|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 2001-2002, 27 686.
Handelingen II 2001-2002, blz. 215-221; 392-400; 821-822; 850-851.
Kamerstukken I 2001-2002, 27 686 (71, 71a, 71b, 71c).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 17 december 2001.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 20 december 2001, Stb.
2001, 695, houdende wijziging van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en enige andere wetten
in verband met de invoering van een zelfstandigheidsverklaring en de
uitsluiting van de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen van
de verzekering voor de werknemersverzekeringen. Inwerkingtreding: 1
januari 2002 (Stb. 2001, 696), zie artikel
IX.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is dat het Landelijk instituut sociale verzekeringen op
verzoek van personen die voornemens zijn als zelfstandig opdrachtnemer
werkzaamheden te gaan verrichten, voorafgaand aan die werkzaamheden een
beslissing neemt over de status als zelfstandige van die personen op
grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen alsmede
dat het wenselijk is de Nationale ombudsman en de substituut-ombudsmannen
uit te sluiten van de verzekering voor de
werknemersverzekeringen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen [MvT]
Na artikel 4 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen wordt een artikel ingevoegd,
luidende:
Art. 4a.
Zelfstandigheidsverklaring
-1. De beschikking, bedoeld
in artikel 3.156 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, waarin de voordelen
die de belastingplichtige geniet of zal gaan genieten uit een
arbeidsrelatie of uit arbeidsrelaties waarin sprake is van hetzelfde soort van
werkzaamheden die onder overeenkomstige condities worden verricht,
worden aangemerkt als winst uit een onderneming, heeft voor de termijn
waarvoor deze beschikking geldt als gevolg dat de belastingplichtige,
met betrekking tot die arbeidsrelaties, wordt aangemerkt als zelfstandige
als bedoeld in artikel 4.
-2. Indien de beschikking,
bedoeld in het eerste lid, wordt herzien, laat dat het in het eerste lid
bedoelde gevolg onverlet voor de termijn waarvoor die beschikking
gold.
Art. II.
Wijziging Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, wordt de zinsnede "in de uitoefening van een bedrijf of in de
zelfstandige uitoefening van een beroep" vervangen door: als
zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-5. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a, wordt met een zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen gelijkgesteld:
a. een
directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel
d, die het werk
tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming
van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is;
b. de
directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel
d, voor wie met
betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een
beschikking geldt als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, waarin hij wordt
gelijkgesteld met een zelfstandige.
B.
[MvT]
In artikel 6, eerste lid,
onderdeel a, wordt "artikel 2, eerste lid, onderdeel a," vervangen door: artikel
2, eerste lid, onderdeel a of d,.
C.
[MvT]
Na artikel 6 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 6a.
-1. De beschikking, bedoeld
in artikel 3.157 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, dat de
werkzaamheden
die voortvloeien uit een arbeidsrelatie of uit arbeidsrelaties
waarin sprake is van hetzelfde soort van werkzaamheden die onder
overeenkomstige condities worden verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening
en risico van de onderneming
van de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige
aanmerkelijk belanghouder is, heeft voor de termijn waarvoor deze beschikking
geldt als gevolg dat de directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6,
eerste lid, onderdeel d, met betrekking tot die arbeidsrelaties, voor de
toepassing van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, en de regels bij of krachtens
artikel 5, wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-2. Voor de toepassing van de
artikelen 81, vijfde lid, 97b, tweede lid,
97c, eerste lid, 97d, vierde
lid, en 127b wordt de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt
als een beschikking als bedoeld in artikel 4a
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin de directeur-grootaandeelhouder
wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van
die wet.
-3. Indien de beschikking,
bedoeld in het eerste lid, wordt herzien, laat dat het in het eerste en
tweede lid bedoelde gevolg onverlet voor de termijn waarvoor die
beschikking gold.
D.
[MvT]
Aan artikel 81 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-5. In afwijking van de
vorige leden is de premie verschuldigd door de werknemer, indien:
a. voor hem een beschikking
geldt als bedoeld in artikel 4a van de
Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de verrichte
soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld
in artikel 4 van die
wet;
b. het de werkgever niet
redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer tot hem in een
privaatrechtelijke dienstbetrekking staat.
E.
[MvT]
Aan artikel 83 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Indien artikel 81, vijfde
lid, van toepassing is, is, in afwijking van het eerste lid, de werknemer
gehouden de verschuldigde premie aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen
te betalen.
F.
[MvT]
In artikel 97b wordt, onder
vernummering van het tweede tot en met tiende lid tot derde tot en
met elfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-2. Voor de toepassing van
het eerste lid wordt onder uitkering niet verstaan de uitkering aan
een persoon:
a. voor wie een beschikking
geldt als bedoeld in artikel 4a van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de, in de in
het eerste lid bedoelde dienstbetrekking, verrichte soort van
werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van
die wet;
b. waarvan het de
overheidswerkgever niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze tot hem in een
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking stond.
G.
[MvT]
Aan artikel 97c, eerste lid,
wordt een zin toegevoegd, luidende: De premie is evenwel
verschuldigd door de overheidswerknemer en wordt door hem betaald indien voor
hem een beschikking geldt als bedoeld in artikel
4a van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking
tot de verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als
zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van die wet, en het de overheidswerkgever
niet redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat deze tot hem in een
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
H.
[MvT]
Artikel 97d wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt
na "overheidswerknemer" ingevoegd: , met uitzondering van de overheidswerknemer, bedoeld in het vierde lid,.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-4. Over het loon van de
overheidswerknemer, bedoeld in artikel 97c, eerste lid, wordt premie
geheven overeenkomstig de artikelen 81, derde en vijfde lid,
83, derde
lid, 84 en 86.
I.
[MvT]
In artikel 97e, onderdeel c,
wordt "artikel 97d, tweede lid" vervangen door:
artikel 97d, tweede en
vierde lid.
J.
[MvT]
Na artikel 127a wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 127b.
-1. Indien voor degene die
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
als werknemer als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, wordt aangemerkt, ten tijde van het bestaan
van de arbeidsverhouding een beschikking geldt als
bedoeld in artikel 4a van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met
betrekking tot de verrichte soort van werkzaamheden
wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van die wet,
dient, indien de belanghebbende zich in rechte op die beschikking beroept, het
Landelijk instituut sociale verzekeringen te bewijzen dat betrokkene in
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
-2. Indien degene die door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt aangemerkt als
werkgever van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, zich in verband met de
toepassing van hoofdstuk VII in rechte erop
beroept dat het hem ten
tijde van het bestaan van de dienstbetrekking niet redelijkerwijs
duidelijk kan zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
dienstbetrekking staat, dient het Landelijk instituut sociale
verzekeringen te bewijzen dat dat hem ten tijde van het bestaan van de
dienstbetrekking wel redelijkerwijs duidelijk kan zijn.
Art. III.
Wijziging Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, wordt de zinsnede "in de uitoefening van een bedrijf of in de
zelfstandige uitoefening van een beroep" vervangen door: als
zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-5. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a, wordt met een zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen gelijkgesteld:
a. een
directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel
d, die het werk
tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming
van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is;
b. de
directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel
d, voor wie met
betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een
beschikking geldt als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, waarin hij wordt
gelijkgesteld met een zelfstandige.
B. [MvT]
In artikel 6, eerste lid,
onderdeel a, wordt "artikel 2, eerste lid, onderdeel a," vervangen door: artikel
2, eerste lid, onderdeel a of d,.
C. [MvT]
Na artikel 6 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 6a.
-1. De beschikking, bedoeld
in artikel 3.157 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, dat de
werkzaamheden
die voortvloeien uit een arbeidsrelatie of uit arbeidsrelaties
waarin sprake is van hetzelfde soort van werkzaamheden die onder
overeenkomstige condities worden verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening
en risico van de onderneming
van de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige
aanmerkelijk belanghouder is, heeft voor de termijn waarvoor deze beschikking
geldt als gevolg dat de directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6,
eerste lid, onderdeel d, met betrekking tot die arbeidsrelaties, voor de
toepassing van artikel 4, eerste lid, onderdeel a, en de regels bij of krachtens
artikel 5, wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-2. Voor de toepassing van de
artikelen 75a, derde lid, 76a, tweede lid, en
87g wordt de beschikking,
bedoeld in het eerste lid, aangemerkt als een beschikking als bedoeld
in artikel 4a van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin de
directeur-grootaandeelhouder wordt aangemerkt als
zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van die wet.
-3. Indien de beschikking,
bedoeld in het eerste lid, wordt herzien, laat dat het in het eerste en
tweede lid bedoelde gevolg onverlet voor de termijn waarvoor die
beschikking gold.
D. [MvT]
Aan artikel 75a, derde lid,
wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: , of indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend aan een
werknemer voor wie een
beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking
tot de in de
dienstbetrekking tot de eigenrisicodrager verrichte soort van werkzaamheden
wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van die wet en
het de eigenrisicodrager niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze
tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking stond.
E. [MvT]
Aan artikel 75c wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-4. In afwijking van de
vorige leden is over het loon van de werknemer van de eigenrisicodrager op
wie artikel 76a, tweede lid, van toepassing is, de gedifferentieerde premie,
bedoeld in artikel 78, eerste lid, verschuldigd.
F. [MvT]
Artikel 76a wordt als volgt
gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de
aanduiding "-1." geplaatst.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-2. In afwijking van het
eerste lid is de premie verschuldigd door de werknemer, indien:
a. voor hem een beschikking
geldt als bedoeld in artikel 4a van de
Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de verrichte
soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld
in
artikel 4 van die wet;
b. het de werkgever niet
redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat de werknemer tot hem in een
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
G. [MvT]
Aan artikel 76b wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-3. Indien artikel 76a,
tweede lid, van toepassing is, betaalt, in afwijking van het eerste lid, de
werknemer de basispremie en de gedifferentieerde premie aan het Landelijk instituut sociale verzekeringen.
H. [MvT]
In artikel 78 wordt, onder
vernummering van het negende en tiende lid tot tiende en elfde lid, een
lid ingevoegd, luidende:
-9. In afwijking van het
eerste lid wordt over het loon van de werknemer van de eigenrisicodrager op
wie artikel 76a, tweede lid, van toepassing is, de gedifferentieerde premie
vastgesteld op het percentage, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a.
I. [MvT]
Na artikel 87f wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 87g.
-1. Indien voor degene die
door het Landelijk instituut sociale verzekeringen
als werknemer als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, wordt aangemerkt, ten tijde van het bestaan
van de arbeidsverhouding een beschikking geldt als
bedoeld in artikel 4a van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met
betrekking tot de verrichte soort van werkzaamheden
wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van die wet,
dient, indien de belanghebbende zich in rechte op die beschikking beroept, het
Landelijk instituut sociale verzekeringen te bewijzen dat betrokkene in
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
-2. Indien degene die door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen wordt aangemerkt als
werkgever van de werknemer, bedoeld in het eerste lid, zich in verband met de
toepassing van hoofdstuk IIIa of hoofdstuk IV in rechte erop
beroept dat
het hem ten tijde van het bestaan van de dienstbetrekking niet
redelijkerwijs duidelijk kan zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of
publiekrechtelijke dienstbetrekking staat, dient het Landelijk instituut
sociale verzekeringen te bewijzen dat dat hem ten tijde van het bestaan van de
dienstbetrekking wel redelijkerwijs duidelijk kan zijn.
Art. IV.
Wijziging Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 4 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid,
onderdeel a, wordt de zinsnede "in de uitoefening van een bedrijf of in de
zelfstandige uitoefening van een beroep" vervangen door: als
zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
2. Er wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-5. Voor de toepassing van
het eerste lid, onderdeel a, wordt met een zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen gelijkgesteld:
a. een
directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel
d, die het werk
tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming
van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is;
b. de
directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6, eerste lid, onderdeel
d, voor wie met
betrekking tot de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, een
beschikking geldt als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, waarin hij wordt
gelijkgesteld met een zelfstandige.
B.
[MvT]
In artikel 6, eerste lid,
onderdeel a, wordt "artikel 2, eerste lid, onderdeel a," vervangen door: artikel
2, eerste lid, onderdeel a of d,.
C. [MvT]
Na artikel 6 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 6a.
-1. De beschikking, bedoeld
in artikel 3.157 van de Wet
inkomstenbelasting 2001, dat de
werkzaamheden
die voortvloeien uit een arbeidsrelatie of uit arbeidsrelaties
waarin sprake is van hetzelfde soort van werkzaamheden die onder
overeenkomstige condities worden verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend verricht voor rekening
en risico van de onderneming
van de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige
aanmerkelijk belanghouder is, heeft voor de termijn waarvoor deze beschikking
geldt als gevolg dat de directeur-grootaandeelhouder als bedoeld in artikel
6,
eerste lid, onderdeel d, met betrekking tot die
arbeidsrelaties, voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, onderdeel
a, en de
regels
bij of krachtens artikel 5, wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.
-2. Voor de toepassing van
artikel 73a wordt de beschikking, bedoeld in het eerste lid, aangemerkt
als een beschikking als bedoeld in artikel 4a
van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin de directeur-grootaandeelhouder
wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van die wet.
-3. Indien de beschikking,
bedoeld in het eerste lid, wordt herzien, laat dat het in het eerste en
tweede lid bedoelde gevolg onverlet voor de termijn waarvoor die
beschikking gold.
D. [MvT]
Artikel 73a komt te luiden:
Art. 73a.
Indien voor degene die door
het Landelijk instituut sociale verzekeringen
als werknemer als bedoeld in
artikel 3, eerste lid, wordt aangemerkt, ten tijde van het bestaan
van de arbeidsverhouding een beschikking geldt als
bedoeld in artikel 4a van de Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met
betrekking tot de verrichte soort van werkzaamheden
wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in
artikel 4 van die wet,
dient, indien de belanghebbende zich in rechte op die beschikking beroept, het
Landelijk instituut sociale verzekeringen te bewijzen dat betrokkene in
privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking staat.
Art. V.
Wijziging in verband met het voorstel van Invoeringswet Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
-1. Indien artikel 50,
onderdeel B, van het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende
voorstel van wet tot invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen) vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet tot wet is
verheven en in werking is getreden, wordt in de artikelen II,
onderdeel E en J, III, onderdeel G en
I, en IV, onderdeel D, "Landelijk instituut sociale verzekeringen" telkens vervangen door:
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
-2. Indien artikel 50,
onderdeel B, van het bij koninklijke boodschap van 6 april 2001 ingediende
voorstel van wet tot invoering van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen (Invoeringswet Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk
en inkomen), nadat het tot wet is verheven, na het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet in werking treedt, wordt in de artikelen
83, derde
lid, en 127b van de Werkloosheidswet,
76b en 87g
van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering en artikel
73a van de Ziektewet, "Landelijk instituut sociale verzekeringen" telkens vervangen door:
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.
Art. VI.
Wijziging Wet inkomstenbelasting 2001
De Wet
inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 3.156 wordt een
lid toegevoegd, luidende:
-6. De inspecteur geeft de
beschikking, bedoeld in het eerste lid, binnen acht weken na ontvangst van
de aanvraag. Indien de beschikking niet binnen acht weken kan worden
gegeven, wordt die termijn verlengd met ten hoogste vijf weken en
stelt de inspecteur de aanvrager daarvan schriftelijk en gemotiveerd
in kennis. Mede in afwijking van artikel 25 Algemene
wet inzake rijksbelastingen is de Algemene wet bestuursrecht onverkort van toepassing.
B.
Na artikel 3.156 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 3.157. Zekerheid
omtrent de aard van de arbeidsrelatie
-1. De belastingplichtige met
een aanmerkelijk belang als bedoeld in hoofdstuk IV, die zekerheid
wenst omtrent de vraag of werkzaamheden die
voortvloeien uit een arbeidsrelatie of arbeidsrelaties waarin sprake is van
hetzelfde soort van werkzaamheden die onder overeenkomstige condities
worden verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden uitsluitend
verricht voor rekening en risico van de onderneming van de vennootschap waarin hij het aanmerkelijk belang
heeft, kan een verzoek
indienen bij de inspecteur. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar
vatbare beschikking.
-2. Artikel 3.156, tweede tot
en met zesde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Art. VII.
Wijziging Coördinatiewet Sociale Verzekering
Artikel 3c van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering komt te luiden:
Art. 3c.
Voor de toepassing van de
artikelen 11, 12, derde lid, 12a,
12b, derde lid, 12d, eerste lid,
14, 15 en 15a wordt onder werkgever mede verstaan de werknemer, bedoeld in
artikel 81, vijfde lid, of artikel 97c, eerste lid, laatste volzin, van de
Werkloosheidswet en artikel
76a, tweede lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering.
Art. VIII.
Evaluatiebepaling
Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid zendt in overeenstemming met Onze
Minister van Financiën binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze
wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en
de effecten van deze wet in de praktijk.
Art.
IX.
Inwerkingtreding [MvT]
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, met uitzondering
van de artikelen II, onderdeel B, III, onderdeel
B, en IV, onderdeel B, die in
werking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.¹
1. Bij Besluit
van 20 december 2001, Stb. 2001, 696, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2002, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 december 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
Uitgegeven de achtentwintigste
december 2001
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|