|
BESLUIT van 9 april 2002, Stb.
2002, 196, tot het vaststellen van het tijdstip van
inwerkingtreding van de Wet
op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Op de voordracht van
Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3
april 2002, 1820078/01;
Gelet op artikel 105, eerste
lid, van de Wet op de inlichtingen- en
veiligheidsdiensten 2002;
Hebben goedgevonden en
verstaan:
De Wet
op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 treedt in werking met ingang van 29 mei 2002,
met dien verstande dat paragraaf 6.1 in werking treedt met ingang
van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit
besluit wordt geplaatst.¹
1. Volgens de redactie
dient boven deze tekst te worden ingevoegd: Enig artikel.
Onze
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belast met de uitvoering van dit
besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 9 april
2002
BEATRIX
De Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties,
K.G. de Vries
Uitgegeven de vijfentwintigste
april 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|