|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2003-2004, 28 862
Invoering
van een bijdrage van de werkgever wiens werknemer op of na het bereiken
van de leeftijd van 57,5 jaar werkloos wordt (Wet
werkgeversbijdrage werkloosheidslasten oudere werknemers)
¹
1. Naar aanleiding van het
amendement-Aptroot c.s. (Kamerstukken II 2003-2003, 28 864, nr. 20) is
het voorstel van wet ingrijpend gewijzigd en is de werkgeversbijdrage
vervangen door een "premievrijstelling
bij in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers".
Omdat de memorie van toelichting bij dit voorstel van wet daardoor veel aan betekenis heeft verloren, wordt op deze pagina volstaan met de
weergave van de brief van de Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid van 19 november 2003, red.
| Nr.r25 |
BRIEF
VAN DE MINISTER VAN SOCIALE
ZAKEN EN WERKGELEGENHEID |
Aan de Voorzitter van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal
’s-Gravenhage, 19
november 2003
In het debat over de Wwow [Wet
werkgeversbijdrage werkloosheidslasten oudere werknemers,
red.] van woensdag 12 november 2003 hebben wij argumenten gewisseld over
effectiviteit en noodzaak van het betreffende wetsvoorstel. De discussie
spitste zich toe op de wenselijkheid en effectiviteit van positieve en
negatieve prikkels. In deze brief zal ik allereerst, zoals ik heb toegezegd,
de effecten van het amendement Aptroot c.s. en van het wetsvoorstel Wwow
bespreken en vervolgens geef ik u mijn oordeel.
Amendement Aptroot c.s.
Het amendement Aptroot c.s.
geeft werkgevers een premievrijstelling voor het in dienst houden
en nemen van oudere werknemers. Voor werknemers die met een leeftijd van
50 jaar of ouder worden aangenomen, krijgen werkgevers een
premievrijstelling op de WAO-basispremie en de WW-premies. Voor het in
dienst hebben van werknemers van 55 jaar of ouder krijgt een
werkgever een premievrijstelling op de WAO-basispremie. Daarbovenop komt voor
werkgevers een premievrijstelling op de WW-premies bij het in
dienst hebben van werknemers van 60 jaar of ouder. Uitgaand van de
premiestelling in 2003 leidt het amendement Aptroot c.s. tot de
volgende additionele premievrijstellingen op het niveau van de individuele
werknemer.
| Fondsxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
Gemiddelde
||premievrijstelling|| |
Opmerkingen |
| Arbeidsongeschiktheidsfonds
(Aof) |
€|680,-
– €|1130,- |
Premievrijstelling
bedraagt gemiddeld €|1130,-. Voor werknemers vanaf 57 jaar
geldt al een 2-procentpunt-premiekorting,
vrijstelling leidt tot €|680,- additionele
premiekorting. |
| Wachtgeldfonds (Wgf) |
€|270,- |
De
premievrijstelling bedraagt gemiddeld €|270,-. Per
sector bestaat een andere
wachtgeldpremie. Voor sectoren met een lage
wachtgeldpremie zal de vrijstelling beperkt
zijn. Daar ontstaat geen prikkel om ouderen in dienst te
houden. |
| Algemeen
Werkloosheidsfonds (AWf) |
€|140,- |
In het
AWf bestaat een franchise. Voor oudere werknemers met een laag loon zal
derhalve geen beschermende werking van de
premievrijstelling uitgaan. |
rblz.|2|
Macro gezien zal de
premievrijstelling voor het in dienst houden van werknemers door het
amendement worden verhoogd tot een bedrag van circa
€|700 mln. De
omvang van de premievrijstelling voor het vanaf 50 jaar in dienst nemen
van
werknemers bedraagt naar de beste inzichten €|150 mln. De inschatting
van de totale premievrijstelling wanneer het amendement
Aptroot c.s.
wordt aangenomen, bedraagt daarmee circa €|850 mln.
De berekening is mede
gebaseerd op cijfers uit de Enquête Werkgelegenheid en Lonen van het
CBS [Centraal Bureau voor de Statistiek, red.]. De
premievrijstellingen voor ouderen zal een opwaarts effect hebben op
de premiestelling voor jongere werknemers. Op basis van bovenstaande
vrijstellingen kan de WAO-basispremie oplopen met 0,3 à
0,4 procentpunt, de AWf-premie met circa 0,1 procentpunt en de gemiddelde Wgf-premie
eveneens met circa 0,1 procentpunt. Voor de Wgf-premies zal dit
afhankelijk van de sector sterk variëren.
Het voorstel leidt tot
besparingen vanwege gedragseffecten, voornamelijk in de leeftijdsgroep tussen 57,5 en 65 jaar. In deze leeftijdsgroep is er
namelijk een substantieel
verhoogd WW-instroomrisico. In de ondergelegen leeftijdsgroepen wijken
de respectievelijke instroomrisico’s nog slechts beperkt van
elkaar af. Het voorstel leidt in de leeftijdsgroepen tussen 50 en 57,5 jaar
niet tot besparingen, maar voorkomt wel verdringing van ontslaggedrag naar
deze leeftijdscategorie. De verwachte structurele besparingen van het
amendement Aptroot c.s. bedragen op basis van deze uitgangspunten €|22 mln.
Wwow
Het voorstel tot extra WW-bijdrage per ontslagen oudere werknemer
betekent een beperkte premieschuif van
€|45 mln. Dit voorstel leidt tot een gedragseffect,
namelijk een verlaging van het WW-instroomrisico in de leeftijdsgroep 57,5
tot 65 jaar. De verwachte structurele besparing van dit
voorstel bedraagt €|55 mln. Wel gaat dit voorstel gepaard met een (in
omvang onbekend) risico
van verdringen van ontslaggedrag naar de leeftijdsgroep net onder
57,5 jaar.
Oordeel
Het vermijden van
verdringing vind ik een reëel belang. Daarom ben ik bereid het amendement
Aptroot c.s. uit te voeren. Ik geef de indieners van het amendement daarbij
dringend in overweging om het amendement zo te wijzigen dat de
premievrijstelling beperkt wordt tot de WAO-basispremie.
Vrijstelling van WW-premies zou een extra aanpassing van de
AWf-premie en van alle
sectorale wachtgeldpremies vragen om budgettaire neutraliteit van de
premieopbrengsten te handhaven. Bovendien is het gedragseffect van de AWf-premievrijstelling door de franchise in de premiegrondslag voor de
dienstverbanden met lage lonen vrijwel nihil. Daarnaast heeft het UWV [Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen, red.] aangegeven dat de premievrijstelling voor het
in rblz.|3|
dienst nemen
van 50+-ers
en de WW-premievrijstelling voor het in dienst hebben van 60+-ers nog
niet uitvoerbaar is per 1 januari 2004.
Vervolgens wil ik mij
nader beraden over de noodzaak van aanvullende maatregelen, inclusief de
door het kabinet voorgestelde Wwow-bijdrage, ter bevordering van de
participatie van ouderen. Daartoe zal ik de effecten van de per 1 januari 2004
in te voeren premievrijstelling WAO-basispremie
en van de afschaffing van
de vrijstelling van de sollicitatieplicht volgen. Tevens ziet het kabinet
eind 2003 aanbevelingen van de Taskforce ouderen tegemoet om de arbeidsparticipatie van ouderen te bevorderen. Een
kabinetsreactie zal op
basis van deze aanbevelingen aan de Tweede Kamer worden aangeboden.
Het kabinet zal de aanbevelingen, mede gelet op de afspraken in het
Najaarsakkoord, bespreken met de organisaties van werkgevers en
werknemers.
Dit alles betekent dat ik
u in de loop van 2004 eventueel volgende voorstellen zal doen.
Hiermee heb ik u de
gevraagde nadere informatie verstrekt alsmede mijn oordeel over het amendement Aptroot
c.s. gegeven.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
|