|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2000-2001, 2001-2002, 27 751.
Handelingen II 2000-2001, blz. 6268-6291; 2001-2002, blz. 139-143.
Kamerstukken I 2001-2002, 27 751 (10, 10a, 10b, 10c, 10d, 10e).
Handelingen I 2001-2002, zie vergadering d.d. 26 februari 2002.
WET van 28 februari 2002, Stb.
2002, 111, tot wijziging van de Gemeentewet
en enige andere
wetten tot dualisering van de
inrichting, de bevoegdheden en de werkwijze van het
gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur).
Inwerkingtreding: 7 maart 2002 (Stb. 2002,
112).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is de inrichting, de bevoegdheden
en de werkwijze van het gemeentebestuur te dualiseren;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Algemene wet
bestuursrecht relevante artikelen, red.]
Art.
IVa.
De Algemene wet
bestuursrecht wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 8:4, onderdeel
h,
wordt "alsmede de benoemdverklaring in opengevallen plaatsen"
vervangen door: de benoemdverklaring in opengevallen plaatsen,
alsmede de toelating van nieuwe leden van de gemeenteraad.
2. In de bijlage komt het
opschrift "B. Ministerie van Binnenlandse Zaken" te luiden: B.
Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
3. In de bijlage wordt onder
B (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) na punt
2 een nieuw punt 3 toegevoegd, dat luidt:
3. De artikelen 49, 169,
derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet.
Art.
XII.
-1. Deze wet treedt in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden
vastgesteld. In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.¹
-2. Bij koninklijk besluit
kan ten aanzien van gemeenten waar op 6 maart 2002 geen stemming voor de
verkiezing van de leden van de raad plaatsvindt, een ander
tijdstip worden vastgesteld waarop deze wet in werking treedt. Daarbij kan
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan het tijdstip van inwerkingtreding verschillend worden vastgesteld.²
1. Bij Besluit
van 28 februari 2002,
Stb. 2002, 112, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald
op 7 maart 2002, met uitzondering van artikel I, onderdeel DDa, II, ZZ, PPP
en GGGG, en artikel XI, red.
2. Zie Besluit
van 28 februari 2002,
Stb. 2002, 112, red.
Art.
XIII.
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet dualisering gemeentebestuur.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
28 februari 2002
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries
Uitgegeven de vijfde
maart
2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|