|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2001-2002, 28 159
Regels
betreffende openbaarmaking van gegevens per werkgever met betrekking tot
verkrijging van rechten op WAO-uitkeringen door werknemers (Wet
instroomcijfers WAO)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| a |
Voorgeschiedenis |
| b |
Het wetsvoorstel in
het kort |
| c |
Ontvangen commentaren |
| 2 |
Inhoud van het
wetsvoorstel |
| a |
Hoofdlijnen van het
wetsvoorstel |
| b |
Neveneffecten |
| 3 |
Financiële gevolgen
en de gevolgen voor de rechterlijke macht en administratieve
belasting voor werkgevers |
| a |
Financiële gevolgen |
| b |
Gevolgen voor de
rechterlijke macht |
| c |
Administratieve
belasting voor werkgevers |
|
xArtikelsgewijs |
| xx |
Artikelen
I en II |
I.
Algemeen
1.
Inleiding
a. Voorgeschiedenis
De
verantwoordelijkheid voor de bestrijding van langdurig ziekteverzuim
ligt sinds 1 maart 1996 ¹ bij de werkgever, die daarin ondersteund wordt
door een arbodienst. Tegelijkertijd zijn ook de financiële lasten van
het ziekteverzuim bij de
individuele werkgever neergelegd. De werkgever is over het algemeen
verplicht het loon van zieke werknemers gedurende het eerste ziektejaar
door te betalen.
1. Inwerkingtreding van de
Wet uitbreiding loondoorbetalingsplicht
bij ziekte (Wulbz), Stb. 1996, 134.
Met de inwerkingtreding
van de Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij
arbeidsongeschiktheidsregelingen (Pemba) per 1 januari 1998 ¹ bestaat
de premie op grond van de
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) uit een algemene
basispremie en een gedifferentieerde premie die per werkgever wordt
vastgesteld. De gedifferentieerde premie is gebaseerd op de relatieve
WAO-lasten per werkgever.
1. Inwerkingtreding van de
Wet Premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsregelingen
(Pemba), Stb. 1997, 175.
Door bovenstaande
maatregelen worden werkgevers gestimuleerd om de arbeidsomstandigheden te
verbeteren, instroom van werknemers in ziekte en arbeidsongeschiktheid te doen verminderen en de uitstroom uit
de sociale verzekeringen te bevorderen.
In de
algemene overleggen
van 21 februari en 5 april 2001 over het voorstel van Wet
structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) en de
evaluatie van de Wet op
de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea) zijn door de Kamer vragen
gesteld over de openbaarmaking van WAO-gegevens op
werkgeversniveau. Mede naar aanleiding van deze vragen heeft het kabinet
geconcludeerd dat het wenselijk is dat een verplichting daartoe voor
het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) bij wet gecreëerd
wordt.
Hoewel beïnvloeding van
de (duur van de) arbeidsongeschiktheid veelal niet mogelijk is, is in
tal van gevallen beïnvloeding van de mate van arbeidsongeschiktheid of
voorkoming van arbeidsongeschiktheid wel rblz.|2|
degelijk mogelijk. Door
de jaren ’90 heen is als uitgangspunt voor beleid gehanteerd dat langdurig
verzuim en instroom in de WAO
niet alleen afhankelijk zijn van
omstandigheden die buiten het bereik van de werkgever en de werknemer liggen.
Dit uitgangspunt is onder meer terug te vinden in het beleid dat erop gericht is financiële prikkels voor werkgevers in de verschillende
regelingen in te bouwen. De openbaarmaking van WAO-instroomcijfers kan
worden gezien in het verlengde hiervan.
b. Het wetsvoorstel in
het kort
Publicatie van WAO-gegevens op werkgeversniveau kan op verschillende manieren effecten hebben:
• werkgevers krijgen
zicht op "hun" WAO-performance ten opzichte van andere werkgevers
binnen
of buiten de eigen sector (dit wordt eveneens beoogd met de "zoet-en-zuurinformatie" zoals opgenomen in
het voorstel van Wet
verbetering poortwachter);
• werknemers krijgen
zicht op de WAO-performance van "hun" werkgever in verhouding tot
andere
werkgevers;
• werkgevers(-) en
werknemers(organisaties) kunnen dergelijke gegevens als basis hanteren om
activiteiten te ontplooien ten aanzien van preventie-, arbo-,
verzuim- en reïntegratiebeleid.
Het kabinet hecht belang
aan de motiverende preventieve werking die van openbaarmaking van WAO-gegevens op werkgeversniveau uit kan gaan
naar werkgevers(-) en
werknemers(organisaties). Daarnaast kunnen de gegevens aanleiding zijn
voor een werkgever om de hem bij ziekteverzuimterugdringing en
reïntegratie ondersteunende partijen - arbodienst en reïntegratiebedrijf
- aan te spreken op de klaarblijkelijke effecten van hun dienstverlening.
Het legaliteitsbeginsel
noopt tot een wettelijke basis om openbaarmaking van WAO-gegevens op werkgeversniveau mogelijk te maken. In
artikel
80a van de WAO wordt die
basis tot stand gebracht.
c. Ontvangen commentaren
Aan het Landelijk
instituut sociale verzekeringen (Lisv) en het College van toezicht sociale
verzekeringen (Ctsv) is gevraagd advies uit te brengen over dit
wetsvoorstel.
Hieronder zijn deze adviezen kort weergegeven.
Het
Ctsv stelt dat uit de
wettekst en de memorie van toelichting blijkt dat beoogd is het wetsvoorstel niet eerder in werking te laten treden dan met
de inwerkingtreding van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen
(Wet SUWI). Het Ctsv
geeft in overweging de inwerkingtredingsbepaling zodanig te herformuleren
dat deze bepaling in overeenstemming is met dit voornemen.
Mede in verband hiermee regelt de thans voorgestelde
inwerkingtredingsbepaling
dat de inwerkingtreding geschiedt op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip.
Het
Lisv stelt dat een
definitief oordeel over de uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel niet is te
geven, omdat een aantal aspecten van het wetsvoorstel nog nadere invulling
behoeft. Het Lisv is graag betrokken bij de uitwerking van nadere
regels die gesteld dienen te worden omtrent de wijze van openbaar maken.
Het kabinet zal hiervoor zorgdragen.
De inschatting van het
Lisv is dat de benodigde gegevens reeds aanwezig zijn in de administraties
van de uitvoeringsinstellingen, maar dat een bewerkingsslag
noodzakelijk is. Dit is conform de gedachten van de regering.
rblz.|3|
Het Lisv wijst op het
risico van beleidscumulatie in relatie tot de invoering van de euro. In relatie
tot de datum van inwerkingtreding zal rekening gehouden worden met dit
signaal van het Lisv.
Tot slot constateert het
Lisv dat geen rekening gehouden wordt met de mate van arbeidsongeschiktheid. Volgens het Lisv dient bij de presentatie
van cijfers hierop
gewezen te worden. Het UWV zal verzocht worden om bij de publicatie
- conform het advies van het Lisv - te wijzen op de interpretatie van deze maatstaf.
2. Inhoud van het
wetsvoorstel
a. Hoofdlijnen van het
wetsvoorstel
Met dit wetsvoorstel
wordt het UWV, in artikel 80a van de
WAO, verplicht om jaarlijks het WAO-instroompercentage per werkgever openbaar te maken. Bij ministeriële
regeling worden de categorieën van werkgevers aangegeven waarvan de
instroomgegevens openbaar worden gemaakt en worden regels gesteld
omtrent de wijze van openbaarmaking. Dit betreft onder meer de bepaling
dat de gegevens van werkgevers gegroepeerd worden per sector.
Ten aanzien van de
categorieën van werkgevers wordt bij ministeriële regeling bepaald dat de
openbaarmaking betrekking heeft op werkgevers die meer dan een nog
nader te bepalen aantal werknemers in dienst hebben. De WAO-performance van kleine werkgevers wordt daarmee buiten beschouwing
gelaten. De belangrijkste reden hiervoor is dat jaarcijfers weinig tot niets
zeggen
over de WAO-performance van kleine werkgevers, omdat zij door het kleine
aantal werknemers jaarlijks grote schommelingen zullen laten zien.
Voor de volledigheid zij
vermeld dat onder werkgever in de zin van de WAO
ook wordt verstaan de
overheidswerkgever in de zin van artikel 1, onderdeel k, van de
Wet
overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen. Dit is het niveau waarop
binnen de overheidssector de financiële prikkels in
het kader van de WAO zijn belegd.
De regering heeft
besloten als maatstaf het instroompercentage in personen ¹ per jaar te hanteren. Dit
is een heldere eenduidige maatstaf, waarvoor geen aanvullende
gegevensuitvraag bij werkgevers nodig is.
1. Instroompercentage in personen is het
aantal WAO-instromers in
jaar t-1 gedeeld door het gemiddeld aantal werknemers in jaar
t-2.
Mede vanuit het oogpunt
van concurrentiegevoeligheid van gegevens is besloten niet de WAO-lasten en het WAO-lastenpercentage te publiceren.
Daarmee wordt voorkomen
dat inzicht ontstaat in de financiële lasten van de WAO voor een
werkgever.
In de ministeriële
regeling op grond van artikel 80a, tweede lid, van de
WAO zal rekening
gehouden
worden met aspecten van overzichtelijkheid en hanteerbaarheid. Deze
aspecten zijn mede bepalend voor de effectiviteit van de maatregel. Dat de
actuele reïntegratie-inspanningen van werkgevers buiten beeld blijven, acht
het kabinet praktisch onontkoombaar en in lijn met de doelstelling van het
wetsvoorstel. Niet wordt beoogd om
slecht scorende
werkgevers te straffen en goed scorende werkgevers te belonen. Doelstelling is
om werkgevers en werknemers inzicht te bieden in de WAO-instroom, opdat
gericht activiteiten ondernomen kunnen worden. Met deze doelstelling in het achterhoofd is het van ondergeschikt
belang of de WAO-instroom
al dan niet veroorzaakt wordt door een (voormalig) arbeidsgehandicapte.
rblz.|4|
Ook voor werkgevers in de
uitleenbranche worden gegevens openbaar gemaakt. Alhoewel de WAO-instroom in de uitleenbranche voor een deel
veroorzaakt wordt binnen
de bedrijven aan wie de medewerkers zijn uitgeleend, is het ook
voor uitleenbedrijven van belang om informatie over de WAO-instroom te
verkrijgen, zodat gerichte activiteiten in gang gezet kunnen worden. Ten
aanzien van de uitleenbranche zal op eenzelfde wijze als voor andere
sectoren het gemiddelde aantal werknemers bepaald worden om het
instroompercentage per werkgever vast te stellen.
b. Neveneffecten
Openbaarmaking van
WAO-gegevens op werkgeversniveau kan leiden tot een aantal neveneffecten:
• WAO-gegevens op
werkgeversniveau zijn concurrentiegevoelige gegevens. De WAO-lasten zijn
onderdeel van de kosten van de bedrijfsvoering binnen een onderneming;
• een vertekenend beeld
kan ontstaan voor werkgevers die verhoudingsgewijs veel groepen met een
hoger WAO-risico in dienst hebben. Ook kan er in een gegeven
jaar sprake zijn van een incidenteel hoge instroom.
Bovengenoemde
neveneffecten doen volgens de regering niet af aan de motiverende preventieve
werking die van openbaarmaking uitgaat. Grotendeels wordt het
effect van de genoemde neveneffecten tenietgedaan doordat openbaarmaking
beperkt wordt tot grote werkgevers met ten minste een te bepalen
aantal werknemers in dienst. De effecten van het toeval spelen bij
grote werkgevers een veel minder grote rol dan bij kleine werkgevers. Bij de
presentatie van de gegevens zal in algemene zin gewezen worden op
omgevingsfactoren per sector (zoals de samenstelling van het
werknemersbestand, waarbij gedacht kan worden aan de leeftijdsopbouw,
man-vrouwverdeling
en opleidingsniveau) die van invloed kunnen zijn op de WAO-instroom. Daarnaast zal er door het
UWV
op gewezen worden dat de
WAO-instroomcijfers op zich geen volledig inzicht bieden in de
oorzaken van arbeidsongeschiktheid of het gevoerde beleid van een werkgever
(bijvoorbeeld ten aanzien van de actuele reïntegratie-inspanningen).
3. Financiële gevolgen
en de gevolgen voor de rechterlijke macht en administratieve
belasting voor werkgevers
a. Financiële gevolgen
De voorgenomen
openbaarmaking van WAO-gegevens op werkgeversniveau heeft geen directe gevolgen voor de uitkeringslasten. Wel wordt
ervan uitgegaan dat door
het preventieve motiverende effect en de geboden mogelijkheden
voor een effectievere inzet van verzuim- en reïntegratieactiviteiten
de uitkeringslasten zullen afnemen. Als gevolg van de extra activiteiten
die het UWV dient te verrichten, zullen de uitvoeringskosten
- zeer beperkt - stijgen.
b. Gevolgen voor de
rechterlijke macht
Openbaarmaking van
WAO-gegevens op werkgeversniveau wordt niet beschouwd als een besluit in het kader van de
Algemene wet bestuursrecht.
Daardoor bestaan er geen
mogelijkheden tot bezwaar en beroep tegen deze
openbaarmaking. De verwachting is dat de gevolgen voor de rechterlijke macht
derhalve beperkt zullen zijn.
rblz.|5|
c. Administratieve
belasting voor werkgevers
De administratieve lasten
voor werkgevers zullen niet toenemen. Voor het openbaar maken van de WAO-gegevens is geen aanvullende gegevensuitvraag bij werkgevers nodig.
II.
Artikelsgewijs
Artikel I
Met dit artikel wordt het
UWV verplicht WAO-gegevens per werkgever openbaar te maken. Het betreft het WAO-instroompercentage. Bij ministeriële
regeling worden de
categorieën van werkgevers aangegeven waarvan de
instroomgegevens openbaar worden gemaakt en worden regels gesteld omtrent de
wijze van openbaarmaking.
Artikel II
Voorgesteld wordt het
onderhavige wetsvoorstel, nadat het tot wet is verheven, in werking te laten treden op een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip. Door
hiervoor te kiezen, kan altijd worden verzekerd dat de zeswekentermijn uit
artikel 12, eerste lid, van de Tijdelijke referendumwet in acht wordt genomen.
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.F. Hoogervorst
|