|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 2001-2002, 27 549.
Handelingen II 2001-2002, blz. 1847-1861, 1945.
Kamerstukken I 2001-2002, 27 549 (140, 140a, 140b, 140c).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 4 december 2001.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 december 2001, Stb.
2001, 690, houdende regels met betrekking tot de positionering van de
reïntegratiediensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
(Wet
verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie).
Inwerkingtreding: 1 januari 2002 (Stb.
2001, 691).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is voorafgaand aan de voorgenomen totstandbrenging van een
nieuwe structuur voor de uitvoering van werk en inkomen voorwaarden te
scheppen met het oog op de uitvoering door een privaatrechtelijk
bedrijf, in concurrentie met derden, van de thans aan de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
opgedragen taken ten behoeve van de
reïntegratie van moeilijk plaatsbare werkzoekenden en daarmee
samenhangende dienstverlening;
dat daartoe gedurende een overgangsfase de
reïntegratiedienstverlening in opdracht van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie wordt uitgevoerd door een naamloze
vennootschap, tegen een vergoeding die tijdelijk wordt bekostigd uit de
daarvoor bestemde, in omvang afnemende, rijksbijdrage en andere
inkomsten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie;
dat het voorts wenselijk is bij wet in verband
met de oprichting van die naamloze vennootschap die
reïntegratiediensten verricht, waaraan de Staat der Nederlanden bij de
oprichting deelneemt als aandeelhouder en waarin vermogensbestanddelen
van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie worden ingebracht, enkele aspecten
van de overgang te regelen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
HOOFDSTUK
1
Algemene
bepalingen
Art. 1.
Begripsbepalingen [MvT]
In deze wet en de daarop
berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a.
Arbeidsvoorzieningsorganisatie: de Arbeidsvoorzieningsorganisatie, bedoeld in de
Arbeidsvoorzieningswet 1996;
b. de naamloze vennootschap:
de naamloze vennootschap die namens de Staat der Nederlanden is
opgericht en die in ieder geval dienstverlening gericht op het geschikt
maken van moeilijk plaatsbare werkzoekenden en
arbeidsgehandicapten voor inschakeling in de arbeid en dienstverlening ten behoeve
van werkgevers ter vervulling van vacatures verricht;
c. het Landelijk instituut
sociale verzekeringen: het Landelijk instituut sociale
verzekeringen,
bedoeld in de Organisatiewet sociale verzekeringen
1997;
d. Onze Minister: Onze
Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
e. arbeidsgehandicapte: de
persoon, bedoeld in artikel 2 van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
HOOFDSTUK
2
Overgang
naar naamloze vennootschap
Art. 2.
Overgang
vermogensbestanddelen [MvT]
-1. Vermogensbestanddelen van
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die worden toegerekend aan de
uitvoering van de taken, genoemd in de artikelen 4, eerste lid, onderdeel b en c, en tweede lid, van de Arbeidsvoorzieningswet
1996 en artikel 13 van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten, het verrichten van diensten als bedoeld in artikel 5
van de
Arbeidsvoorzieningswet 1996 en de uitvoering van diensten in opdracht van de
gemeenten en
het Landelijk instituut sociale verzekeringen gericht op het geschikt
maken van moeilijk plaatsbare werkzoekenden en arbeidsgehandicapten voor
inschakeling in de arbeid gaan onder algemene titel over op
de naamloze vennootschap, tegen de waarde te bepalen met inachtneming van artikel
94a van Boek
2 van het Burgerlijk Wetboek.
-2. Onze Minister kan na
overleg met de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vermogensbestanddelen van de
in het eerste lid bedoelde overgang uitzonderen of daaraan
toevoegen; bij ministeriële regeling kunnen met betrekking tot die overgang
nadere regels worden gesteld.
-3. De in dit artikel
bedoelde overgang van vermogensbestanddelen wordt tot het beloop van het
nominale bedrag van de bij oprichting van de naamloze vennootschap
geplaatste aandelen of tot een door Onze Minister te bepalen hoger
bedrag aangemerkt als storting door de Staat op aandelen.
-4. Ter zake van de in dit
artikel bedoelde overgang van vermogensbestanddelen blijft heffing van overdrachtsbelasting achterwege.
Art. 3.
Verandering
tenaamstelling in registers [MvT]
Met betrekking tot de
ingevolge artikel 2 overgaande vermogensbestanddelen die in openbare registers te
boek zijn gesteld, zal verandering van de tenaamstelling in die
registers plaatsvinden door de bewaarders van die
registers. De daartoe nodige opgaven worden door de zorg van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
aan de bewaarders van de desbetreffende registers
gedaan.
Art. 4.
Overgang
pensioenrechten personeel [MvT]
-1. Met ingang van het
tijdstip van de overgang van de vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
naar de naamloze vennootschap gaan de
rechten en verplichtingen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie die voortvloeien uit een
toezegging omtrent pensioen als bedoeld in artikel 1 van
de Pensioen-
en spaarfondsenwet over op de naamloze vennootschap.
-2. De werknemer van de
naamloze vennootschap verkrijgt in ieder geval gedurende het jaar na
het tijdstip van de overgang, bedoeld in het eerste lid, aanspraken op
pensioen als bedoeld in dat lid op grond van een pensioenregeling die
overeenkomt met de pensioenregeling die gold op de laatste dag van de kalendermaand voorafgaande aan dat tijdstip.
Art. 5.
Verwerking
gegevens geregistreerd bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie [MvT]
-1. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie
verstrekt aan de naamloze vennootschap de gegevens van
werkzoekenden en vacatures die geregistreerd zijn met
toepassing van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 die noodzakelijk zijn voor
een goede overgang van de uitvoering van reïntegratiediensten van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie naar de
naamloze vennootschap als
bedoeld in deze wet.
-2. De naamloze vennootschap
verwerkt de gegevens van werkzoekenden en vacatures die
geregistreerd zijn bij de Arbeidsvoorzieningsorganisatie met toepassing van hoofdstuk
3, afdeling 1, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996,
indien die gegevens:
a. noodzakelijk waren voor
de uitvoering van taken door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
op grond van artikel 4, eerste lid, onderdelen b en c, en tweede
lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 en voor het verstrekken van
subsidies door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van artikel 81a van
de Arbeidsvoorzieningswet 1996 in verband met de toeleiding
van arbeidsgehandicapten naar arbeid;
b. op grond van wettelijke
voorschriften door burgemeester en wethouders van de gemeenten
en het Landelijk instituut sociale verzekeringen
aan de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie zijn verstrekt en betrekking hadden op dienstverlening
door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie op grond van wetten, zoals deze
luidden tot de datum van inwerkingtreding van deze wet.
-3. De naamloze vennootschap
verwerkt de gegevens, bedoeld in het eerste lid, anders dan
bedoeld in het tweede lid, voorts slechts indien dit noodzakelijk is voor de
uitvoering van overeenkomsten die betrekking hebben op het verrichten van
diensten als bedoeld in artikel 5 van de Arbeidsvoorzieningswet 1996,
voor zover deze overeenkomsten als vermogensbestanddeel op
grond van artikel 2, eerste lid, zijn overgegaan op de
naamloze vennootschap.
-4. Voor andere doeleinden
dan bedoeld in het eerste lid verstrekt de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
de gegevens, bedoeld in dat lid, slechts aan de naamloze vennootschap
en aan derden indien deze de gegevens verwerken voor de uitvoering
van opdrachten van gemeenten of het Landelijk instituut sociale verzekeringen met het oog op de bevordering
van inschakeling in de
arbeid van personen die van de gemeenten of het Landelijk instituut sociale
verzekeringen uitkeringen ontvangen.
-5. Bij de verwerking,
bedoeld in het tweede lid, en de verstrekking van gegevens, bedoeld in het
vierde lid, kan gebruik gemaakt worden van het sociaal-fiscaal nummer,
bedoeld in artikel 2, derde lid, onderdeel j, van de Algemene
wet inzake rijksbelastingen, indien de dienstverlening betrekking heeft op de
uitvoering van wetten waarbij gebruik van het sociaal-fiscaal nummer bij
wet is bepaald.
HOOFDSTUK
3
Wijziging
van andere wetten
Art. 6.
Wijziging
Arbeidsvoorzieningswet 1996 [MvT]
De Arbeidsvoorzieningswet 1996 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 5 komt te luiden:
Art. 5.
-1. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie is bevoegd tegen vergoeding diensten met betrekking tot
het geschikt maken van werkzoekenden voor inschakeling in de arbeid en
ter vervulling van vacatures te verrichten.
-2. Bij het verrichten van de
diensten, bedoeld in het eerste lid, wordt de mededinging op de markt van
reïntegratiediensten niet verhinderd, beperkt of vervalst.
-3. Voor de in het eerste lid
bedoelde diensten worden ten minste zodanige prijzen in rekening
gebracht dat de kosten daarvan door de opbrengsten worden gedekt.
-4. Het Centraal Bestuur
stelt voor de wijze van bepaling van de prijzen, bedoeld in het derde lid,
een algemene regeling vast.
B. [MvT]
Artikel 9 vervalt.
C. [MvT]
Artikel 10 komt te luiden:
Art. 10.
Oprichting of medeoprichting van en deelneming in stichtingen, maatschappen,
vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen door
de Arbeidsvoorzieningsorganisatie vindt slechts plaats indien
dit naar het oordeel van het Centraal Bestuur bijzonder aangewezen is voor
de uitvoering van de taken van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
op grond van deze wet en behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
D. [MvT]
In artikel 45, onderdeel b,
wordt de zinsnede "de artikelen 5 en 9" vervangen door: artikel 5.
E.
In artikel 52, eerste lid,
wordt de zinsnede "de artikelen 47, tweede lid, en 48, tweede lid,"
vervangen door: artikel 47, tweede lid.
F. [MvT]
Artikel 67 komt te luiden:
Art. 67.
-1. De Arbeidsvoorzieningsorganisatie voert een administratie die voldoet aan de eisen van
doelmatig beheer en controle en die in elk geval haar vermogenstoestand
zodanig weergeeft dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen
van het Centraal Bestuur en van de Regionale Besturen worden gekend.
-2. De administratie wordt in
elk geval zodanig ingericht dat deze een afzonderlijke financiële
verantwoording bevat van:
a. de besteding van de
basisbijdrage, bedoeld in artikel 47;
b. de besteding van de
prestatiebijdrage, bedoeld in artikel 48.
-3. De financiële
verantwoording, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, bevat een specificatie
van de toerekening van de activa en passiva en de lasten en baten aan de
uitvoering van taken die op grond van de Wet verzelfstandiging
reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie overgaan naar de naamloze
vennootschap, bedoeld in die wet.
-4. De
Arbeidsvoorzieningsorganisatie verantwoordt in de administratie tevens de inkomsten, bedoeld
in artikel 45, onderdeel b en c, afzonderlijk.
-5. Het boekjaar van de
Arbeidsvoorzieningsorganisatie loopt van 1 januari tot en met 31
december.
Art. 7.
Wijziging
Invoeringswet Arbeidsvoorzieningswet 1996 [MvT]
De Invoeringswet
Arbeidsvoorzieningswet 1996 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 22, onderdeel E,
vervalt.
B. [MvT]
Artikel 33 vervalt.
Art. 8.
Intrekking
Veegwetartikelen inkoop [MvT]
De artikelen XXXVI en XXXVIa
van de Wet van 21 december 1995, Stb. 1995, 691, tot nadere
wijziging van enkele socialezekerheidswetten (technische verbeteringen in
verband met de wetten TAV, TBA en TZ, alsmede enige andere wijzigingen) vervallen.
Art. 9.¹
Wijziging Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten [MvT]
Artikel 14, tweede lid,
tweede volzin, van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten vervalt.
1. Zie artikel
15, vierde lid, red.
Art. 10.
Wijziging
Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A.¹ [MvT]
Artikel 72, derde en vierde
lid, vervalt.
B. [MvT]
Artikel 130, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In de eerste volzin
vervalt de zinsnede "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
of aan".
2. De tweede volzin vervalt.
C. [MvT]
In artikel 130c, eerste lid,
tweede volzin, vervalt de zinsnede "de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
of aan".
1. Zie artikel
15, vierde lid, red.
Art. 11.¹
Wijziging Wet
inschakeling werkzoekenden [MvT]
In artikel 5, tweede lid,
van de Wet inschakeling werkzoekenden vervalt de zinsnede
"de Arbeidsvoorzieningsorganisatie of".
1. Zie artikel
15, vierde lid, red.
HOOFDSTUK
4
Overige en
slotbepalingen
Art. 12.
Belastingplicht
vennootschapsbelasting [MvT]
In artikel 2, zevende lid,
van de Wet
op de vennootschapsbelasting 1969 wordt na onderdeel k
een onderdeel ingevoegd, luidende:
l. de NV KLIQ;.
Art. 13.
Aanvang
belastingplicht [MvT]
Voor de heffing van de
vennootschapsbelasting:
a. wordt op de balans van de
vennootschap geen goodwill opgevoerd met betrekking tot de van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie
verkregen
vermogensbestanddelen;
b. vinden, in afwijking van
artikel 8, eerste lid, van de Wet
op de vennootschapsbelasting 1969,
de artikelen 3.31 tot en met 3.34 en 3.40 tot en met 3.42 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 geen toepassing met betrekking tot de overgang
van vermogensbestanddelen van de Arbeidsvoorzieningsorganisatie aan de vennootschap.
Art. 14.
Informatieverstrekking aan minister [MvT]
-1. Onze Minister
kan van de
naamloze vennootschap de gegevens en inlichtingen verlangen die
hij nodig heeft voor de uitvoering van deze wet en voor het instellen van
onderzoek dat hij in verband met de uitvoering van deze wet noodzakelijk
acht.
-2. Degene aan wie een
verzoek is gedaan om gegevens en inlichtingen te verstrekken, is verplicht
binnen de door Onze Minister gestelde redelijke termijn alle medewerking te
verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn
bevoegdheden.
-3. Onze Minister kan zijn
bevoegdheden op grond van dit artikel uitoefenen zolang als en
over de jaren dat de Staat aandelen in de naamloze vennootschap houdt.
Art. 15.
Wijziging in
verband met Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen
-1. Indien het bij
koninklijke boodschap van 20 januari 2001 ingediende voorstel van Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Kamerstukken II 2000-2001,
27 588) vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is
verheven en in werking is getreden of op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is verheven en in
werking treedt, wordt in
artikel 2, eerste lid, en artikel 5, tweede en vierde
lid, "Landelijk instituut sociale verzekeringen" telkens vervangen
door: Landelijk instituut sociale
verzekeringen of het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
-2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 20 januari 2001 ingediende voorstel van Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Kamerstukken II 2000-2001,
27 588) vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is
verheven en in werking is getreden of op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is verheven en in
werking treedt, wordt in
artikel 2, eerste lid, "artikel 13 van de
Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten" vervangen door:
artikel 13 van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten, zoals dat artikel luidde tot
de datum van
inwerkingtreding van artikel 57, onderdeel
K, van de
Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-3. Indien het bij
koninklijke boodschap van 20 januari 2001 ingediende voorstel van Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Kamerstukken II 2000-2001,
27 588) vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is
verheven en in werking is getreden of op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is verheven en in
werking treedt, wordt in
artikel 5, tweede lid, onderdeel b, "van deze wet" vervangen door: van de
Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de Invoeringswet
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.
-4. Indien het bij
koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van Invoeringswet
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Kamerstukken II
2000-2001, 27 665) vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet tot wet is verheven of op het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet tot wet is verheven en de artikelen 43,
onderdeel Y, 57, onderdeel L,
en 81, onderdeel C, van die wet
vóór het tijdstip
van
inwerkingtreding van deze wet in werking zijn getreden of op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet in werking treden, vervallen de artikelen
9,
10, onderdeel A, en 11.
Art. 16.
Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹ In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
1. Bij Besluit
van 20 december 2001, Stb. 2001, 691, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2002, red.
Art. 17.
Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet verzelfstandiging reïntegratiediensten Arbeidsvoorzieningsorganisatie.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 december 2001
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
Uitgegeven de achtentwintigste
december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|