St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

BELASTINGPLAN  2002  III  -  NATUUR,  MILIEU  EN  VERVOER

Versie 14 december 2001

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2001-2002, 28 014.
Handelingen II 2001-2002, 1551-1585, 1597-1608, 1609-1622, 1657-1681, 1683-1697, 1730, 1733-1734.
Kamerstukken I 2001-2002, 28 014 (121, 121a).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 11 december 2001.

 

 

WET van 14 december 2001, Stb. 2001, 642, tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 III - Natuur, milieu en vervoer). Inwerkingtreding: 1 januari 2002.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2002 wenselijk is maatregelen te treffen inzake natuur, milieu en vervoer;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

HOOFDSTUK  1A

Socialezekerheidswetgeving

 

Art. VIIa.
De Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt onderdeel aa, onder verlettering van de onderdelen bb en cc tot respectievelijk de onderdelen aa en bb.
2. In het achtste lid vervalt de zinsnede ", waarbij kan worden afgeweken van het eerste lid, onderdeel aa".
3. Het tiende lid vervalt, onder vernummering van het elfde tot en met dertiende lid tot respectievelijk tiende tot en met twaalfde lid.
4. De tot tiende tot en met twaalfde lid vernummerde leden komen te luiden:
-10. Het in het eerste lid, onderdeel o, vermelde bedrag wordt bij het begin van het kalenderjaar van rechtswege vervangen door het bedrag dat krachtens artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt vastgesteld ter vervanging van het in artikel 3.143, eerste lid, van die wet vermelde bedrag.
-11. Voor zover de aanspraken op vakantieverlof en compensatieverlof aan het einde van het kalenderjaar in totaal de in het eerste lid, onderdeel bb, onder 1º, opgenomen begrenzing overschrijden, wordt het meerdere geacht te zijn genoten bij het einde van het kalenderjaar of het einde van de dienstbetrekking zo deze in de loop van het kalenderjaar eindigt.
-12. Onder spaarloonregeling wordt verstaan een schriftelijke regeling - niet zijnde een pensioenregeling - die voorziet in sparen van loon (spaarloon) dat gedurende ten minste vier jaar niet ter beschikking van de werknemer komt, tenzij het spaarloon wordt opgenomen ter zake van de verwerving van zijn eigen woning als hoofdverblijf, de aankoop van effecten, de voldoening van premies voor lijfrenten als bedoeld in de artikelen 3.124, onderdeel b, en 3.125, eerste lid, onderdeel a, c en d, van de Wet inkomstenbelasting 2001, de voldoening van premies volgens bij ministeriële regeling aan te wijzen overeenkomsten van levensverzekering waarbij een kapitaalsuitkering is verzekerd, de door de werknemer vrijwillig betaalde premies ingevolge een pensioenregeling, de start van een voor eigen rekening gedreven onderneming, de opname van verlof, de financiering van scholingsuitgaven als bedoeld in artikel 6.27 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of bij beëindiging van zijn dienstbetrekking. Ingeval het spaarloon door de werknemer is opgenomen bij beëindiging van zijn dienstbetrekking, wordt voor elke maand gedurende welke het spaarloon voortijdig is opgenomen premie geheven van de werknemer ter zake van een evenredig deel van het spaarloon. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.

 

 

HOOFDSTUK  2

Overgangs- en slotbepalingen

 

Art. X. Inwerkingtreding
-1. Deze wet treedt in werking met ingang van 1 januari 2002.
-2. In afwijking van het eerste lid treden artikel I, onderdeel D en E, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat zo nodig terugwerkende kracht heeft tot 1 januari 2002.
-3. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel F, in werking met ingang van 1 januari 2002 en werkt terug tot en met 1 januari 2001.
-4. Artikel III, onderdeel B, vindt toepassing nadat artikel 37a van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van het kalenderjaar 2002 is toegepast.
-5. In afwijking van het eerste lid treedt artikel III, onderdeel F, G en K, onder 1, eerste volzin, en onder 2, in werking met ingang van 1 januari 2002 en werkt terug tot en met 1 januari 2001.
-6. In afwijking van het eerste lid treedt artikel III, onderdeel H, onder 1, J, onder 3 en 4, en M, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen verschillend kan worden vastgesteld, en werkt terug tot en met 1 januari 2001. Indien artikel III, onderdeel H, onder lid, J, onder 3 en 4, of M, eerder in werking treden dan artikel XI, onderdeel F, onder 1, I, of de in onderdeel O opgenomen afdeling 13 van hoofdstuk Va van de Wet belastingen op milieugrondslag van de Wet van 14 december 2000 tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2001), wordt in het in de eerste volzin genoemde besluit bepaald dat onderdelen F, onder 1, I, of het in onderdeel O opgenomen tweede en vierde lid van artikel 36t van afdeling 13 van hoofdstuk Va van de Wet belastingen op milieugrondslag van de Wet van 14 december 2000 tot wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2001) vervallen.
-7. In afwijking van het eerste lid treedt artikel III, onderdelen J, onder 2, N en O, in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, dat voor de verschillende onderdelen verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat indien het Staatsblad waarin dat besluit wordt geplaatst na 1 januari 2002 wordt uitgegeven, in dat besluit bepaald wordt dat artikel III, onderdeel J, onder 2, terugwerkt tot en met 1 januari 2002.
-8. In afwijking van het eerste lid treden artikel III, onderdeel Aa, Ba en Bb, in werking op het tijdstip waarop artikel XI van de Wet van 21 juni 2001 tot wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) (Stb. 2001, 346) in werking treedt.
-9. In afwijking van het eerste lid treedt artikel VI, onderdeel C tot en met F, in werking met ingang van 1 oktober 2002.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 14 december 2001

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Financiën,
W.J. Bos

 

Uitgegeven de eenentwintigste december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x