|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2001-2002, 28 228.
Handelingen II 2001-2002, blz. 4301.
Kamerstukken I 2001-2002, 28 228 (298).
Handelingen I 2001-2002, blz. 1280.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 18 april 2002, Stb.
2002, 241, tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten
teneinde onduidelijkheid omtrent het rechtsgevolg van door
indicatieorganen te stellen indicaties op te heffen, alsmede wijziging
van de Ziekenfondswet teneinde enkele technische verbeteringen aan te
brengen. Inwerkingtreding: 1 oktober 2002 (Stb.
2002, 357), zie artikel III.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat er
onduidelijkheid bestaat over het rechtsgevolg van de beoordeling door
een indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a
van de Algemene Wet
Bijzondere Ziektekosten en dat het wenselijk is die onduidelijkheid zo
snel mogelijk weg te nemen, alsmede enige technische verbeteringen in de
Ziekenfondswet aan te brengen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 9a komt als volgt te
luiden:
Art. 9a.
-1. Burgemeester en
wethouders voorzien erin dat in hun gemeente ten behoeve van de inwoners een
onafhankelijk indicatieorgaan werkzaam is dat kosteloos besluit of een inwoner is aangewezen op
één van de bij
algemene maatregel van
bestuur aangewezen vormen van zorg.
-2. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over de samenstelling en de werkwijze van het indicatieorgaan,
alsmede over de
geldigheidsduur van besluiten als bedoeld in het eerste lid.
-3. Een indicatieorgaan
verricht geen andere dan bij of krachtens de wet opgedragen taken.
-4. Bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur kunnen aan indicatieorganen werkzaamheden worden opgedragen die verband
houden met de taken die bij
de wet zijn opgedragen. Burgemeester en wethouders kunnen het
indicatieorgaan advies vragen omtrent toekenning van voorzieningen
waarbij de gezondheid of het maatschappelijk functioneren van een persoon
van belang is.
B. [MvT]
Artikel 9b wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid komt als
volgt te luiden:
-1. Aanspraak op zorg,
aangewezen ingevolge artikel 9a, eerste lid, bestaat slechts indien en
gedurende de periode waarvoor het bevoegde indicatieorgaan op een door
de verzekerde ingediende aanvraag heeft besloten dat deze naar aard,
inhoud en omvang op die zorg is aangewezen.
2. In het tweede lid wordt "advies" vervangen door: besluit.
3. Het derde lid komt als
volgt te luiden:
-3. De aanspraak op andere
vormen van zorg dan die zijn aangewezen ingevolge artikel 9a, eerste
lid, kan slechts tot gelding worden gebracht voor zover de verzekerde,
gelet op zijn behoefte en uit een oogpunt van doelmatige zorgverlening,
daarop naar aard, inhoud en omvang redelijkerwijs is aangewezen. Bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden geregeld door wie
en op welke wijze wordt beoordeeld of de verzekerde aangewezen is op
een bepaalde vorm van zorg. Deze regels zijn zodanig dat wordt gewaarborgd dat de beoordeling onafhankelijk
geschiedt.
C. [MvT]
In artikel 56, eerste lid,
wordt "uitvoeringsorganen" vervangen door "de uitvoeringsorganen
en de
indicatieorganen, bedoeld in artikel 9a, eerste lid," en wordt
"rechtspersoon" vervangen door: instantie.
D. [MvT]
In artikel 58, eerste lid,
wordt na "beslissing" ingevoegd: van een uitvoeringsorgaan of een
indicatieorgaan als bedoeld in artikel 9a, eerste lid,.
Art. II.
[MvT]
De Ziekenfondswet wordt als
volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 3, zesde lid,
onderdeel b, komt te luiden:
b. artikel 3:10 van de Wet
arbeid en zorg, als dag voorafgaande aan die waarop artikel 8c
van de
Ziektewet van toepassing werd, aangemerkt de dag waarop de verzekering op
grond van de artikelen 3 tot en met 8 van de Ziektewet eindigde
laatstelijk voorafgaande aan de toepassing van artikel 3:10 van de
Wet
arbeid en zorg.
B. [MvT]
Het bij Wet van 21 december
2000 tot wijziging van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten in
verband met de invoering van het gebruik van het sociaal-fiscaal nummer in
die wet alsmede enkele wijzigingen van de Ziekenfondswet en enige
andere wetten (Stb. 2001, 50) aan artikel 4 toegevoegde achttiende
lid
vervalt.
C. [MvT]
Artikel 17, eerste lid, komt
te luiden:
-1. Onverminderd hetgeen bij
of krachtens de artikelen 15, 15a
of 15b omtrent de daar bedoelde
procentuele premie is bepaald, wordt voor de verzekering van de
verzekerde, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a,
artikel 3d of artikel
3e,
van 18 jaar of ouder, en zijn medeverzekerde, bedoeld in artikel
4, eerste
lid, een nominale premie geheven waarvan de hoogte volgens bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regelen wordt bepaald door het ziekenfonds waarbij de verzekerde
is ingeschreven.
D. [MvT]
In artikel 89 wordt "artikel 73b, derde lid,
73c tot en met
73e" vervangen door: de artikelen 73b,
derde lid, en 73c.
E. [MvT]
In artikel 93a, eerste lid,
wordt "18 en 19" vervangen door: en
18.
Art. III.
[MvT]
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip ¹, met dien verstande
dat:
a. de artikelen 9a,
9b en 58
van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, zoals die luidden
vóór dat
tijdstip, van toepassing blijven ten aanzien van adviezen als
bedoeld in artikel 9b van de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten,
uitgebracht vóór dat tijdstip;
b. artikel II, onderdeel A,
terugwerkt tot en met 1 augustus 2001;
c. artikel II, onderdeel B,
terugwerkt tot en met 1 juli 2001.
1. Bij Besluit
van 28 juni 2002, Stb. 2002, 357, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 oktober 2002, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
18 april 2002
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A.M. Vliegenthart
Uitgegeven de achtentwintigste
mei 2002
De Minister van Justitie,
A.H. Korthals
|
|