|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2001-2002, 2002-2003,
28 193.
Handelingen II 2002-2003, blz. 3619-3639, 3724-3731, 3965.
Kamerstukken I 2002-2003, 28 193 (207).
Handelingen I 2002-2003, blz. 746.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 22 mei 2003, Stb.
2003, 298, tot wijziging van de Algemene
bijstandswet, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen met betrekking tot
scholingsmogelijkheden voor uitkeringsgerechtigden. Inwerkingtreding: 1
september 2003 (Stb. 2003, 299).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het,
met betrekking tot de scholingsmogelijkheden voor
uitkeringsgerechtigden, wenselijk is de Algemene
bijstandswet, de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg met de Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene bijstandswet
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 9, tweede lid,
vervalt onderdeel b.
B. [MvT]
Artikel 114 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat
volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid,
ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel
113,
eerste lid, onderdeel a en c, voor ten hoogste de duur en de omvang van die
scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk
geacht voor de inschakeling in de arbeid indien aantoonbare
inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat
hebben gehad.
2. Na het derde lid wordt
een lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien de belanghebbende
een scholing of opleiding gaat volgen, anders dan bedoeld in het
eerste lid, meldt hij dit vóór aanvang van die scholing of opleiding aan
burgemeester en wethouders.
Art. II.
[MvT]
Artikel 37 van de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
werknemers wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat
volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid,
ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel
35,
eerste lid, onderdeel a en c, voor ten hoogste de duur en de omvang van die
scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk
geacht voor de inschakeling in de arbeid indien aantoonbare
inspanningen van belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat
hebben gehad.
2. Na het derde lid wordt
een lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien de belanghebbende
een scholing of opleiding gaat volgen, anders dan bedoeld in het
eerste lid, meldt hij dit vóór aanvang van die scholing of opleiding aan
burgemeester en wethouders.
Art. III.
[MvT]
Artikel 37 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te
luiden:
-1. Burgemeester en
wethouders kunnen de belanghebbende die een scholing of opleiding gaat
volgen die noodzakelijk wordt geacht voor de inschakeling in de arbeid,
ontheffing verlenen van de verplichtingen, bedoeld in artikel
35,
eerste lid, onderdeel a en c, voor ten hoogste de duur en de omvang van die
scholing of opleiding. Scholing of opleiding wordt slechts noodzakelijk
geacht voor inschakeling in de arbeid indien aantoonbare inspanningen van
belanghebbende om arbeid te verkrijgen geen resultaat hebben gehad.
2. Na het derde lid wordt
een lid toegevoegd, luidende:
-4. Indien de belanghebbende
een scholing of opleiding gaat volgen, anders dan bedoeld in het
eerste lid, meldt hij dit vóór aanvang van die scholing of opleiding aan
burgemeester en wethouders.
Art. IV.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 3 juli 2003, Stb. 2003, 299, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 september 2003, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te 's-Gravenhage,
22 mei 2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
Uitgegeven de vierentwintigste
juli 2003
De Minister van Justitie a.i.,
G. Zalm
|
|