|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2001-2002, 28 370.
Handelingen II 2002-2003, blz. 309.
Kamerstukken I 2002-2003, 28 370 (24).
Handelingen I 2002-2003, zie vergadering d.d. 29 oktober 2002.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 31 oktober 2002, Stb.
2002, 541, tot wijziging van de Beroepswet in verband met
het openstellen van hoger beroep bij de Centrale
Raad van Beroep tegen uitspraken omtrent
besluiten van de Stichting Maror-gelden
Overheid, de Stichting Joods Humanitair Fonds, de
Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma
en de Stichting Het Gebaar. Inwerkingtreding: 13 november 2002.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het wenselijk is dat de Centrale
Raad van Beroep in
hoogste instantie oordeelt over beroepen tegen besluiten van de
Stichting Maror-gelden Overheid, de Stichting Joods Humanitair Fonds, de
Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het Gebaar;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
[MvT]
De bijlage bij de Beroepswet wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Aan onderdeel B wordt een
onderdeel toegevoegd, luidende:
20. De reglementen van de
Stichting Maror-gelden Overheid, de Stichting Joods Humanitair
Fonds, de Stichting Rechtsherstel Sinti en Roma en de Stichting Het
Gebaar.
B. [MvT]
De onderdelen C.24b tot en
met C.24d worden vervangen door:
24a. Wet inkomensvoorziening kunstenaars.
24b. Wet financiering Abw, Ioaw en Ioaz.
24c. Wet
studiefinanciering 2000.
24d. Wet
tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.
Art. II.
[MvT]
-1. In afwijking van artikel
28a, aanhef en onder a, van de Beroepswet
is onderdeel B.20
van de bijlage bij de Beroepswet ook van
toepassing op de
mogelijkheid hoger beroep in te stellen tegen een uitspraak die vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is bekendgemaakt.
-2. Een op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet bij de Afdeling bestuursrechtspraak
aanhangig hoger beroep betreffende een besluit op grond van een reglement als
bedoeld in onderdeel B.20 van de bijlage bij
de Beroepswet wordt van
rechtswege in de stand waarin het zich bevindt, verwezen naar de Centrale
Raad van Beroep.
-3. Indien vóór het tijdstip
van inwerkingtreding van deze wet beroep of hoger beroep is ingesteld
ter zake van een besluit op grond van een reglement als bedoeld in
onderdeel B.20 van de bijlage bij de
Beroepswet, blijft ten aanzien van het
verschuldigde griffierecht het recht van toepassing dat gold vóór het
tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
Art. III.
[MvT]
Onder toepassing van artikel
16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met
ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij
wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
31 oktober 2002
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de twaalfde
november 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|