St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

BELASTINGPLAN  2003  DEEL  I

Versie 12 december 2002

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2002-2003, 28 607.
Handelingen II 2002-2003, blz. 1300-1327, 1360-1367, 1367-1368.
Kamerstukken I 2002-2003, 28 607 (58, 58a, 58b).
Handelingen I 2002-2003, zie vergaderingen d.d. 9 en 10 december 2002.

 

 

WET van 12 december 2002, Stb. 2002, 615, houdende wijziging van enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2003 Deel I). Inwerkingtreding: 1 januari 2003.

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2003 wenselijk is maatregelen te treffen betreffende de modernisering van de arbeidsmarkt, de combinatie van werk en levensloop, milieu en mobiliteit, alsmede enkele regelingen af te schaffen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen; zie ook de Wet houdende wijziging van het Belastingplan 2003 Deel 1 en de memorie van toelichting daarbij, red.]

 

 

Art. XXV.
De Coördinatiewet Sociale Verzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel g, vervalt "i,".
2. In het eerste lid vervallen de onderdelen i en v.
3. Het eerste lid, onderdeel s, komt te luiden:
s. loon dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard volgens een spaarloonregeling tot ten hoogste €|470,00 per kalenderjaar;.
4. In het eerste lid, onderdeel w, wordt "bij de gelegenheden, bedoeld in onderdeel v;" vervangen door: ter gelegenheid van algemeen erkende feestdagen en het sint-nicolaasfeest, een jubileum van de werkgever, dan wel de verjaardag en andere persoonlijke feestdagen van de werknemer;.
5. Het vijfde tot en met het zevende lid vervallen. Het achtste tot en met het twaalfde lid worden vernummerd tot respectievelijk vijfde tot en met negende lid.
B.
Na artikel 18f wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 18g.
-1. Artikel 6, eerste lid, onderdeel g en i, zoals deze bepalingen luidden op 31 december 2002, blijven tot en met het kalenderjaar 2007 van toepassing op aanspraken op spaarpremies en op na 31 december 2002 toegekende spaarpremies of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van vóór 1 januari 2003 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002.
-2. Artikel 13 van de Uitvoeringsregeling werknemersspaarregelingen en winstdelingsregelingen, zoals dat artikel luidde op 31 december 2002, is in het kalenderjaar 2003 nog van toepassing op toegekende of voorlopig bijgeschreven spaarpremies ter zake van in het kalenderjaar 2002 ingehouden besparingen op de voet van een premiespaarregeling als bedoeld in artikel 6, vijfde, zesde en zevende lid, zoals die leden luidden op 31 december 2002.
-3. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot het tweede lid.

 

Art. XXX.
-1. Onder toepassing van artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van 1 januari 2003, met dien verstande dat artikel I, onderdeel B, U, V, W en X, en artikel VI, onderdeel E, F, G, H en I, toepassing vinden nadat artikel 10.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het kalenderjaar 2003 is toegepast.
-2. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen VI, onderdeel B, C, D en N, en XI, onderdeel A, onder 1b en 4b, B, onder 1b en 2, C, onder 3, G, J, onder 1b, 2b en 4b, en M, in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
-3. In afwijking van het eerste lid treden de artikelen XVa, XVI, XVII, XVIII en XIX in werking op een bij koninklijk besluit vast te stellen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen en onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat de artikelen XVa, onderdeel A, onder 1, 3 en 4, en XVI, onderdeel B, toepassing vinden nadat artikel 37a van de Wet belastingen op milieugrondslag bij het begin van het kalenderjaar 2003 is toegepast.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 12 december 2002

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Financiën,
S.R.A. van Eijck

De Minister van Financiën,
J.F. Hoogervorst

 

Uitgegeven de negentiende december 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x