|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 2001-2002, 27 875.
Handelingen II 2001-2002, blz. 2165.
Kamerstukken I 2001-2002, 27 875 (166).
Handelingen I 2001-2002, blz. 647-648.
WET van 20 december 2001, Stb.
2002, 69, tot wijziging van een aantal wetten in verband met de
vereenvoudiging en vernieuwing van het militaire pensioenstelsel (Aanpassingswet
kaderwet militaire pensioenen). Inwerkingtreding: 15 februari 2002,
zie artikel XI.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
noodzakelijk is een aantal wetten te wijzigen in verband met de
vereenvoudiging en de vernieuwing van het militaire pensioenstelsel;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
I
Het
ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Art.
II.
De Wet overheidspersoneel onder de
werknemersverzekeringen wordt als
volgt gewijzigd:
A.
Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel b komt te luiden:
b. militaire pensioenbepalingen: bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen;.
2. Onderdeel m komt te luiden:
m. pensioen ter zake van arbeidsongeschiktheid: een pensioen ter zake
van arbeidsongeschiktheid ingevolge de militaire pensioenbepalingen, in
voorkomende gevallen verhoogd met een ingevolge die bepalingen
toegekende invaliditeitsverhoging;.
3. In onderdeel r wordt "in de zin van de
Amp-wet" vervangen door: in de zin van de bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen.
B.
In artikel 64, onderdeel C, wordt na
"artikel E 6 van de Algemene
militaire pensioenwet" toegevoegd: dan wel de militaire
pensioenbepalingen inzake het recht op pensioen ter zake van
arbeidsongeschiktheid.
C.
Artikel 74 vervalt.
HOOFDSTUK
II
Het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Art.
III.
De Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen
arbeidsongeschiktheidscriteria wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 1, onderdeel a, wordt na
"pensioen ter zake van ziekte of
gebreken, bedoeld in de Algemene militaire pensioenwet" toegevoegd: dan
wel pensioen ter zake van ziekte of gebreken, bedoeld in de op artikel
2, vijfde lid, van de Kaderwet
militaire pensioenen berustende
bepalingen;.
B.
In artikel 2, tweede lid, onderdeel b, wordt na
"Algemene militaire pensioenwet" toegevoegd: zoals dat artikel luidde op de dag
voorafgaande aan de intrekking daarvan of door toepassing van de daarmee
overeenkomende bepalingen op basis van de Kaderwet
militaire pensioenen en de daarop berustende bepalingen met betrekking tot het
arbeidsongeschiktheidscriterium.
C.
In artikel 9, achtste lid, eerste volzin, wordt in plaats van
"Algemene
militaire pensioenwet" gelezen: Algemene militaire pensioenwet, zoals
deze op die dag luidde.
D.
In artikel 9, achtste lid, tweede volzin, wordt in plaats van de woorden
"ingevolge artikel F 7a van de Algemene militaire
pensioenwet"
gelezen: ingevolge artikel F 7a van de Algemene militaire pensioenwet,
zoals dat artikel met betrekking tot de uitbetaling van dat pensioen
luidde.
Art.
IV.
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
wordt als volgt
gewijzigd:
In artikel 76a wordt na de zinsnede
", artikel E 6, eerste lid, van de
Algemene militaire pensioenwet" toegevoegd: zoals dat artikel luidde op
de dag voorafgaande aan de intrekking daarvan, op een pensioen ter zake
van arbeidsongeschiktheid op grond van de Kaderwet
militaire pensioenen en de daarop berustende bepalingen.
HOOFDSTUK
III
Het
ministerie van Justitie
Art.
V.
De Algemene wet bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
In de bijlage wordt onderdeel G geschrapt.
HOOFDSTUK
IV
Het
ministerie van Defensie
Art.
IX.
De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
militairen wordt als volgt
gewijzigd:
A.
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel b, onder 1°,
komt te luiden:
1°. aanspraken op een bijzondere invaliditeitsverhoging volgens de
daarover bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde
bepalingen;.
2. Het tweede lid komt te luiden:
-2. Een invaliditeitspensioen en een invaliditeitsverhoging waarop
aanspraak bestaat volgens de daarover bij of krachtens de Kaderwet
militaire pensioenen vastgestelde bepalingen wordt aangemerkt als te
zijn verleend ter zake van arbeidsongeschiktheid in de zin van deze wet,
tenzij de aanspraak op dat pensioen of die verhoging bestaat ter zake
van ziekten of gebreken welke door duidelijk andere oorzaken zijn
bepaald dan die welke bepalend zijn voor de mate van
arbeidsongeschiktheid ter zake waarvan recht op uitkering krachtens deze
wet bestaat.
3. Na het derde lid wordt een nieuw vierde
lid toegevoegd, luidende:
-4. Het tweede lid is niet van toepassing indien het recht op pensioen
of de verhoging wordt ontleend aan een periode van werkelijke dienst die
is geëindigd met ingang van een op of na 1 januari 1998 gelegen datum
waarop de gebeurtenis heeft plaatsgevonden op grond waarvan de aanspraak
op het invaliditeitspensioen, dan wel de invaliditeitsverhoging, is
ontstaan.
HOOFDSTUK
V
Slotbepalingen
Art.
XI.
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt
terug tot en met 31 januari 2001, met dien verstande dat artikel II,
onderdeel C, eerst in werking treedt met ingang van de datum waarop de
aanspraken op militair pensioen bij arbeidsongeschiktheid zijn
vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2,
vijfde lid, van de Kaderwet
militaire pensioenen.
Art.
XII.
Deze wet wordt aangehaald als: Aanpassingswet kaderwet militaire
pensioenen.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
20 december 2001
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Defensie,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de veertiende
februari 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|