|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 29 210.
Handelingen II 2003-2004, blz. 1495-1530, 1552-1563, 1590-1597,
1637-1643,
1661-1666.
Kamerstukken I 2003-2004, 29 210 (A, B, C).
Handelingen I 2003-2004, zie vergaderingen d.d. 8 en 9 december 2003 en
15 en 16 december 2003.
WET
van 18 december 2003, Stb. 2003, 526, houdende wijziging van
enkele belastingwetten c.a. (Belastingplan 2004).
Inwerkingtreding: 1 januari 2004.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
in het kader van het fiscale beleid voor het jaar 2004 wenselijk is
maatregelen te treffen op het gebied van arbeidsmarkt- en
inkomensbeleid, kennis en scholing, eigenwoningbezit, mobiliteit,
vermindering van administratieve lasten, alsmede enkele overige
maatregelen te treffen;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben
goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
Art.
XXII.
Artikel 31, tweede lid, van de Wet
werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
-1. In het tweede lid, onderdeel c,
wordt de zinsnede "de aanvullende alleenstaandeouderkorting en de
combinatiekorting, bedoeld in hoofdstuk 8 van de Wet
inkomstenbelasting 2001" vervangen door: de aanvullende
alleenstaandeouderkorting, de
combinatiekorting en de aanvullende combinatiekorting, bedoeld in
hoofdstuk 8 van de Wet
inkomstenbelasting 2001.
-2. In het tweede lid, onderdeel f,
wordt na "tegemoetkomingen" ingevoegd: , waaronder begrepen de
tegemoetkoming ontvangen op grond van het Tijdelijk besluit
tegemoetkoming buitengewone uitgaven,.
Art.
XXX.
Ingeval de samenloop van wetten die in 2003 in het Staatsblad
zijn of worden gepubliceerd en wijzigingen aanbrengen in één of meer
belastingwetten, niet of niet juist is geregeld, of als gevolg van die
samenloop onjuistheden ontstaan in de aanduiding van artikelonderdelen,
verwijzingen en dergelijke in de desbetreffende wetten, herstelt Onze
Minister van Financiën dat bij ministeriële regeling.
Art.
XXXI.
-1. Onder toepassing van artikel 16 van de
Tijdelijke Referendumwet treedt deze wet in werking met ingang van 1
januari 2004, met dien verstande dat:
a. artikel I, onderdeel D, L, U, V,
W, Y, Z en CC, en artikel V, onderdeel Y, Z, AA en BB, toepassing vinden
nadat artikel 10.1 Wet
inkomstenbelasting 2001 bij het begin van het
kalenderjaar 2004 is toegepast;
b. artikel XI, onderdeel A, derde
lid, en Bc, en artikel XXIV voor het eerst toepassing vinden met
betrekking tot boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2004;
c. artikel XI, onderdeel Bi, Bj, Ca
en Cb, met betrekking tot de achterwaartse verrekening van verliezen
voor het eerst toepassing vindt op het verlies van het boekjaar dat
aanvangt op of na 1 januari 2004;
d. artikel XI, onderdeel Bi, Bj, Ca
en Cb, met betrekking tot de voorwaartse verrekening van verliezen voor
het eerst toepassing vindt op de verrekening met de belastbare winst,
onderscheidenlijk het Nederlandse inkomen, van het boekjaar dat aanvangt
op of na 1 januari 2004;
e. artikel I, onderdeel Rb en Rc,
terugwerkt tot en met 1 januari 2003.
-2. In afwijking in zoverre van het eerste
lid treedt artikel XV, onderdeel C, in werking op 1 januari 2005.
-3. In afwijking in zoverre van het eerste
lid treedt artikel XVI, onderdeel A, in werking op 1 juli 2004.
Art.
XXXII.
Deze wet wordt aangehaald als: Belastingplan 2004.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
18 december 2003
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Financiën,
J.G. Wijn
De Minister van
Financiën,
G. Zalm
Uitgegeven de negenentwintigste
december 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|