|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2001-2002, 28 016.
Handelingen II 2001-2002, blz. 1551-1585, 1597-1608, 1609-1622,
1657-1681, 1683-1697, 1731-1734.
Kamerstukken I 2001-2002, 28 016 (118, 118a (herdruk), 118b).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 11 december 2001.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 14 december 2001, Stb.
2001, 644, tot wijziging van enkele socialezekerheidswetten (Belastingplan
2002 V - Socialezekerheidswetgeving). Inwerkingtreding: 1 januari
2002.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
in het kader van de met het fiscale beleid samenhangende wijzigingen in
het socialezekerheidsbeleid voor het jaar 2002 wenselijk is maatregelen
te treffen in de socialezekerheidswetgeving;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Socialezekerheidswetgeving
Art. I.
[MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan artikel 23, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c
door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
d. degene met betrekking tot
wie premiekorting als bedoeld in artikel 79b
wordt toegekend of wordt overwogen te worden toegekend.
B. [MvT]
Artikel 76a komt te
luiden:
Art. 76a.
De premie die door de
werkgever verschuldigd is, bestaat uit:
a. een basispremie waarop
de artikelen 76b, 77,
77a, 79a
en 79b van toepassing zijn;
b. een gedifferentieerde premie waarop de artikelen 76b, 78,
79a en 79b
van toepassing zijn.
C. [MvT]
Aan artikel 76d, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h
door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
i. de bedragen die op grond
van artikel 79a op de door werkgevers verschuldigde premies in
mindering wordt gebracht.
D. [MvT]
De artikelen 77b tot en
met 77e vervallen.
E. [MvT]
Na artikel 79 wordt een
nieuwe paragraaf ingevoegd, luidende:
§ 4. Premievrijstelling en
premiekorting
Art. 79a. [MvT]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen heft op het loon van de werknemer die bij
het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 57 jaar heeft bereikt, 2
procentpunt
minder basispremie als bedoeld in artikel 77,
voor zover hij over dat
kalenderjaar premie over het loon van die werknemer verschuldigd is of
verschuldigd zou zijn indien artikel 79b
niet van toepassing zou zijn
geweest.
-2. Dit artikel is niet van
toepassing indien het loon van de werknemer slechts bestaat uit een door
tussenkomst van de werkgever uitbetaalde uitkering op grond van de
verplichte verzekering op grond van deze wet en, indien van toepassing,
een toeslag daarop op grond van de Toeslagenwet.
-3. Dit artikel is niet van
toepassing op de premie over het loon van de persoon die arbeid verricht
als bedoeld in de artikelen 2 of 7 van de
Wet sociale werkvoorziening, de
artikelen 4 of 5 van de Wet inschakeling werkzoekenden of arbeid
waarvoor de werkgever krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet
SZW-subsidies een vergoeding ontvangt als
bedoeld in artikel 6 van het
Besluit in- en doorstroombanen, met uitzondering van arbeid
waarvoor de werkgever krachtens artikel 3, eerste lid, van de Kaderwet
SZW-subsidies een vergoeding ontvangt als bedoeld
in artikel 2 van de Regeling
schoonmaakdiensten particulieren.
-4. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede
uitvoering van het eerste lid.
Art. 79b. [MvT]
-1. De werkgever wordt, op
diens aanvraag, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de
aanvang van de
dienstbetrekking, voor de werknemer die op de dag van aanvang van die
dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2 van de
Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van
€|1021,00
per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel
76a. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang
van de dienstbetrekking gedaan.
-2. De werkgever wordt, op
diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die
arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch
ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid
of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft
hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is
aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het
verrichten van arbeid van die werknemer, een korting toegekend van
€|1021,00 per jaar op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel
76a. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de
werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde
werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de
arbeidsplaats is aangepast, gedaan.
-3. Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing voor zover de werknemer aanspraak heeft op
ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor
de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het
hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van
€|227,00 per jaar.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de
korting over de premies op grond van deze wet en op grond van de
artikelen 82, 82a of 97c
van de Werkloosheidswet.
Onverminderd het eerste en tweede lid en de tweede volzin wordt de werkgever
een korting op de verschuldigde premie toegekend van
€|680,00 voor de
werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten en diegenen die na Rea-toets
recht hebben op het Rea-instrumentarium en bij wie hun beperking al vóór
hun 17e verjaardag bestond.
-4. Een aanvraag als bedoeld
in het tweede lid wordt slechts in behandeling genomen als de
werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld
in artikel 71a overlegt.
-5. Voor de toepassing van
dit artikel wordt onder loon niet verstaan een uitkering krachtens de
verplichte verzekering op grond van deze wet alsmede de toeslag daarop op
grond van de Toeslagenwet.
-6. Bij ministeriële
regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met
betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen
van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende
dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van
het eerste en tweede lid wel premie verschuldigd is.
-7. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede
uitvoering van het eerste en tweede lid.
-8. Bij ministeriële
regeling kan het bedrag, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden
gewijzigd.
F. [MvT]
Na artikel 91 wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK VIIIA. Overgangsbepalingen
Art. 91a.
-1. Artikel 79b, eerste lid,
is niet van toepassing indien de dienstbetrekking is aangegaan vóór 1 januari
2002.
-2. Artikel 79b, tweede lid,
is niet van toepassing indien de werknemer vóór 1 januari 2002 zijn
eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of
gedeeltelijk heeft hervat dan wel indien diens arbeidsplaats vóór die datum
is aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de
mogelijkheden tot het verrichten van arbeid van die werknemer.
-3. Zo nodig in afwijking van
artikel 79a, eerste lid, of artikel
79b, eerste, tweede en derde lid, kan het
bedrag dat in mindering wordt gebracht op de door de werkgever
verschuldigde premie en de premiekorting met betrekking tot het jaar
2002, in 2003 worden vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen met
betrekking tot dit lid nadere regels worden gesteld.
Art. II.
[MvT]
Indien artikel 57 van het
bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet
tot invoering van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen)
(Kamerstukken II 2000-2001, 27 665) tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten gewijzigd als volgt:
A. [MvT
+ bis]
Van artikel 1 vervalt het
tweede lid alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
B. [MvT
+ bis]
Artikel 3, vierde lid,
vervalt.
C. [MvT
+ bis]
Aan artikel 10, eerste
lid, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d
door een puntkomma, een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:
e. in dienstbetrekking staat
als bedoeld in de Wiw.
D. [MvT
+ bis]
Artikel 12 wordt
gewijzigd als volgt:
1. In het eerste lid vervalt
onderdeel b en wordt onderdeel c verletterd tot onderdeel
b.
2. In het tweede lid vervalt "en verstrekt hij aan werkgevers de noodzakelijke instrumenten
om indienstneming van deze personen te bevorderen".
E. [MvT
+ bis]
Paragraaf 1 van hoofdstuk
3 komt te luiden:
§ 1. Subsidie voor reïntegratieactiviteiten
Art. 15. Subsidie voor reïntegratieactiviteiten
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan aan de werkgever, bedoeld in
artikel 8, indien zijn werknemer arbeidsgehandicapte wordt in de zin van
artikel 2, op aanvraag subsidie verstrekken voor werkzaamheden als bedoeld in
artikel 8 waarmee de
inschakeling in de arbeid
van die werknemer wordt bevorderd buiten het bedrijf van die werkgever.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld in ieder
geval omtrent de hoogte van de subsidie en de voorwaarden waaronder de
subsidie op grond van het eerste lid wordt verstrekt.
F. [MvT
+ bis]
Paragraaf 2 van hoofdstuk
3 komt te luiden:
§ 2. Subsidie voor extra
reïntegratiekosten werkgevers
Art. 16. Subsidie voor
extra reïntegratiekosten werkgevers [MvT
+ bis]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan op aanvraag van de werkgever die met een werknemer een dienstbetrekking van ten
minste zes maanden is
aangegaan of waarmee door elkaar opvolgende dienstbetrekkingen gedurende
ten minste zes maanden een dienstbetrekking blijkt te bestaan, subsidie
verstrekken voor meerkosten, indien:
a. die werkgever aantoont
dat het totaal van de kosten die hij heeft gemaakt ten behoeve van het
in dienst nemen of in dienst houden van een arbeidsgehandicapte
werknemer meer bedraagt dan de som van de premiekortingen, bedoeld in
artikel 79b van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering
en artikel 82, 82a
of 97c van de Werkloosheidswet; of
b. die werkgever, na
ommekomst van de periode van drie respectievelijk één jaar, genoemd in de
aangehaalde wetsartikelen, kosten heeft gemaakt ten behoeve van het in dienst
houden van een arbeidsgehandicapte werknemer.
-2. Onder het totaal van de
kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan het totaal van de
kosten ten behoeve van een arbeidsgehandicapte werknemer en verband
houdende met kosten die voortvloeien uit scholing, training en
begeleiding van de werknemer, de noodzakelijke aanpassingen
van de samenstelling en toewijzing van arbeid, de inrichting van de
arbeidsplaats, de productie- en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen, alsmede met
de kosten die voortvloeien
uit de aanpassing van de inrichting van het bedrijf, voor zover de
behoefte daaraan wordt opgeroepen door de deelneming van de arbeidsgehandicapte werknemer aan de werkzaamheden
of het daarmee samenhangende
verblijf in het bedrijf.
-3. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen nadere en zo nodig afwijkende regels
worden gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.
Art. 17. Overgang van
onderneming [MvT
+ bis]
-1. In geval van overgang van
een onderneming als bedoeld in artikel 662 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, waarbij aan de werkgever die de onderneming overdraagt
een subsidie is verstrekt als bedoeld in de artikelen 15 of
16, wordt
voor de toepassing van deze wet de subsidie aangemerkt als een subsidie verstrekt aan de werkgever die de onderneming
overneemt.
-2. Indien slechts een deel
van de onderneming overgaat als bedoeld in het eerste lid, vindt het
eerste lid uitsluitend toepassing indien de werknemers voor wie
subsidies zijn verstrekt als bedoeld in het eerste lid hun werkzaamheden uitoefenen
bij het deel van de onderneming dat wordt overgenomen.
G. [MvT
+ bis]
Artikel 20 komt te
luiden:
Art. 20.
Het besluit tot vaststelling
van een subsidie als bedoeld in de artikelen 15 en
16 wordt ingetrokken
of gewijzigd indien sprake is van een omstandigheid als bedoeld in
artikel 4:49, eerste lid, onderdeel a, b of c, van de
Algemene wet bestuursrecht.
H. [MvT
+ bis]
In artikel 21, eerste
lid, wordt "Subsidies als bedoeld in de artikelen 15 tot en met
18" vervangen
door: Subsidies als bedoeld in de artikelen 15 en
16.
I. [MvT
+ bis]
Artikel 31 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Aan het tweede lid wordt,
onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
d. meeneembare voorzieningen
ten behoeve van de inrichting van de arbeidsplaats, de productie-
en werkmethoden en de bij de arbeid te gebruiken hulpmiddelen die
in overwegende mate op het individu van de werknemer zijn afgestemd.
2. Het vijfde lid vervalt,
onder vernummering van het zesde lid tot het vijfde lid.
Ia. [MvT]
Artikel 33 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het vierde lid wordt "het vierde
lid" vervangen door: het tweede lid.
2. In het vijfde lid wordt "het tweede tot en met vijfde
lid" vervangen door: tweede tot en met
vierde lid.
Ib. [MvT]
Artikel 39 komt te
luiden:
Art. 39. Aanvraag
reïntegratie-instrumenten
Bij ministeriële regeling
kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de aanvraag van de
instrumenten, bedoeld in hoofdstuk 3 en 4 van deze wet, en de termijn
waarbinnen die aanvraag wordt ingediend.
J. [MvT
+ bis]
Artikel 43, eerste lid,
onderdeel a, komt te luiden:
a. subsidies, bedoeld in de
artikelen 15, 16, 30,
33 en 33a,
of overeenkomsten, bedoeld in artikel 33 dan
wel 33a, eerste lid, onderdeel b;.
K. [MvT
+ bis]
Artikel 49b wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het tweede tot en met zesde lid tot eerste tot en met vijfde lid
vervalt het eerste lid.
2. In het tot vierde lid
vernummerde lid wordt "tweede of derde lid" vervangen door: eerste of
tweede lid.
3. In het tot vijfde lid
vernummerde lid wordt "eerste, tweede of derde lid" vervangen door: eerste
of tweede lid.
L. [MvT
+ bis]
Met ingang van 1 januari
2004 wordt artikel 49b als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het tweede tot en met vijfde lid tot eerste tot en met vierde lid
vervalt het eerste lid.
2. In het tot derde lid
vernummerde lid wordt "tweede of derde lid" vervangen door: eerste of
tweede lid.
3. In het tot vierde lid
vernummerde lid wordt "eerste, tweede of derde lid" vervangen door: eerste
of tweede lid.
M. [MvT
+ bis]
Artikel 77 vervalt.
N. [MvT
+ bis]
Voor hoofdstuk 12 wordt
een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 87b.
Overgangsbepaling artikelen 15 tot en met 21a
-1. De artikelen 15 tot en
met 21a en de daarop berustende bepalingen, met uitzondering van
artikel 16a, zoals deze luidden op het tijdstip van inwerkingtreding van
artikel
57 van de Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen doch vóór het tijdstip van inwerkingtreding van artikel
I van de Wet van 14 december 2001, houdende wijziging van socialezekerheidswetten (Belastingplan 2002
V - Socialezekerheidswetgeving),
blijven van toepassing op dienstbetrekkingen die zijn aangegaan tot en
met 31 december 2001 en ingeval een werknemer zijn eigen arbeid
of een andere functie bij dezelfde werkgever heeft hervat vóór 1
januari 2002 dan wel nadat diens arbeidsplaats is aangepast tot behoud,
herstel of ter bevordering van de arbeidsgeschiktheid van die werknemer voor de
eigen arbeid vóór die datum.
-2. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen voert de uit het eerste lid voortvloeiende werkzaamheden uit.
Art. III.
[MvT]
De Werkloosheidswet wordt
gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Artikel 82 wordt
gewijzigd als volgt:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er worden zeven leden
toegevoegd, luidende:
-2. De werkgever wordt, op
diens aanvraag, ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds,
voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende
de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking, voor de
werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in
artikel 2 van
de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten op het totaal van zijn premieplichtige loonsom een
korting toegekend van
€|1021,00 per jaar op de door hem verschuldigde
premie, bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt
binnen één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
-3. De werkgever wordt, op
diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die
arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch
ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid
of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft
hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is
aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het
verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van
€|1021,00 per
jaar ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend
op de door hem verschuldigde premie, bedoeld in het eerste lid.
Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar nadat de
werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of
gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast, gedaan.
-4. Het tweede en derde lid zijn slechts van toepassing voor zover de werknemer aanspraak heeft op
ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor
de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het
hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van
€|227,00 per jaar.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de
korting over de premies op grond van artikel
79b van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de
artikelen 82a of 97c.
Onverminderd het tweede en derde lid en de tweede volzin wordt de werkgever
een korting op de verschuldigde premie toegekend van
€|680,00 voor de
werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en
diegenen die na Rea-toets recht hebben op het Rea-instrumentarium en bij
wie hun beperking al vóór hun 17e verjaardag bestond.
-5. Een aanvraag als bedoeld
in het derde lid wordt slechts in behandeling genomen als de werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan
van aanpak als bedoeld in
artikel 71a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
-6. Bij ministeriële
regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met
betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen
van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende
dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van
het tweede en derde lid wel premie verschuldigd is.
-7. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede
uitvoering van het tweede en derde lid.
-8. Bij ministeriële
regeling kan het bedrag, bedoeld in het tweede, derde en vierde lid, worden
gewijzigd.
B.
[MvT]
Na artikel 82 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 82a.
-1. De werkgever wordt, op
diens aanvraag, ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds,
voor zolang de dienstbetrekking duurt doch ten hoogste gedurende
de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de dienstbetrekking, voor de
werknemer die op de dag van aanvang van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in
artikel 2 van
de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten een korting toegekend van
€|1021,00 per jaar op de
door hem verschuldigde premie, bedoeld in artikel
81, eerste en derde
lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen één jaar na aanvang
van de dienstbetrekking gedaan.
-2. De werkgever wordt, op
diens aanvraag, met betrekking tot de werknemer die
arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld in artikel 2 van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch
ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn eigen arbeid
of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft
hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is
aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het
verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van
€|1021,00 per
jaar ten gunste van het Algemeen Werkloosheidsfonds toegekend op de door hem
verschuldigde premie, bedoeld in artikel 81, eerste en derde lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid
wordt binnen één jaar nadat de
werknemer zijn eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde
werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen één jaar nadat de
arbeidsplaats is aangepast, gedaan.
-3. Het eerste en tweede lid zijn slechts van toepassing voor zover de werknemer aanspraak heeft op
ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor
de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het
hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van
€|227,00 per jaar.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de
korting over de premies op grond van artikel
79b van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de
artikelen 82 of 97c.
Onverminderd het eerste en tweede lid en de tweede volzin wordt de werkgever
een korting op de verschuldigde premie toegekend van
€|680,00 voor de
werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en
diegenen die na Rea-toets recht hebben op het Rea-instrumentarium en bij
wie hun beperking al vóór hun 17e verjaardag bestond.
-4. Een aanvraag als bedoeld
in het tweede lid wordt slechts in behandeling genomen als de
werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld
in artikel 71a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
-5. Voor de toepassing van
dit artikel wordt onder loon niet verstaan een uitkering krachtens de
verplichte verzekering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede de toeslag daarop op grond van de
Toeslagenwet.
-6. Bij ministeriële
regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met
betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen
van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende
dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van
het eerste en tweede lid wel premie verschuldigd is.
-7. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede
uitvoering van het eerste en tweede lid.
-8. Bij ministeriële
regeling kan het bedrag, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, worden
gewijzigd.
C.
[MvT]
Aan artikel 97c worden acht leden toegevoegd, luidende:
-6. De overheidswerkgever
wordt, op diens aanvraag, voor zolang de dienstbetrekking duurt doch
ten hoogste gedurende de eerste drie jaar vanaf de aanvang van de
dienstbetrekking, voor de overheidswerknemer die op de dag van aanvang
van die dienstbetrekking een arbeidsgehandicapte is als bedoeld in artikel 2
van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten een korting van
€|1021,00 per
jaar toegekend op de door hem verschuldigde premie,
bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen
één jaar na aanvang van de dienstbetrekking gedaan.
-7. De overheidswerkgever
wordt, op diens aanvraag, met betrekking tot de overheidswerknemer die arbeidsgehandicapte is geworden als bedoeld
in artikel 2 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, voor zolang de dienstbetrekking
duurt doch ten hoogste gedurende één jaar nadat die werknemer zijn
eigen arbeid of een andere functie bij dezelfde werkgever geheel of
gedeeltelijk heeft hervat dan wel gedurende één jaar nadat diens arbeidsplaats is
aangepast tot behoud, herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het
verrichten van arbeid van die werknemer, een korting van
€|1021,00 per jaar toegekend op de door hem verschuldigde premie,
bedoeld in het eerste lid. Een aanvraag als bedoeld in dit lid wordt binnen
één jaar nadat de overheidswerknemer zijn eigen arbeid of een andere functie
bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijke heeft hervat dan wel binnen
één jaar nadat de arbeidsplaats is aangepast, gedaan.
-8. Het zesde en zevende lid zijn slechts van toepassing voor zover de werknemer aanspraak heeft op
ten minste 50% van het voor hem relevante minimumloon. Voor
de werknemer die aanspraak heeft op minder dan 50% van het
hiervoor bedoelde minimumloon geldt een bedrag van
€|227,00 per jaar.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld omtrent de verdeling van de
korting over de premies op grond van artikel
79b van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, dit artikel en de
artikelen 82 of 82a.
Onverminderd het zesde en zevende lid en de tweede volzin wordt de werkgever
een korting op de verschuldigde premie toegekend van
€|680,00 voor de
werknemer die tevens jonggehandicapte is als bedoeld in artikel 5 van
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten en
diegenen die na Rea-toets recht hebben op het Rea-instrumentarium en bij
wie hun beperking al vóór hun 17e verjaardag bestond.
-9. Een aanvraag als bedoeld
in het zevende lid wordt slechts in behandeling genomen als de
werkgever gelijktijdig met de aanvraag een plan van aanpak als bedoeld
in artikel 71a van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering overlegt.
-10. Voor de toepassing van
het zesde en zevende lid wordt onder loon niet verstaan een uitkering
krachtens de verplichte verzekering op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering alsmede de toeslag daarop op grond van de
Toeslagenwet.
-11. Bij ministeriële
regeling worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld met
betrekking tot de gevallen waarin en de situaties waaronder bij onderbrekingen
van het dienstverband dan wel bij opeenvolgende
dienstverbanden bij dezelfde dan wel een andere werkgever, in afwijking van
het zesde en zevende lid wel premie verschuldigd is.
-12. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van een goede
uitvoering van het zesde en zevende lid.
-13. Bij ministeriële
regeling kan het bedrag, bedoeld in het zesde, zevende en achtste lid,
worden gewijzigd.
D.
[MvT]
Artikel 105 komt te
luiden:
Art. 105.
Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan, zo dikwijls het zulks nodig oordeelt, degene
met betrekking tot wie premiekorting als bedoeld in artikel
82,
tweede, derde of vierde lid, 82a of 97c, zesde, zevende of achtste lid,
wordt toegekend of wordt overwogen te worden toegekend, oproepen of doen
oproepen en op een door of vanwege het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen te bepalen plaats ondervragen of doen
ondervragen.
E.
[MvT]
Na artikel 130f wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK XB. Overgangsbepalingen
Art. 130g.
-1. De artikelen 82, tweede
lid, 82a, eerste lid, en 97c, zesde lid, zijn niet van toepassing indien de
dienstbetrekking is aangegaan vóór 1 januari 2002.
-2. De artikelen 82, derde
lid, 82a, tweede lid, en 97c, zevende lid, zijn niet van toepassing indien
de werknemer vóór 1 januari 2002 zijn eigen arbeid of een andere functie
bij dezelfde werkgever geheel of gedeeltelijk heeft hervat dan wel indien
diens arbeidsplaats vóór die datum is aangepast tot behoud,
herstel of ter bevordering van de mogelijkheden tot het verrichten van
arbeid van die werknemer.
-3. Zo nodig in afwijking van
de artikelen 82, tweede, derde en vierde lid,
82a, eerste, tweede en derde
lid, of 97c, zesde, zevende en achtste lid, kan het bedrag dat in mindering
wordt gebracht op de door de werkgever verschuldigde premie en de
premiekorting met betrekking tot het jaar 2002, in 2003 worden
vastgesteld. Bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot dit lid
nadere regels worden gesteld.
Art. IV.
[MvT]
Indien artikel 81 van het
bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet
tot invoering van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen)
(Kamerstukken II 2000-2001, 27 665) tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt de Wet inschakeling werkzoekenden gewijzigd als
volgt:
A. [MvT]
In artikel 8, eerste lid,
wordt "de artikelen 3, 3a,
5, 13a en
13b van de wet" vervangen door: de
artikelen 3, 3a en 5 van de wet.
B.
[MvT
+
bis]
Paragraaf 4 van hoofdstuk
2 met de artikelen 13a en 13b
vervalt.
C.
[MvT
+
bis]
Artikel 14, tweede lid,
wordt gewijzigd als volgt:
1. In onderdeel a wordt "voorzieningen, bedoeld in de
artikelen 4, 5 en
13b" vervangen door:
voorzieningen, bedoeld in de artikelen 4 en 5.
2. Onderdeel c komt te
luiden:
c. een vast bedrag voor de
voorzieningen, bedoeld in artikel 3 en 3a, en de uit die artikelen
voortvloeiende activiteiten van de gemeenten ten behoeve van de inschakeling
in het arbeidsproces.
D.
[MvT
+
bis]
In artikel 15, vierde
lid, vervalt de zinsnede ", dat de gemeente
tengevolge daarvan loon was
verschuldigd,".
E.
[MvT
+
bis]
Indien het bij
koninklijke boodschap van 18 september 2001 ingediende voorstel van wet
houdende wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 I - Arbeidsmarkt en
inkomensbeleid) (Kamerstukken II 2001-2002, 28 013) tot
wet wordt verheven en inwerking treedt en deze wet wordt bekrachtigd op of
na het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet houdende wijziging van
belastingwetten c.a. (Belastingplan 2002 I - Arbeidsmarkt en
inkomensbeleid), wordt na artikel 25a
een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 25b. Overgang voorzieningen arbeidsgehandicapten
-1. Artikel 13a en de daarop
berustende bepalingen, zoals deze luidden op het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel 81 van de Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doch vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel IV van de Wet van 14 december 2001, houdende wijziging van
enkele socialezekerheidswetten (Belastingplan 2002 V - Socialezekerheidswetgeving),
blijft van toepassing op de arbeidsgehandicapte die tot
en met 31 december 2001 een arbeidsovereenkomst is aangegaan of is aangesteld om arbeid te verrichten als
bedoeld in het derde lid van
dat artikel, en die vóór dat tijdstip een aanvraag voor voorzieningen
als bedoeld in artikel 31, tweede lid, van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten heeft gedaan.
-2. Artikel 13b en de daarop
berustende bepalingen, zoals deze luidden op het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel 81 van de Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen doch vóór het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel IV van de Wet van 14 december 2001, houdende wijziging van
enkele socialezekerheidswetten (Belastingplan 2002 V -
Socialezekerheidswetgeving),
blijft van toepassing op de werkgever die tot en met
dat tijdstip met een arbeidsgehandicapte een arbeidsovereenkomst is
aangegaan of deze heeft aangesteld om arbeid te verrichten, en die vóór
dat tijdstip een aanvraag heeft gedaan voor een subsidie in de vorm van een
plaatsingsbudget als bedoeld in artikel 17 of een pakket op maat als
bedoeld in artikel 18 van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten, zoals
die artikelen luidden op dat tijdstip.
HOOFDSTUK
2
Overgangs-
en slotbepalingen
Art. V.
Overgangsrecht structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
[MvT]
Indien artikel 38 van het
bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet
tot invoering van de
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen)
(Kamerstukken II 2000-2001, 27 665) tot wet is verheven en in werking is
getreden, wordt in het eerste lid van dat artikel "op grond van
artikel 13a en 13b van de
Wet inschakeling werkzoekenden" vervangen
door: op grond van de Wet inschakeling
werkzoekenden.
Art. VI.
Bepaling in verband met de Wet verbetering poortwachter [MvT]
Indien artikel II, onderdeel C, van het bij koninklijke boodschap van 17 april 2001 ingediende
voorstel van wet tot verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en
nieuwe regels voor de ziekmelding, de reïntegratie en de
wachttijd van werknemers alsmede met betrekking tot de
loondoorbetalingsverplichting van de werkgever (Wet verbetering
poortwachter) (Kamerstukken
II 2000-2001, 27 678) tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt
in artikel 23, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering na "een arbeidsongeschiktheidsuitkering"
ingevoegd: , alsmede
degene met betrekking tot wie premiekorting als bedoeld in artikel
79b wordt toegekend of wordt overwogen te worden toegekend.
Art. VII.
Bepaling in verband met Verzamelwet SZW-wetten 2001 [MvT]
-1. Indien artikel IV van het
bij koninklijke boodschap van 3 september 2001 ingediende voorstel van
wet houdende enkele wijzigingen in wetten op het terrein van het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(Verzamelwet SZW-wetten 2001) (Kamerstukken II
2000-2001, 27 897), nadat het tot wet is verheven, in
werking treedt na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, vervalt
artikel II, onderdeel L, van deze wet en komt dat artikel IV als volgt te
luiden:
Art. IV. Wijziging van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten
De Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 49b vervalt het
derde lid, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het vierde
respectievelijk vijfde lid.
B.
Met ingang van 1 januari
2004 wordt artikel 49b als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het tweede lid tot het eerste lid en het vierde en vijfde lid tot het
tweede en derde lid vervallen het eerste en derde lid.
2. In het tot tweede lid
vernummerde lid wordt de zinsnede "in het tweede of derde lid"
vervangen door: in het eerste lid.
3. In het tot derde lid
vernummerde lid wordt de zinsnede "in het eerste, tweede of derde
lid" vervangen door: in het eerste lid.
C.
1. Na artikel 87 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 87a.
Overgangsbepaling inzake artikel 49b
-1. Op aanvragen van subsidie
als bedoeld in artikel 44, tweede lid, ontvangen
vóór de dag van inwerkingtreding van artikel IV
van de Verzamelwet SZW-wetten 2001,
blijft artikel 49b, derde lid, zoals dat luidde op de dag
vóór de dag van
inwerkingtreding van dat artikel IV, van toepassing.
-2. Op aanvragen van
voorzieningen als bedoeld in paragraaf 1 of
3 van hoofdstuk 4, ontvangen vóór
1 januari 2004, blijft artikel 49b, derde lid, zoals dat luidde op 31
december 2003, van toepassing.
-2. Indien artikel
IV van het bij koninklijke boodschap van 3 september 2001 ingediende
voorstel van wet houdende enkele wijzigingen in wetten
op het terrein van het ministerie van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet
SZW-wetten 2001) (Kamerstukken II 2000-2001, 27 897), nadat het tot wet is verheven, in
werking treedt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, vervalt
onderdeel B van dat artikel IV en komt artikel II,
onderdeel K en L, van
deze wet als volgt te luiden:
K.
Artikel 49b wordt als
volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het tweede tot en met vijfde lid tot eerste tot en met vierde lid
vervalt het eerste lid.
2. In het tot derde lid
vernummerde lid wordt "tweede of derde lid" vervangen door: eerste of
tweede lid.
3. In het tot vierde lid
vernummerde lid wordt "eerste, tweede of derde lid" vervangen door: eerste
of tweede lid.
L.
Met ingang van 1 januari
2004 wordt artikel 49b als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het tweede lid tot het eerste lid en het vierde en vijfde lid tot het
tweede en derde lid vervallen het eerste en derde lid.
2. In het tot tweede lid
vernummerde lid wordt de zinsnede "in het tweede of derde lid"
vervangen door: in het eerste lid.
3. In het tot derde lid
vernummerde lid wordt de zinsnede "in het eerste, tweede of derde
lid" vervangen door: in het eerste lid.
Art. VIII.
Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
met ingang van 1 januari 2002.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven, te ’s-Gravenhage,
14 december 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Financiën,
W.J. Bos
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de eenentwintigste
december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|