste en tweede lid, 37,
38,
eerste, derde en vierde lid, 39, eerste, derde, vierde en vijfde lid,
40,
eerste,
tweede, derde, vierde en vijfde lid, 41, tweede lid,
42, derde lid, 43, eerste
lid, 45, derde en zevende lid, 46, eerste, derde en vierde lid,
46a, eerste,
derde en vierde lid, 47, eerste lid, 49, eerste lid,
50, eerste lid, 51, derde
lid, 52, tweede lid, 53, eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid,
54, tweede
lid, 56, tweede lid, 57, eerste en tweede lid,
61, eerste en tweede lid,
63b, eerste lid, 63c, eerste lid,
65, 66a, derde lid,
67, derde lid, en 79 wordt
"Bank" telkens vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
C.
Het bij de Wet van 13
december 2000, houdende wijziging van enige wetten teneinde de
aanspraak jegens bestuursorganen op verstrekkingen, voorzieningen en
uitkeringen afhankelijk te maken van het in de gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens opgenomen gegeven omtrent het adres van een
ingezetene (Stb. 2001, 67) tot stand gekomen artikel 46a van de
Algemene nabestaandenwet wordt vernummerd tot
artikel 46b, onder vervanging van "Bank" door Sociale verzekeringsbank in het eerste, derde en vierde
lid.
D.
Artikel 36, derde lid,
vervalt.
E.
Artikel 38 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt de zinsnede "de verplichting, bedoeld in artikel
89, vierde lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door: de
verplichtingen, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. Het zesde lid wordt
vervangen door:
-6. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste en tweede lid.
F.
Artikel 41, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste
lid.
G.
In artikel 45, derde lid,
wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
H.
Artikel 55 wordt
vervangen door:
Art. 55.
Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot artikel
53, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en 54.
I.
In artikel 63c, eerste
lid, wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
Art. 68.
Overgangsrecht wijziging Algemene nabestaandenwet
A.
Door de Sociale verzekeringsbank op grond van de
artikelen 41, derde lid, en 55, tweede lid,
van de Algemene nabestaandenwet, zoals deze artikelen luidden op de
datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gestelde regels
gelden met ingang van dat tijdstip als ministeriële regelingen op grond
van
de artikelen 41, derde lid, en 55 van de Algemene
nabestaandenwet.
B.
Tot een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip luidt artikel 38, zesde lid, van de Algemene
nabestaandenwet als volgt:
-6. De Sociale
verzekeringsbank stelt nadere regels met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Art. 69.
Algemene
Ouderdomswet
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A.
In de artikelen 14,
eerste en tweede lid, 15, eerste en tweede lid,
16, tweede lid, 17, eerste
lid, 17a, eerste en tweede lid, 17b, eerste, derde en vierde lid,
17c, eerste,
derde, vierde, vijfde en zevende lid, 17d, eerste, tweede, derde, vierde en
vijfde lid, 17e, tweede lid, 17f, derde lid,
17g, eerste lid,
17i, derde en
zevende lid, 18, derde lid, 19, eerste, tweede en zesde lid,
19a, eerste en
tweede lid, 19b, eerste, derde en vierde lid,
20, eerste en tweede lid, 24,
eerste, tweede, vierde, zesde en zevende lid, 24a, tweede lid,
36, eerste
lid, 37, eerste lid, 39, eerste lid,
48, tweede lid, 49,
52 en 68 wordt
"Sociale Verzekeringsbank" telkens vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
B.
Artikel 17b wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt de zinsnede "de verplichting, bedoeld in artikel
89, vierde lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door: de
verplichtingen, bedoeld in artikel 55, tweede lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. Het zesde lid wordt
vervangen door:
-6. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste en tweede lid.
C.
Artikel 17e, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste
lid.
D.
In artikel 17i, derde
lid, wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
E.
Artikel 24b wordt
vervangen door:
Art. 24b.
Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
artikelen 24, eerste, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en
24a.
Art. 70.
Overgangsrecht wijziging Algemene Ouderdomswet
A.
Door de Sociale verzekeringsbank op grond van de
artikelen
17e, derde lid, en 24b, tweede lid,
van de Algemene Ouderdomswet, zoals deze artikelen luidden op de
datum vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, gestelde regels
gelden met ingang van dat tijdstip als ministeriële regelingen op grond
van
de artikelen 17e, derde lid, en 24b van de Algemene
Ouderdomswet.
B.
Tot een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip luidt artikel 17b, zesde lid, van de Algemene
Ouderdomswet als volgt:
-6. De Sociale
verzekeringsbank stelt nadere regels met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Art. 71.
Wet
financiering volksverzekeringen
De Wet financiering
volksverzekeringen wordt als volgt gewijzigd:
A.
In de artikelen 18,
eerste en zesde lid, 19, tweede lid, 22,
26, eerste lid, 28, eerste en tweede lid,
30, derde lid, 46,
47 en 49 wordt "Sociale Verzekeringsbank"
telkens vervangen door: Sociale verzekeringsbank.
B.
In de artikelen 30, derde
lid, 34, eerste lid, 46,
47 en 49 wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
Artikel 11 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Bij ministeriële
regeling wordt het premiepercentage voor de Algemene nabestaandenwet
vastgesteld.
-2. Het derde lid vervalt.
D.
In artikel 47 vervalt de
zinsnede ", aan het College van toezicht sociale
verzekeringen".
Art. 72.
Wet
privatisering FVP
De Wet privatisering FVP
wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel e wordt
vervangen door:
e. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onderdeel f vervalt.
B.
Artikel 8, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Indien de stichting
voorziet in aanvullende pensioenvoorzieningen van werkloze werknemers,
verlenen het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de pensioenuitvoerders
waaraan bijdragen worden uitgekeerd, tegen een
redelijke kostenvergoeding hun medewerking aan de uitvoering hiervan.
Onder werkloze werknemer wordt verstaan de werknemer die werkloos is
als bedoeld in artikel 16 van de Werkloosheidswet en als gevolg daarvan een
door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vastgesteld recht op een
uitkering op grond van die wet heeft.
Art. 73. Wet
premieregime bij marginale arbeid
De Wet premieregime bij
marginale arbeid wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel d wordt
vervangen door:
d. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. De onderdelen e en f
vervallen.
3. De onderdelen g en h
worden verletterd tot onderdelen e en f en in het tot f verletterde onderdeel
wordt "Arbeidsvoorzieningsorganisatie als werkzoekende is
ingeschreven" vervangen door: Centrale organisatie
werk en inkomen als werkzoekende is geregistreerd.
B.
In de artikelen 2, eerste
lid, 5, eerste lid, 6 en
9a wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
Artikel 3 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid
wordt de zinsnede "bedoeld in artikel 1, onderdeel g, van de
Organisatiewet
sociale verzekeringen 1997" vervangen door: bedoeld in artikel
1,
onderdeel k, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. In het vierde lid
wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
D.
Artikel 4, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen voor de Tabakverwerkende en Agrarische sector
categorieën van werknemers aangewezen worden waarvoor het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen de
werkgever ter zake van
een dienstbetrekking met een onder die categorie vallende werknemer
vrijstelling van de verplichting tot het betalen van de door die werkgever en die
werknemer verschuldigde premies werknemersverzekeringen
kan verlenen.
Art. 74.
Coördinatiewet Sociale Verzekering
De Coördinatiewet
Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
als volgt gewijzigd:
1º. De onderdelen b, c
en d vervallen.
2º. Er wordt een nieuw
onderdeel b toegevoegd, luidende:
b. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Het tweede lid
vervalt.
B.
In artikel 3a, tweede en
derde lid, 6, eerste en tweede lid, onderdeel p, en tweede lid,
7, eerste
en tweede lid, 9, derde lid, 10, tweede lid,
11, derde, vierde en vijfde
lid, 12, eerste, tweede, derde en vierde lid,
12a, eerste, tweede, derde
vierde en vijfde lid, 12b, derde lid,
12c, derde lid, 12d, eerste lid,
14, 15,
eerste, tweede en zesde lid, 15a, eerste en tweede lid,
16, 16d, tweede,
tiende en elfde lid, 16g, eerste lid,
16h, 17, eerste en tweede lid, en
18b wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C.
In artikel 11, eerste
lid, worden de eerste en tweede zin vervangen door: De vaststelling van de
door de werkgever verschuldigde premie, alsmede de invordering daarvan,
geschiedt door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Indien het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen premie is
verschuldigd over een uitkering stelt hij die premie vast en vordert
die in.
Art. 75.
Wet invoering
mutatiesysteem AKW
In artikel II van de Wet
invoering mutatiesysteem AKW wordt "Sociale Verzekeringsbank"
vervangen door: Sociale verzekeringsbank.
Art. 76.
Algemene
bijstandswet [MvT]
De Algemene bijstandswet
wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te
luiden:
c. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onder verlettering van
onderdeel d tot onderdeel g worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:
d. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
e. Sociale
verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. het
Inlichtingenbureau: het Inlichtingenbureau, bedoeld in
artikel 63 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
B.
[MvT]
Artikel 14 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Indien de
belanghebbende blijk heeft gegeven van een tekortschietend besef van
verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, dan wel in de periode
voorafgaand aan de bijstandsaanvraag of nadien onvoldoende heeft meegewerkt aan het verkrijgen of behouden van
arbeid in
dienstbetrekking, de verplichting, bedoeld in artikel
65, eerste lid, of de artikelen 28,
tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen, niet binnen de door burgemeester en wethouders,
onderscheidenlijk de Centrale organisatie werk en inkomen, daarvoor
vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een verplichting als bedoeld
in artikel 8, zesde lid, onderdeel b, artikel
65, tweede of derde lid,
artikel 70, vierde lid, of een op grond van hoofdstuk VIII aan de bijstand
verbonden verplichting niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigeren
burgemeester en wethouders de bijstand tijdelijk geheel of gedeeltelijk.
2. In het derde lid wordt
na "bedoeld in artikel 65, eerste lid," een zinsnede ingevoegd,
luidende: of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,.
C.
[MvT]
In het eerste en derde
lid van artikel 14a wordt na "bedoeld in
artikel 65, eerste lid," een
zinsnede ingevoegd, luidende: of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen,.
D.
In het vierde lid van
artikel 14f wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen,
onderscheidenlijk de Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale
verzekeringsbank.
E.
[MvT]
Na artikel 63 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 63a.
-1. De aanvraag is gericht
tot burgemeester en wethouders en wordt overeenkomstig artikel 28
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend
bij de Centrale organisatie werk en inkomen. Na de overdracht van de
aanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen aan burgemeester
en wethouders ingevolge artikel 28, derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld
door burgemeester en wethouders.
-2. Indien het een
aanvraag betreft van andere dan algemene bijstand of van algemene bijstand aan
personen die in een inrichting verblijven, aan personen van 65 jaar of ouder, aan personen zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de
Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens en aan zelfstandigen, wordt, in afwijking van het eerste lid, de aanvraag
ingediend bij
burgemeester en wethouders.
-3. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat ook andere
aanvragen dan in het tweede lid bedoeld, in afwijking van het eerste
lid, bij burgemeester en wethouders worden ingediend.
-4. Het gemeentebestuur
kan, in overeenstemming met de Centrale organisatie werk en
inkomen, bij verordening categorieën van aanvragen vaststellen die, in afwijking van het tweede of derde lid, bij de Centrale
organisatie werk en inkomen worden ingediend.
F.
[MvT]
Onder vernummering van
het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid
vervalt het tweede lid van artikel 65.
G.
[MvT]
Artikel 66 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het derde tot en met zevende lid tot tweede tot en met zesde lid worden het eerste en tweede lid vervangen door een lid, luidende:
-1. Onverminderd artikel 28, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen bepalen burgemeester en wethouders welke gegevens
ten behoeve van de verlening van bijstand dan wel de voortzetting
daarvan door de belanghebbende in ieder geval worden verstrekt en welke
bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt.
2. In het tot het derde
lid ¹ vernummerde lid wordt "wijziging" vervangen door: herziening.
H.
[MvT]
Het eerste lid van
artikel 68 komt te luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders stellen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door de
Centrale organisatie werk en inkomen bij een aanvraag als bedoeld
in artikel 63a, eerste en vierde lid, of door burgemeester en
wethouders bij een aanvraag als bedoeld in artikel 63a, tweede of derde lid, vast
of recht op bijstand bestaat. Indien het een aanvraag betreft om als
zelfstandige bijstand te ontvangen, bedraagt deze termijn dertien weken.
Ha.
Na artikel 68 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 68a.
-1. Indien door
burgemeester en wethouders is vastgesteld dat recht op bijstand bestaat, wordt
de bijstand toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor
zover deze dag niet ligt vóór de dag waarop de
belanghebbende zich heeft gemeld om bijstand aan te vragen.
-2. De belanghebbende
heeft zich gemeld als zijn naam, adres en woonplaats zijn geregistreerd en hij in staat is gesteld zijn aanvraag in te
dienen bij de Centrale organisatie werk en inkomen als het een aanvraag
betreft als bedoeld in
artikel 63a, eerste of vierde lid, of bij burgemeester en
wethouders als het
een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 63a, tweede of derde lid.
-3. Indien de
belanghebbende de aanvraag niet zo spoedig mogelijk indient nadat hij zich
heeft gemeld en hem dit te verwijten valt, kunnen burgemeester en wethouders, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat
de bijstand wordt toegekend vanaf de dag dat de aanvraag is ingediend.
I.
[MvT]
In artikel 69, derde lid,
onderdeel a, wordt "een verplichting als bedoeld in artikel
65, eerste lid," vervangen door: de verplichting, bedoeld in artikel
65, eerste lid,
of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen,.
J.
[MvT]
Artikel 70 komt te
luiden:
Art. 70.
-1. Bij een besluit tot
toekenning of voortzetting van bijstand wordt, in een bijlage, mededeling
gedaan van de rechten en plichten van de belanghebbende die
verband houden met de toekenning of voortzetting van bijstand. Hierbij wordt ten minste mededeling gedaan van:
a. de verplichtingen tot
het doen van mededelingen en het verlenen van medewerking, bedoeld
in artikel 65;
b. de verplichtingen als
bedoeld in hoofdstuk VIII die in het betrokken geval aan de bijstand
zijn verbonden.
-2. Bij een besluit tot
herziening van bijstand wordt mededeling gedaan van de herziening en, in
een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde
rechten en plichten van de belanghebbende. Voorts wordt, indien daarvoor
aanleiding bestaat, in deze bijlage nogmaals mededeling gedaan van de
eerder aan de bijstand verbonden rechten en plichten, bedoeld in het
eerste lid.
-3. Indien burgemeester en
wethouders ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel
111,
eerste lid, ten behoeve van de belanghebbende een plan hebben opgesteld of
hebben laten opstellen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot
inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit opgenomen in een bijlage
bij het besluit tot toekenning, voortzetting of herziening van bijstand.
-4. De belanghebbende
tekent, indien een plan als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld, een
exemplaar van de bijlage, bedoeld in het derde lid, of, indien een dergelijk plan niet wordt opgesteld, een exemplaar van
de bijlage, bedoeld in
het eerste en tweede lid, voor gezien en verstrekt dit aan burgemeester en
wethouders. De bijlage wordt tevens getekend door burgemeester en wethouders.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
K.
[MvT]
Artikel 71 komt te
luiden:
Art. 71.
-1. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de periode die de
opschorting van de bijstand, bedoeld in artikel 69, eerste lid, ten hoogste
mag duren;
b. de termijn waarbinnen
burgemeester en wethouders de onderzoeken verrichten, bedoeld in
artikel 66, derde, vijfde en zesde lid.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de wijze waarop
burgemeester en wethouders toepassing geven aan artikel
66, eerste lid;
b. de inhoud van de
onderzoeken, bedoeld in artikel 66, tweede, derde, vijfde en zesde lid;
c. de voorwaarden
waaronder van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijnen kan
worden afgeweken ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in artikel
66,
derde en zesde lid;
d. de gevallen waarin kan
worden afgezien van het onderzoek, bedoeld in artikel
66, zesde lid.
L.
In artikel 75, eerste en
tweede lid, wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens
vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
M.
[MvT]
In artikel 78c, tweede
lid, onderdeel b, wordt na "bedoeld in artikel
65, eerste lid" een zinsnede
ingevoegd, luidende:, of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
N.
[MvT]
In het tweede lid van
artikel 84 wordt "bedoeld in artikel 65" vervangen door:, bedoeld in
artikel 65, of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,.
O.
In artikel 90 wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen. In artikel
106, eerste lid, wordt "kunnen burgemeester en wethouders
aan de bijstand
verplichtingen verbinden" vervangen door: kunnen burgemeester en
wethouders vanaf de dag van melding als bedoeld in artikel 68a, tweede lid,
verplichtingen opleggen.
P.
[MvT]
Het tweede lid van
artikel 111 komt te luiden:
-2. Burgemeester en
wethouders werken samen met de Centrale organisatie werk en
inkomen en het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen om de inschakeling van
bijstandsgerechtigden in het arbeidsproces te
bevorderen.
Q.
Artikel 113, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef komt te
luiden:
-1. De belanghebbende die
voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op
arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding als bedoeld in
artikel 68a, tweede lid, verplicht:.
2. Onderdeel b komt te
luiden:
b. ervoor te zorgen dat
hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Centrale
organisatie werk en inkomen en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt
op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
R.
[MvT]
Artikel 118 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van het
eerste lid, onderdeel b, vervalt "en".
2. Onder verlettering van
onderdeel c tot onderdeel d wordt in het eerste lid een onderdeel ingevoegd,
luidende:
c. de uitbesteding van
taken met betrekking tot de inschakeling in het arbeidsproces van
bijstandsgerechtigden; en.
3. Onderdeel a van het
derde lid komt te luiden:
a. toepassing geven aan
artikel 66, eerste tot en met vierde lid, en artikel
122;.
S.
[MvT]
Het derde lid van artikel
120 komt te luiden:
-3. Het eerste en het
tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van organen,
ingesteld bij of krachtens de wet, ter behartiging van belangen waarbij meer
dan één gemeente is betrokken en ten aanzien van de
Centrale
organisatie werk en inkomen.
T.
[MvT]
Artikel 122 komt te
luiden:
Art. 122.
-1. De hieronder vermelde
instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en
wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van artikel
120,
derde lid, aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben
verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van bijstand, aan de Centrale organisatie werk en inkomen,
kosteloos opgaven en
inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
deze wet:
a. burgemeester en
wethouders van andere gemeenten;
b. de Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
c. de belastingdienst;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in
artikel
1a van de Ziekenfondswet, het
College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van
de Ziekenfondswet, de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars
en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
e. de
bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen,
stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en
andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij
of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers als inkomen worden aangemerkt;
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit
lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet
1996 vastgestelde vergoeding;
g. de korpschef en de
bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet
2000;
h. Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende
de toepassing van de Huursubsidiewet
en de
Wet
bevordering eigenwoningbezit;
i. de Informatie Beheer
Groep betreffende de toepassing van de Wet
studiefinanciering 2000,
de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
j. Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreffende de omvang van de
productiebeperkende maatregelen voor het bedrijf van de ondernemer in de
agrarische sector;
k. Onze Minister van
Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is
ontnomen;
l. de instanties en
personen die woonruimte verhuren;
m. de instanties die in
het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren.
-2. Het vragen door
burgemeester en wethouders en het verstrekken door de in het eerste lid
bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen geschiedt in bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur te bepalen gevallen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het
Inlichtingenbureau voert ten behoeve van de verwerking van deze
opgaven en inlichtingen een administratie.
-3. Griffiers van
colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan
burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van
artikel 120, derde lid, aan de
Centrale organisatie werk
en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten
inzake de verlening van bijstand, aan de Centrale organisatie werk en
inkomen, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van
uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van deze wet.
-4. De in het eerste en
het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
a. van wie kosten van
bijstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk VI of
op wie deze worden of kunnen worden verhaald ingevolge
hoofdstuk VII;
b. die hun hoofdverblijf
hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs
kan worden vermoed, als degene:
1º. te wiens behoeve
bijstand is gevraagd of wordt verleend;
2º. van wie kosten van
bijstand worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk VI of
op wie deze worden of kunnen worden verhaald ingevolge
hoofdstuk VII.
-5. De in het eerste en
het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd
schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en
zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst
van het verzoek hiertoe, verstrekt.
-6. De in het eerste lid,
onderdeel a tot en met k, genoemde instanties treffen desgevraagd met
burgemeester en wethouders en met het Inlichtingenbureau een
regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder
aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.
-7. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent
het tweede lid en de inhoud en vormgeving van de in het zesde lid
bedoelde regelingen.
-8. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen één of meer van de in het eerste lid bedoelde
instanties worden aangewezen die ten behoeve van aan burgemeester en
wethouders te verstrekken opgaven en inlichtingen, de door het
Inlichtingenbureau aan deze instanties verstrekte gegevens van aldaar op
dat moment nog onbekende personen opslaan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van de
eerste volzin wordt bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald op welke wijze en gedurende welke termijn deze gegevens
worden opgeslagen.
-9. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen andere instanties en personen dan genoemd in
het eerste en het derde lid worden aangewezen voor wie de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid,
eveneens gelden, voor zover het betreft de verstrekking van nader bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen inlichtingen en opgaven met betrekking tot
inkomen en vermogen.
-10. Bij de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, kan tevens worden bepaald
dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met
opsporingsbevoegdheid.
U. Vervallen.
[MvT]
V.
[MvT]
Artikel 125 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Burgemeester en
wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd,
onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet
2000, uit de administratie
ter zake van de uitvoering van deze wet
aan de hieronder vermelde organen en derden kosteloos de gegevens te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hierbij vermelde wetten of
wettelijke regelingen:
a. de Centrale
organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de
artikelen 30, eerste lid,
onderdeel a, en 34,
eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. de belastingdienst
voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies
volksverzekeringen;
c. burgemeester en
wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet,
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers, de Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in
artikel
1a van de Ziekenfondswet, het
College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van
de Ziekenfondswet, en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars
en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten;
e. derden die in het
kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen
in de arbeid bevorderen.
2. In het derde lid wordt "Bij algemene maatregel van
bestuur" vervangen door: Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur.
W.
[MvT]
Artikel 126 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "van de gemeente" een zinsnede ingevoegd, luidende: en
van het Inlichtingenbureau.
2. In het tweede lid
wordt na "door burgemeester en wethouders" een zinsnede ingevoegd,
luidende:, het Inlichtingenbureau.
X.
[MvT]
Artikel 130 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Onze Minister is
verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet.
2. Onder vernummering van
het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid
wordt een lid ingevoegd, luidende:
-2. Dit toezicht wordt
onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de
Inspectie Werk en
Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, onder leiding van het
hoofd van die inspectie.
De artikelen 37, 38,
42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing.
Y.
[MvT]
In artikel 132, eerste
lid, wordt na "Onze Minister" ingevoegd: kosteloos.
1. Volgens de redactie
dient "derde lid" te worden vervangen door: tweede lid.
Art. 77.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
[MvT]
De Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 ¹ wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te
luiden:
c. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onder verlettering van
de onderdelen d en e tot onderdelen g en h worden drie onderdelen ingevoegd,
luidende:
d. Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
e. Sociale
verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. het
Inlichtingenbureau: het Inlichtingenbureau, bedoeld in
artikel 63 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
B. [MvT]
Na artikel 11 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 11a.
-1. Een aanvraag is
gericht tot burgemeester en wethouders en wordt overeenkomstig artikel 28
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend
bij de Centrale organisatie werk en inkomen. Na de overdracht van de
aanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen aan burgemeester
en wethouders ingevolge artikel 28, derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld
door burgemeester en wethouders.
-2. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van aanvragen worden
aangewezen die, in afwijking van het eerste lid, bij burgemeester en
wethouders worden ingediend.
-3. Het gemeentebestuur
kan, in overeenstemming met de Centrale organisatie werk en
inkomen, bij verordening categorieën van aanvragen vaststellen die, in afwijking van het tweede lid, bij de Centrale organisatie
werk en inkomen worden
ingediend.
C. [MvT]
Onder vernummering van
het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid
vervalt het tweede lid van artikel 13.
D. [MvT]
Artikel 14 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het derde tot en met zevende lid tot tweede tot en met zesde lid worden het eerste en tweede lid vervangen door een lid, luidende:
-1. Onverminderd artikel 28, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen bepalen burgemeester en wethouders welke gegevens
ten behoeve van de verlening dan wel voortzetting van de uitkering door de belanghebbende in ieder geval
worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip
waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt.
2. In het tot het derde
lid ²
vernummerde lid wordt "wijziging" vervangen door: herziening.
E. [MvT]
Het eerste lid van
artikel 16 komt te luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders stellen binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag door de
Centrale organisatie werk en inkomen bij een aanvraag als bedoeld
in artikel 11a, eerste lid, of door burgemeester en wethouders bij een aanvraag als bedoeld in
artikel
11a, tweede of
derde lid, vast of recht
op uitkering bestaat.
Ea.
Na artikel 16 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 16a.
-1. Indien door
burgemeester en wethouders is vastgesteld dat recht op uitkering bestaat, wordt
de uitkering toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor
zover deze dag niet ligt vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft
gemeld om uitkering aan te vragen.
-2. De belanghebbende
heeft zich gemeld als zijn naam, adres en woonplaats zijn geregistreerd en hij in staat is gesteld zijn aanvraag in te
dienen bij de Centrale organisatie werk en inkomen als het een aanvraag
betreft als bedoeld in
artikel 11a, eerste lid, of bij burgemeester en wethouders als het een
aanvraag betreft als bedoeld in artikel 11a, tweede of derde lid.
-3. Indien de
belanghebbende de aanvraag niet zo spoedig mogelijk indient nadat hij zich
heeft gemeld en hem dit te verwijten valt, kunnen burgemeester en wethouders, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat
de uitkering wordt toegekend vanaf de dag dat de aanvraag is ingediend.
F. [MvT]
In artikel 17, derde lid,
onderdeel a, wordt "een verplichting als bedoeld in artikel
13, eerste
lid," vervangen door: de verplichting, bedoeld in artikel
13, eerste lid,
of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen,.
G. [MvT]
Artikel 18 komt te
luiden:
Art. 18.
-1. Bij een besluit tot
toekenning of voortzetting van de uitkering wordt, in een bijlage,
mededeling gedaan van de rechten en plichten van de belanghebbende die
verband houden met de toekenning of voortzetting van de uitkering. Hierbij wordt ten minste mededeling gedaan van:
a. de verplichtingen tot
het doen van mededelingen en het verlenen van medewerking, bedoeld
in artikel 13;
b. de verplichtingen als
bedoeld in hoofdstuk III die in het betrokken geval aan de uitkering
zijn verbonden.
-2. Bij een besluit tot
herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening
en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de belanghebbende.
Voorts wordt, indien daarvoor aanleiding bestaat, in deze bijlage nogmaals mededeling
gedaan van de eerder aan de uitkering verbonden rechten en plichten,
bedoeld in het eerste lid.
-3. Indien burgemeester en
wethouders ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel
34,
eerste lid, ten behoeve van de belanghebbende een plan hebben opgesteld of
hebben laten opstellen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot
inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit opgenomen in een bijlage
bij het besluit tot toekenning, voortzetting of herziening van de uitkering.
-4. De belanghebbende
tekent een exemplaar van de bijlage, bedoeld in het eerste en tweede lid,
en, indien een plan als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld, de
bijlage, bedoeld in het derde lid, voor gezien en verstrekt dit aan burgemeester en wethouders. De bijlage wordt tevens
getekend door burgemeester en wethouders.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
H. [MvT]
Artikel 19 komt te
luiden:
Art. 19.
-1. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de periode die de
opschorting van de bijstand, bedoeld in artikel
17, eerste lid, ten hoogste
mag duren;
b. de termijn waarbinnen
burgemeester en wethouders de onderzoeken verrichten, bedoeld in
artikel 14, derde, vijfde en zesde lid.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de wijze waarop
burgemeester en wethouders toepassing geven aan artikel
14, eerste lid;
b. de inhoud van de
onderzoeken, bedoeld in artikel 14, tweede, derde, vijfde en zesde lid;
c. de voorwaarden
waaronder van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijnen kan
worden afgeweken ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in artikel
14,
derde en zesde lid;
d. de gevallen waarin kan
worden afgezien van het onderzoek, bedoeld in artikel
14, zesde lid.
I. [MvT]
Artikel 20 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt te
luiden:
-3. Indien de
belanghebbende die voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen
op arbeid in dienstbetrekking de verplichting, bedoeld in artikel
13,
eerste lid, of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de Wet
structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, niet binnen de door burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de
Centrale organisatie werk en inkomen, daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een
verplichting als bedoeld in artikel 13, tweede of derde lid,
artikel 18,
vierde lid, of een op grond van hoofdstuk III aan de uitkering verbonden
verplichting, anders dan de verplichting bedoeld in artikel
35, eerste lid,
onderdeel c, niet of niet behoorlijk is nagekomen, weigeren burgemeester en
wethouders de uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
2. In het vijfde lid
wordt na "bedoeld in artikel 13, eerste lid," een zinsnede ingevoegd,
luidende: of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,.
J. [MvT]
In het eerste en derde
lid van artikel 20a wordt na "bedoeld in
artikel 13, eerste
lid," een
zinsnede ingevoegd, luidende: of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen,.
K.
In het vierde lid van
artikel 20f wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen,
onderscheidenlijk de Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale
verzekeringsbank.
L. [MvT]
In artikel 25c, tweede
lid, onderdeel b, wordt na "bedoeld in artikel
13, eerste
lid" een zinsnede
ingevoegd, luidende:, of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
M. [MvT]
In het tweede lid van
artikel 26 wordt "bedoeld in artikel
13," vervangen door:, bedoeld in artikel
13 of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,.
N. [MvT]
Het tweede lid van
artikel 34 komt te luiden:
-2. Burgemeester en
wethouders werken samen met de Centrale organisatie werk en
inkomen en het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen om de inschakeling van
ontvangers van een uitkering op grond van deze wet in het arbeidsproces te bevorderen.
O.
Artikel 35, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef komt te
luiden:
-1. De belanghebbende die
voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op
arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding als bedoeld in
artikel 16a, tweede lid, verplicht:.
2. Onderdeel b komt te
luiden:
b. ervoor te zorgen dat
hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Centrale organisatie werk
en inkomen en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt
op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
P. [MvT]
Artikel 42 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vervanging van
de punt aan slot van onderdeel b ³
door een puntkomma worden na dit
onderdeel twee onderdelen ingevoegd, luidende:
c. de uitbesteding van
taken met betrekking tot de inschakeling in het arbeidsproces van
uitkeringsgerechtigden; en
d. de realisatie en de
vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de wet met
inachtneming van artikel 150 van de Gemeentewet.
2. Onderdeel a van het
derde lid komt te luiden:
a. toepassing geven aan
artikel 14, eerste tot en met vierde lid, en artikel
45;.
Q. [MvT]
Het derde lid van artikel 43 komt te luiden:
-3. Het eerste en het
tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van organen,
ingesteld bij of krachtens de wet, ter behartiging van belangen waarbij meer
dan één gemeente is betrokken en ten aanzien van de
Centrale organisatie werk en inkomen.
R. [MvT]
Artikel 45 komt te
luiden:
Art. 45.
-1. De hieronder vermelde
instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en
wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van artikel
43,
derde lid, aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben
verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en inkomen,
kosteloos opgaven en
inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
deze wet:
a. burgemeester en
wethouders van andere gemeenten;
b. de Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
c. de belastingdienst;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in
artikel
1a van de Ziekenfondswet, het
College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van
de Ziekenfondswet, de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars
en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
e. de
bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen,
stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en
andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij
of krachtens artikel 8 van deze wet als inkomen worden aangemerkt;
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit
lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet
1996 vastgestelde vergoeding;
g. de korpschef en de
bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet
2000;
h. Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende
de toepassing van de Huursubsidiewet
en de
Wet
bevordering eigenwoningbezit;
i. de Informatie Beheer
Groep betreffende de toepassing van de Wet
studiefinanciering 2000,
de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
j. Onze Minister van
Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is
ontnomen;
k. de instanties en
personen die woonruimte verhuren;
l. de instanties die in
het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren.
-2. Het vragen door
burgemeester en wethouders en het verstrekken door de in het eerste lid
bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen geschiedt in bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur te bepalen gevallen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het
Inlichtingenbureau voert ten behoeve van de verwerking van deze
opgaven en inlichtingen een administratie.
-3. Griffiers van
colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan
burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van
artikel 43, derde lid, aan de
Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten
inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en
inkomen, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van
uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van deze wet.
-4. De in het eerste en
het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
a. van wie kosten van
uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk
II,
paragraaf 5;
b. die hun hoofdverblijf
hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs
kan worden vermoed, als degene:
1º. te wiens behoeve een
uitkering ingevolge deze wet is gevraagd of wordt verleend;
2º. van wie kosten van
uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II,
paragraaf 5.
-5. De in het eerste en
het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd
schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en
zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst
van het verzoek hiertoe, verstrekt.
-6. De in het eerste lid,
onderdeel a tot en met j, genoemde instanties treffen desgevraagd met
burgemeester en wethouders en met het Inlichtingenbureau een
regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder
aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.
-7. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent
het derde lid en de inhoud en vormgeving van de in het zesde lid bedoelde
regelingen.
-8. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen één of meer van de in het eerste lid bedoelde
instanties worden aangewezen die ten behoeve van aan burgemeester en
wethouders te verstrekken opgaven en inlichtingen, de door het
Inlichtingenbureau aan deze instanties verstrekte gegevens van aldaar op
dat moment nog onbekende personen opslaan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van de
eerste volzin wordt bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald op welke wijze en gedurende welke termijn deze gegevens
worden opgeslagen.
-9. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen andere instanties en personen dan genoemd in
het eerste en het derde lid worden aangewezen voor wie de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid,
eveneens gelden, voor zover het betreft de verstrekking van nader bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen inlichtingen en opgaven met betrekking tot
inkomen en vermogen.
-10. Bij de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, kan tevens worden bepaald
dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met
opsporingsbevoegdheid.
S. Vervallen. [MvT]
T. [MvT]
Artikel 48 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Burgemeester en
wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd,
onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet
2000, uit de administratie
ter zake van de uitvoering van deze wet
aan de hieronder vermelde organen en derden kosteloos de gegevens te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hierbij vermelde wetten of
wettelijke regelingen:
a. de Centrale
organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de
artikelen 30, eerste lid,
onderdeel a, en 34,
eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies
volksverzekeringen;
c. burgemeester en
wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet,
de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in
artikel
1a van de Ziekenfondswet, het
College van toezicht op
de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van de Ziekenfondswet, en de
ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars en de uitvoeringsorganen,
bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten,
voor de uitvoering van de Ziekenfondswet en de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
e. derden die in het
kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen
in de arbeid bevorderen.
2. In het derde lid wordt "Bij algemene maatregel van
bestuur" vervangen door: Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur.
U. [MvT
+
bis]
Artikel 49 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "van de gemeente" een zinsnede ingevoegd, luidende: en
van het Inlichtingenbureau.
2. In het tweede lid
wordt na "door burgemeester en wethouders" een zinsnede ingevoegd,
luidende:, het Inlichtingenbureau.
V. [MvT]
Artikel 52 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Onze Minister is
verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet.
2. Onder vernummering van
het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid
wordt een lid ingevoegd, luidende:
-2. Dit toezicht wordt
onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en
Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, onder leiding van
het hoofd van die inspectie.
De artikelen 37, 38,
42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing.
W.
In artikel 54, eerste
lid, wordt na "Onze Minister" ingevoegd: kosteloos.
1. Volgens de redactie
dient "Artikel 1" te worden vervangen door: Het eerste lid van
artikel 1.
2. Volgens de redactie dient "derde lid" te worden
vervangen door: tweede lid.
3. Volgens de redactie dient na "onderdeel b" te
worden ingevoegd: van het eerste lid.
Art. 78.
Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
gewezen zelfstandigen [MvT]
De Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te
luiden:
c. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onder verlettering van
onderdeel d tot
onderdeel
g worden drie onderdelen ingevoegd, luidende:
d. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
e. Sociale
verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
f. het
Inlichtingenbureau: het Inlichtingenbureau, bedoeld in
artikel 63 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
B. [MvT]
Na artikel 11 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 11a.
-1. Een aanvraag is
gericht tot burgemeester en wethouders en wordt overeenkomstig artikel 28
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen ingediend
bij de Centrale organisatie werk en inkomen. Na de overdracht van de
aanvraag door de Centrale organisatie werk en inkomen aan burgemeester
en wethouders ingevolge artikel 28, derde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt de aanvraag verder behandeld
door burgemeester en wethouders.
-2. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën van aanvragen worden
aangewezen die, in afwijking van het eerste lid, bij burgemeester en
wethouders worden ingediend.
-3. Het gemeentebestuur,
in overeenstemming met de Centrale organisatie werk en
inkomen, kan bij verordening categorieën van aanvragen vaststellen
die, in afwijking van het tweede lid, bij de Centrale organisatie werk en
inkomen worden ingediend.
C. [MvT]
Onder vernummering van
het derde tot en met vijfde lid tot tweede tot en met vierde lid
vervalt het tweede lid van artikel 13.
D. [MvT]
Artikel 14 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het derde tot en met zevende lid tot tweede tot en met zesde lid worden het eerste en tweede lid vervangen door een lid, luidende:
-1. Onverminderd artikel 28, tweede en derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen bepalen burgemeester en wethouders welke gegevens
ten behoeve van de verlening dan wel voortzetting van de uitkering door de belanghebbende in ieder geval
worden verstrekt en welke bewijsstukken worden overgelegd, alsmede de wijze en het tijdstip
waarop de verstrekking van gegevens plaatsvindt.
2. In het tot het derde
lid ¹ vernummerde lid wordt "wijziging" vervangen door: herziening.
E. [MvT]
Het eerste lid van
artikel 16 komt te luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders stellen binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag
door de Centrale organisatie werk en inkomen bij een aanvraag als bedoeld in
artikel
11a, eerste lid, of door burgemeester
en wethouders bij een aanvraag als bedoeld in artikel 11a, tweede of derde lid, vast
of recht op uitkering bestaat.
Ea.
Na artikel 16 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 16a.
-1. Indien door
burgemeester en wethouders is vastgesteld dat recht op uitkering bestaat, wordt
de uitkering toegekend vanaf de dag waarop dit recht is ontstaan, voor
zover deze dag niet ligt vóór de dag waarop de belanghebbende zich heeft
gemeld om uitkering aan te vragen.
-2. De belanghebbende
heeft zich gemeld als zijn naam, adres en woonplaats zijn geregistreerd en hij in staat is gesteld zijn aanvraag in te
dienen bij de Centrale organisatie werk en inkomen als het een aanvraag
betreft als bedoeld in
artikel 11a, eerste lid, of bij burgemeester en wethouders als het een
aanvraag betreft als bedoeld in artikel 11a, tweede of derde lid.
-3. Indien de
belanghebbende de aanvraag niet zo spoedig mogelijk indient nadat hij zich
heeft gemeld en hem dit te verwijten valt, kunnen burgemeester en wethouders, in afwijking van het eerste lid, besluiten dat
de uitkering wordt toegekend vanaf de dag dat de aanvraag is ingediend.
F. [MvT]
In artikel 17, derde lid,
onderdeel a, wordt "bedoeld in artikel
13, eerste lid," vervangen door: ,
bedoeld in artikel 13, eerste lid, of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste
lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen,.
G. [MvT]
Artikel 18 komt te
luiden:
Art. 18.
-1. Bij een besluit tot
toekenning of voortzetting van de uitkering wordt, in een bijlage,
mededeling gedaan van de rechten en plichten van de belanghebbende die
verband houden met de toekenning of voortzetting van de uitkering. Hierbij wordt ten minste mededeling gedaan van:
a. de verplichtingen tot
het doen van mededelingen en het verlenen van medewerking, bedoeld
in artikel 13;
b. de verplichtingen als
bedoeld in hoofdstuk III die in het betrokken geval aan de uitkering
zijn verbonden.
-2. Bij een besluit tot
herziening van de uitkering wordt mededeling gedaan van de herziening
en, in een bijlage, van de op die herziening betrekking hebbende gewijzigde rechten en plichten van de belanghebbende.
Voorts wordt, indien daarvoor aanleiding bestaat, in deze bijlage nogmaals mededeling
gedaan van de eerder aan de uitkering verbonden rechten en plichten,
bedoeld in het eerste lid.
-3. Indien burgemeester en
wethouders ter uitvoering van de taak, bedoeld in artikel
34,
eerste lid, ten behoeve van de belanghebbende een plan hebben opgesteld of
hebben laten opstellen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot
inschakeling in het arbeidsproces, wordt dit opgenomen in een bijlage
bij het besluit tot toekenning, voortzetting of herziening van de uitkering.
-4. De belanghebbende
tekent een exemplaar van de bijlage, bedoeld in het eerste en tweede lid,
en, indien een plan als bedoeld in het derde lid wordt opgesteld, de
bijlage, bedoeld in het derde lid, voor gezien en verstrekt dit aan burgemeester en wethouders. De bijlage wordt tevens
getekend door burgemeester en wethouders.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent dit artikel.
H. [MvT]
Artikel 19 komt te
luiden:
Art. 19.
-1. Bij ministeriële
regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot:
a. de periode die de
opschorting van de bijstand, bedoeld in artikel
17, eerste lid, ten hoogste
mag duren;
b. de termijn waarbinnen
burgemeester en wethouders de onderzoeken verrichten, bedoeld in
artikel 14, derde, vijfde en zesde lid.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot:
a. de wijze waarop
burgemeester en wethouders toepassing geven aan artikel
14, eerste lid;
b. de inhoud van de
onderzoeken, bedoeld in artikel 14, tweede, derde, vijfde en zesde lid;
c. de voorwaarden
waaronder van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde termijnen kan
worden afgeweken ten aanzien van de onderzoeken, bedoeld in artikel
14,
derde en zesde lid;
d. de gevallen waarin kan
worden afgezien van het onderzoek, bedoeld in artikel
14, zesde lid.
I. [MvT]
Artikel 20 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Indien de
belanghebbende in de periode voorafgaand aan de aanvraag om een uitkering
of nadien zich onvoldoende heeft ingezet voor de voorziening in het bestaan, de verplichting, bedoeld in
artikel 13, eerste
lid, of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen, niet binnen de door burgemeester en wethouders, onderscheidenlijk de
Centrale organisatie werk
en inkomen, daarvoor vastgestelde termijn is nagekomen, dan wel een verplichting als bedoeld
in artikel 13, tweede of derde lid, artikel
18, vierde lid, of een op grond van
hoofdstuk III aan de uitkering verbonden verplichting, anders dan
de verplichting bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdeel c, niet of niet
behoorlijk is nagekomen, weigeren burgemeester en wethouders de
uitkering tijdelijk of blijvend, geheel of gedeeltelijk.
2. In het vijfde lid
wordt na "bedoeld in artikel 13, eerste lid," een zinsnede ingevoegd,
luidende: of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,.
J. [MvT]
In het eerste en derde
lid van artikel 20a wordt na "bedoeld in
artikel 13, eerste
lid," een
zinsnede ingevoegd, luidende: of de artikelen
28, tweede lid, en 29, eerste lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen,.
K.
In het vierde lid van
artikel 20f wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen,
onderscheidenlijk de Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onderscheidenlijk de Sociale
verzekeringsbank.
L. [MvT]
In artikel 25c, tweede
lid, onderdeel b, wordt na "bedoeld in artikel
13, eerste
lid" een zinsnede
ingevoegd, luidende:, of de artikelen 28, tweede lid, en
29, eerste lid,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
M. [MvT]
In het tweede lid van
artikel 26 wordt "bedoeld in artikel
13," vervangen door:, bedoeld in artikel
13 of de artikelen 28, tweede lid, en 29, eerste lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen,.
N. [MvT]
Het tweede lid van
artikel 34 komt te luiden:
-2. Burgemeester en
wethouders werken samen met de Centrale organisatie werk en
inkomen en het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen om de inschakeling van
ontvangers van een uitkering op grond van deze wet in het arbeidsproces te bevorderen.
O.
Artikel 35, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanhef komt te
luiden:
-1. De belanghebbende die
voor de zelfstandige voorziening in het bestaan is aangewezen op
arbeid in dienstbetrekking is vanaf de dag van melding als bedoeld in
artikel 16a, tweede lid, verplicht:.
2. Onderdeel b komt te
luiden:
b. ervoor te zorgen dat
hij als werkzoekende geregistreerd is bij de Centrale organisatie werk
en inkomen en geregistreerd blijft, indien hem daartoe het recht toekomt
op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
P. [MvT]
Artikel 42 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vervanging van
de punt aan slot van onderdeel b ² door een puntkomma worden na dit
onderdeel twee onderdelen ingevoegd, luidende:
c. de uitbesteding van
taken met betrekking tot de inschakeling in het arbeidsproces van
uitkeringsgerechtigden; en
d. de realisatie en de
vormgeving van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van de wet met
inachtneming van artikel 150 van de Gemeentewet.
2. Onderdeel a van het
derde lid komt te luiden:
a. toepassing geven aan
artikel 14, eerste tot en met vierde lid, en artikel
45;.
Q. [MvT]
Het derde lid van artikel
43 komt te luiden:
-3. Het eerste en het
tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing ten aanzien van organen,
ingesteld bij of krachtens de wet, ter behartiging van belangen waarbij meer
dan één gemeente is betrokken en ten aanzien van de
Centrale organisatie werk en inkomen.
R. [MvT]
Artikel 45 komt te
luiden:
Art. 45.
-1. De hieronder vermelde
instanties zijn verplicht desgevraagd aan burgemeester en
wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van artikel
43,
derde lid, aan de Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben
verleend tot het nemen van besluiten inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en inkomen,
kosteloos opgaven en
inlichtingen te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van
deze wet:
a. burgemeester en
wethouders van andere gemeenten;
b. de Centrale
organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank;
c. de belastingdienst;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in
artikel
1a van de Ziekenfondswet, het
College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van
de Ziekenfondswet, de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars
en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
e. de
bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, risicofondsen,
stichtingen tot uitvoering van een regeling inzake vervroegd uittreden en
andere organen belast met het doen van uitkeringen of verstrekkingen die bij
of krachtens artikel 8 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers als inkomen worden aangemerkt;
f. de Kamers van Koophandel, met dien verstande dat dit, in afwijking van de aanhef van dit
lid, geschiedt tegen betaling van de daarvoor op grond van de Handelsregisterwet
1996 vastgestelde vergoeding;
g. de korpschef en de
bevelhebber van de Koninklijke marechaussee in de zin van de Vreemdelingenwet
2000;
h. Onze Minister van
Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer betreffende
de toepassing van de Huursubsidiewet
en de
Wet
bevordering eigenwoningbezit;
i. de Informatie Beheer
Groep betreffende de toepassing van de Wet
studiefinanciering 2000,
de Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten en de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
j. Onze Minister van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij betreffende de omvang van de
productiebeperkende maatregelen voor het bedrijf van de ondernemer in de
agrarische sector;
k. Onze Minister van
Justitie voor zover het betreft de persoon die rechtens zijn vrijheid is
ontnomen;
l. de instanties en
personen die woonruimte verhuren;
m. de instanties die in
het kader van de openbare nutsvoorziening energie en water leveren.
-2. Het vragen door
burgemeester en wethouders en het verstrekken door de in het eerste lid
bedoelde instanties van de in het eerste lid bedoelde opgaven en inlichtingen geschiedt in bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur te bepalen gevallen door tussenkomst van het Inlichtingenbureau. Het
Inlichtingenbureau voert ten behoeve van de verwerking van deze
opgaven en inlichtingen een administratie.
-3. Griffiers van
colleges, geheel of ten dele met rechtspraak belast, zijn verplicht desgevraagd aan
burgemeester en wethouders of, indien burgemeester en wethouders op grond van
artikel 43, derde lid, aan de
Centrale organisatie werk en inkomen mandaat hebben verleend tot het nemen van besluiten
inzake de verlening van uitkering, aan de Centrale organisatie werk en
inkomen, kosteloos alle gegevens en uittreksels of afschriften van
uitspraken, registers en andere stukken te verstrekken die noodzakelijk zijn voor de
uitvoering van deze wet.
-4. De in het eerste en
het derde lid bedoelde verplichtingen strekken zich mede uit tot degene:
a. van wie kosten van
uitkeringen worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II,
paragraaf 5;
b. die hun hoofdverblijf
hebben in dezelfde woning, of ten aanzien van wie dat redelijkerwijs
kan worden vermoed, als degene:
1º. te wiens behoeve een
uitkering ingevolge deze wet is gevraagd of wordt verleend;
2º. van wie kosten van
uitkering worden of kunnen worden teruggevorderd ingevolge hoofdstuk II,
paragraaf 5.
-5. De in het eerste en
het derde lid bedoelde opgaven en inlichtingen worden desgevraagd
schriftelijk, of in een andere vorm die redelijkerwijs kan worden verlangd, en
zo spoedig mogelijk, doch in elk geval binnen vier weken na ontvangst
van het verzoek hiertoe, verstrekt.
-6. De in het eerste lid,
onderdeel a tot en met k, genoemde instanties treffen desgevraagd met
burgemeester en wethouders en met het Inlichtingenbureau een
regeling met betrekking tot de mededeling van wijzigingen in de eerder
aan hen gevraagde opgaven en inlichtingen.
-7. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent
het tweede lid en de inhoud en vormgeving van de in het zesde lid
bedoelde regelingen.
-8. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen één of meer van de in het eerste lid bedoelde
instanties worden aangewezen die ten behoeve van aan burgemeester en
wethouders te verstrekken opgaven en inlichtingen, de door het
Inlichtingenbureau aan deze instanties verstrekte gegevens van aldaar op
dat moment nog onbekende personen opslaan. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing. Bij toepassing van de
eerste volzin wordt bij
of krachtens algemene maatregel van bestuur bepaald op welke wijze en gedurende welke termijn deze gegevens
worden opgeslagen.
-9. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen andere instanties en personen dan genoemd in
het eerste en het derde lid worden aangewezen voor wie de verplichtingen, bedoeld in het eerste tot en met zevende lid,
eveneens gelden, voor zover het betreft de verstrekking van nader bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen inlichtingen en opgaven met betrekking tot
inkomen en vermogen.
-10. Bij de algemene
maatregel van bestuur, bedoeld in het negende lid, kan tevens worden bepaald
dat de daar bedoelde verplichting alleen geldt jegens ambtenaren met
opsporingsbevoegdheid.
S. Vervallen. [MvT]
T. [MvT]
Artikel 48 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Burgemeester en
wethouders zijn bevoegd uit eigen beweging en verplicht desgevraagd,
onverminderd artikel 107 van de Vreemdelingenwet
2000, uit de administratie
ter zake van de uitvoering van deze wet
aan de hieronder vermelde organen en derden kosteloos de gegevens te verstrekken die
noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de hierbij vermelde wetten of
wettelijke regelingen:
a. de Centrale
organisatie voor werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank voor de uitvoering van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of de wettelijke regelingen, bedoeld in de
artikelen 30, eerste lid,
onderdeel a, en 34,
eerste lid, onderdeel a, van die wet;
b. de belastingdienst voor de heffing of invordering van enige rijksbelasting of premies
volksverzekeringen;
c. burgemeester en
wethouders van andere gemeenten voor de uitvoering van deze wet,
de Algemene bijstandswet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers en de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars;
d. het College voor zorgverzekeringen, genoemd in
artikel
1a van de Ziekenfondswet, het
College van toezicht op de zorgverzekeringen, genoemd in artikel 1u van
de Ziekenfondswet, en de ziekenfondsen, de ziektekostenverzekeraars
en de uitvoeringsorganen, bedoeld in artikel 4 van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten, voor de uitvoering van de Ziekenfondswet
en de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten;
e. derden die in het
kader van de uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen
in de arbeid bevorderen.
2. In het derde lid wordt "Bij algemene maatregel van
bestuur" vervangen door: Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur.
U. [MvT]
Artikel 49 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "van de gemeente" een zinsnede ingevoegd, luidende: en
van het Inlichtingenbureau.
2. In het tweede lid
wordt na "door burgemeester en wethouders" een zinsnede ingevoegd,
luidende:, het Inlichtingenbureau.
V. [MvT]
Artikel 52 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Onze Minister is
verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet.
2. Onder vernummering van
het tweede tot en met vijfde lid tot derde tot en met zesde lid
wordt een lid ingevoegd, luidende:
-2. Dit toezicht wordt
onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en
Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, onder leiding van het
hoofd van die inspectie.
De artikelen 37, 38,
42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing.
W.
In artikel 54, eerste
lid, wordt na "Onze Minister" ingevoegd: kosteloos.
1. Volgens de redactie dient
"derde lid" te worden vervangen door: tweede lid.
2. Volgens de redactie dient na "onderdeel b" te
worden ingevoegd: van het eerste lid.
Art. 79.
Wet
financiering Abw, Ioaw en Ioaz [MvT]
In de Wet financiering
Abw, Ioaw en Ioaz wordt in de artikelen 10, eerste lid, en
14, eerste
lid, "het verslag, bedoeld in de artikelen 130, tweede lid, van de
Abw, 52, tweede lid, van de Ioaw en
52, tweede lid, van de
Ioaz en daarop
betrekking hebbende verklaring, bedoeld in de artikelen 130, vierde
lid, van de Abw, 52, vierde lid, van de Ioaw en
52, vierde lid, van de
Ioaz"
vervangen door: het verslag, bedoeld in de artikelen 130, derde lid,
van de
Abw, 52, derde lid, van de Ioaw en
52, derde lid, van de
Ioaz en
de daarop betrekking hebbende verklaring, bedoeld in de artikelen 130, vijfde lid, van de
Abw, 52, vijfde lid, van de Ioaw en
52, vijfde lid,
van de Ioaz.
Art. 80.
Wet sociale
werkvoorziening [MvT]
De Wet sociale
werkvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 1, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel f wordt
vervangen door:
f. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onder verlettering van
onderdeel g tot
onderdeel
h wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:
g. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
B. [MvT]
In artikel 4 wordt "de
uitvoeringsinstanties en de Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Centrale
organisatie werk en inkomen.
C. [MvT]
In artikel 11, derde lid,
wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen.
D. [MvT]
Artikel 13 wordt
vervangen door:
Art. 13.
-1. Onze Minister is
verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet door het
gemeentebestuur.
-2. Dit toezicht wordt
onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en
Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, onder leiding van het
hoofd van die inspectie.
De artikelen 37, 38,
42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing.
-3. Onze Minister kan een
gemeentebestuur aanwijzingen geven met betrekking tot de
uitvoering van deze wet door dat gemeentebestuur. Hij treedt daarbij niet
in
individuele gevallen.
-4. Ten behoeve van het
toezicht, bedoeld in het eerste lid, dient het gemeentebestuur jaarlijks
bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet.
Het verslag omvat mede een kostenopgave ten behoeve van de subsidievaststelling. Het verslag is voorzien van een
verklaring van een deskundige belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet
voorgeschreven controle omtrent de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens.
Het verslag wordt kosteloos verstrekt.
-5. Het gemeentebestuur,
de krachtens artikel 2, derde lid, aangewezen rechtspersoon en de
commissie, bedoeld in artikel 12, verstrekken ten behoeve van het toezicht
desgevraagd aan Onze Minister kosteloos nadere of andere informatie en verlenen hem inzage in de administratie.
-6. De administratie moet
zodanig worden ingericht en gevoerd dat alle van belang zijnde
vastleggingen en bewijsstukken ten behoeve van het besluitvormings-,
uitvoerings-, controle- en verantwoordingsproces zichtbaar en
controleerbaar zijn vastgelegd.
-7. Bij ministeriële
regeling worden regels gesteld inzake het verslag en over de verklaring en het
onderzoek dat resulteert in deze verklaring.
E. [MvT]
Artikel 14 komt te
luiden:
Art. 14.
-1. Het gemeentebestuur,
de krachtens artikel 2, derde lid, aangewezen rechtspersoon en de
commissie, bedoeld in artikel 12, verstrekken desgevraagd aan Onze Minister
kosteloos alle inlichtingen die hij nodig heeft voor de informatievoorziening en de beleidsvorming met betrekking
tot deze wet.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld voor de inhoud, de wijze van
verstrekken en het tijdstip van het verstrekken van de inlichtingen.
F. [MvT]
In artikel 15, eerste
lid, wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en de
uitvoeringsinstanties"
vervangen door: de Centrale organisatie werk en inkomen en het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 81. Wet
inschakeling werkzoekenden [MvT]
De Wet inschakeling
werkzoekenden wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De onderdelen b en c
komen te luiden:
b. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;
c. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. In de onderdelen e en
f wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen.
B. [MvT]
Artikel 2 wordt vervangen
door:
Art. 2. Gemeentelijke
zorgplicht
-1. De gemeente draagt
zorg voor voorzieningen voor in de gemeente woonachtige langdurig
werklozen, uitkeringsgerechtigden en jongeren die kunnen leiden tot
inschakeling in het arbeidsproces dan wel die sociale activering en een
zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen. De eerste zin is van
overeenkomstige toepassing voor de persoon die als werkzoekende is geregistreerd bij de
Centrale organisatie werk en
inkomen en die geen uitkeringsgerechtigde of langdurig werkloze is.
-2. Het eerste lid is niet
van toepassing op de uitkeringsgerechtigde waaraan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen een uitkering
verstrekt.
-3. In afwijking van het
tweede lid is het eerste lid van toepassing indien de gemeente na
overleg met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft
vastgesteld dat
ten behoeve van de uitkeringsgerechtigde, bedoeld in het tweede
lid, geen plan wordt opgesteld gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in de
arbeid als
bedoeld in artikel 13 van
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten of
artikel 29, derde lid,
van de Werkloosheidswet.
-4. Op verzoek van het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen draagt de gemeente er
zorg voor dat genoemd instituut voor in de gemeente woonachtige uitkeringsgerechtigden aan wie dat instituut een
uitkering verstrekt,
uitvoering kan geven aan zijn taak, bedoeld in artikel 10a
van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten en artikel 73 van de Werkloosheidswet.
-5. Bij algemene maatregel
van bestuur kan onder in die algemene maatregel van bestuur
vastgestelde voorwaarden worden bepaald dat het tweede lid op verzoek
van een gemeente die aan een persoon als bedoeld in het eerste lid
een uitkering verstrekt, niet van toepassing is op in die algemene maatregel
van bestuur aangewezen categorieën van uitkeringsgerechtigden.
-6. De gemeente draagt
zorg voor doeltreffende voorlichting in de gemeente aangaande de
voorzieningen van deze wet, alsmede voor de realisatie en vormgeving
van cliëntenparticipatie bij de uitvoering van deze wet.
-7. Indien de gemeente ter
uitvoering van de taak, bedoeld in deze wet, ten aanzien van een
persoon een plan heeft opgesteld of heeft laten opstellen gericht op het
vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces,
wordt, indien die verplichting niet reeds voortvloeit uit artikel 70 van de
Algemene bijstandswet, artikel 18 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers of artikel 18 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, een exemplaar daarvan door die persoon
voor gezien getekend en aan het gemeentebestuur verstrekt. Het plan wordt
tevens getekend door het gemeentebestuur.
Ba.
In artikel 3, eerste lid,
onderdeel b, vervalt "in aansluiting op een dienstbetrekking of in
plaats van een recht op uitkering".
Bb.
Na artikel 3 wordt een
nieuw artikel 3a ingevoegd, luidende:
Art. 3a.
Persoonsgebonden reïntegratiebudget
-1. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond
waarvan de gemeente op aanvraag van een bij die algemene maatregel
van bestuur aangewezen persoon als bedoeld in artikel
2, eerste lid, kan besluiten:
a. een subsidie te
verstrekken in de vorm van een op zijn arbeidsinschakeling gericht persoonsgebonden
reïntegratiebudget; of
b. met een natuurlijk of
rechtspersoon die in het kader van de uitoefening van beroep of
bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid bevordert een overeenkomst te sluiten die gericht is op de
arbeidsinschakeling van
die aanvrager.
-2. In geval van toepassing
van het eerste lid, onderdeel b, is voor de in dat lid bedoelde
aanvrager artikel 8, derde lid, van overeenkomstige toepassing.
-3. Artikel 3, vierde lid,
is van overeenkomstige toepassing.
-4. Een algemene maatregel
van bestuur als bedoeld in het eerste lid treedt niet eerder in
werking dan vier weken na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin hij
is geplaatst. Van de plaatsing wordt onverwijld mededeling gedaan aan
beide kamers der Staten-Generaal.
C.
In artikel 5, tweede lid,
vervalt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
of".
D.
In artikel 6, eerste lid,
onderdeel b, wordt "de Regionaal Directeur voor de
Arbeidsvoorziening"
vervangen door: de Centrale organisatie werk en
inkomen.
E. [MvT]
Artikel 7 wordt vervangen
door:
Art. 7. Samenwerking
-1. De gemeente werkt
samen met de Centrale organisatie werk en inkomen, het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de
Sociale
verzekeringsbank om de
voorzieningen, bedoeld in deze wet, af te stemmen op reïntegratiemaatregelen en taken die op grond van wetten
worden uitgevoerd door de
Centrale organisatie werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank.
-2. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
omtrent de in het eerste lid bedoelde samenwerking.
F. [MvT]
Artikel 8 wordt vervangen
door:
Art. 8. Uitvoering
-1. Het gemeentebestuur
kan een rechtspersoon aanwijzen voor de uitvoering van de taken
in verband met dienstbetrekkingen, in verband met de toekenning van
subsidies of voorzieningen als bedoeld in de artikelen
3, 3a, 5,
13a
en 13b van de wet of het vaststellen van een traject als bedoeld in
artikel 9,
eerste lid.
-2. Het gemeentebestuur
laat de werkzaamheden waarmee de in het eerste lid bedoelde taak
wordt uitgevoerd, met uitzondering van werkzaamheden in verband
met dienstbetrekkingen, zoveel mogelijk verrichten door een
natuurlijk persoon dan wel een rechtspersoon die in het kader van de
uitoefening van beroep of bedrijf de inschakeling van personen in de arbeid
bevordert. Het gemeentebestuur legt in het verslag over de uitvoering van de
wet, bedoeld in artikel 20, vierde lid, de wijze vast waarop uitvoering
wordt gegeven aan dit artikel.
-3. Het gemeentebestuur
verstrekt aan de in het tweede lid bedoelde natuurlijke persoon of
rechtspersoon gegevens voor zover deze noodzakelijk zijn voor de uitvoering
van de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden, alsmede het
sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 22, vijfde lid,
van de persoon wiens inschakeling in de arbeid door die natuurlijke persoon of rechtspersoon
wordt bevorderd. Deze natuurlijke persoon of rechtspersoon verwerkt de
in dit lid bedoelde gegevens slechts voor zover dat noodzakelijk is voor
de werkzaamheden, bedoeld in het tweede lid, en gebruikt slechts met dat
doel het sociaal-fiscaal nummer bij die verwerking.
-4. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de
uitvoering van dit artikel, waarbij in ieder geval regels kunnen
worden gesteld voor de inhoud van de overeenkomst met de in het tweede lid
bedoelde natuurlijke of rechtspersoon, het verstrekken en verwerken van gegevens en de soort werkzaamheden.
-5. De voordracht voor een
krachtens het vierde lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp
aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
G. [MvT]
Artikel 9, eerste en
tweede lid, komen te luiden:
-1. De gemeente stelt voor
iedere jongere van wie een aanvraag voor een door de gemeente te
verstrekken uitkering in behandeling is genomen of die is ingeschreven
als werkloos werkzoekende en geen uitkering ontvangt van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, een plan
gericht op de inschakeling in het arbeidsproces op of laat dit opstellen.
Artikel 2, zevende lid, is van toepassing.
-2. De gemeente biedt ter
uitvoering van het in het eerste lid bedoelde plan uiterlijk binnen één
jaar na de datum van ingang van de uitkering of na de datum van
inschrijving als werkloos werkzoekende een dienstbetrekking aan, tenzij andere
voorzieningen gericht op het vergroten van de mogelijkheden tot inschakeling in het arbeidsproces meer aangewezen
zijn en deze andere voorzieningen ten minste 19 uur per week in beslag nemen.
H.
Artikel 12 wordt
vervangen door:
Art. 12. Selectie
langdurig werklozen
-1. Slechts met een op
grond van artikel 26, derde of vijfde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen gegeven positief advies van de
Centrale
organisatie werk en inkomen komen langdurig werklozen van 23 jaar of ouder in aanmerking voor de voorzieningen, bedoeld in de
artikelen 4
of 5.
-2. De werknemer, bedoeld
in de Wet sociale werkvoorziening, die op grond van een
herindicatiebeschikking als bedoeld in die wet niet langer tot de doelgroep
van die
wet behoort, kan zonder advies van de Centrale organisatie werk en inkomen in aanmerking komen voor de voorzieningen,
bedoeld in het eerste
lid.
I.
Artikel 13, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Na afloop van de
dienstbetrekking, bedoeld in het eerste lid, kan de gemeente slechts een
nieuwe dienstbetrekking met een langdurig werkloze aangaan met een
op grond van artikel 26, derde of vijfde lid, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen gegeven positief advies van de
Centrale organisatie werk en inkomen.
J.
Artikel 13a wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Indien de persoon,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, alsmede de persoon die uitsluitend
recht heeft op een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, kan de gemeente ter uitvoering
van artikel 12 van die wet aan of ten behoeve van de arbeidsgehandicapte, bedoeld in
artikel 12, eerste lid, van
die wet,
voorzieningen als bedoeld
in artikel 3 mede inzetten indien zij strekken tot behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van arbeid.
2. In het vierde lid
wordt "Artikel 3, tweede lid," vervangen door:
Artikel 3, vierde lid,.
K.
Artikel 13b, eerste lid,
wordt vervangen door:
-1. Indien de persoon,
bedoeld in artikel 2, eerste lid, alsmede de persoon die uitsluitend
recht heeft op een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
kunstenaars, arbeidsgehandicapte is als bedoeld in de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, verstrekt de gemeente ter uitvoering van
artikel 12 van die wet op aanvraag aan de werkgever die met de arbeidsgehandicapte, bedoeld in
artikel 12, eerste lid, van
die wet, voor de duur van ten
minste zes maanden een arbeidsovereenkomst aangaat of hem aanstelt om arbeid te verrichten, een subsidie in de vorm
van een plaatsingsbudget
als bedoeld in artikel 17 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten.
Ka.
In artikel 14, tweede
lid, onderdeel c, wordt na "3" ingevoegd: ,
3a.
L. [MvT]
Artikel 20 wordt
vervangen door:
Art. 20. Toezicht
-1. Onze Minister is
verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet door het
gemeentebestuur.
-2. Dit toezicht wordt
onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en
Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, onder leiding van het
hoofd van die inspectie.
De artikelen 37, 38,
42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing.
-3. Onze Minister kan een
gemeentebestuur aanwijzingen geven met betrekking tot de
uitvoering van deze wet door dat gemeentebestuur. Hij treedt daarbij niet
in
individuele gevallen.
-4. Ten behoeve van het
toezicht, bedoeld in het eerste lid, dient het gemeentebestuur jaarlijks
bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van deze wet.
Het verslag omvat mede een kostenopgave ten behoeve van de subsidievaststelling. Het verslag is voorzien van een
verklaring van een deskundige belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet
voorgeschreven controle omtrent de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens.
Het verslag wordt kosteloos verstrekt.
-5. Het gemeentebestuur en
de krachtens artikel 8, eerste lid, aangewezen rechtspersonen
verstrekken ten behoeve van het toezicht desgevraagd aan Onze
Minister kosteloos nadere of andere informatie en verlenen hem inzage in
de
administratie.
-6. Bij ministeriële
regeling worden regels gesteld inzake het verslag en over de verklaring en het
onderzoek dat resulteert in deze verklaring.
M. [MvT]
Artikel 21 komt te
luiden:
Art. 21.
Informatieverplichtingen
-1. Het gemeentebestuur en
de krachtens artikel 8, eerste lid, aangewezen rechtspersoon verstrekken
desgevraagd aan Onze Minister kosteloos alle inlichtingen die hij nodig heeft voor de informatievoorziening
en de beleidsvorming met
betrekking tot deze wet.
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld voor de inhoud, de wijze van
verstrekken en het tijdstip van het verstrekken van de inlichtingen.
N.
Artikel 22 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste, tweede,
vierde en vijfde lid wordt na "8" telkens toegevoegd: , eerste lid,.
2. In het eerste lid
wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en de
uitvoeringsinstanties"
vervangen door: de Centrale organisatie werk en inkomen en het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 82.
Wet
inkomensvoorziening kunstenaars [MvT]
De Wet
inkomensvoorziening kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 15, tweede lid,
onderdeel d, komt te luiden:
d. ervoor zorg te dragen
dat hij als kunstenaar in de zin van deze wet is ingeschreven bij de
Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
B. [MvT]
Artikel 33 wordt
vervangen door:
Art. 33.
-1. Onze Minister is
verantwoordelijk voor het toezicht op de uitvoering van deze wet.
-2. Dit toezicht wordt
onder gezag van Onze Minister uitgeoefend door de Inspectie Werk en
Inkomen, genoemd in hoofdstuk 7 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, onder leiding van het
hoofd van die inspectie.
De artikelen 37, 38,
42 en 44 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen zijn van overeenkomstige toepassing.
-3. Burgemeester en
wethouders en de adviserende instelling verstrekken desgevraagd
aan Onze Minister kosteloos alle inlichtingen die hij voor de uitoefening
van het toezicht nodig heeft en verlenen hem inzage in de administratie, bedoeld in
artikel 30, eerste lid, onderscheidenlijk
artikel 31, eerste lid.
-4. Ten behoeve van het
toezicht, bedoeld in het eerste lid, dienen burgemeester en
wethouders jaarlijks bij Onze Minister een verslag in over de uitvoering van
deze wet. Het verslag omvat mede de kostenopgave, bedoeld in artikel
36,
tweede lid. Het verslag is voorzien van een verklaring van een
deskundige belast met de in artikel 213 van de Gemeentewet
voorgeschreven controle omtrent de juistheid en volledigheid van verstrekte gegevens.
Het verslag wordt kosteloos verstrekt.
-5. Bij ministeriële
regeling worden regels gesteld inzake het verslag en over de verklaring en het
onderzoek dat resulteert in deze verklaring.
C. [MvT]
Artikel 36 wordt als
volgt gewijzigd:
1. De tweede volzin van
het tweede lid vervalt.
2. In het derde lid
vervalt, onder vervanging van de puntkomma aan het slot van onderdeel b door
een punt, onderdeel c.
Art. 83.
Wet
stimulering arbeidsdeelname minderheden [MvT]
De Wet stimulering
arbeidsdeelname minderheden wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, eerste lid,
wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
i. Centra voor werk en
inkomen: de Centra voor werk en inkomen, genoemd in
artikel 24 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
B. [MvT]
In artikel 6, eerste lid,
wordt "het Regionaal Bestuur voor de
Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 12 van
de Arbeidsvoorzieningswet 1996," vervangen door: het
Centrum voor werk en inkomen,.
C. [MvT]
Artikel 8 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "het Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening"
vervangen door: het
Centrum voor werk en inkomen.
2. In het tweede lid
wordt "Het Centraal Bestuur voor de
Arbeidsvoorziening, bedoeld in artikel 12 van
de Arbeidsvoorzieningswet 1996" vervangen door: De Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
D. [MvT]
Artikel 10 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
eerste volzin, en het derde lid wordt "het Regionaal Bestuur voor de
Arbeidsvoorziening" telkens vervangen door: het Centrum voor werk en
inkomen.
2. In het eerste lid,
tweede volzin, wordt "het Regionaal Bestuur" vervangen door: het
Centrum voor werk en inkomen.
Art. 84.
Wet allocatie
arbeidskrachten door intermediairs [MvT]
De Wet allocatie arbeidskrachten door
intermediairs wordt als volgt gewijzigd:
A.
Onder verlettering van de
onderdelen c tot en met f tot
onderdelen b tot en met e worden in artikel
1,
eerste lid, de onderdelen a en b vervangen door een onderdeel, luidende:
a. de Centrale
organisatie werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd
in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
B.
In artikel 2, eerste lid,
wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen.
C.
In de artikelen 5, 6,
7
en 21 wordt "het Centraal Bestuur" telkens vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen.
D. [MvT]
Artikel 20 vervalt.
Art. 85.
Wet arbeid
vreemdelingen
De Wet arbeid
vreemdelingen wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, onderdeel f,
komt te luiden:
f. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
B.
In artikel 5, tweede lid,
wordt "organen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen.
C.
In artikel 8, eerste lid,
onderdeel b, wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen.
Art. 86.
Buitengewoon
Besluit Arbeidsverhoudingen 1945 [MvT]
Het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen
1945 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1 wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
g. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
B. [MvT]
In artikel 6, eerste,
vierde en tiende lid, en artikel 32 wordt "de Regionaal Directeur van
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" telkens vervangen door: de Centrale organisatie werk en
inkomen.
C. [MvT]
In artikel 6, vijfde en
zesde lid, wordt "een Regionaal Directeur van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
telkens vervangen door: de Centrale organisatie werk en
inkomen.
D. [MvT]
In artikel 6, zevende en
achtste lid, wordt "De Regionaal Directeur van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie" telkens vervangen door: De Centrale
organisatie werk en inkomen.
Art. 87.
Wet melding
collectief ontslag
In artikel 1, onderdeel c, van de Wet
melding collectief ontslag wordt
"de Regionaal Directeur
van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
Art. 88.
Wet op de
ondernemingsraden [MvT]
De Wet op de
ondernemingsraden wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 27, eerste
lid, van de Wet
op de ondernemingsraden wordt onderdeel d vervangen
door:
d. een regeling op het
gebied van de arbeidsomstandigheden, het ziekteverzuim of het reïntegratiebeleid;.
B. [MvT]
In de artikelen 46a,
derde lid, en 46d, onderdeel g, wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" telkens vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
C. [MvT]
In artikel 46a, vierde
lid, wordt in de eerste volzin "de betrokken uitvoeringsinstelling"
en in de tweede volzin "een uitvoeringsinstelling" vervangen door: het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 5
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
D. [MvT]
In artikel 46a, vijfde en
zevende lid, wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens
vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
Art. 89.
Noodwet
Arbeidsvoorziening [MvT]
De Noodwet
Arbeidsvoorziening wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Onderdeel b van artikel 1
komt te luiden:
b. het Hoofd
Arbeidsvoorziening: de door Onze Minister daartoe aangewezen functionaris
van de Centrale organisatie werk en inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, dan wel, voor zover krachtens artikel 4, eerste lid, aangewezen, van een
Centrum voor werk en inkomen, genoemd in artikel 24
van voornoemde wet;.
B. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Onze Minister kan
functionarissen van Centra voor werk en inkomen aanwijzen, die, elk voor
zover zulks in zijn beschikking is bepaald, in de plaats van de aangewezen
functionaris van de Centrale organisatie werk en inkomen optreden als
Hoofd Arbeidsvoorziening.
2. Het tweede lid
vervalt, onder vernummering van het derde lid tot tweede lid.
C. [MvT]
Artikel 5, tweede lid,
komt te luiden:
-2. De door Onze Minister als Hoofd Arbeidsvoorziening aangewezen functionarissen van de
Centrale organisatie werk en inkomen of van een Centrum voor werk en
inkomen zijn in die hoedanigheid ondergeschikt aan Onze Minister. De
Raad van bestuur van de Centrale organisatie werk en inkomen verleent aan
Onze Minister de medewerking die hij in deze verhouding behoeft. Bij
regelen en aanwijzingen als bedoeld in het eerste lid kan van het bepaalde
bij of krachtens de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen worden
afgeweken, voor zover zulks in het belang van een goede uitvoering van deze wet nodig is.
D. [MvT]
In artikel 19, derde lid,
wordt "Onze Minister van Binnenlandse Zaken" vervangen door: Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
E. [MvT]
Artikel 52a vervalt.
Art. 90.
Wet
financiering loopbaanonderbreking [MvT]
De Wet financiering
loopbaanonderbreking wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel c, onder 1º, onder a, wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van
de Arbeidsvoorzieningswet 1996" vervangen door: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. Onderdeel e komt te
luiden:
e. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
B. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
eerste volzin, artikel 3, eerste lid, tweede volzin,
artikel 4, derde en
vierde lid, en artikel 7, eerste lid, wordt "Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
tweede volzin, artikel 3, eerste lid, eerste volzin,
artikel 6, derde lid,
artikel 7, tweede en vierde lid, artikel
8, vierde lid, aanhef en onder b, en
artikel 9, eerste en tweede lid, wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
Art. 91.
Wet arbeid en
zorg [MvT]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van Wet arbeid
en zorg (Kamerstukken II 1999-2000, 27 207, nr. 2) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt die wet als
volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 1:3, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel c komt te
luiden:
c. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onder verlettering van
de onderdelen d en e tot
onderdelen
e en f wordt na onderdeel
c een onderdeel
ingevoegd, luidende:
d. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
B. [MvT]
In artikel 3:11, derde
lid, artikel 3:12, derde lid, artikel
3:22, derde lid, artikel 3:27, zesde lid,
artikel 3:28, artikel 7:5, tweede lid, artikel
7:6, eerste, zesde en zevende lid,
artikel 7:12, eerste en twaalfde lid, artikel
7:13, eerste lid, artikel 7:16,
zevende lid, en artikel 7:18, derde lid, wordt "Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
C. [MvT]
In artikel 3:11, eerste
en tweede lid, artikel 3:12, eerste en tweede lid,
artikel 3:14, eerste lid,
artikel 3:22, eerste en tweede lid, artikel
3:24, artikel 3:25, eerste lid, artikel
8:5 ¹, eerste lid, eerste en tweede volzin, artikel
7:11, derde lid, artikel 7:13,
tweede, vierde, zesde, achtste en tiende lid, artikel
7:14, vierde lid, aanhef
en onder b, artikel 7:15, eerste en tweede lid,
artikel 7:16, eerste,
derde, vierde en vijfde lid, artikel 7:17, eerste tot en met vijfde lid,
artikel 7:18, tweede lid, artikel
7:19, derde lid, artikel 7:20, eerste lid, eerste en
tweede volzin, en artikel 7:22, derde lid, zevende lid, eerste en tweede volzin,
wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
telkens vervangen
door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
D. [MvT]
Artikel 3:30 vervalt.
E. [MvT]
In artikel 7:3, tweede
lid, onderdeel a, wordt "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van
de Arbeidsvoorzieningswet 1996" vervangen door: de
Centrale organisatie werk en inkomen.
F. [MvT]
In artikel 7:22, derde
lid, wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
1. Volgens de redactie
dient "artikel 8:5" te worden vervangen door: artikel
7:5.
§ 2.
Justitie
Art. 92.
Algemene wet
bestuursrecht [MvT]
De bijlage bij de
Algemene wet bestuursrecht, onderdeel F (ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid), wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel 3 wordt
vervangen door:
3. Artikelen 40 en 42 van
de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
2. Toegevoegd wordt een
nieuw onderdeel, luidende:
4. Wet
melding collectief ontslag.
Art. 93.
Beroepswet [MvT]
Bijlage C bij de
Beroepswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Onderdeel 11b vervalt.
B. [MvT]
De onderdelen 15 en 16
vervallen.
C. [MvT]
Onderdeel 33 wordt
vervangen door:
33. Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en Invoeringswet Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
D. [MvT]
Toegevoegd wordt een
onderdeel luidende:
34. Artikel 9 van de Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen.
E. [MvT]
Toegevoegd wordt een
onderdeel, luidende:
35. Wet allocatie arbeidskrachten door
intermediairs.
Art. 94. Burgerlijk
Wetboek
Het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A.
In de artikelen 68, derde
lid, en 179, derde lid, van Boek
2 wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
B.
Boek 7 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In artikel 629, derde
lid, onderdeel c, artikel 629a, eerste en zevende lid, artikel 635, vierde
lid, vierde volzin, artikel 685, eerste lid, vierde volzin, wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. In artikel 670, eerste
lid, onderdeel b, wordt "de Regionaal Directeur van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: de Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
Art. 95.
Wet Landelijk
Bureau Inning Onderhoudsbijdragen
In artikel 23 van de Wet
Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen wordt "Sociale
Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale verzekeringsbank en de zinsnede
"de uitvoeringsinstellingen, bedoeld in artikel
41, derde lid, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" door: het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 5 van de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 96.
Wet op de
rechterlijke organisatie
In artikel 11b, eerste lid, van de Wet
op de rechterlijke organisatie wordt "de uitvoeringsinstelling die de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
uitvoert ten aanzien van
de rechterlijk ambtenaar" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 97.
Wet op de
rechtsbijstand
Artikel 25, tweede lid, onderdeel b en c, van de Wet
op de rechtsbijstand worden vervangen door:
b. de Sociale verzekeringsbank;
c. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen;.
§ 3.
Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelaties
Art. 98. Algemene
pensioenwet politieke ambtsdragers
In artikel 103 van de Algemene
pensioenwet politieke ambtsdragers wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door:
Sociale verzekeringsbank.
Art. 99.
Ambtenarenwet [MvT]
Artikel 2, eerste lid,
van de Ambtenarenwet wordt als volgt gewijzigd:
A.
Onderdeel n wordt
vervangen door:
n. de leden van de Raden
van bestuur en de Raden van advies van de Centrale organisatie werk
en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
B. [MvT]
Onderdeel o vervalt.
C.
Onderdeel x vervalt.
Art. 100.
Wet
privatisering ABP [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel d, van de Wet
privatisering ABP vervalt de zinsnede
"dan wel uit
middelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de
Arbeidsvoorzieningswet," .
Art. 101.
Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP
De Wet
financiële voorzieningen privatisering ABP wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 31, eerste
lid, wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
vervangen door: Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
B.
Artikel 43a, wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt de zinsnede "Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997"
vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
2. In het tweede lid,
onderdeel a, wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" vervangen
door: Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art. 102.
Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens
Artikel 140 van de Wet
gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt als volgt
gewijzigd:
A.
In het eerste lid wordt "Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen door: Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
B.
In het eerste, tweede en
derde lid wordt "Sociale Verzekeringsbank" telkens vervangen door:
Sociale verzekeringsbank.
Art. 103.
Wet
inburgering nieuwkomers
De Wet inburgering
nieuwkomers wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, onderdeel k,
wordt vervangen door:
k. Centrale organisatie
werk en inkomen: de Centrale organisatie werk en
inkomen, genoemd in
hoofdstuk 4 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
B.
In artikel 4, eerste lid,
wordt "Arbeidsvoorzieningswet 1996" vervangen door: Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, en "Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
door: Centrale organisatie werk en inkomen.
C.
In artikel 12, tweede
lid, wordt "Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door:
Centrale
organisatie werk en inkomen.
Art. 104.
Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen [MvT]
De Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen
wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Onderdeel i wordt
vervangen door:
i. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
2. Onderdeel j vervalt.
B.
1. Voor de tekst van de
artikelen 37 en 38 wordt de aanduiding "-1." geplaatst.
2. Aan de artikelen 35, 36,
37, 38, 40,
42 en 44 wordt telkens een nieuw lid toegevoegd, waarvan
het nummer volgt op dat van het laatste lid van het desbetreffende
artikel, luidende:
Met ingang van de datum
van inwerkingtreding van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen treedt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen in de plaats van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen.
C.
In artikel 36, zesde lid,
onderdeel d, wordt "Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
vervangen door:
Centrale organisatie werk en inkomen.
D.
Artikel 41 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel e, wordt "de Osv 1997" vervangen door: de
Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
2. Het tweede lid,
onderdeel d, vervalt.
E.
In artikel 82 wordt de
zinsnede "Het Landelijk instituut sociale
verzekeringen en de
uitvoeringsinstellingen verstrekken" vervangen door: Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen verstrekt.
F.
In artikel 86 wordt de
zinsnede "Artikel 38, eerste lid, onderdeel g, van de Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997" vervangen door: Artikel
30, eerste lid, onderdeel
e,
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen.
G. [MvT]
Artikel 87, tweede lid,
wordt vervangen door:
-2. Onverminderd artikel 30, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen treedt
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in
hoofdstuk 5
van die wet, met ingang van het tijdstip van
inwerkingtreding van die wet voor de toepassing van het eerste lid in de plaats
van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen.
H. [MvT]
Artikel 88 vervalt.
I.
Artikel 90 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste, derde
en vijfde lid vervalt telkens de zinsnede ", genoemd in hoofdstuk
4 van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997".
2. In het eerste, tweede,
derde, vijfde en zesde lid wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
J. [MvT]
De artikelen 91 en 92
vervallen.
Art. 105.
Wet
Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement
De Wet
Incompatibiliteiten Staten-Generaal en Europees Parlement wordt als volgt
gewijzigd:
A.
Artikel 1, tweede lid,
onderdeel e, wordt vervangen door:
e. lid van de Raad van
bestuur of de Raad van advies van de Centrale organisatie werk en
inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
B.
Artikel 2, eerste lid,
onderdeel g, wordt vervangen door:
g. lid van de Raad van
bestuur of de Raad van advies van de Centrale organisatie werk en
inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Sociale
verzekeringsbank, genoemd in de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 106.
Samenloopregeling Indonesische pensioenen 1960
In artikel 23 van de Samenloopregeling
Indonesische pensioenen 1960 wordt "Sociale
Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
Art. 107.
Remigratiewet [MvT]
De Remigratiewet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, onderdeel j,
wordt vervangen door:
j. Sociale
verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in
hoofdstuk 6 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
B.
In de artikelen 8a, 8b, 8c, 8d, 8e, 8f,
8g, 8h en 8i wordt "SVB" telkens vervangen door:
Sociale verzekeringsbank.
C. [MvT]
Artikel 8j komt te
luiden:
Art. 8j.
-1. De hoofdstukken 7 en 8
van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, alsmede
de artikelen 8, 13,
34, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid,
35,
eerste, tweede en vijfde lid, onderdeel b, 45, eerste lid,
54, derde en vierde
lid, 56, 57, 58,
59, 62, eerste en tweede lid,
63, 75, eerste lid,
81, 83,
tweede tot en met vijfde lid, en 85, van die wet, zijn ten aanzien van de uitvoering
van deze wet niet van toepassing.
-2. Artikel 34, eerste
lid, onderdeel c, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen is van
overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat wordt
verstaan onder:
a. Onze Minister: Onze
Minister voor Grotesteden- en Integratiebeleid;
b. de in onderdeel a
genoemde wetten: deze wet.
Art. 108.
Wet
aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps
In artikel 22 van de Wet
aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps wordt "Sociale
Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
§ 4.
Onderwijs, Cultuur
en Wetenschappen
Art. 109.
Wet op de
expertisecentra
Artikel 169a, onderdeel e, van de Wet
op de expertisecentra wordt vervangen door:
e. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 110.
Wet op de
studiefinanciering
In artikel 150, eerste
lid, van de Wet
op de studiefinanciering wordt
"Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
Art. 111.
Wet
tegemoetkoming studiekosten
In artikel 63, eerste
lid, van de Wet tegemoetkoming studiekosten wordt
"Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
Art. 112.
Wet op het
hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
In artikel 7.52, tweede
lid, van de Wet
op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
Art. 113.
Wet op het
primair onderwijs
De Wet op het
primair onderwijs wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 4, dertiende
lid, wordt "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen die" vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen dat.
B.
Artikel 183a, eerste lid,
onderdeel e, wordt vervangen door:
e. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 114.
Wet op het
voortgezet onderwijs
In de artikelen 98a.1.,
eerste lid, en 284a, eerste lid, van de Wet
op het voortgezet onderwijs wordt beide malen onderdeel e vervangen door:
e. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 115.
Voorstel van
wet tot wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van
persoonsgebonden nummers
in het onderwijs
Indien het bij
koninklijke boodschap van 22 december 1997 ingediende voorstel van wet tot
wijziging van enkele onderwijswetten in verband met de invoering van
persoonsgebonden nummers in het onderwijs (Kamerstukken II 1997-1998, 25 828) tot
wet wordt verheven en in werking is getreden, wordt in
artikel 9e, derde lid, van de Wet
verzelfstandiging Informatiseringsbank "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
§ 5.
Financiën
Art.
116. Wet toezicht
verzekeringsbedrijf 1993
Artikel 13, eerste lid, onderdeel a en b, van de Wet
toezicht verzekeringsbedrijf 1993 wordt vervangen door:
a. de Sociale verzekeringsbank;
b. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;.
Art. 117.
Intrekkingswet Beleggingswet
In artikel 2 van de Intrekkingswet
Beleggingswet wordt "Sociale Verzekeringsbank"
vervangen door: Sociale verzekeringsbank.
Art. 118.
Wet
medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden
In artikel 3 van de Wet
medefinanciering oververtegenwoordiging oudere ziekenfondsverzekerden wordt onderdeel
c vervangen door:
c. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
Art. 119.
Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
[MvT]
De Wet
vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen
wordt
als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1, eerste lid,
onderdeel e, wordt de zinsnede "Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van
de Arbeidsvoorzieningswet" vervangen door: Centrale
organisatie werk en inkomen, genoemd in hoofdstuk 4 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
B.
In de artikelen 9, eerste
lid, 10, eerste en tweede lid, en 11, eerste en tweede lid, wordt "de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie" telkens vervangen door: de
Centrale
organisatie werk en inkomen.
C.
In de artikelen 10,
eerste lid, onderdeel b, en 11, eerste lid, onderdeel a, wordt
"Regionaal
Directeur voor de Arbeidsvoorziening" telkens vervangen door: Centrale
organisatie werk en inkomen.
D. [MvT]
Artikel 30 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt
na "bestuursorganen" ingevoegd: ", met uitzondering van
de Centrale organisatie werk en inkomen".
2. Een nieuw lid wordt
toegevoegd, luidende:
-6. Artikel 8:4, onderdeel g, van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing ten
aanzien van besluiten van de Centrale organisatie werk en inkomen op grond
van artikel 9 van deze wet.
§ 6.
Defensie
Art. 120.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 7 wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen, genoemd in hoofdstuk 4 van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen.
B.
In artikel 8 wordt "Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen door: Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
§ 7.
Verkeer en
Waterstaat
Art. 121.
Vaarplichtwet
In artikel 5, vijfde lid,
van de Vaarplichtwet wordt "Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
vervangen door:
Centrale organisatie werk en inkomen.
Art. 122.
Wet
privatisering Spoorwegpensioenfonds
In de artikelen 17,
eerste, tweede en derde lid, en 18, eerste lid, van de Wet
privatisering Spoorwegpensioenfonds wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
telkens vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
§ 8.
Economische Zaken
Art. 123.
Handelsregisterwet 1996
Artikel 15, tweede lid,
onderdeel d, van de Handelsregisterwet
1996 wordt vervangen door:
d. het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Sociale
verzekeringsbank, bedoeld
in de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, voor de
uitvoering van hun bij die wet opgedragen taken; of.
§ 9.
Volksgezondheid,
Welzijn en Sport
Art. 124.
Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten
De Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:
A.
In de artikelen 9, vijfde
lid, 32b, eerste, derde en vierde lid, en
32c, eerste en tweede lid, wordt
"Sociale Verzekeringsbank" telkens vervangen door: Sociale
verzekeringsbank.
B.
In artikel 56, eerste
lid, wordt "het College van toezicht sociale
verzekeringen, de uitvoeringsinstellingen, bedoeld in
artikel 41, derde lid, van de
Organisatiewet
sociale
verzekeringen 1997, de Sociale Verzekeringsbank" vervangen door:
Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk
5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, de Sociale verzekeringsbank,
genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
Art. 125.
Ziekenfondswet
De Ziekenfondswet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1, eerste lid,
onderdeel m, wordt vervangen door:
m. Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen;.
B.
In artikel 3c, eerste en
veertiende lid, wordt "Sociale Verzekeringsbank" vervangen door:
Sociale verzekeringsbank.
C.
In artikel 4, zevende
lid, wordt "Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door:
Centrale
organisatie werk en inkomen.
D.
In artikel 15, derde en
vijfde lid, wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens
vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
E.
In artikel 73b, eerste
lid, wordt "het College van toezicht sociale
verzekeringen, het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, de uitvoeringsinstellingen, bedoeld
in artikel 41,
derde lid, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997, de Sociale Verzekeringsbank" vervangen door: Onze Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, de Sociale
verzekeringsbank.
F.
In artikel 78, tweede
lid, wordt "Landelijk instituut sociale
verzekeringen"
vervangen door: Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
HOOFDSTUK
5
Overige
en slotbepalingen
Art. 126.
Wijziging in
verband met het voorstel van Wet verbetering poortwachter [MvT]
a. Indien het bij
koninklijke boodschap van 20 april 2001 ingediende voorstel van Wet
verbetering poortwachter (Kamerstukken II 2000-2001, 27 678) vóór
het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is verheven en in
werking is getreden of op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is
verheven en in werking treedt, wordt in artikel 38 van de Ziektewet, in de
artikelen 19, zevende lid, 23, eerste lid,
24, eerste en tweede lid, 34, derde en negende lid,
34a, 71a en
71b van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en in
artikel
44a van de Wet
op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten en in artikel 43 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 35 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en in de artikelen 629 en
635
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek en in artikel XV, veertiende lid, onderdeel
c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim
en in artikel XV, zesde
en zevende lid, van die Wet
verbetering poortwachter "het Landelijk instituut sociale
verzekeringen" telkens vervangen door: het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
b. Indien het bij
koninklijke boodschap van 20 april 2001 ingediende voorstel van Wet
verbetering poortwachter (Kamerstukken II 2000-2001, 27 678) vóór het tijdstip
van inwerkingtreding van deze wet tot wet is verheven en in werking is getreden of op het tijdstip van inwerkingtreding
van deze wet tot wet is verheven en in werking treedt, wordt in de artikelen
24, tweede lid,
en 28, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en
artikel 46 en 43,
tweede lid, van de de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en
artikel 35 en 38 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
"de Arbeidsvoorzieningsorganisatie"
telkens vervangen door: de Centrale organisatie voor werk en
inkomen.
Art. 127.
Regelgevende
bevoegdheden ten behoeve van de invoering
-1. Onze Minister
is
bevoegd in plaats van de tijdstippen, genoemd in hoofdstuk 8 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, andere tijdstippen vast te stellen alsmede te bepalen dat
anderszins wordt
afgeweken van de bij of krachtens dat hoofdstuk gegeven regels dan wel
dat de toepassing daarvan achterwege blijft, voor zover dat in verband
met de datum van inwerkingtreding van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen noodzakelijk is.
-2. Onze Minister is
bevoegd, voor zover dat in verband met de datum van inwerkingtreding van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen noodzakelijk is,
regels te stellen met betrekking tot de bevoegdheid van de Raad voor werk en
inkomen, de Centrale organisatie
werk en inkomen, het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en de Sociale
verzekeringsbank tot het aangaan van verplichtingen en het doen van uitgaven en de
daaraan ten grondslag te leggen budgetten, begrotingen en
jaarplannen.
-3. Onze Minister is
overigens bevoegd met het oog op een goede invoering van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen regels te stellen, waarbij zo nodig kan worden afgeweken van het
bepaalde bij en krachtens genoemde wet en deze wet.
-4. Bij ministeriële
regeling kan worden bepaald dat kosten in verband met de intrekking van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996 ten laste van het Rijk worden vergoed.
Art. 128.
Regels voor
overgang verantwoordelijkheid reïntegratie
-1. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld in verband met een goede overgang
van taken van het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, de Arbeidsvoorzieningsorganisatie en de
Sociale
verzekeringsbank naar werkgevers en gemeenten ter bevordering van de inschakeling in de arbeid
van uitkeringsgerechtigden en arbeidsgehandicapten, waarin in ieder geval
bepaald wordt dat en op welke wijze de daarmee
samenhangende activiteiten en het verstrekken van instrumenten waarmee
vóór de datum van inwerkingtreding van deze wet een aanvang is
gemaakt, worden voortgezet door het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen en gemeenten, zo nodig in afwijking van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, de Wet inschakeling werkzoekenden en de
Werkloosheidswet.
-2. In de ministeriële
regeling, bedoeld in het eerste lid, kan bepaald worden dat het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor een in die regeling bepaalde
periode een taak heeft tot bevordering van inschakeling in het arbeidsproces op grond van
artikel 8, eerste lid, en
artikel 10, eerste lid,
van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals die artikelen
luidden voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van de
wijziging van dit artikel in deze wet.
-3. In de ministeriële
regeling, bedoeld in het eerst lid, kan bepaald worden dat kosten in
verband met de uitvoering van het eerste lid ten laste komen van het Reïntegratiefonds.
Art. 129.
Benadelingshandelingen
Een rechtshandeling die
door een uitvoeringsinstelling, een houdstermaatschappij als bedoeld in
paragraaf 4 van
het Besluit voorwaarden erkenning uitvoeringsinstelling,
een stichting die de aandelen hield in zulk een houdstermaatschappij of
een stichting als bedoeld in paragraaf 3 van dat besluit, zoals dat besluit luidde
tot 1 november 2000, is verricht na 23 november 1999 en vóór de datum van
inwerkingtreding van deze wet, en waarvan deze wist of redelijkerwijze behoorde te weten dat daaruit voor een
uitvoeringsinstelling,
een fonds als bedoeld in artikel 1, onderdeel l, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, de stichting,
bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit voorwaarden erkenning uitvoeringsinstelling,
het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen of de Staat schade
voortvloeit, is vernietigbaar. De rechter kan de gevolgen van een
vernietiging beperken voor zover dat nodig is ter bescherming van rechten
van derden te goeder trouw.
Art. 130.
Vervallen.
Art. 131.
Intrekking
wetten
De volgende wetten worden
ingetrokken:
a. Invaliditeitswet;
b. Liquidatiewet
Ouderdomswet 1919;
c. Liquidatiewet
invaliditeitswetten;
d. Wet uitkering 1987 aan
echte minima;
e. Wet uitkering ineens
personen met werkloosheidsuitkering;
f. Wet eenmalige toelage
1990.
Art. 132.
Inwerkingtreding
-1. De artikelen van deze
wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
-2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van een
Tijdelijke referendumwet (Kamerstukken II 1999-2000, 27 034) tot wet wordt
verheven en in werking treedt, en deze wet wordt bekrachtigd op of na het
tijdstip van inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet, kan bij de
toepassing van het eerste lid worden afgeweken van de
artikelen 12 en 13 van de Tijdelijke referendumwet en vindt in dat geval
artikel 16 van laatstgenoemde wet toepassing.
1. Bij Besluit
van 13 december 2001, Stb. 2001, 682, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2002, met uitzondering van de
onderdelen van artikelen, genoemd in artikel 2 van dat besluit, red.
Art. 133.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 november 2001
BEATRIX
De Minister van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
De Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de achttiende
december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|