|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2002-2001, 27 895
Wijziging
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten, houdende een verbeterde formulering van de
hardheidsclausule inzake de export van het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering naar het buitenland
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Hardheidsclausules in
het algemeen |
| 3 |
Inhoud van dit
wetsvoorstel |
| 3.1 |
De hardheidsclausule
in de Wajong inzake het exportverbod |
| 3.2 |
Wel
toepassing van
de hardheidsclausule |
| 3.3 |
Geen toepassing van
de hardheidsclausule |
| 3.4 |
Uitvoeringstechnische
aspecten |
|
xArtikelsgewijs |
| xxx |
Artikelen
I en II |
Algemeen
1.
Inleiding
Tijdens de
parlementaire behandeling van de Wet herziening vrijwillige verzekering
AOW en Anw (Stb. 2001, 212) is bij amendement een zevende lid aan
artikel 17 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten
(hierna: Wajong) toegevoegd (Kamerstukken II 2000-2001, 27 468, nr. 15).
In dat artikel is - door middel van bij algemene maatregel van bestuur te
stellen regels - afwijking van het exportverbod mogelijk gemaakt in
geval
van onbillijkheden van overwegende aard; de zogeheten
hardheidsclausule (zie ook Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr. 122, blz. 7). Een
hardheidsclausule kan feitelijk alleen voor individuele gevallen soelaas bieden.
Omdat op voorhand niet precies is aan te geven in welke gevallen of
groepen van gevallen de hardheidsclausule dient te worden toegepast, achtte
het kabinet de nadere uitwerking daarvan bij algemene maatregel van
bestuur niet goed mogelijk. In de nadere memorie van antwoord bij
genoemd wetsvoorstel heeft het kabinet daarom aangegeven deze
bevoegdheid om in bepaalde gevallen af te wijken van de wet niet
in een algemene maatregel van bestuur uit te werken, maar dit
uitsluitend in de wet zelf neer te leggen (Kamerstukken I 2000-2001, 27 468, nr.
122d, blz. 2). In het onderhavige wetsvoorstel wordt aan dat voornemen
uitvoering gegeven. Vervolgens wordt het aan het zelfstandige
bestuursorgaan zelf, in casu het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen,
overgelaten aan deze
bevoegdheid invulling te geven. Het wetsvoorstel
is in lijn met de aanbeveling die de Commissie grensarbeiders heeft
uitgebracht in haar rapport van 21 mei 2001 om te bezien of en onder welke
voorwaarden uitkeringen ingevolge de Wajong exporteerbaar
kunnen
worden gemaakt op een wijze dat misbruik en oneigenlijk gebruik van
de Wajong wordt voorkomen.
Bij de
voorgestelde
wijziging is de nieuwe structuur inzake de uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
als
vertrekpunt genomen (zie Kamerstukken II 2000-2001, 27 588, nr.
2).
rblz.|2|
2. Hardheidsclausules in
het algemeen
Hardheidsclausules worden
in het algemeen niet in een regeling opgenomen omdat zij de rechtszekerheid kunnen belemmeren. Hardheidsclausules
worden slechts in een
regeling opgenomen indien er aanleiding is om te verwachten dat,
gelet op het doel en de strekking van de regeling, de toepassing van de
regeling kan leiden tot onbillijkheden van overwegende aard in niet precies te
voorziene gevallen of groepen van gevallen. Deze individuele
belangenafweging, die bij de toepassing van de hardheidsclausule dient
te worden gemaakt, zou kunnen leiden tot willekeur. Toepassing van de hardheidsclausule dient derhalve zo beperkt
mogelijk te worden
gehouden. Bij de toepassing van de hardheidsclausule dient steeds een afweging
te worden gemaakt tussen het belang van de regeling en de gevolgen
van het handhaven van die regeling voor een individueel geval. Indien
het toepassen van de regeling in een individueel geval leidt tot
onbillijkheden van overwegende aard, kan bij wijze van uitzondering worden
afgeweken van het uitgangspunt van de regeling.
3. Inhoud van dit
wetsvoorstel
3.1. De hardheidsclausule
in de Wajong
inzake het exportverbod
In het onderhavige
wetsvoorstel wordt het zevende lid van artikel 17 van
de Wajong vervangen door een nieuw lid. Dat lid bepaalt dat het
Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen (hierna: UWV) het eerste lid, onderdeel c, van
artikel 17 van de Wajong buiten toepassing kan
laten of daarvan kan afwijken voor zover toepassing, gelet op het belang van het eindigen van het
recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering indien de jonggehandicapte
buiten Nederland gaat wonen, zal leiden tot een onbillijkheid van
overwegende aard. Op grond hiervan kan het UWV, op basis van alle relevante
feiten en omstandigheden van een individueel geval, besluiten dat
toepassing van het exportverbod tot een zodanig onredelijke uitkomst zou
leiden dat het van bijzondere hardheid of onredelijkheid zou getuigen het recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering te beëindigen. Het UWV zal
bij de toepassing van de hardheidsclausule telkens het belang van
het exportverbod tegenover het belang van het individuele geval moeten
afwegen.
3.2.
Wel toepassing van
de hardheidsclausule
Algemene richtlijnen die
bij de toepassing van de hardheidsclausule gehanteerd kunnen worden,
zijn niet te geven. Toepassing van het exportverbod zou evenwel volgens de
regering tot kennelijke hardheid kunnen leiden als een Wajong-gerechtigde wegens een belangrijke verbetering
in diens individuele
levensomstandigheden genoodzaakt is buiten Nederland te gaan wonen. Hierbij
kan gedacht worden aan een Wajong-gerechtigde die in verband met het
accepteren van duurzaam beloonde arbeid naar België moet
verhuizen, waar de mogelijkheden van acceptatie van werk in Nederland
ontbreken. Voorts zou toepassing van het exportverbod tot kennelijke hardheid
kunnen leiden als een Wajong-gerechtigde om dringende medische
redenen is genoodzaakt buiten Nederland te gaan wonen, bijvoorbeeld een zware longpatiënt voor wie in
Nederland geen adequate
medische behandeling mogelijk is en om die reden naar Zwitserland
moet verhuizen.
3.3. Geen toepassing van
de hardheidsclausule
Toepassing van de
hardheidsclausule is volgens de regering niet aan de orde als de keuze om naar
het buitenland te verhuizen in overwegende mate wordt bepaald door
omstandigheden die niet rechtstreeks verband rblz.|3|
houden met de Wajong-gerechtigde zelf.
Hiervan kan sprake zijn als de ouders van een Wajong-gerechtigde, tot wiens huishouden hij of zij
behoort, besluiten naar het buitenland te verhuizen, bijvoorbeeld om fiscale redenen. Evenmin
kan sprake zijn van toepassing van de hardheidsclausule als in
het nieuwe woonland een voorziening voor jonggehandicapten wordt toegekend die
vergelijkbaar is met de Wajong.
3.4. Uitvoeringstechnische
aspecten
Het UWV heeft erop
gewezen dat thans geen handhavingsmogelijkheden voor Wajong-uitkeringen
in het buitenland bestaan, omdat de Wajong niet onder de materiële
werkingssfeer van de tussen Nederland en andere landen gesloten
socialezekerheids- of handhavingsverdragen valt. Dit heeft de aandacht van het
kabinet en zal, voor zover noodzakelijk, worden meegenomen bij verdragsbesprekingen.
Voorts heeft het
UWV de
vraag gesteld in hoeverre een Wajong-gerechtigde
bij verhuizing naar het buitenland verplicht verzekerd blijft voor de Ziekenfondswet
(hierna: Zfw) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (hierna:
AWBZ). Bij een verhuizing naar een lidstaat van de Europese Unie of van de
Europese Economische Ruimte blijft de Wajong-gerechtigde
verzekerd voor de Zfw en de AWBZ. Bij een verhuizing naar een land waarmee
Nederland een socialezekerheidsverdrag heeft gesloten, is de
verzekering voor de Zfw en de AWBZ afhankelijk van de inhoud van de
desbetreffende verdragen. Ook dit heeft de aandacht van het kabinet en zal,
voor zover noodzakelijk, worden meegenomen bij verdragsbesprekingen.
Artikelsgewijs
Artikel
I. Wijziging Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
De redactie van
artikel 17, zevende lid, van de Wajong
(zoals die luidt na de inwerkingtreding van
de Wet herziening vrijwillige verzekering
AOW en Anw) wordt in dit artikel
gewijzigd. De gekozen formulering is overeenkomstig het model zoals dit voor
hardheidsclausules is voorgeschreven in de Aanwijzingen voor de
regelgeving (zie Ar 131). Voor een inhoudelijke toelichting op dit
artikel wordt verwezen naar het algemene deel van deze memorie van toelichting.
Artikel
II.
Inwerkingtreding
Zo spoedig mogelijk nadat
dit wetsvoorstel door het parlement is aanvaard en tot wet is
verheven, zal het koninklijk besluit dat de inwerkingtreding van dit wetsvoorstel
bepaalt, getroffen kunnen worden. Bij de vaststelling van het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet zal echter de
zeswekentermijn van
artikel 12, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet (Kamerstukken II
1999-2000, 27 034) in acht genomen moeten worden. Beoogd wordt deze
wet twee maanden na de datum van plaatsing in het Staatsblad in werking te laten treden.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
|