|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 2001-2002, 27
897.
Handelingen II 2001-2002, blz. 1945, 1964.
Kamerstukken I 2001-2002, 27 897 (138, 138a, 138b).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 17 december 2001.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 december 2001, Stb.
2001, 692, houdende enkele wijzigingen in wetten op het terrein van het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Verzamelwet
SZW-wetten 2001). Inwerkingtreding: 1 januari 2002 (Stb.
2001, 693), zie artikel XXII.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is op korte termijn enkele wijzigingen in wetten
op het
terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan te
brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.¹
Wijziging van de Algemene Ouderdomswet [MvT]
De Algemene Ouderdomswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 4 komt als volgt te
luiden:
Art. 4.
-1. In de artikelen 8, 10 en
11 van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt onder inkomen verstaan het inkomen uit of in verband
met arbeid in het bedrijfs-
en beroepsleven van de echtgenoot van de pensioengerechtigde.
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld
met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid. Daarbij kunnen
tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, alsmede de periode waarop
die vaststelling betrekking heeft.
-3. De voordracht voor een
krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan
beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
B.
[MvT]
In artikel 8, eerste lid,
wordt de zinsnede "het inkomen uit of in verband met arbeid in het
bedrijfs- en beroepsleven van die echtgenoot" vervangen door: het inkomen.
C.
[MvT]
Artikel 10 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt
de zinsnede "het inkomen uit of in verband met arbeid in het
bedrijfs-
en beroepsleven van de echtgenoot van de pensioengerechtigde nihil
bedraagt" vervangen door: het inkomen nihil bedraagt.
2. In het tweede lid wordt
de zinsnede "het inkomen van de echtgenoot van de pensioengerechtigde
uit of in verband met arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven" vervangen
door: het inkomen.
3. Het vierde lid vervalt.
D.
[MvT]
Artikel 11, onderdeel 2º,
wordt vervangen door:
2º. voor zover het inkomen
uit arbeid in het bedrijfs- en beroepsleven meer bedraagt dan het onder
1º bedoelde bedrag, een derde gedeelte van
dat meerdere.
E.
[MvT]
Artikel 22 wordt vervangen
door:
Art. 22.
Bij algemene maatregel van
bestuur kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van
samenloop van ouderdomspensioen op grond van deze wet met
uitkering bij ouderdom op grond van de wetgeving van de Nederlandse
Antillen, van Aruba, van een andere mogendheid of van een
volkenrechtelijke organisatie.
1. Ingevolge artikel
XVII van de Wet harmonisatie en
vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving is artikel I
met ingang van 1 januari 2011 komen te vervallen, red.
Art.
II.¹ Wijziging van de Algemene nabestaandenwet [MvT]
De Algemene nabestaandenwet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 10 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Bij algemene maatregel
van bestuur worden nadere en zo nodig afwijkende regels gesteld
met betrekking tot het inkomen, bedoeld in het eerste lid. Daarbij kunnen
tevens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de
vaststelling van het inkomen, bedoeld in het eerste lid, alsmede de periode waarop
die vaststelling betrekking heeft.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. De voordracht voor een
krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van
bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan
beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
B. [MvT]
In artikel 20 wordt de
zinsnede "kunnen regels worden gesteld voor samenloop" vervangen door:
kunnen regels worden gesteld ter voorkoming of beperking van
samenloop.
1. Ingevolge artikel
XVII van de Wet harmonisatie en
vereenvoudiging socialezekerheidswetgeving is artikel
II met ingang van 1 januari 2011 komen te vervallen, red.
Art.
III. Wijziging van de Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 24, zesde lid,
wordt "het Algemeen Werkloosheidsfonds of het wachtgeldfonds" vervangen
door: het Algemeen Werkloosheidsfonds, het wachtgeldfonds of het
Uitvoeringsfonds voor de overheid.
B.
[MvT]
Artikel 55 wordt vervangen
door:
Art. 55.
Toelating van een persoon
tot de vrijwillige werkloosheidsverzekering vindt slechts plaats indien
hij zich tegelijkertijd vrijwillig verzekert op grond van de Ziektewet. De
in de eerste zin opgenomen verplichting is niet van toepassing indien
betrokkene bij ziekte, zwangerschap of bevalling recht heeft op
loon dan wel bezoldiging.
C.
[MvT]
Artikel 58, derde lid, wordt
vervangen door:
-3. De premie bedraagt een
door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te bepalen percentage van
het in het eerste lid bedoelde dagloon, met dien verstande
dat de premie niet meer bedraagt dan het deel van de premie dat ten
gunste komt van het Algemeen Werkloosheidsfonds, bedoeld in artikel
86,
eerste lid, vermeerderd met de vervangende premie, bedoeld
in artikel 85, derde lid. Bij de bepaling van de premie blijft
artikel 9,
derde en vierde lid, van de Coördinatiewet Sociale Verzekering buiten
beschouwing.
D.
[MvT]
Indien artikel 43, onderdeel Ya, van het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van
wet, houdende vaststelling van
regels voor de invoering van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(Invoeringswet
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II
2000-2001, 27 665), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt of is
getreden, wordt in artikel 72a, derde lid, "hoofdstuk Xa" vervangen door:
artikel 130, eerste lid,.
Art.
IV. Wijziging van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten [MvT]
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 49b vervalt het
vierde lid, onder vernummering van het vijfde en zesde lid tot het vierde
en vijfde lid.
B. [MvT]
Met ingang van 1 januari
2004 wordt artikel 49b als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van
het vierde en vijfde lid tot het derde en vierde lid vervalt het derde
lid.
2. In de tot derde lid en
vierde lid vernummerde leden wordt de zinsnede "in het eerste,
tweede of derde lid" telkens vervangen door: in het eerste of tweede lid.
C. [MvT]
Na artikel 87 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 87a.
Overgangsbepaling inzake artikel 49b
-1. Op aanvragen van subsidie
als bedoeld in artikel 44, tweede lid, ontvangen vóór de dag van inwerkingtreding van
artikel IV van de
Verzamelwet SZW-wetten 2001,
blijft artikel 49b, vierde lid, zoals dat luidde op de dag vóór de dag
van inwerkingtreding van artikel IV, van toepassing.
-2. Op aanvragen van
voorzieningen als bedoeld in paragraaf 1 of
3 van hoofdstuk 4, ontvangen
vóór
1 januari 2004, blijft artikel 49b, derde lid, zoals dat luidde op 31
december 2003, van toepassing.
Art. V.
Wijziging van de Wet verplichte deelneming
in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 [MvT]
De Wet
verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 5 komt te luiden:
Art. 5.
Het bedrijfstakpensioenfonds
draagt er zorg voor dat in het economisch verkeer geen ander lichaam
gebruik maakt van een naam of het merk dat door het
bedrijfstakpensioenfonds wordt gebruikt dan wel gebruik maakt van een naam, merk of
daarmee overeenstemmend teken indien door dat gebruik de mogelijkheid
bestaat dat bij het publiek een associatie wordt gewekt tussen de naam of het
merk van het bedrijfstakpensioenfonds en de naam, het merk of het
teken dat het lichaam gebruikt.
B. [MvT]
Artikel 39, zevende lid,
vervalt.
Art.
VI. Wijziging van de Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Indien artikel IX, onderdeel A, van het bij koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van
wet tot vaststelling van
regels voor overgangs- en
invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg
(Invoeringswet arbeid en zorg, Kamerstukken II
1999-2000, 27 208), nadat
het tot wet is verheven, in werking treedt of is getreden, wordt aan de artikelen
19, derde lid, en 69, tweede lid, de
zinsnede toegevoegd "of een
uitkering op grond van artikel 3:8 van die wet" en wordt in
artikel 29, eerste lid, de zinsnede "het derde, vierde, vijfde of achtste
lid"
telkens vervangen door: het derde, vijfde, zesde of negende lid.
B. [MvT]
In artikel 45, eerste lid,
onderdeel j, wordt "het Algemeen Werkloosheidsfonds of het
wachtgeldfonds"
vervangen door: het Algemeen Werkloosheidsfonds, het
wachtgeldfonds of het Uitvoeringsfonds voor de overheid.
Art.
VII. Wijziging
van de Wet van 21 december 2000,
houdende wijziging van de Pensioen- en spaarfondsenwet en enige
andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen in plaats van
nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen) (Stb.
2000, 625) [MvT]
De Wet van 21 december 2000,
houdende wijziging van de Pensioen-
en spaarfondsenwet en enige andere wetten (recht van keuze voor ouderdomspensioen
in plaats van
nabestaandenpensioen en gelijke behandeling van mannen en vrouwen) (Stb.
2000, 625) wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel IX wordt als volgt
gewijzigd:
1º. In het tweede lid wordt "onderdeel
M, artikel 32ba van de Pensioen-
en spaarfondsenwet" vervangen
door: onderdeel M, artikel 32ba, eerste lid, onderdeel d en
e, van
de Pensioen-
en spaarfondsenwet.
2º. Onder vernummering van
het derde lid tot het vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-3. Bij de toepassing van
artikel 32ba van de Pensioen-
en spaarfondsenwet is op aanspraken op pensioen
die vóór de dag van inwerkingtreding van artikel 32ba, eerste
lid, onderdeel e, van de Pensioen-
en spaarfondsenwet zijn
opgebouwd, artikel 32a, eerste lid, onderdeel f, van de Pensioen-
en spaarfondsenwet van toepassing.
B. [MvT]
Artikel X wordt als volgt
gewijzigd:
1. in het eerste lid wordt
de zinsnede "artikel I, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, onderdeel
M, artikel 32ba, eerste lid, onderdeel d" vervangen door: artikel I, onderdeel
B, artikel 2b, derde lid, en artikel 2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid,
onderdeel M, artikel 32ba, eerste lid, onderdeel d en e.
2. in het tweede lid wordt
de zinsnede "Artikel I, onderdeel J, artikel 32, zevende lid, onderdeel
M, artikel 32ba, eerste lid, onderdeel d" vervangen door: Artikel I, onderdeel
B, artikel 2b, derde lid, en artikel 2c, onderdeel J, artikel 32, zevende lid,
onderdeel M, artikel 32ba, eerste lid, onderdeel d en e.
Art.
VIII. Wijziging overgangsrecht Wet
beslistermijnen sociale verzekeringen [MvT]
In artikel XXI van de Wet
beslistermijnen sociale verzekeringen vervalt "en 49b
van de
Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten".
Art.
IX. Wijziging van de Wet arbeid en zorg [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van regels voor het
tot stand brengen van een nieuw
evenwicht tussen arbeid en zorg (Wet arbeid en zorg, Kamerstukken II
1999-2000, 27 207) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt die
wet als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3:1, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Het bevallingsverlof gaat
in op de dag na de bevalling en bedraagt tien aaneengesloten weken vermeerderd met het aantal dagen dat het
zwangerschapsverlof tot en
met de vermoedelijke datum van bevalling, dan wel, indien eerder
gelegen, tot en met de werkelijke datum van bevalling, minder dan zes
weken heeft bedragen.
B. [MvT]
Artikel 3:8, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Het recht op uitkering in
verband met bevalling vangt aan op de dag na de bevalling en bedraagt
tien aaneengesloten weken vermeerderd met het aantal dagen dat de
uitkering in verband met zwangerschap tot en met de vermoedelijke datum van
bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum
van bevalling, minder dan zes weken heeft bedragen.
C. [MvT]
Aan artikel 3:10 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-3. Het tweede lid is van
overeenkomstige toepassing op de persoon die een pleegkind opneemt als bedoeld in
artikel 5:1, tweede lid,
onderdeel
d.
D. [MvT]
Artikel 3:13 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt
na de zinsnede "bedoeld in artikel 3:6, eerste lid," ingevoegd: en de betrokkene, bedoeld in
artikel 3:10, eerste en
tweede lid,.
2. Het vierde lid vervalt.
E. [MvT]
In artikel 3:16, eerste lid,
onderdeel c, wordt "de artikelen 1, tweede tot en met zevende lid,
35 en
36" vervangen door: de artikelen 1, tweede tot en met zevende lid, en
35.
F. [MvT]
Artikel 3:19, derde lid,
wordt vervangen door:
-3. Het recht op uitkering in
verband met bevalling vangt aan op de dag na de bevalling en bedraagt
tien aaneengesloten weken vermeerderd met het aantal dagen dat de
uitkering in verband met zwangerschap tot en met de vermoedelijke datum van
bevalling, dan wel, indien eerder gelegen, tot en met de werkelijke datum
van bevalling, minder dan zes weken heeft bedragen.
G. [MvT]
In artikel 4:2 wordt in de
tweede volzin "werknemer" vervangen door: moeder.
H. [MvT]
In artikel 4:7 wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een komma, een
zinsnede toegevoegd, luidende: met dien verstande dat de werknemer
bij afwijking van artikel 4:6 ten minste recht houdt op het wettelijke
minimum aan vakantieaanspraken.
I. [MvT]
In artikel 5:10 wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van het artikel door een komma, een
zinsnede toegevoegd, luidende: met dien verstande dat de werknemer
bij afwijking van artikel 5:9 ten minste recht houdt op het wettelijke
minimum aan vakantieaanspraken.
J. [MvT]
Artikel 7:16, zevende lid,
wordt vervangen door:
-7. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met
betrekking tot het eerste en het tweede lid.
Art.
X.
Wijziging van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
[MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 20 januari 2001 ingediende voorstel van wet, houdende regels tot vaststelling van een structuur voor
de uitvoering van taken met
betrekking tot de arbeidsvoorziening en socialeverzekeringswetten
(Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27 588) tot wet wordt verheven en in werking treedt, wordt
die
wet als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 13, vierde lid,
wordt een zin toegevoegd, luidende:
Bij ministeriële regeling
kunnen tevens regels worden gesteld omtrent de vergoeding van kosten van
de gegevensverstrekking, bedoeld in de tweede zin.
B. [MvT]
In de artikelen 37,
onderdeel a, 42, eerste lid, 72, eerste volzin,
76, 77, derde lid,
78, eerste en
tweede lid, en 81, eerste en tweede lid, wordt telkens na "Centrale
organisatie werk en inkomen," ingevoegd: het Inlichtingenbureau,.
C. [MvT]
In artikel 41 wordt na "bestuursorganen" ingevoegd: en rechtspersonen.
D.
Artikel 45 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede lid vervalt
de zinsnede ", alsmede van de Algemene Kas, genoemd in artikel 1q van de
Ziekenfondswet, en de Sociaal-Economische Raad".
2. In het vierde lid vervalt "en instellingen".
E. [MvT]
In artikel 55, tweede lid,
wordt "als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de
Wegenverkeerswet" vervangen door: als bedoeld in artikel 107 van de
Wegenverkeerswet
1994.
F. [MvT]
Onder vernummering van het
tweede lid tot derde lid wordt in artikel 63 een nieuw lid ingevoegd, luidende:
-2. Artikel 19 is ten aanzien
van het Inlichtingenbureau van overeenkomstige toepassing.
G. [MvT]
In artikel 70 wordt "artikelen 63 tot en met 69" vervangen door:
artikelen 62, tweede lid, 64
en 66 tot en met 69.
Art.
XI. Wijziging van de Algemene bijstandswet [MvT]
Indien artikel 76 van het
bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor de
invoering van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27
665), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt of is
getreden, wordt de Algemene bijstandswet als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 63a, tweede lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. De zinsnede "65 jaar en ouder" wordt vervangen door: 65 jaar of ouder.
2. De zinsnede "en aan zelfstandigen" wordt vervangen door: of aan zelfstandigen.
B.
[MvT]
In artikel 68, eerste lid,
wordt "eerste en vierde lid" vervangen door: eerste of vierde lid.
Art.
XII. Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers [MvT]
Indien artikel 77 van het
bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor de
invoering van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27
665), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt of is getreden, wordt
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte werkloze werknemers als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In de artikelen 16, eerste
lid, en 16a, tweede lid, wordt de zinsnede "als bedoeld in
artikel
11a,
eerste lid," telkens vervangen door: als bedoeld in artikel 11a, eerste of derde
lid,.
B. [MvT]
In de artikelen 16, eerste
lid, en 16a, tweede lid, wordt de zinsnede "als bedoeld in
artikel
11a,
tweede of derde lid," telkens vervangen door: als bedoeld in artikel
11a,
tweede lid,.
Art.
XIII. Wijziging van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen [MvT]
Indien artikel 78 van het
bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor de
invoering van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27
665), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt of is getreden, wordt
de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 11a, derde lid,
wordt de zinsnede ", in overeenstemming met de Centrale organisatie werk
en inkomen, kan" vervangen door: kan, in overeenstemming met de
Centrale organisatie werk en inkomen,.
B.
[MvT]
In de artikelen 16, eerste
lid, en 16a, tweede lid, wordt de zinsnede "als bedoeld in
artikel
11a,
eerste lid," telkens vervangen door: als bedoeld in artikel
11a, eerste of derde
lid,.
C.
[MvT]
In de artikelen 16, eerste
lid, en 16a, tweede lid, wordt de zinsnede "als bedoeld in
artikel
11a,
tweede of derde lid," telkens vervangen door: als bedoeld in artikel
11a,
tweede lid,.
Art.
XIV. Wijziging van de Wet inschakeling werkzoekenden
[MvT]
Indien artikel 81 van het
bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor
de invoering van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27
665), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt of is getreden, wordt
in artikel 15, tweede lid, van de Wet inschakeling werkzoekenden "artikel
12,
derde lid" vervangen door: artikel 12, tweede lid.
Art.
XV. Wijziging van de Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor de invoering van
de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27 665), nadat het
tot wet is verheven, in werking treedt of is getreden, wordt in artikel
24, eerste lid, "51, zesde en zevende lid" vervangen door:
50, zesde en
zevende lid.
Art.
XVI. Wijziging van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Indien artikel XXI,
onderdeel H, van het bij koninklijke boodschap van 27 juni 2000 ingediende
voorstel van wet tot vaststelling van regels voor overgangs- en
invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg
(Invoeringswet arbeid en zorg, Kamerstukken II
1999-2000, 27 208), nadat
het tot wet is verheven, in werking treedt of is getreden, vervalt in artikel
19, vierde lid, de zinsnede "alsmede de verzekerde die een uitkering
geniet als bedoeld in het tweede lid" en wordt aan artikel
19, vijfde
lid, een zinsnede toegevoegd, luidende: en worden niet in aanmerking
genomen tijdvakken gedurende welke een uitkering wordt genoten als
bedoeld in het tweede lid.
B. [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 17 april 2001 ingediende voorstel van wet tot
verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en nieuwe regels
voor de ziekmelding, de reïntegratie en de wachttijd van werknemers
alsmede met betrekking tot de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever
(Wet
verbetering poortwachter, Kamerstukken II 2000-2001, 27
678), nadat het tot wet is verheven, in werking treedt of is getreden,
vervalt in artikel 71a, eerste lid, de laatste zin en vervalt in
artikel
71b,
tweede lid, de zinsnede ", bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek,".
Art.
XVII. Wijziging van de Invoeringswet arbeid en zorg [MvT]
Indien het bij koninklijke
boodschap van 27 juni 2000 ingediende voorstel van wet tot vaststelling van regels voor
overgangs- en invoeringsrecht voor de
totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en
zorg, Kamerstukken II 1999-2000, 27 208), nadat het tot wet is
verheven, in werking treedt of is getreden, vervalt artikel
I, tweede lid, onder
vernummering van het derde tot en met zesde lid tot het tweede tot en
met vijfde lid.
Art.
XVIII. Wijziging van de Toeslagenwet
Indien artikel 47, onderdeel B, van het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van
wet, houdende vaststelling van
regels voor de invoering van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27 665, nr.
340), tot wet is verheven en in werking is getreden,
wordt in artikel 14, zesde lid, van de Toeslagenwet "derde en vierde
lid"
vervangen door: eerste en tweede lid.
Art.
XIX. Wijziging van de Wet op de ondernemingsraden
Indien het bij koninklijke
boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor de invoering van
de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27 665, nr.
340),
tot wet is verheven en in werking is getreden, wordt artikel 46a, zesde
lid, van de Wet
op de ondernemingsraden vervangen door:
-6. In een verordening als
bedoeld in het eerste lid wordt door de Raad bepaald op welke wijze de afdracht van de heffing door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen,
genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, aan de Raad geschiedt.
Art.
XX. Wijziging van de Ziekenfondswet
Indien het bij koninklijke
boodschap van 6 april 2001 ingediende voorstel van wet, houdende vaststelling van regels voor de invoering van
de Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, Kamerstukken II 2000-2001, 27 665, nr.
340),
tot wet is verheven en in werking is getreden, vervalt in artikel
15,
vijfde lid, tweede volzin, van de Ziekenfondswet de zinsnede ", alsmede
"betreffende de vergoeding welke uit de Algemene Kas aan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen voor zijn werkzaamheden wordt
betaald".
Art.
XXI. Wijziging van de Wet
op de economische delicten
In artikel 1, onder 3º, van de Wet
op de economische delicten wordt "de Arbeidsomstandighedenwet
1998, de artikelen 10, 28, zevende lid, 32 en
de handeling of het nalaten,
bedoeld in artikel 33, derde lid, alsmede - voor zover aangewezen als
strafbare feiten - de artikelen 6, eerste lid, en 16, negende lid" vervangen
door: de Arbeidsomstandighedenwet
1998, de artikelen 6, eerste lid, eerste volzin, 10, 28, zevende lid, 32 en de handeling
of het nalaten, bedoeld in
artikel 33, derde lid, alsmede - voor zover aangewezen als strafbare
feiten - de artikelen 6, eerste lid, tweede volzin, en 16, tiende lid.
Art.
XXII. Inwerkingtreding [MvT]
-1. De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld, met dien verstande dat indien het Staatsblad
waarin dat besluit wordt geplaatst na 1 januari 2002 wordt uitgegeven, in
dat besluit bepaald kan worden dat de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan terugwerken tot en met 1 januari 2002.¹
-2. Indien het bij
koninklijke boodschap van 2 maart 2000 ingediende voorstel van wet, houdende
tijdelijke regels inzake het raadgevend correctief referendum
(Tijdelijke referendumwet; Kamerstukken 27 034) tot wet is verheven en deze wet is
bekrachtigd op of na de datum waarop de Tijdelijke referendumwet in
werking is getreden, wordt in het in het eerste lid bedoelde besluit zo
nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
1. Bij Besluit
van 20 december 2001, Stb. 2001, 693, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2002, met uitzondering van de
artikelen I en II, die in werking treden op het moment waarop de in die
artikelen benoemde algemene maatregelen van bestuur in werking treden, red.
Art.
XXIII. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald
als: Verzamelwet SZW-wetten 2001.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 december 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
W.A.F.G. Vermeend
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.E. Verstand-Bogaert
Uitgegeven de achtentwintigste
december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|