St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  INSTROOMCIJFERS  WAO

Versie 12 december 2002

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2001-2002, 28 159.
Handelingen II 2001-2002, blz. 4438-4446, 4492.
Kamerstukken I 2001-2002, 28 159 (303, 303a, 303b); 2002-2003, 28 159 (25, 25a, 25b).
Handelingen I 2002-2003, zie vergadering d.d. 10 december 2002.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 12 december 2002, Stb. 2002, 647, houdende regels betreffende openbaarmaking van gegevens per werkgever met betrekking tot verkrijging van rechten op WAO-uitkeringen door werknemers (Wet instroomcijfers WAO). Inwerkingtreding: 1 april 2003 (Stb. 2003, 124).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is gegevens omtrent de verkrijging van rechten op arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering per werkgever bekend te maken;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Instroomcijfers  [MvT]
In hoofdstuk V van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt na artikel 80 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 80a.
-1. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen maakt per werkgever, die behoort tot een bij ministeriële regeling te bepalen categorie, het percentage werknemers van die werkgever dat in een kalenderjaar recht heeft gekregen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet openbaar. Dat percentage wordt verkregen door het aantal werknemers dat in dienstbetrekking stond tot die werkgever, dat recht heeft gekregen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van deze wet in het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin openbaarmaking plaatsvindt, te delen door het gemiddelde aantal werknemers dat in dienstbetrekking stond tot die werkgever gedurende het kalenderjaar dat voorafgaat aan eerstgenoemd kalenderjaar.
-2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld omtrent de wijze van openbaarmaking van gegevens als bedoeld in het eerste lid.

 

Art. II. Evaluatie  [MvT]
Onze Minister zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

 

Art. III. Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹

1. Bij Besluit van 15 maart 2003, Stb. 2003, 124, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 april 2003, red.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 12 december 2002

 

BEATRIX

 

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte

 

Uitgegeven de vierentwintigste december 2002
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x