|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2001-2002, 2002-2003, 28 478.
Handelingen II 2002-2003, blz. 569-570.
Kamerstukken I 2002-2003, 28 478 (37).
Handelingen I 2002-2003, blz. 138.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 14 november 2002, Stb.
2002, 583, tot wijziging van de Ziekenfondswet in verband met het
opheffen van de afzonderlijke kas van het Algemeen Ziekenfonds voor
Zeelieden (opheffing kas zeelieden). Inwerkingtreding: 1 januari
2003 (Stb. 2002, 628).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de Ziekenfondswet te wijzigen in verband met het opheffen
van de afzonderlijke kas van het Algemeen Ziekenfonds voor Zeelieden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [MvT]
De Ziekenfondswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 1q, vierde lid,
vervalt.
B.
[MvT]
In artikel 5, eerste lid,
wordt de punt aan het slot vervangen door een komma en wordt toegevoegd:
en kan daarbij bepalen dat een desbetreffend ziekenfonds in afwijking van
de eerste volzin geen andere verzekerden die zich bij dat
ziekenfonds aanmelden, inschrijft.
C.
[MvT]
Artikel 15 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt
na de tweede volzin een volzin ingevoegd, luidende: Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over
de wijze waarop het in de
tweede volzin bedoelde premiepercentage wordt berekend.
2. In de laatste volzin van
het eerste lid wordt "de vorige volzin" vervangen door: de tweede
volzin.
D.
[MvT]
In artikel 19, eerste lid,
vervalt de tweede volzin.
E.
[MvT]
Aan artikel 43b wordt een
zesde lid toegevoegd, luidende:
-6. Indien krachtens artikel 5, eerste lid, een ziekenfonds wordt
aangewezen
waarbij de verzekerden,
bedoeld in artikel 15, eerste lid, tweede volzin, zich bij uitsluiting
dienen aan te melden en Onze Minister daarbij bepaalt dat het ziekenfonds
in afwijking van artikel 5, eerste lid, eerste
volzin, geen andere
verzekerden die zich bij dat ziekenfonds aanmelden, inschrijft, gelden het
eerste, tweede en derde lid niet ten aanzien van dat ziekenfonds. Indien Onze
Minister niet heeft bepaald dat het ziekenfonds in afwijking van artikel
5,
eerste lid, eerste volzin, geen andere verzekerden die zich bij dat ziekenfonds
aanmelden, inschrijft, blijven, voor zover krachtens de op grond
van dit artikel te stellen regels de omvang van technische
voorzieningen, bedoeld in het eerste lid, van de solvabiliteitsmarge, bedoeld
in het tweede lid, of van de reserve, bedoeld in het derde lid, wordt
bepaald of mede wordt bepaald door verzekerdenaantallen, de verzekerden, bedoeld in
artikel 15, eerste lid, tweede volzin, buiten beschouwing. De
eerste en tweede volzin zijn slechts van toepassing indien op grond
van de regels krachtens artikel 19 het desbetreffende
ziekenfonds
voor de kosten ten behoeve van zijn verzekerden, bedoeld in artikel
15,
eerste lid, tweede volzin, aanspraak heeft op uitkeringen naar werkelijke
kosten onder aftrek van de opbrengsten ingevolge deze wet.
F.
[MvT]
In artikel 93a, eerste lid,
wordt "15, zesde lid," vervangen door:
15, eerste en zesde lid.
Art. II.
[MvT]
Het ziekenfonds, bedoeld in
artikel 1q, vierde lid, van de Ziekenfondswet,
zoals die bepaling luidde
onmiddellijk vσσr het in werking treden van deze wet, verrekent het
saldo van de afzonderlijke kas met de Algemene Kas, genoemd in artikel
1q,
eerste lid, van de Ziekenfondswet. Het College voor zorgverzekeringen
draagt zorg voor de gevolgen van de opheffing van de afzonderlijke kas en
de afwikkeling van de lopende zaken.
Art. III.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.Ή
1. Bij Besluit
van 10 december 2002, Stb. 2002, 628, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2003, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te s-Gravenhage,
14 november 2002
BEATRIX
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A.J. de Geus
Uitgegeven de tiende
december 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|