|
Parlementaire behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 2001-2002, 27 678.
Handelingen II 2000-2001,
blz. 5537-5616, 5653-5680, 5693-5727, 5786-5798, 5878-5879, 5882, 6056.
Kamerstukken I 2000-2001,
27 678 (341); 2001-2002, 27 678 (37,
37a, 37b, 37c, 37d).
Handelingen I 2001-2002,
zie vergadering d.d. 27 november 2001.
MEMORIE VAN TOELICHTING
WET van 29 november 2001, Stb.
2001, 628, tot
verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en nieuwe regels
voor de ziekmelding, de reïntegratie en de wachttijd van werknemers
alsmede met betrekking tot de loondoorbetalingsverplichting van de
werkgever (Wet verbetering poortwachter). Inwerkingtreding 1
april 2002 (Stb. 2001, 685 en Stb.
2002, 607).
WIJ BEATRIX, bij de
gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen
zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is om een reïntegratieverslag en
verlenging van de wachttijd in de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
in te voeren, de bepalingen over de ziekmelding in de
Ziektewet en over de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever in het
Burgerlijk
Wetboek alsmede, in verband met het voorgaande, de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten en enige
andere wetten, te
wijzigen met het oog op verbetering van de procesgang tijdens het eerste
ziektejaar van de werknemer en een heldere
verantwoordelijkheidsverdeling van werkgevers,
werknemers, arbodiensten en uitvoeringsinstanties
daarbij;
Zo is het, dat Wij, de
Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal,
hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I. Ziektewet
[MvT]
De
Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT
+
bis]
Artikel 38 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt na "Burgerlijk
Wetboek" ingevoegd: dan wel aanspraak heeft op
bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim,.
2. Aan het artikel wordt
een nieuw lid toegevoegd, luidende:
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen met betrekking tot de aangifte van de ongeschiktheid tot het
verrichten van arbeid, bedoeld in het eerste lid, nadere regels worden
gesteld.
B. [MvT]
In artikel 39, eerste
lid, wordt "op grond van artikel 38 of 38a" vervangen door: op grond
van artikel 38, tweede lid, of 38a.
C. [MvT]
Artikel 39a vervalt.
D. [MvT]
In artikel 47a, tweede
lid, wordt na "Burgerlijk
Wetboek" ingevoegd: of het recht op bezoldiging
op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim.
E. [MvT]
In artikel 70, eerste
lid, wordt na "Burgerlijk
Wetboek" ingevoegd: of bezoldiging als bedoeld
in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim.
F. [MvT]
In artikel 87a, derde
lid, wordt na "Burgerlijk
Wetboek" ingevoegd: of bezoldiging als bedoeld
in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim.
Art.
II.
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 19 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "het in het eerste en tweede lid bedoelde tijdvak van 52
weken" vervangen door: het in het eerste, tweede, en
zevende lid bedoelde
tijdvak.
2. Aan het artikel wordt
een nieuw zevende lid toegevoegd, luidende:
-7. De wachttijd, bedoeld
in het eerste lid, wordt door het Landelijk instituut
sociale verzekeringen verlengd op gezamenlijk verzoek van de
verzekerde en de
werkgever jegens wie de verzekerde, bij ongeschiktheid tot het verrichten van
arbeid wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek, tenzij artikel 29 of
29a, derde of
zevende lid, van de
Ziektewet van toepassing is dan wel aanspraak heeft op
bezoldiging op grond van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim, tenzij onderdeel a van het tiende lid van dat artikel van
toepassing is, met een termijn van ten hoogste 52 weken tenzij zwaarwegende
omstandigheden zich daartegen verzetten. De verlengde wachttijd
eindigt op de door het Landelijk instituut sociale verzekeringen aangegeven
datum. De verlengde wachttijd kan op verzoek van de werkgever of de
werknemer worden verkort. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt bij verkorting van de verlengde wachttijd een nieuwe datum vast waarop
de verlengde wachttijd eindigt, met dien verstande dat de wachttijd niet eerder eindigt dan vijftien weken na dat
verzoek. Bij de
bekendmaking van het besluit maakt het Landelijk instituut sociale verzekeringen
melding van de mogelijkheid van het doen van een aanvraag voor de
toekenning van de uitkering alsmede van de termijn binnen welke die aanvraag
wordt gedaan. Het tweede en vierde lid zijn van overeenkomstige
toepassing. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot dit lid.
3. Indien het bij
koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor
overgangs- en
invoeringsrecht voor de
totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en
zorg, Kamerstukken II 1999-2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in
werking is getreden, wordt in het onder 2 voorgestelde zevende lid
"tenzij
onderdeel a van het tiende lid van dat artikel van toepassing is"
vervangen door: tenzij onderdeel a van het elfde lid van dat artikel van
toepassing is.
B. [MvT]
Artikel 21, vierde lid,
vervalt.
C. [MvT]
Artikel 23, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt,
de persoon
die aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering oproepen of doen oproepen en op
een door of vanwege het Landelijk instituut sociale verzekeringen te bepalen plaats
ondervragen of doen ondervragen.
D. [MvT]
Artikel 24 komt te
luiden:
Art. 24.
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
en de door hem daartoe aangewezen deskundige
kunnen de persoon die aanspraak maakt op of in het genot is van een arbeidsongeschiktheidsuitkering voorschriften geven
in het belang van een
behandeling of van genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de
mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan voorschrijven dat de persoon, bedoeld in het
eerste lid, zich laat registreren als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
E. [MvT
+
bis]
Artikel 28 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid dan
wel tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: tot
behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende
bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
2. In onderdeel f wordt "bedoeld in artikel
34, derde
lid" vervangen door: bedoeld in artikel 34, derde lid, of
artikel 34a, eerste lid.
3. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma worden na dat
onderdeel twee onderdelen toegevoegd, luidende:
g. indien de
belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of
opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de
arbeid;
h. indien de
belanghebbende zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door zijn
werkgever of door een door die werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen
die erop gericht zijn om
de belanghebbende in staat te stellen passende arbeid te
verrichten.
F.
In artikel 29, tweede
lid, wordt "bedoeld in artikel 34, derde lid," vervangen door: bedoeld
in artikel 34, derde lid of artikel 34a, eerste lid.
G. [MvT]
Artikel 34 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "drie maanden" vervangen door: dertien weken.
2. Aan het derde lid
wordt een zin toegevoegd, luidende:
Indien de wachttijd, bedoeld in artikel 19, eerste lid, is verlengd op grond van het
zevende lid van dat
artikel, wordt de aanvraag voor de toekenning van de uitkering, in afwijking
van de eerste zin, uiterlijk dertien weken vóór het verstrijken van de door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen
vastgestelde verlengde
wachttijd gedaan.
3. In het vierde lid
wordt "termijn, bedoeld in artikel 87, eerste lid" vervangen door: termijn,
bedoeld in artikel 87, tweede lid.
4. Aan het artikel wordt
een nieuw lid toegevoegd, luidende:
-9. Indien de wachttijd,
bedoeld in artikel 19, eerste lid, is verlengd op grond van het zevende lid
van dat artikel, besluit het Landelijk instituut sociale verzekeringen de
aanvraag, bedoeld in het derde lid, niet te behandelen indien deze
is ingediend vóór het verzoek tot de verlenging.
H. [MvT]
Na artikel 34 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 34a.
-1. De aanvraag voor de
toekenning van de uitkering gaat vergezeld van een reïntegratieverslag
als bedoeld in artikel 71a. De eerste volzin is niet van toepassing indien
artikel 71b, eerste lid, toepassing vindt. Het Landelijk
instituut sociale verzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid
hebben kunnen komen tot de reïntegratie-inspanningen die zijn verricht.
-2. Indien het Landelijk instituut sociale verzekeringen toepassing heeft gegeven aan
artikel 71a,
negende lid, wijst het Landelijk instituut sociale verzekeringen de aanvraag
af.
-3. Bij de bekendmaking
van het besluit, bedoeld in het tweede lid, maakt het Landelijk instituut
sociale verzekeringen melding van de
mogelijkheid tot het doen
van een nieuwe aanvraag voor de toekenning van de uitkering alsmede
van de termijn binnen welke die aanvraag wordt gedaan.
-4. De termijn waarbinnen
de belanghebbende een nieuwe aanvraag voor de toekenning van de
uitkering doet, is:
a. uiterlijk dertien
weken vóór het verstrijken van het tijdvak waarover de werkgever op grond van
artikel 629, elfde lid, onderdeel c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is het loon te betalen dan wel op grond van artikel
XV,
veertiende lid, onderdeel c, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim verplicht
is bezoldiging te betalen;
b. zo spoedig mogelijk,
indien het tijdvak waarover de werkgever op grond van artikel 629,
elfde lid, onderdeel c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek verplicht is het
loon te betalen dan wel op grond van artikel XV, veertiende lid, onderdeel
c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim
verplicht is bezoldiging
te betalen, minder bedraagt dan dertien weken of indien de werkgever
vóór het verstrijken van dat tijdvak geen loon meer verschuldigd is.
I. [MvT]
In artikel 43a, eerste
lid, onderdeel b, wordt "artikel 19, eerste lid" vervangen door:
artikel 19.
J. [MvT]
In artikel 43c wordt "artikel
19, eerste lid," vervangen door: artikel
19.
K. [MvT]
In artikel 43d wordt "artikel 629, eerste lid, tweede volzin, van
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek" vervangen door: artikel 629, elfde lid, onderdeel a en c, van
Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek en wordt "tweede lid, vierde zin" vervangen door: veertiende lid.
L.
[MvT]
Artikel 46 vervalt.
M. [MvT]
1. Artikel 71a komt te
luiden:
Art. 71a.
-1. De werkgever jegens
wie de werknemer, bij ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid
wegens ziekte, recht heeft op loon als bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel aanspraak heeft op bezoldiging op grond
van artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim, houdt
aantekening van het verloop van de arbeidsongeschiktheid en
de reïntegratie van de werknemer. De eerste volzin geldt niet indien
onderdeel a van artikel XV, tiende lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim van toepassing is.
-2. De werkgever, bedoeld
in het eerste lid, stelt binnen een door Onze Minister nader te bepalen
termijn, in overeenstemming met de werknemer, een plan van
aanpak op. De afspraken die in het plan van aanpak zijn gemaakt,
worden door werkgever en werknemer nageleefd. Het plan van aanpak wordt
periodiek geëvalueerd.
-3. Uiterlijk twee weken
voordat de termijn is verstreken waarbinnen de belanghebbende op grond
van artikel 34, derde lid, eerste volzin, zijn aanvraag voor toekenning
van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dient te doen, stelt de
werkgever, bedoeld in het eerste lid, in overleg met de werknemer een
reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift aan de
werknemer.
-4. Indien artikel 19,
zevende lid, toepassing heeft gevonden:
a. stelt de werkgever in
overleg met de werknemer, indien hij nog geen reïntegratieverslag
heeft opgesteld, in afwijking van het derde lid, het reïntegratieverslag
uiterlijk veertien weken vóór het verstrijken van de door het Landelijk
instituut sociale verzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd, bedoeld in
artikel 19,
zevende lid, op en verstrekt een afschrift daarvan aan de werknemer;
b. vult de werkgever in
overleg met de werknemer, indien hij reeds een reïntegratieverslag
heeft opgesteld, dit reïntegratieverslag uiterlijk veertien weken vóór het verstrijken van de door het
Landelijk instituut sociale verzekeringen vastgestelde verlengde wachttijd, bedoeld in
artikel 19, zevende lid, aan en
verstrekt een afschrift daarvan aan de werknemer, tenzij de werknemer
verzoekt dit, in verband met het doen van een aanvraag als bedoeld in
artikel 34, derde lid, eerder te doen. De werkgever komt binnen twee weken
aan dit verzoek tegemoet. Dit lid is van overeenkomstige
toepassing bij een aanvraag voor de uitkering na toepassing van artikel
34a, tweede lid.
-5. Bij de uitvoering van
het eerste tot en met het vierde lid laat de werkgever zich bijstaan
door een arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet
1998.
-6. De werknemer verleent
zijn medewerking bij het opstellen van het plan van aanpak en het
opstellen van het reïntegratieverslag.
-7. Bij of krachtens
ministeriële regeling kunnen regels met betrekking tot het eerste tot en met
zesde lid worden gesteld.
-8. Indien bij de
behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel
34, derde lid, blijkt dat de
werkgever zijn verplichting om een reïntegratieverslag op te stellen niet of
niet volledig is nagekomen, stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen
aan de werkgever een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag
wordt verstrekt of aangevuld.
-9. Indien bij de
behandeling van de aanvraag, bedoeld in artikel
34, derde lid, en de beoordeling als bedoeld in artikel
34a blijkt dat de
werkgever zonder
deugdelijke grond zijn verplichtingen op grond van het eerste, tweede, derde,
vierde of vijfde lid dan wel de krachtens het zevende lid gestelde
regels niet of niet volledig nakomt of onvoldoende reïntegratie-inspanningen
heeft verricht, stelt het Landelijk instituut sociale verzekeringen een tijdvak
vast gedurende welke de werknemer jegens die werkgever recht op loon
heeft op grond van artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan
wel aanspraak op bezoldiging op grond van artikel
XV, tweede lid, van de
Wet terugdringing ziekteverzuim.
Dit tijdvak is ten
hoogste 52 weken en wordt afgestemd op de aard en ernst van het verzuim,
alsmede op de periode die nodig wordt geacht om alsnog voldoende
reïntegratie-inspanningen te leveren.
-10. Bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van het negende lid nadere regels worden gesteld.
2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor
overgangs- en
invoeringsrecht voor de
totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en
zorg, Kamerstukken II 1999-2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in
werking is getreden, wordt in het onder 1 voorgestelde artikel 71a, eerste lid,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
"artikel XV, tiende lid,
van de Wet terugdringing ziekteverzuim" vervangen door:
artikel XV, elfde lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim.
N. [MvT
+
bis]
1. Na artikel 71a wordt
een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 71b. [MvT]
-1. In afwijking van
artikel 71a is op het Landelijk instituut
sociale verzekeringen ten aanzien
van de werknemer die op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a,
b, c of d, van de
Ziektewet recht heeft op ziekengeld,
artikel 71a,
tweede tot en met het tiende lid, niet van toepassing en is
artikel 71a, eerste lid, van overeenkomstige toepassing. Het
Landelijk instituut sociale verzekeringen stelt, binnen een door Onze Minister
nader te bepalen
termijn, in overleg met die werknemer, een plan van aanpak op.
-2. In afwijking van
artikel 71a is
artikel 71a, vierde, achtste, negende en tiende lid, niet
van
toepassing op de werkgever, bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, wiens werknemer op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel
e of g, van de
Ziektewet dan wel op grond van
artikel
29a, derde of
zevende lid, van die wet recht heeft op ziekengeld.
-3. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de uitvoering van dit
artikel.
2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor
overgangs- en
invoeringsrecht voor de
totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en
zorg, Kamerstukken II 1999-2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in
werking is getreden, komt artikel 71b, tweede lid, als volgt te luiden:
-2. In afwijking van
artikel 71a is artikel 71a, vierde, achtste, negende en tiende lid, niet
van
toepassing op de werkgever, bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, wiens werknemer op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel e,
f of g, van de
Ziektewet dan wel op grond van
artikel
29a, derde of
zevende lid, van die wet recht heeft op ziekengeld. [MvT]
O. [MvT]
Aan artikel 75a wordt na
het vijfde lid een nieuw lid toegevoegd, luidende:
-6. Indien een
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend direct aansluitend op een
wachttijd die op grond van artikel 19, zevende lid, is verlengd, wordt de duur
van de verlenging van de wachttijd in mindering gebracht op de periode
van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid.
P. [MvT]
Artikel 75e komt te
luiden:
Art. 75e.
Op de eigen risicodrager
is artikel 71a van toepassing.
Q. [MvT]
In artikel 75f, eerste
lid, vervalt onderdeel c, onder vervanging van de puntkomma aan het slot
van onderdeel b door een punt.
R. [MvT]
Artikel 76f wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt "artikel 43a, eerste lid, onderdeel b, bedoelde wachttijd van 52
weken"
vervangen door: artikel 43a, eerste lid, onderdeel b, bedoelde wachttijd.
2. Het vierde tot en met
het zesde lid worden vernummerd tot vijfde tot en met het zevende
lid.
3. Na het derde lid wordt
een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-4. Indien een
arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend direct aansluitend op een
wachttijd die op grond van artikel 19, zevende lid, is verlengd, wordt de duur
van de verlenging van de wachttijd in mindering gebracht op de periode
van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid.
S. [MvT]
In artikel 80 vervalt de
zinsnede "van 52 weken".
T. [MvT]
Artikel 87 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het eerste tot en met het vierde lid tot tweede tot en met het
vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-1. Een beschikking over
verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel
19, eerste lid, op grond
van het zevende lid van dat artikel wordt gegeven binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
2. In het derde tot en
met het vijfde lid wordt "een beschikking als bedoeld in het eerste
lid" telkens vervangen door: een beschikking als
bedoeld in het tweede
lid.
Art.
III.
Burgerlijk Wetboek [MvT]
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 629 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt de
laatste zin.
2. Het derde lid wordt als volgt
gewijzigd:
a. In onderdeel c wordt
na "passende arbeid" ingevoegd: als bedoeld in artikel 658a,
derde lid.
b. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma worden twee
onderdelen toegevoegd, luidende:
d. voor de tijd
gedurende welke hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de
werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die
erop gericht zijn om de
werknemer in staat te stellen passende arbeid als bedoeld in artikel 658a,
derde lid, te verrichten;
e. voor de tijd
gedurende welke hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan het
opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in
artikel 658a, tweede lid.
3. Aan het artikel worden
twee leden toegevoegd, luidende:
-11. Het tijdvak, bedoeld
in het eerste lid, wordt verlengd:
a. met de duur van de
vertraging indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel
38, eerste lid, van de
Ziektewet, later doet dan in dat
artikel is
voorgeschreven;
b. met de duur van de
verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel
19, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die wachttijd op grond
van het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;
c. met de duur van het
tijdvak dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen
op grond van artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
heeft vastgesteld.
-12. In geval van
verlenging op grond van het elfde lid kan het tijdvak, bedoeld in het
eerste lid, niet meer
dan 104 weken bedragen.
B. [MvT]
In artikel 635, vierde lid,
laatste volzin, wordt de zinsnede "dan wel hij, hoewel hij daartoe in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid
voor de werkgever of voor
een door de werkgever met toestemming van het Landelijk
instituut sociale verzekeringen aangewezen derde, waartoe de werkgever hem in de
gelegenheid stelt, niet verricht" vervangen door: , hij, hoewel hij daartoe
in staat is, zonder deugdelijke grond passende arbeid als bedoeld in
artikel 658a, derde lid, voor de werkgever of voor een door de werkgever met
toestemming van het Landelijk instituut sociale verzekeringen aangewezen
derde, waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt, niet
verricht dan wel hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan
door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige
gegeven redelijke voorschriften en getroffen maatregelen die erop
gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid te
verrichten.
C.
Na artikel 658 wordt een
nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Art. 658a.
-1. De werkgever is
verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften
te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de werknemer die in verband
met ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de bedongen
arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende
arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer
kan worden verricht en in het bedrijf van de werkgever geen andere
passende arbeid voorhanden is, bevordert de werkgever de inschakeling
van de werknemer in voor hem passende arbeid in het bedrijf van
een andere werkgever.
-2. Uit hoofde van zijn
verplichting, bedoeld in het eerste lid, stelt de werkgever in overeenstemming met de
werknemer een plan van aanpak op als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Het plan van aanpak wordt
met medewerking van de werknemer regelmatig
geëvalueerd en zo nodig bijgesteld.
-3. Onder passende arbeid
als bedoeld in het eerste lid wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en
bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale
aard niet van hem kan
worden gevergd.
D.
Na artikel 660 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 660a.
De werknemer die in
verband met ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de
bedongen arbeid te verrichten, is verplicht:
a. gevolg te geven aan
door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven
redelijke voorschriften en mee te werken aan door de werkgever of een
door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld
in artikel 658a, eerste lid;
b. zijn medewerking te
verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in artikel
658a, tweede lid;
c. passende arbeid als
bedoeld in artikel 658a, derde lid, te verrichten waartoe de werkgever hem
in de gelegenheid stelt.
E.
Aan artikel 670b wordt
een nieuw derde lid toegevoegd, luidende:
-3. Artikel 670, eerste lid,
aanhef en onder a, is niet van toepassing indien de werknemer die in verband
met ongeschiktheid tengevolge van ziekte verhinderd is de bedongen
arbeid te verrichten, zonder deugdelijke grond weigert:
a. gevolg te geven aan
door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven
redelijke voorschriften en mee te werken aan door de werkgever of een
door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen om hem in
staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten;
b. passende arbeid als
bedoeld in artikel 658a, derde lid, te verrichten waartoe de werkgever hem
in de gelegenheid stelt;
c. zijn medewerking te
verlenen aan het opstellen, evalueren en bijstellen van een plan van aanpak als bedoeld in
artikel
71a, tweede lid,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
F. [MvT]
De laatste volzin van
artikel 685, eerste lid, vervalt.
Art.
IV.
Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 [MvT]
De Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 38, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. Na onderdeel f wordt,
onder verlettering van onderdeel g tot onderdeel h, een nieuw
onderdeel ingevoegd, luidende:
g. op verzoek van een
werkgever of werknemer informatie verstrekken over de socialeverzekeringsaspecten van arbeidsongeschiktheid en
reïntegratie;
2. De onderdelen h tot en
met k worden verletterd tot onderdelen k tot en met n.
3. Na het tot h
verletterde onderdeel worden twee nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:
i. op verzoek van een
werkgever of werknemer een onderzoek instellen naar en een oordeel geven
over de aanwezigheid van passende arbeid die de zieke werknemer
voor de werkgever in staat is te verrichten;
j. op verzoek van een
werkgever of werknemer een onderzoek instellen naar en een oordeel geven
over de vraag of de werkgever ten aanzien van zijn zieke werknemer voldoende en geschikte
reïntegratie-inspanningen
heeft verricht;
B. [MvT]
Artikel 40 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "het in artikel 38, eerste lid, onderdeel g, bedoelde
onderzoek"
vervangen door: een onderzoek als bedoeld in artikel
38, eerste lid,
onderdeel h, i of j.
2. In het tweede lid
wordt "het in het eerste lid bedoelde onderzoek" vervangen door: een
onderzoek als bedoeld in het eerste lid.
3. In het derde lid wordt "het in het eerste lid bedoelde
onderzoek" vervangen door: het in
artikel 38, eerste lid, onderdeel h, bedoelde onderzoek.
C. [MvT]
Artikel 101, tweede lid,
komt te luiden:
-2. Alle gegevens en
inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de Arbeidsomstandighedenwet
1998 worden door het
College van
toezicht sociale verzekeringen, de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk
instituut sociale verzekeringen en de uitvoeringsinstellingen op verzoek
verstrekt en kunnen door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen uit eigen beweging worden
verstrekt aan een arbodienst als bedoeld in artikel 14, derde lid,
tweede volzin, van die
wet die in het bezit is van een op grond van artikel 20
van die
wet afgegeven certificaat.
Art. V.
Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Hoofdstuk IIc, getiteld "Verhaal op de werkgever", vervalt.
B. [MvT]
Artikel 89 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onderdeel d vervalt.
2. In onderdeel f vervalt "en artikel 71a, tweede en derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering".
3. In onderdeel g wordt "het onderzoek, bedoeld in artikel
38, eerste lid, onderdeel g, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door: een
onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, i of
j, van
de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.
C. [MvT]
In artikel 90, eerste
lid, onderdeel g, wordt "het onderzoek, bedoeld in artikel
38, eerste lid,
onderdeel g, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997" vervangen door:
een onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h,
i of j, van de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997.¹
D. [MvT]
Artikel 97e wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onderdeel g vervalt.
2. In onderdeel h vervalt "en artikel 71a, tweede en derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering" en wordt
"die artikelen"
vervangen door: dat artikel.
3. In onderdeel i wordt "het onderzoek, bedoeld in artikel
38, eerste lid, onderdeel g, van de
Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door: een
onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h, i of
j, van
de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.
E. [MvT]
In artikel 97f, onderdeel e, wordt "het onderzoek, bedoeld in
artikel 38, eerste lid, onderdeel
g,
van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997" vervangen door:
een onderzoek als bedoeld in artikel 38, eerste lid, onderdeel h,
i of j, van
de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997.
Art.
VI.
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten [MvT]
De Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 2, eerste lid,
onderdeel b, wordt "behoud, herstel of bevordering van de
arbeidsgeschiktheid" vervangen door: behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
B. [MvT]
In artikel 4, eerste lid,
wordt "tot het behoud, het herstel of de bevordering van de
arbeidsgeschiktheid" vervangen door: behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
C. [MvT
+
bis]
Artikel 8 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "het door de werkgever over te leggen reïntegratieplan, bedoeld in
artikel
71a van de
WAO" vervangen door: het
reïntegratieverslag,
bedoeld in artikel 71a van de WAO.
[MvT]
2. In het tweede lid
wordt "tot het behoud, het herstel of de bevordering van de
arbeidsgeschiktheid" vervangen door: behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. [MvT]
D. [MvT]
In de artikelen 12,
tweede lid, en 13, tweede lid, wordt "tot het behoud, het herstel of de bevordering van de
arbeidsgeschiktheid" vervangen
door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.
E. [MvT
+
bis]
Artikel 15 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid
wordt "behoud of herstel ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid"
vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid. [MvT]
2. Het tweede lid komt
te luiden:
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de werkgever bij een
aanvraag als bedoeld in
het eerste lid worden verstrekt. [MvT]
F. [MvT]
Artikel 16, tweede lid,
komt te luiden:
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de werkgever bij een
aanvraag als bedoeld in
het eerste lid worden verstrekt.
G. [MvT
+
bis]
Artikel 18 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt
te luiden:
-2. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de gegevens en bescheiden die door de werkgever bij een
aanvraag voor een in
plaats van een herplaatsingsbudget te verstrekken pakket op maat worden
verstrekt. [MvT]
2. In het derde lid,
onderdeel e, wordt "behoud, herstel of ter bevordering van de
arbeidsgeschiktheid" vervangen door: behoud, herstel of
bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid. [MvT]
H. [MvT]
In artikel 22, eerste en
derde lid, 31, eerste lid, wordt "behoud of herstel van de arbeidsgeschiktheid of die de arbeidsgeschiktheid
bevorderen"
telkens vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
I. Vervallen. [MvT]
J. [MvT]
In artikel 44, tweede
lid, wordt "behoud, herstel of bevordering van de
arbeidsgeschiktheid"
vervangen door: behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
K. [MvT]
Voor artikel 45 wordt in
hoofdstuk 6 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 44a.
Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
kan, zo dikwijls hij zulks nodig oordeelt, personen
oproepen ten aanzien van wie of ten behoeve van wie instrumenten als bedoeld in
hoofdstuk 3 of 4 zijn toegekend of
waarvan toekenning wordt
overwogen.
L. [MvT]
In artikel 84 wordt "artikel 76f, vierde lid, onderdeel c, van de WAO" vervangen door:
artikel 76f, vijfde lid, onderdeel c, van de WAO.
Art.
VII.
Arbeidsomstandighedenwet 1998 [MvT]
De Arbeidsomstandighedenwet
1998 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 6 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
eerste zin, wordt "het bedrijf, inrichting of deel daarvan" vervangen door:
het bedrijf, de inrichting of een deel daarvan.
2. In het eerste lid,
tweede zin, onderdeel a, b en c, wordt "bedrijven of
inrichtingen" vervangen door: bedrijven, inrichtingen of delen daarvan.
3. In het eerste lid,
tweede zin, onderdeel e, wordt "het bedrijf, de inrichting of een gedeelte
ervan" vervangen door: het bedrijf, de
inrichting of een deel
daarvan.
4. In het derde lid wordt "bedoelde" vervangen door: gestelde.
B. [MvT]
Het opschrift van artikel
9 komt te luiden: Melding arbeidsongevallen
en beroepsziekten.
C. [MvT]
Artikel 14 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b van het
derde lid komt te luiden:
b. de bijstand bij de
begeleiding van werknemers die door ziekte niet in staat zijn hun arbeid te
verrichten, met inbegrip van de bijstand bij de uitvoering van bij of
krachtens artikel 71a, eerste, tweede, derde, vierde en zevende lid, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering gestelde regels;
2. Aan het artikel wordt
een nieuw achtste lid toegevoegd, luidende:
-8. Bij de
gegevensverwerking noodzakelijk voor de uitvoering van de taak, bedoeld in
onderdeel b van het derde lid, kan gebruik worden gemaakt van het
sociaal-fiscaal nummer, bedoeld in artikel 2, derde lid,
onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen.
D. [MvT]
In artikel 15, tweede
lid, onderdeel a en b, wordt "arbeidsongevallen"
telkens vervangen
door: ongevallen.
E. [MvT]
In artikel 16, zesde lid,
wordt "de rijksinrichtingen, bedoeld in de Wet op de
jeugdhulpverlening"
vervangen door: de inrichtingen, bedoeld in de Beginselenwet
justitiële jeugdinrichtingen.
F. [MvT]
Artikel 33 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid,
eerste zin, wordt "worden" vervangen door: wordt.
2. Het tweede lid komt te
luiden:
-2. Als beboetbaar feit
wordt tevens aangemerkt de handeling of het nalaten in strijd met artikel 16, tiende lid, voor zover het niet naleven van
de in dat artikellid
bedoelde voorschriften en verboden bij algemene maatregel van bestuur is
aangemerkt als beboetbaar feit. Ter zake van de feiten, bedoeld in de
vorige volzin, wordt bij algemene maatregel van bestuur bepaald of een
boete kan worden opgelegd van de eerste of tweede categorie.
Art.
VIII.
Wet inschakeling werkzoekenden [MvT]
In artikel 15, vierde
lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden wordt
"een reïntegratieplan
is opgesteld" vervangen door: een reïntegratieverslag is opgesteld.
Art.
IX.
Wet
terugdringing ziekteverzuim [MvT]
Artikel XV van de Wet terugdringing
ziekteverzuim wordt als volgt gewijzigd:
1. De laatste volzin van
het tweede lid vervalt.
2. Aan het negende lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een
puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, luidende:
h. zonder deugdelijke
grond weigert mee te werken aan door de werkgever of een door hem
aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of
getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te
stellen passende arbeid te verrichten.
i. zonder deugdelijke
grond weigert mee te werken aan het opstellen, evalueren en bijstellen
van een plan van aanpak als bedoeld in artikel 71a, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.
3. Aan het artikel worden
twee nieuwe leden toegevoegd, luidende:
-14. Het tijdvak, bedoeld
in de eerste volzin van het tweede lid, wordt verlengd:
a. met de duur van de
vertraging indien de werkgever de aangifte, bedoeld in artikel
38, eerste lid, van de
Ziektewet later doet dan op grond
van dat artikel van de
Ziektewet is voorgeschreven;
b. met de duur van de
verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel
19, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien de wachttijd op grond van
het zevende lid van dat artikel wordt verlengd;
c. met de duur van het tijdvak dat het Landelijk
instituut sociale verzekeringen op grond
van artikel 71a, negende lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
heeft vastgesteld.
-15. In geval van
verlenging op grond van het veertiende lid kan het tijdvak, bedoeld in het
tweede lid, niet meer dan 104 weken bedragen.
Art.
X.
Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen [MvT]
Artikel 85 van de Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen vervalt.
Art.
XI.
Wet beslistermijnen sociale verzekeringen [MvT]
Aan het in artikel XIV,
onderdeel B, van de Wet beslistermijnen sociale verzekeringen voorgestelde
artikel 87 van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt een lid toegevoegd,
luidende:
-4. Een beschikking over
verlenging van de wachttijd, bedoeld in artikel
19, eerste lid, op grond
van het zevende lid van dat artikel wordt gegeven binnen twee weken na ontvangst van de aanvraag.
Art.
XII.
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 9, derde lid,
vervalt.
B. [MvT]
1. Artikel 43 komt te
luiden:
Art. 43. Voorschriften
van medische of administratieve aard
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
en de door hem daartoe aangewezen deskundige
kunnen de personen, bedoeld in artikel 41, eerste lid, onderdeel a,
b, c en e, voorschriften geven in het belang van een behandeling of van
genezing of tot behoud, herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan voorschrijven dat de personen, bedoeld in
artikel 41, eerste lid, onderdeel a, b, c en e, zich laten registreren als
werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor
overgangs- en
invoeringsrecht voor de
totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en
zorg, Kamerstukken II 1999-2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in
werking is getreden, wordt in het onder 1 voorgestelde artikel 43 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen "artikel
41, eerste lid,
onderdeel a, b, c en e" telkens vervangen door:
artikel 41, eerste lid.
C. [MvT]
Artikel 46 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "tot behoud, herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid dan
wel tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: tot
behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende
bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
2. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma wordt na dat
onderdeel een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
g. indien de
belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of
opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de
arbeid.
Art.
XIII.
Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten [MvT]
De Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 8, derde lid,
vervalt.
B. [MvT]
Artikel 35 komt te
luiden:
Art. 35. Voorschriften
van medische of administratieve aard
-1. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen
en de door hem daartoe aangewezen deskundige
kunnen de personen, bedoeld in artikel 33, eerste lid, voorschriften geven
in het belang van een behandeling of van genezing of tot behoud,
herstel en bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van
arbeid.
-2. Het Landelijk instituut sociale verzekeringen kan voorschrijven dat personen, bedoeld in
artikel 33, eerste lid, zich laten registreren als werkzoekende bij de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
C. [MvT]
Artikel 38 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In onderdeel a wordt "tot behoud, herstel en bevordering van de arbeidsgeschiktheid dan
wel tot inschrijving bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie" vervangen door: tot
behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het
verrichten van arbeid en tot registratie als werkzoekende bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
2. Onder vervanging van
de punt aan het slot van onderdeel f door een puntkomma wordt na dat
onderdeel een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
g. indien de
belanghebbende zonder redelijke gronden niet meewerkt aan een scholing of
opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn inschakeling in de
arbeid.
Art.
XIV.
Evaluatiebepaling
Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid zendt binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een
verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.
Art.
XV.
Overgangsrecht [MvT]
-1. Ten aanzien van de
verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van
arbeid wegens ziekte is gelegen vóór de dag van inwerkingtreding van artikel
II, onderdeel M, zijn de artikelen 46,
71a, 75e en 75f
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de
artikelen 8, eerste lid, 15, tweede
lid, 16 en 18, tweede lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, 15 van de Wet inschakeling
werkzoekenden, 52j van de Werkloosheidswet en 14 van de
Arbeidsomstandighedenwet
1998 zoals deze
luiden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel
II, onderdeel M, van toepassing en zijn de artikelen 34a
en 71b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en artikel 629, elfde lid, onderdeel c,
van Boek 7 van
het Burgerlijk Wetboek en artikel
XV, veertiende lid, onderdeel
c, van de Wet terugdringing ziekteverzuim
niet van toepassing.
-2. Ten aanzien van de
verzekerde die vóór de dag van inwerkingtreding van artikel
II, onderdeel B, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor hem gewenste
opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken
van een gunstig resultaat ervan, is artikel 28, onderdeel g, van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering niet van toepassing en is
artikel 21, vierde
lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel
B,
van toepassing.
-3. Ten aanzien van de
verzekerde die vóór de dag van inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel
A, zonder redelijke gronden weigert deel te
nemen aan een voor hem gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken
van een gunstig resultaat ervan, is artikel 46, onderdeel g, van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
niet van toepassing en is
artikel 9, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, zoals dat
artikel luidde op de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel XII, onderdeel A, van toepassing.
-4. Ten aanzien van de
jonggehandicapte die vóór de dag van inwerkingtreding van artikel
XIII,
onderdeel A, zonder redelijke gronden weigert deel te nemen aan een voor
hem
gewenste opleiding of scholing of onvoldoende meewerkt aan het bereiken
van een gunstig resultaat ervan, is artikel
38, onderdeel g,
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten niet
van toepassing en is artikel 8, derde lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten, zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel XIII, onderdeel
A, van
toepassing.
-5. Indien op grond van
het eerste lid toepassing wordt gegeven aan de artikelen
46, 71a, derde
of vierde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
of artikel 52j van de Werkloosheidswet, zoals die luidden op de dag voorafgaand aan
de inwerkingtreding van artikel II, onderdeel M, zijn de
artikelen 89
en 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet, zoals die luidden op de
dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel V, onderdeel
B,
onder 2, van toepassing, met dien verstande dat in artikel
89, onderdeel
f,
en artikel 97e, onderdeel h, van de Werkloosheidswet
voor "artikel 71a,
tweede en derde lid" wordt gelezen: artikel 71a, derde en vierde lid.
-6. Indien artikel
8,
eerste lid, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals dat lid luidde op
het moment voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen,
toepassing vindt en op grond van dat artikel het reïntegratieverslag
wordt verstrekt aan het Landelijk instituut sociale
verzekeringen, is artikel
34a, eerste lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
niet van toepassing.
-7. Bij ministeriële
regeling kunnen in verband met de goede overgang van taken van het Landelijk
instituut sociale verzekeringen naar verplichtingen
van de werkgever regels
van overgangsrecht worden gesteld.
Art.
XVI.
Bepaling in verband met de Invoeringswet arbeid en zorg
Indien het bij
koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet ter vaststelling van regels voor
overgangs- en
invoeringsrecht voor de
totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en
zorg, Kamerstukken II 1999-2000, 27 208) tot wet wordt verheven en in
werking is getreden, wordt:
a. in artikel III,
onderdeel B, "artikel 635, derde lid" vervangen door: artikel 635,
vierde lid,;
b. in artikel IX,
onderdeel 2, "het achtste lid" vervangen door: het negende lid.
Art.
XVII.
Inwerkingtreding
-1. De artikelen van deze
wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen
daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹
-2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van een Tijdelijke referendumwet
(Kamerstukken II 1999-2000,
27 034) tot wet wordt
verheven en in werking treedt, en deze wet wordt bekrachtigd op of na het
tijdstip van inwerkingtreding van de Tijdelijke referendumwet, kan bij de
toepassing van het eerste lid worden afgeweken van de
artikelen 12 en 13 van de Tijdelijke referendumwet en vindt in dat geval
artikel 16 van laatstgenoemde wet toepassing.
1. Bij Besluit
van 13 december 2001, Stb.
2001, 685, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 april
2002, met uitzondering van de in dat besluit
genoemde artikelen en onderdelen van artikelen, red.
Art.
XVIII.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet verbetering poortwachter.
Lasten en bevelen dat
deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 november 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de achttiende
december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|