|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1997-1998, 1998-1999, 1999-2000, 2000-2001, 25 877.
Handelingen II 2000-2001, blz. 5838-5850, 5854-5862, 5883-5886.
Kamerstukken I 2000-2001, 25 877 (337); 2001-2002, 25 877 (58, 58a,
58b).
Handelingen I 2001-2002, blz. 905-919, 933-949.
WET van 7 februari 2002, Stb.
2002, 148, houdende regels met betrekking tot de
inlichtingen- en veiligheidsdiensten alsmede
wijziging van enkele wetten (Wet op de
inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002). Inwerkingtreding: 29 mei
2002 (Stb. 2002, 196).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
hebben genomen, dat het wenselijk is nieuwe regels te stellen
betreffende de diensten die belast zijn met het verrichten van onderzoeken en het
bevorderen van maatregelen in het belang van de staatsveiligheid alsmede van
andere gewichtige belangen van de Staat, de verwerking van gegevens door
deze diensten, de inzage in de door deze diensten verwerkte gegevens,
het toezicht en de behandeling van klachten, alsmede in verband
daarmee enkele wetten te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
[Voor de Algemene wet
bestuursrecht relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
8
Straf,
overgangs- en slotbepalingen
Art. 93.
In artikel 1:1, tweede lid,
van de Algemene wet bestuursrecht wordt, onder vervanging van de punt
aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, een onderdeel
toegevoegd, luidende:
h. de commissie van toezicht
betreffende de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, bedoeld in artikel 64 van de
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002.
Art. 105.
-1. De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip,
dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹
-2. Vóór de bekendmaking van
deze wet stelt Onze Minister-President, Minister van Algemene
Zaken,
de nummering van de artikelen, paragrafen en hoofdstukken van deze wet
opnieuw vast, brengt hij de in deze wet voorkomende aanhalingen van
artikelen, paragrafen en hoofdstukken daarmee in overeenstemming
en vervangt hij de in deze wet voorkomende aanduiding "19.." door het
jaartal van het Staatsblad waarin deze wet zal worden geplaatst.
1. Bij Besluit
van 9 april 2002,
Stb. 2002, 196, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald
op 29 mei 2002, met uitzondering van paragraaf 6.1, die in werking
treedt met ingang van 26 april 2002, red.
Art. 106.
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, met vermelding van het
jaartal van het Staatsblad waarin zij zal worden geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Lech, 7 februari
2002
BEATRIX
De Minister-President,
Minister van Algemene Zaken,
W. Kok
De Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries
De Minister van Defensie,
F.H.G. de Grave
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
Uitgegeven de zesentwintigste
maart 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|