|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 1996-1997, 1998-1999, 2001-2002, 2002-2003, 25 035.
Handelingen II 2002-2003, blz. 457.
Kamerstukken I 2002-2003, 25 035 (26, 26a, 26b).
Handelingen I 2002-2003, blz. 868-869.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 19 juni 2003, Stb.
2003, 305, tot wijziging van de Coördinatiewet Sociale Verzekering en
de Invorderingswet
1990 in verband met de invoering van de
opdrachtgeversaansprakelijkheid en de kopersaansprakelijkheid in de
confectiesector en invoering van een vrijwaringsregeling in de
ketenaansprakelijkheid. Inwerkingtreding: 1 oktober 2003.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is de ketenaansprakelijkheid in de confectiesector uit te
breiden tot de bedrijfsmatig handelende opdrachtgever en aan te vullen
met de aansprakelijkheid van de bedrijfsmatig handelende koper, alsmede
een vrijwaringsregeling in te voeren in de ketenaansprakelijkheid;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Coördinatiewet Sociale Verzekering
wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 16a, vierde
lid, wordt "schriftelijke overeenkomst" vervangen door:
overeenkomst.
B. [MvT]
Artikel 16b wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het vijfde lid wordt
vervangen door:
-5. Indien een aannemer
ingevolge een overeenkomst met een onderaannemer, ten behoeve
van de voldoening van socialeverzekeringspremies en loonbelasting met
betrekking tot het door die onderaannemer aangenomen werk, een bedrag
heeft overgemaakt op een rekening die door die onderaannemer ten
behoeve van de betaling van socialeverzekeringspremies en
loonbelasting wordt gehouden bij een kredietinstelling die is geregistreerd
ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdeel a, b of c, van de
Wet
toezicht kredietwezen 1992, wordt het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid van de
aannemer uit hoofde van het eerste lid en artikel 35, eerste lid, van de
Invorderingswet
1990 met betrekking tot dat werk in eerste aanleg bestaat,
verminderd met dat overgemaakte bedrag. De vorige volzin is niet van
toepassing voor zover de aannemer wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat een onderaannemer in gebreke zou blijven het op de in de
eerste volzin bedoelde rekening gestorte bedrag aan te wenden voor de
betaling van socialeverzekeringspremies of loonbelasting. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met
betrekking tot de toepassing
van dit lid.
2. In het zevende lid wordt "de
onderaannemer" vervangen door: de werkgever.
C.
[MvT]
Na artikel 16b wordt
ingevoegd:
Art. 16ba. [MvT]
-1. De opdrachtgever is
hoofdelijk aansprakelijk voor de premie en de voorschotpremie ter zake van
een werk inhoudende de vervaardiging en elke daarop gerichte
handeling van kleding, andere dan schoeisel:
a. die de aannemer en,
indien een werk geheel of gedeeltelijk door één of meer volgende
onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende onderaannemer verschuldigd
is in verband met het verrichten van werkzaamheden door zijn
werknemers ter zake van dat werk;
b. voor de betaling waarvan
de aannemer en, indien een werk geheel of gedeeltelijk door één of
meer volgende onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende
onderaannemer ingevolge artikel 16b hoofdelijk
aansprakelijk is ter zake
van dat werk.
-2. In dit artikel wordt
onder opdrachtgever verstaan degene die buiten dienstbetrekking in de
normale uitoefening van zijn bedrijf met een ander, de aannemer, een
overeenkomst heeft gesloten om voor hem een werk als bedoeld in het eerste
lid uit te voeren tegen een te betalen prijs.
-3. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met een opdrachtgever gelijkgesteld degene die
buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf kleding,
andere dan schoeisel, koopt die nog geheel of gedeeltelijk vervaardigd
moet worden en met een aannemer de verkoper daarvan.
-4. De artikelen 14 tot en
met 16 en 16b, tweede lid, derde lid,
onderdeel
a, c en d, en vijfde lid,
zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:
a. in het tweede lid,
onderdeel a, van artikel 16b
voor een werk van stoffelijke aard moet worden
gelezen: een werk inhoudende de vervaardiging en elke daarop gerichte
handeling van kleding, andere dan schoeisel;
b. de toepassing van het
derde lid, onderdeel a, van artikel 16b
er niet toe kan leiden dat de
wederpartij van de aannemer als opdrachtgever als bedoeld in het tweede lid
wordt beschouwd;
c. in het vijfde lid van
artikel 16b voor "aannemer" moet worden gelezen: opdrachtgever, voor
"onderaannemer": aannemer en voor "het eerste lid en artikel
35":
het eerste lid van artikel 16ba en artikel
35a.
-5. De aansprakelijkheid op
grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de premie of
de voorschotpremie verschuldigd door de aannemer of een onderaannemer indien aannemelijk is dat de niet-betaling door de
aannemer of een onderaannemer noch aan de opdrachtgever, noch aan de
aannemer of een onderaannemer is te wijten.
-6. Degene die op grond van
het eerste lid hoofdelijk aansprakelijk is, kan slechts worden
aangesproken indien de werkgever met de betaling van de premie of de
voorschotpremie in gebreke is.
Art. 16bb. [MvT]
-1. Indien de premieschuld
betrekking heeft op een werk als bedoeld in artikel
16ba, eerste lid, is
degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn
bedrijf vervaardigde kleding koopt hoofdelijk aansprakelijk
voor de premie en de voorschotpremie welke verschuldigd is ter zake van
dat werk, tenzij aannemelijk is dat hij op het tijdstip van de koop niet
wist of behoorde te weten dat ter zake van dat werk te weinig of geen
premie of voorschotpremie zou worden betaald. Bij ministeriële regeling
kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de toepassing
van dit lid.
-2. Degene die op grond van
het eerste lid hoofdelijk aansprakelijk is, kan slechts worden
aangesproken indien de werkgever met de betaling van de premie of de
voorschotpremie in gebreke is.
-3. De artikelen 14 tot en
met 16 zijn van overeenkomstige toepassing.
D.
[MvT]
Artikel 16c wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel a, wordt vervangen door:
a. verschuldigd door een
niet in Nederland wonende of gevestigde werkgever en voor de premie
en de voorschotpremie die een niet in Nederland wonende of
gevestigde aannemer, opdrachtgever of koper verschuldigd is op grond van
de artikelen 16b, 16ba of
16bb: de leider van de vaste inrichting in
Nederland, de in Nederland wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger of
degene die de leiding heeft van de in Nederland verrichte
werkzaamheden;.
2. Onder vernummering van
het derde lid tot vijfde lid worden een nieuw derde en vierde
lid ingevoegd, luidende:
-3. Degene die op grond van
het eerste lid, onderdeel a, aansprakelijk is, is niet aansprakelijk voor
zover hij bewijst dat het niet aan hem is te wijten dat de premie of de
voorschotpremie niet is betaald.
-4. Degene die op grond van
het eerste lid, onderdeel a, aansprakelijk is, kan slechts worden
aangesproken indien de werkgever met de betaling van de premie of de
voorschotpremie in gebreke is.
E.
[MvT]
Artikel 16f wordt
vervangen door:
Art. 16f.
-1. Indien verhaal op de
werkgever door degene die ingevolge artikel 16b,
16ba, 16bb,
16c, eerste
lid, onderdeel a, of 16d premie of voorschotpremie heeft voldaan geheel of
gedeeltelijk onmogelijk blijkt en ter zake van de niet-betaalde premie
of voorschotpremie twee of meer personen ingevolge de desbetreffende
bepaling hoofdelijk aansprakelijk zijn, dragen dezen onderling voor gelijke
delen in het onverhaald gebleven deel bij. Indien artikel
16b, 16ba of 16bb
van toepassing is en het aandeel in het totaal van het uit te voeren
werk dat ieder van de hoofdelijk aansprakelijken heeft laten uitvoeren, kan
worden vastgesteld, draagt, in afwijking in zoverre van de eerste
volzin, ieder in evenredigheid met dat aandeel bij. Voor de toepassing van dit
artikel worden voorts de opdrachtgever en de koper geacht dat werk geheel
te hebben laten uitvoeren door een onderaannemer.
-2. Indien de opdrachtgever
ingevolge artikel 16ba premie of voorschotpremie
heeft voldaan, draagt, in afwijking in zoverre van het eerste lid, tevens een aannemer bij die
met betrekking tot het desbetreffende werk ingevolge artikel
16b aansprakelijk is. Indien een koper ingevolge artikel
16bb premie of
voorschotpremie heeft voldaan, dragen, in afwijking in zoverre van het eerste lid,
tevens de opdrachtgever onderscheidenlijk een aannemer bij die met
betrekking tot het desbetreffende werk ingevolge artikel
16ba onderscheidenlijk artikel 16b
aansprakelijk zijn.
-3. In afwijking in zoverre
van de voorgaande leden bedraagt de bijdrage niet meer dan het bedrag
waarvoor ieders aansprakelijkheid ingevolge de desbetreffende bepaling
bestaat. Een als gevolg van de toepassing van de vorige volzin ontstaan
tekort wordt met inachtneming van de voorgaande leden over de anderen
verdeeld.
-4. Degene die meer heeft
bijgedragen dan overeenkomt met zijn op de voet van de voorgaande leden bepaalde
aandeel heeft voor dat meerdere
verhaal op degene die minder
dan zijn dienovereenkomstig bepaalde aandeel heeft bijgedragen.
Blijkt verhaal op één of meer van degenen op wie verhaal kan worden genomen geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan
wordt dat tekort met
inachtneming van de voorgaande leden over de anderen verdeeld.
-5. Ieder die in de premie of
voorschotpremie heeft bijgedragen, blijft gerechtigd het bijgedragene
alsnog van de werkgever terug te vorderen.
-6. Van de voorgaande leden
kan bij overeenkomst worden afgeweken.
F.
[MvT]
Artikel 16g wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel
16a of artikel 16b" vervangen door: de
artikelen 16a, 16b,
16ba, 16bb
of 16c, eerste lid, onderdeel a,.
2. Onder vernummering van
het tweede en het derde lid tot onderscheidenlijk derde en vierde lid wordt
een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Ten aanzien van degene
die een ingevolge artikel 16f verschuldigd
bedrag heeft voldaan, is het
eerste lid van overeenkomstige toepassing.
Art. II.
[MvT]
De Invorderingswet
1990 wordt als volgt gewijzigd:
A.
In artikel 34, derde lid,
wordt "schriftelijke overeenkomst" vervangen door: overeenkomst.
B. [MvT]
Artikel 35, vijfde lid,
wordt vervangen door:
-5. Indien een aannemer
ingevolge een overeenkomst met een onderaannemer, ten behoeve
van de voldoening van loonbelasting en socialeverzekeringspremies
met betrekking tot het door die onderaannemer aangenomen werk, een bedrag
heeft overgemaakt op een rekening die door die onderaannemer
ten behoeve van de betaling van loonbelasting en socialeverzekeringspremies wordt gehouden bij een kredietinstelling die is geregistreerd
ingevolge artikel 52, tweede lid, onderdeel a, b of c, van de
Wet
toezicht kredietwezen 1992, wordt het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid van de
aannemer uit hoofde van het eerste lid en artikel
16b, eerste lid, van
de Coördinatiewet Sociale Verzekering
met betrekking tot dat werk in
eerste aanleg bestaat, verminderd met dat overgemaakte bedrag. De
vorige volzin is niet van toepassing voor zover de aannemer wist of
redelijkerwijs moest vermoeden dat een onderaannemer in gebreke zou blijven het
op de in de eerste volzin bedoelde rekening gestorte bedrag aan
te wenden voor de betaling van loonbelasting of
socialeverzekeringspremies. Bij ministeriële regeling worden
nadere regels gesteld met
betrekking tot de toepassing van dit lid.
C. [MvT]
Na artikel 35 wordt
ingevoegd:
Art. 35a. [MvT]
-1. De opdrachtgever is
hoofdelijk aansprakelijk voor de loonbelasting ter zake van een werk
inhoudende de vervaardiging en elke daarop gerichte handeling van
kleding, andere dan schoeisel:
a. die de aannemer en,
indien een werk geheel of gedeeltelijk door één of meer volgende
onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende onderaannemer verschuldigd
is in verband met het verrichten van werkzaamheden door zijn
werknemers ter zake van dat werk;
b. voor de betaling waarvan
de aannemer en, indien een werk geheel of gedeeltelijk door één of
meer volgende onderaannemers wordt uitgevoerd, iedere volgende
onderaannemer ingevolge artikel 35 hoofdelijk aansprakelijk is ter zake
van dat werk. In afwijking in zoverre van
artikel 32, tweede lid, is de opdrachtgever niet aansprakelijk voor de
in verband met de heffing van loonbelasting opgelegde bestuurlijke
boete.
-2. In dit artikel wordt
onder opdrachtgever verstaan degene die buiten dienstbetrekking in de
normale uitoefening van zijn bedrijf met een ander, de aannemer, een
overeenkomst heeft gesloten om voor hem een werk als bedoeld in het eerste
lid uit te voeren tegen een te betalen prijs.
-3. Voor de toepassing van
dit artikel wordt met een opdrachtgever gelijkgesteld degene die
buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf kleding,
andere dan schoeisel, koopt die nog geheel of gedeeltelijk vervaardigd
moet worden en met een aannemer de verkoper daarvan.
-4. Artikel 35, tweede lid,
derde lid, onderdeel a en c, en vijfde lid, is van overeenkomstige
toepassing, met dien verstande dat:
a. in het tweede lid,
onderdeel a, van dat artikel voor een werk van stoffelijke aard moet worden
gelezen: een werk inhoudende de vervaardiging en elke daarop gerichte
handeling van kleding, andere dan schoeisel;
b. de toepassing van het
derde lid, onderdeel a, van dat artikel er niet toe kan leiden dat de
wederpartij van de aannemer als opdrachtgever als bedoeld in het tweede lid
wordt beschouwd;
c. in het vijfde lid van dat
artikel voor "aannemer" moet worden gelezen: opdrachtgever, voor
"onderaannemer": aannemer en voor "het eerste lid en artikel
16b":
het eerste lid van artikel 35a en artikel 16ba.
-5. De aansprakelijkheid op
grond van het eerste lid geldt niet met betrekking tot de
loonbelasting verschuldigd door de aannemer of een onderaannemer indien
aannemelijk is dat het niet betalen door de aannemer of een onderaannemer noch aan de opdrachtgever, noch aan
de aannemer of een
onderaannemer is te wijten.
Art. 35b. [MvT]
Indien de belastingschuld
betrekking heeft op een werk als bedoeld in artikel 35a, eerste lid, is
degene die buiten dienstbetrekking in de normale uitoefening van zijn bedrijf
vervaardigde kleding koopt hoofdelijk aansprakelijk voor de
loonbelasting welke verschuldigd is ter zake van dat werk, tenzij aannemelijk is
dat hij op het tijdstip van de koop niet wist of behoorde te weten dat ter
zake van dat werk te weinig of geen loonbelasting zou worden betaald. In
afwijking in zoverre van artikel 32, tweede lid, is degene die op grond van de eerste volzin aansprakelijk is niet
aansprakelijk voor de in
verband met de heffing van loonbelasting opgelegde bestuurlijke
boete. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met
betrekking tot de toepassing van dit artikel.
D. [MvT]
In artikel 37 worden de
volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het eerste lid wordt
onderdeel c vervangen door:
c. voor de loonbelasting die
een niet in Nederland wonende of gevestigde aannemer,
opdrachtgever of koper is verschuldigd op grond van de artikelen 35, 35a of
35b: de leider van de vaste inrichting in Nederland, de in Nederland
wonende of gevestigde vaste vertegenwoordiger, of degene die de leiding
heeft van de in Nederland verrichte werkzaamheden.
2. In het derde lid wordt "aannemer" vervangen door: aannemer,
opdrachtgever of koper.
E. [MvT]
In artikel 43, tweede
lid, wordt "kan de ontvanger" vervangen door: kan de ontvanger, met
inachtneming van artikel 54,.
F. [MvT]
Het opschrift van
afdeling 3 wordt vervangen door: Bijzondere
verhaalsregelingen voor aansprakelijken.
G. [MvT]
Artikel 55 wordt
vervangen door:
Art. 55.
-1. Indien verhaal op de
belastingschuldige door degene die ingevolge artikel 33, eerste lid,
onderdeel a, b of c, 35, 35a, 35b, 36,
36a of 37 belasting heeft voldaan
geheel of gedeeltelijk onmogelijk blijkt en ter zake van de belastingschuld twee
of meer personen ingevolge de desbetreffende bepaling hoofdelijk
aansprakelijk zijn, dragen dezen onderling voor gelijke delen in het
onverhaald gebleven deel bij. Indien artikel 35, 35a of 35b
van toepassing is en
het aandeel in het totaal van het uit te voeren werk dat ieder van de
hoofdelijk aansprakelijken heeft laten uitvoeren, kan worden vastgesteld, draagt,
in afwijking in zoverre van de eerste volzin, ieder in evenredigheid met
dat aandeel bij. Voor de toepassing van dit artikel worden voorts de opdrachtgever en de koper geacht dat werk
geheel te hebben laten
uitvoeren door een onderaannemer.
-2. Indien de opdrachtgever
ingevolge artikel 35a belasting heeft voldaan, draagt, in
afwijking in zoverre van het eerste lid, tevens een aannemer bij die met
betrekking tot het desbetreffende werk ingevolge artikel 35 aansprakelijk is.
Indien een koper ingevolge artikel 35b belasting heeft voldaan, dragen, in
afwijking in zoverre van het eerste lid, tevens de opdrachtgever
onderscheidenlijk een aannemer bij die met betrekking tot het desbetreffende werk
ingevolge artikel 35a onderscheidenlijk artikel 35 aansprakelijk zijn.
-3. In afwijking in zoverre
van de voorgaande leden bedraagt de bijdrage niet meer dan het bedrag
waarvoor ieders aansprakelijkheid ingevolge de desbetreffende bepaling
bestaat. Een als gevolg van de toepassing van de vorige volzin ontstaan
tekort wordt met inachtneming van de voorgaande leden over de anderen
verdeeld.
-4. Degene die meer heeft
bijgedragen dan overeenkomt met zijn op de voet van de voorgaande leden bepaalde
aandeel heeft voor dat meerdere
verhaal op degene die minder
dan zijn dienovereenkomstig bepaalde aandeel heeft bijgedragen.
Blijkt verhaal op één of meer van degenen op wie verhaal kan worden genomen geheel of gedeeltelijk onmogelijk, dan
wordt dat tekort met
inachtneming van de voorgaande leden over de anderen verdeeld.
-5. Ieder die in de belasting
heeft bijgedragen, blijft gerechtigd het bijgedragene alsnog van de belastingschuldige terug te vorderen.
-6. Van de voorgaande leden
kan bij overeenkomst worden afgeweken.
H. [MvT]
Artikel 56 wordt als
volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid wordt
vervangen door:
-1. Degene die op de voet van
de artikelen 33, eerste lid, onderdeel b en c, 34, 35,
35a, 35b of 37
voor de voldoening van een belastingschuld geheel of ten dele
aansprakelijk is gesteld, kan voor hetgeen hij in de belasting heeft bijgedragen
verhaal nemen op ieder van degenen die ingevolge de artikelen 33,
eerste lid, onderdeel a, of 36 voor die belastingschuld hoofdelijk aansprakelijk is.
2. Onder vernummering van
het tweede en het derde lid tot onderscheidenlijk derde en vierde lid wordt
een nieuw tweede lid ingevoegd, luidende:
-2. Ten aanzien van degene
die een ingevolge artikel 55 verschuldigd bedrag heeft voldaan, is het
eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. In het tot derde lid
vernummerde tweede lid wordt "ingevolge artikel 36" vervangen door:
ingevolge de artikelen 33, eerste lid, onderdeel a, of 36.
4. In het tot vierde lid
vernummerde derde lid wordt "het eerste en het tweede lid" vervangen door:
het eerste, tweede en derde lid.
I. [MvT]
In artikel 57 wordt "die
een belastingschuld heeft voldaan dan wel in de belasting heeft
bijgedragen" vervangen door: die in de belasting heeft bijgedragen.
Art. III.
[MvT]
Het bepaalde in de artikelen
I en II is van toepassing voor belastingen premieschulden die
betrekking hebben op werk dat is verricht na de inwerkingtreding van deze
wet.
Art. IV.
[MvT]
Deze wet treedt in werking
met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum
van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
19 juni 2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
M. Rutte
De Staatssecretaris van
Financiën,
J.G. Wijn
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de vierentwintigste
juli 2003
De Minister van Justitie a.i.,
G. Zalm
|
|