|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 29 231.
Handelingen II 2003-2004, blz. 1754-1764, 1889-1890.
Kamerstukken I 2003-2004, 29 231.
Handelingen I 2003-2004, zie vergaderingen d.d. 15 en 16 december 2003.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET
van 19 december 2003, Stb. 2003, 555, houdende verlenging van de
loondoorbetalingsverplichting van de werkgever bij ziekte (Wet
verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003).
Inwerkingtreding: 1 januari 2004 (Stb. 2003,
556, en Stb. 2004, 732), zie artikel XV.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om een verlenging van de wachttijd in de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering in te voeren, de bepalingen over de
loondoorbetalingverplichting van de werkgever in het Burgerlijk
Wetboek en de duur van de uitkering op grond van de Ziektewet in verband daarmee aan te
passen alsmede enige andere wijzigingen aan te brengen met het oog op
verbetering van de procesgang tijdens het tweede ziektejaar van de
werknemer en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling van werkgevers,
werknemers, arbodiensten en uitvoeringsinstanties daarbij;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 7a wordt, onder
vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een
puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
c. degene die wegens arbeidsongeschiktheid niet werkt, doch aan
wie geen ziekengeld wordt betaald op grond van artikel
29, eerste lid, van de Ziektewet, maar wel
een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
B. [MvT]
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel
7a, onderdeel a" vervangen door: artikel
7a, onderdeel a en c.
2. In het derde lid wordt "de
uitkering bedoeld in het eerste lid" vervangen door "de
uitkering of toeslag, bedoeld in de artikelen, genoemd in het eerste lid"
en wordt "deze uitkering" vervangen door: deze
uitkering of toeslag.
C. [MvT]
Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste, tweede en vijfde lid
wordt "52" vervangen door: 104.
2. In het zevende lid vervalt de zinsnede:
met een termijn van ten hoogste 52 weken.
D. [MvT]
Artikel 34 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het tweede lid wordt "52"
vervangen door: 104.
2. In het derde lid wordt "negen maanden"
vervangen door: 21 maanden.
E. [MvT]
In de artikelen 37, 40,
eerste lid, en 41, tweede lid, wordt "52"
telkens vervangen door: 104.
F. [MvT]
Artikel 75a wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste en tweede lid wordt "vijf
jaar" telkens vervangen door "vier jaar" en
wordt "52" telkens vervangen door: 104.
2. In het zesde lid wordt "vijf jaar"
vervangen door "vier jaar".
3. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-7. Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering, respectievelijk een
verhoging daarvan, niet wordt uitbetaald op grond van artikel
43d, wordt de periode van vier jaar, bedoeld in het eerste
lid, verlengd met het verlengde tijdvak waarin recht bestaat op
ziekengeld op grond van artikel 29, negende
lid, van de Ziektewet, op loon op grond van
artikel 629, elfde lid, onderdeel a en c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel op bezoldiging op grond van artikel
XV, veertiende lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim.
G. [MvT]
Artikel 76f wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste, tweede, derde en vierde
lid wordt "vijf jaar" respectievelijk "5 jaar"
vervangen door: vier jaar.
2. Onder vernummering van het vijfde tot en
met zevende lid tot zesde tot en met achtste lid wordt een lid
ingevoegd, luidende:
-5. Indien een arbeidsongeschiktheidsuitkering, respectievelijk een
verhoging daarvan, niet wordt uitbetaald op grond van artikel
43d, wordt de periode van vier jaar, bedoeld in het eerste
lid, verlengd met het verlengde tijdvak waarin recht bestaat op
ziekengeld op grond van artikel 29, negende
lid, van de Ziektewet, op loon op grond van
artikel 629, elfde lid, onderdeel a
en c, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel op
bezoldiging op grond van artikel XV,
veertiende lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim.
H. [MvT]
Aan hoofdstuk VIIIa wordt een
artikel waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van dat
hoofdstuk toegevoegd, luidende:
-1. Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van
arbeidsongeschiktheid is gelegen vóór 1 januari 2004 blijven de artikelen
19, 34, 75a
en 76f van toepassing zoals deze
luidden op 31 december 2003.
-2. Indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt herzien in verband
met een vóór 1 januari 2004 ingetreden toeneming van de
arbeidsongeschiktheid, zijn de artikelen 37,
40 en 41 van
toepassing zoals deze luidden op 31 december 2003.
-3. Voor de toepassing van het eerste en tweede lid worden perioden van
ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van
ongeschiktheid te vormen indien zij elkaar met een onderbreking van
minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van
vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof
wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1,
tweede en derde lid, van de Wet arbeid en zorg,
buiten beschouwing.
Art.
II. Burgerlijk Wetboek [MvT]
Boek 7 van het Burgerlijk
Wetboek wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 629 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "52"
vervangen door "104" en wordt de zinsnede "maar
ten minste op het voor hem geldende wettelijke minimumloon"
vervangen door: maar de eerste 52 weken ten minste op het voor hem
geldende wettelijke minimumloon.
2. In het elfde wordt na "Het tijdvak"
ingevoegd "van 104 weken" en wordt na de puntkomma aan
het slot van onderdeel b ingevoegd: en.
3. Het twaalfde lid komt te luiden:
-12. Indien de werknemer passende arbeid als bedoeld in artikel 658a,
derde lid, verricht, blijft de arbeidsovereenkomst onverkort in stand.
B.
[MvT]
Artikel 629a wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan het slot van het eerste lid wordt een
zinsnede toegevoegd, luidende: respectievelijk diens nakoming van de
verplichtingen, bedoeld in artikel 660a.
2. In het tweede lid wordt na "de verhindering"
ingevoegd: respectievelijk de nakoming.
C.
[MvT]
Na artikel 658a wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 658b.
-1. De rechter wijst een vordering tot nakoming van de verplichting,
bedoeld in artikel 658a, eerste lid, af indien bij de eis niet een
verklaring is gevoegd van een deskundige benoemd door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, omtrent de
nakoming van die verplichting door de werkgever.
-2. Het eerste lid geldt niet indien de nakoming niet wordt betwist of het
overleggen van de verklaring in redelijkheid niet van de werknemer kan
worden gevergd.
-3. De deskundige die zijn benoeming heeft aanvaard, is verplicht zijn
onderzoek onpartijdig en naar beste weten te volbrengen.
-4. De deskundige die de hoedanigheid van arts bezit, kan de voor zijn
onderzoek van belang zijnde inlichtingen over de werknemer inwinnen bij
de behandelend arts of de behandelend artsen. Zij verstrekken de
gevraagde inlichtingen voor zover daardoor de persoonlijke levenssfeer
van de werknemer niet onevenredig wordt geschaad.
-5. De rechter kan op verzoek van één der partijen of ambtshalve bevelen
dat de deskundige zijn verklaring nader schriftelijk of mondeling
toelicht of aanvult.
-6. De werknemer wordt ter zake van een vordering als bedoeld in het
eerste lid slechts in de kosten van de werkgever, bedoeld in artikel 237
van het Wetboek
van Burgerlijke Rechtsvordering, veroordeeld in geval
van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.
-7. Bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens
een daartoe bevoegd bestuursorgaan kan worden bepaald dat de in het
eerste lid bedoelde deskundige door een ander dan het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen, wordt
aangewezen.
D.
[MvT]
In artikel 670 wordt, onder vernummering van het tiende lid tot het
elfde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-10. De termijn van twee jaren, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a,
wordt verlengd:
a. met de duur van de vertraging indien de werkgever de aangifte,
bedoeld in artikel 38, eerste lid, van de Ziektewet later doet dan in
dat artikel is voorgeschreven;
b. met de duur van de verlenging van de wachttijd, bedoeld in
artikel 19, eerste lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, indien die wachttijd op grond van het
zevende lid van dat artikel wordt verlengd; en
c. met de duur van het tijdvak dat het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op grond van artikel 71a, negende lid,
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft vastgesteld.
E.
[MvT]
In de artikelen 670b, tweede lid, en 677, vijfde lid, wordt "het
eerste tot en met achtste lid" vervangen door: het eerste tot en
met negende lid.
Art.
III. Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek [MvT]
In de Overgangswet
nieuw Burgerlijk Wetboek wordt voor artikel 220 een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 214.
-1. Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van ongeschiktheid tot
het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen voor 1 januari
2004 blijven de artikelen 629 leden 1 tot en met 11, 629a en 670
van Boek 7 van toepassing, zoals deze luidden op 31 december 2003, en
blijft artikel 658b van Boek 7 buiten toepassing.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van
ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van
ongeschiktheid te vormen, indien zij elkaar met een onderbreking van
minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van
vier weken blijven perioden, waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof
wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de
Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
Art.
IV. Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Aan artikel 8 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van
onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd,
luidende:
c. degene die wegens ziekte niet werkt, doch aan wie geen
ziekengeld wordt betaald op grond van artikel
29, eerste lid, maar wel
een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
B. [MvT]
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "artikel
8,
onderdeel a" vervangen door: artikel
8, onderdeel a
en c.
2. In het derde lid wordt "de
uitkering, bedoeld in het eerste lid" vervangen door "de
uitkering of toeslag, bedoeld in de artikelen, genoemd in het eerste lid"
en wordt "deze uitkering" vervangen door: deze
uitkering of toeslag.
C. [MvT]
In de artikelen 29, tweede lid, onderdeel c, vijfde en negende
lid, en 29a, vierde lid, wordt "52" telkens vervangen
door: 104.
D. [MvT]
Artikel 29b, derde lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In het artikellid wordt na "wordt
het ziekengeld" ingevoegd: in het tijdvak van 52 weken vanaf
de eerste dag van ongeschiktheid tot werken.
2. Aan het artikellid wordt de volzin
toegevoegd: Voor het bepalen van het tijdvak van 52 weken zijn de tweede
en derde volzin van artikel
29, vijfde lid, van overeenkomstige
toepassing.
E. [MvT]
Artikel 32, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef wordt "dan wel artikel
20 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten,"
vervangen door: of artikel 20 van de Wet
arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten dan wel toekenning
van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 6 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,.
2. In de onderdelen a en b
wordt "artikel 20 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten" vervangen door:
artikel 6 of 20 van de
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.
F. [MvT]
Artikel 38 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na de tweede volzin
een volzin ingevoegd, luidende: De werkgever verstrekt de werknemer een
afschrift van de aangifte. [MvT]
2. Aan het tweede lid worden drie volzinnen
toegevoegd, luidende: Indien tussen de eerste dag van de ongeschiktheid
tot werken en de laatste werkdag, bedoeld in de eerste zin, ten minste
zes weken is gelegen, stelt de werkgever, in afwijking van artikel 71a,
derde lid, van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering, uiterlijk
op die laatste werkdag in overleg met de werknemer een
reïntegratieverslag op en verstrekt de werkgever hiervan een afschrift
aan de werknemer. De aangifte gaat vergezeld van het
reïntegratieverslag. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen beoordeelt of de werkgever en de werknemer in redelijkheid hebben kunnen
komen tot de reïntegratie-inspanningen die zijn verricht. [MvT]
3. In het derde lid wordt "op de
vierde dag van die geschiktheid" vervangen door "op de
achtentwintigste dag van die geschiktheid" en wordt "die
vierde dag van geschiktheid" vervangen door: die
achtentwintigste dag van geschiktheid. [MvT]
4. In het vierde lid wordt "het tweede of
derde lid" vervangen door: de eerste volzin van het tweede lid
of in het derde lid. [MvT]
5. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
-7. Indien bij de behandeling van de aangifte, bedoeld in het tweede
lid, blijkt dat de werkgever zijn verplichting om een
reïntegratieverslag op te stellen niet of niet volledig is nagekomen,
stelt het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de werkgever
een termijn waarbinnen het reïntegratieverslag wordt verstrekt of
aangevuld. [MvT]
G. [MvT]
Artikel 39a komt te luiden:
Art. 39a.
-1. Indien bij de behandeling van de aangifte of de beoordeling, bedoeld
in artikel 38, tweede lid, blijkt dat de werkgever zonder deugdelijke
grond zijn verplichtingen op grond van de tweede of derde zin van dat
lid of artikel 71a, eerste, tweede of vijfde lid, van de
Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering dan wel de krachtens het zevende
lid van dat artikel gestelde regels niet of niet volledig nakomt of
onvoldoende reïntegratie-inspanningen heeft verricht, verhaalt het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen op die werkgever het
ziekengeld, alsmede de op grond van enige wet over deze uitkering
verschuldigde premies die niet op deze uitkering in mindering kunnen
worden gebracht, over een door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen tijdvak.
Dit tijdvak is ten hoogste 52 weken en wordt afgestemd op de aard en
ernst van het verzuim, alsmede op de periode die nodig wordt geacht om
alsnog voldoende reïntegratie-inspanningen te leveren.
-2. Indien de werkgever, bedoeld in het eerste lid, niet meer bestaat,
wordt voor de toepassing van het eerste lid onder werkgever verstaan de
rechtsopvolger van die werkgever. De eerste zin is niet van toepassing
met betrekking tot de rechtsopvolger na faillissement.
-3. Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering en
premies worden verhaald, vermeldt de termijn of de termijnen waarbinnen
deze moeten worden betaald, alsmede de wijze waarop het besluit bij
gebreke van tijdige betaling, overeenkomstig het vierde tot en met zesde
lid zal worden ten uitvoer gelegd.
-4. Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering en
premies worden verhaald, levert een executoriale titel op in de zin van
het Tweede
Boek van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De
titel heeft mede betrekking op de rente en kosten, bedoeld in het zesde
lid.
-5. Het besluit waarbij de in het eerste lid bedoelde uitkering en
premies worden verhaald, wordt bij gebreke van tijdige betaling met
toepassing van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op kosten van
de werkgever of diens rechtsopvolger betekend en ten uitvoer gelegd.
-6. Bij gebreke van tijdige betaling wordt het te verhalen bedrag
verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking
hebbende kosten.
-7. De artikelen 13 en 16 van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering
zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot dit artikel.
-8. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld.
H. [MvT]
Aan artikel 45, eerste lid, worden, onder vervanging van de punt aan het
slot van onderdeel k door een puntkomma, twee onderdelen
toegevoegd, luidende:
l. indien de verzekerde zonder redelijke gronden niet meewerkt
aan een scholing of opleiding die wenselijk wordt geacht voor zijn
inschakeling in de arbeid;
m. indien de verzekerde zonder deugdelijke grond weigert of heeft
geweigerd mee te werken aan door zijn werkgever of door een door die
werkgever aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of
getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de verzekerde in staat te
stellen passende arbeid te verrichten, dan wel indien bij de behandeling
van de aangifte of de beoordeling, bedoeld in
artikel 38, tweede lid,
blijkt dat de verzekerde zonder deugdelijke grond onvoldoende
reïntegratie-inspanningen heeft verricht.
I. [MvT]
Artikel 86 komt te luiden:
Art. 86.
-1. Ten aanzien van de verzekerde wiens eerste dag van ongeschiktheid
tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte, zwangerschap of
bevalling is gelegen vóór 1 januari 2004 blijven de artikelen
29, 29a, 32,
38 en 45 van toepassing zoals deze luidden op 31 december 2003 en
blijft artikel 39a buiten toepassing.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van
ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van
ongeschiktheid te vormen indien zij elkaar met een onderbreking van
minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van vier
weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt
genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de
Wet
arbeid en zorg, buiten beschouwing.
Art.
V. Overheidspersoneel [MvT]
A. [MvT]
Artikel XV van de Wet terugdringing
ziekteverzuim wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het tweede en vierde lid wordt "52"
vervangen door: 104.
2. In de tweede volzin van het tweede lid
wordt de zinsnede "De aanspraak bedraagt echter minimaal"
vervangen door: De aanspraak bedraagt de eerste 52 weken echter
minimaal.
3. In het veertiende lid wordt na "Het
tijdvak" ingevoegd "van 104 weken" en wordt
na de puntkomma aan het slot van onderdeel b ingevoegd: en.
4. Het vijftiende lid vervalt.
B. [MvT]
De wijzigingen in Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, bedoeld in artikel
II van deze wet, worden voor ambtenaren respectievelijk militaire
ambtenaren op overeenkomstige wijze aangebracht in op artikel 125 van de
Ambtenarenwet dan wel artikel 12 van de
Militaire
Ambtenarenwet 1931 gebaseerde voorschriften. Over de wijzigingen ingevolge de eerste volzin
behoeft geen overeenstemming te worden bereikt in het overleg met de
vakorganisaties van overheidspersoneel.
Art.
VI. Wet arbeid mijnbouw Noordzee [MvT]
In artikel 3, tweede lid, van de Wet
arbeid mijnbouw Noordzee wordt
"52" vervangen door: 104.
Art.
VII. Wetboek van Koophandel
In de artikelen 415a, eerste lid, 415c, eerste tot en met
derde lid, en 415d, eerste lid, van het Wetboek
van Koophandel wordt "52" telkens vervangen door: 104.
Art.
VIII. Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten [MvT]
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 5, tweede lid, wordt "52" telkens vervangen
door: 104.
B. [MvT]
Paragraaf 1 van hoofdstuk 3 en artikel 15 vervallen.
C. [MvT]
De paragrafen 2 en 3 van hoofdstuk 3 worden vernummerd tot
paragrafen 1 en 2.
D. [MvT]
In artikel 16, tweede lid, vervalt de
zinsnede "scholing, training en
begeleiding van de werknemer,".
E. [MvT]
In artikel 17, eerste lid, wordt "de artikelen 15 of
16"
vervangen door: artikel 16.
F. [MvT]
In de artikelen 20 en 21, eerste lid, wordt "de
artikelen 15 en 16"
vervangen door: artikel 16.
G. [MvT]
In artikel 43, eerste lid, onderdeel a, vervalt de zinsnede:
15,.
H. [MvT]
In artikel 84 wordt "artikel 76f, vijfde lid, onderdeel c"
vervangen door: artikel 76f, zesde lid, onderdeel c.
I. [MvT]
Na artikel 87b worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 87c. Overgangsbepaling in verband met verlenging
loondoorbetalingsverplichting bij ziekte [MvT]
-1. Ten aanzien van de persoon wiens eerste dag van ongeschiktheid tot
het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte is gelegen vóór 1 januari
2004 blijft artikel 5, tweede lid, van toepassing zoals
dat luidde op
31 december 2003.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid worden perioden van
ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet onderbroken periode van
ongeschiktheid te vormen indien zij elkaar met een onderbreking van
minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling van de periode van
vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof
wordt genoten overeenkomstig artikel 3:1, tweede en derde lid, van de
Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
Art. 87d. Overgangsbepaling subsidie
reïntegratieactiviteiten [MvT]
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan
de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de
werknemer wiens
eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens
ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel
15,
zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, subsidie voor noodzakelijk
te maken kosten van werkzaamheden verstrekken indien de aanvraag is
ingediend vóór 1 april 2004. [MvT
+ bis]
-2. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan
de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de
werknemer wiens
eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens
ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel
15,
zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, een aanvullende subsidie
voor noodzakelijk te maken kosten van werkzaamheden, in verband met de
indiensttreding van zijn arbeidsgehandicapte werknemer bij een andere
werkgever, verstrekken indien de aanvraag is ingediend vóór 1 juli 2005
en een subsidie als bedoeld in het eerste lid is verstrekt. [MvT
+ bis]
-3. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen kan op aanvraag aan
de werkgever, bedoeld in artikel 8, ten aanzien van de
werknemer wiens
eerste dag van ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid wegens
ziekte is gelegen vóór 1 januari 2004, met toepassing van artikel
16,
zoals dit artikel luidde op 31 december 2003, subsidie verstrekken voor
het totaal van de kosten ten behoeve van die werknemer en verband
houdende met kosten die voortvloeien uit scholing, training en
begeleiding van die werknemer, indien de aanvraag is ingediend vóór 1
april 2004. [MvT
+ bis]
-4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere en afwijkende
regels worden gesteld omtrent de voorwaarden waaronder en het tijdvak
waarvoor de subsidie op grond van het eerste, tweede en derde lid wordt
verstrekt. [MvT
+ bis]
Art.
IX. Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 11 komt te luiden:
Art. 11.
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen wordt als werkgever
beschouwd in de gevallen waarin:
a. ziekengeld wordt betaald op grond van de verplichte
verzekering krachtens de Ziektewet;
b. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering
of hoofdstuk IV van deze wet;
c. uitkering wordt betaald op grond van de verplichte verzekering
op grond van de Wet op de
arbeidsongeschiktheidsverzekering;
d. uitkering wordt betaald op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2,
paragraaf 1, van de Wet arbeid en zorg aan de werknemer of
gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van
die wet;
e. geen ziekengeld wordt betaald op grond van artikel
29, eerste
lid,¹ maar wel een toeslag op grond van de Toeslagenwet.
-2. Ingeval het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen de
uitkering of toeslag, bedoeld in het eerste lid, vermeerderd met de
daarover door de werkgever verschuldigde premies, betaalt aan de
werkgever, bedoeld in artikel 9, 10 of
12, teneinde deze uitkering door
diens tussenkomst te doen uitbetalen, treedt voor de toepassing van het
eerste lid deze in de plaats van het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, onafhankelijk van het voortbestaan van de
dienstbetrekking met die werkgever.
B. [MvT]
In artikel 89, onderdeel f, wordt "artikel
38, vierde lid,"
vervangen door: de artikelen 38, vierde lid, en
39a.
C. [MvT]
In artikel 90, eerste lid, onderdeel i, wordt "38, vierde
lid, en 39" vervangen door: 38, vierde lid,
39 en 39a.
D. [MvT]
In artikel 97e, onderdeel h, wordt "artikel
38,
vierde lid," vervangen door "de artikelen
38, vierde
lid, en 39a" en wordt "dat artikel"
vervangen door: het toegepaste artikel.
E. [MvT]
In artikel 97f, eerste lid, onderdeel f, wordt "38,
vierde lid, en 39" vervangen door: 38, vierde lid,
39 en 39a.
1. Volgens de redactie
dient na "artikel
29, eerste
lid," te worden ingevoegd: van de Ziektewet.
Art.
X.
Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen [MvT]
Artikel 30, eerste lid, onderdeel e, van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen komt te luiden:
e. op verzoek van een werkgever of een werknemer een onderzoek
instellen naar en een oordeel geven over het bestaan van ongeschiktheid
tot werken of de nakoming van de werknemer van de verplichtingen,
bedoeld in artikel 660a van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan
wel overeenkomstige bepalingen, indien de werknemer een geschil heeft
met zijn werkgever over recht op loon als bedoeld in artikel 629, eerste
lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek of recht op bezoldiging als
bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de Wet terugdringing
ziekteverzuim respectievelijk de nakoming van die verplichtingen.
Art.
XI. Coördinatiewet Sociale Verzekering [MvT]
Aan artikel 3a, tweede lid, wordt een
volzin toegevoegd, luidende:
De werknemer die geen ziekengeld ontvangt op grond van artikel
29,
eerste lid, van de Ziektewet, maar wel toeslag op grond van de
Toeslagenwet, wordt voor de toepassing van de eerste
volzin geacht een
uitkering te ontvangen op grond van de verplichte verzekering krachtens
de Ziektewet.
Art.
XII. Toeslagenwet [MvT]
De Toeslagenwet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 1, onderdeel e, wordt na "op een
loondervingsuitkering" ingevoegd: of naast het recht op
loon, bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, dan
wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld in artikel XV
van de Wet terugdringing ziekteverzuim,.
B. [MvT]
Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt na "redelijkerwijs
kan worden verweten" ingevoegd: of het recht op loon,
bedoeld in artikel 629 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt, bedoeld
in artikel XV van de Wet terugdringing
ziekteverzuim, gedeeltelijk
ontbreekt dan wel de betaling daarvan is opgeschort door toepassing van
het derde of zesde lid van genoemd artikel 629 of het achtste tot en met
elfde lid van genoemd artikel XV en wordt na "plaatsgevonden"
toegevoegd: en het loon, de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt
alsof die artikelleden niet zijn toegepast.
2. In het tweede lid wordt na "loondervingsuitkering"
ingevoegd: , het loon, de bezoldiging of hetgeen daarmee overeenkomt,
bedoeld in het eerste lid,.
C. [MvT]
Artikel 15, vierde lid, komt te luiden:
-4. Zoveel mogelijk wordt de toeslag betaald samen met de
loondervingsuitkering in één bedrag dan wel wordt de toeslag betaald
aan de werkgever met toepassing van artikel 10, derde lid, van de
Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering, artikel
11, derde lid, van de
Ziektewet of artikel 11, tweede lid, van de
Werkloosheidswet.
Art.
XIII. Evaluatiebepaling [MvT]
Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van
Justitie zenden
binnen vier jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal
een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de
praktijk.
Art.
XIV. Overgangsrecht [MvT]
-1. Ten aanzien van de persoon wiens eerste
dag van ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid wegens ziekte
is gelegen vóór 1 januari 2004 blijven de artikelen XV van de
Wet
terugdringing ziekteverzuim, 3 van de Wet
arbeid mijnbouw Noordzee en
415a, 415c en 415d van het Wetboek
van Koophandel van
toepassing zoals
deze luidden op 31 december 2003.
-2. Voor de toepassing van het eerste lid
worden perioden van ongeschiktheid tot werken geacht eenzelfde, niet
onderbroken periode van ongeschiktheid te vormen indien zij elkaar met
een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen. Bij de vaststelling
van de periode van vier weken blijven perioden waarin zwangerschaps- of
bevallingsverlof wordt genoten overeenkomstig artikel
3:1, tweede en
derde lid, van de Wet arbeid en zorg, buiten beschouwing.
Art.
XV. Inwerkingtreding
De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk
besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of
onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.¹ In het
koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van
de Tijdelijke referendumwet.
1. Bij Besluit
van 19 december 2003, Stb. 2003, 556, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2004, met uitzondering van artikel
IV, onderdeel F, onder 1, en G, en artikel VII.
Artikel IV, onderdeel F, onder 1, is ingevolge artikel
V, onderdeel A, van de Wet van 23 december
2004, Stb. 2004, 731, komen te vervallen. Ingevolge artikel
2 van het Besluit van 23 december 2004, Stb.
2004, 732, is het tijdstip van inwerkingtreding van artikel
IV, onderdeel G, bepaald op 1 maart 2005, red.
Art.
XVI. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet verlenging
loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
19 december 2003
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
Uitgegeven de dertigste
december 2003
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|