|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2001-2002, 2002-2003, 28 483.
Handelingen II 2002-2003, blz. 3789.
Kamerstukken I 2002-2003, 28 483 (199, 199a); 2003-2004, 28 483 (A, B,
C, D).
Handelingen I 2003-2004, zie vergadering d.d. 27 april 2004.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 29 april 2004, Stb.
2004, 214, houdende aanvulling van de Algemene wet bestuursrecht met
regels over verkeer langs elektronische weg tussen burgers en
bestuursorganen en daarmee verband houdende aanpassing van enige andere
wetgeving (Wet elektronisch bestuurlijk verkeer).
Inwerkingtreding: 1 juli 2004 (Stb. 2004,
260).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om in de Algemene wet bestuursrecht regels op te nemen met
betrekking tot het verkeer langs elektronische weg tussen burgers en
bestuursorganen en daarmee verband houdende wetgeving aan te passen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State
gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
[MvT]
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
A. [MvT]
Na afdeling 2.2 wordt een
afdeling ingevoegd, luidende:
AFDELING 2.3. Verkeer langs elektronische
weg
Art. 2:13. [MvT]
-1. In het verkeer tussen
burgers en bestuursorganen kan een bericht elektronisch worden verzonden, mits de
bepalingen van deze afdeling in acht worden genomen.
[MvT]
-2. Het eerste lid geldt
niet, indien:
a. dit bij of krachtens
wettelijk voorschrift is bepaald; of
b. een vormvoorschrift zich
tegen elektronische verzending verzet. [MvT]
Art. 2:14.
[MvT]
-1. Een bestuursorgaan kan
een bericht dat tot één of meer geadresseerden is gericht, elektronisch
verzenden voor zover de geadresseerde kenbaar heeft gemaakt dat
hij langs deze weg voldoende bereikbaar is.
[MvT]
-2. Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald, geschiedt de verzending van berichten die
niet tot één of meer geadresseerden zijn gericht, niet uitsluitend
elektronisch. [MvT]
-3. Indien een bestuursorgaan
een bericht elektronisch verzendt, geschiedt dit op een
voldoende betrouwbare en vertrouwelijke manier, gelet op de aard en de
inhoud van het bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt.
[MvT]
Art. 2:15.
[MvT]
-1. Een bericht kan
elektronisch naar een bestuursorgaan worden verzonden voor zover het
bestuursorgaan kenbaar heeft gemaakt dat deze weg is geopend. Het
bestuursorgaan kan nadere eisen stellen aan het gebruik van de elektronische
weg. [MvT]
-2. Een bestuursorgaan kan
elektronisch verschafte gegevens en bescheiden weigeren voor
zover de aanvaarding daarvan tot een onevenredige belasting voor
het bestuursorgaan zou leiden. [MvT]
-3. Een bestuursorgaan kan
een elektronisch verzonden bericht weigeren voor zover de
betrouwbaarheid of vertrouwelijkheid van dit bericht onvoldoende is
gewaarborgd, gelet op de aard en de inhoud van het bericht en het doel
waarvoor het wordt gebruikt. [MvT]
-4. Het bestuursorgaan deelt
een weigering op grond van dit artikel zo spoedig mogelijk aan de
afzender mede. [MvT]
Art. 2:16.
[MvT]
Aan het vereiste van
ondertekening is voldaan door een elektronische handtekening indien de
methode die daarbij voor authentificatie is gebruikt voldoende
betrouwbaar is, gelet op de aard en de inhoud van het elektronische bericht en het
doel waarvoor het wordt gebruikt. De artikelen 15a, tweede tot en
met zesde lid, en 15b van Boek
3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van
overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van het bericht zich
daartegen niet verzet. Bij wettelijk voorschrift kunnen aanvullende eisen
worden gesteld.
Art. 2:17.
[MvT]
-1. Als tijdstip waarop een
bericht door een bestuursorgaan elektronisch is verzonden, geldt het
tijdstip waarop het bericht een systeem voor gegevensverwerking bereikt
waarover het bestuursorgaan geen controle heeft of, indien het
bestuursorgaan en de geadresseerde gebruik maken van hetzelfde systeem voor
gegevensverwerking, het tijdstip waarop het bericht toegankelijk wordt
voor de geadresseerde. [MvT]
-2. Als tijdstip waarop een
bericht door een bestuursorgaan elektronisch is ontvangen, geldt het
tijdstip waarop het bericht zijn systeem voor gegevensverwerking heeft
bereikt. [MvT]
B.
[MvT]
In artikel 3:42 wordt, onder
vernummering van het tweede lid tot derde lid, een lid ingevoegd, luidende:
-2. Tenzij bij wettelijk
voorschrift anders is bepaald, geschiedt de bekendmaking niet
elektronisch.
C.
[MvT]
Na artikel 4:3 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 4:3a.
Het bestuursorgaan bevestigt
de ontvangst van een elektronisch ingediende aanvraag.
D.
[MvT]
Artikel 4:5, eerste lid,
komt te luiden:
-1. Het bestuursorgaan kan
besluiten de aanvraag niet te behandelen, indien:
a. de aanvrager niet heeft
voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van
de aanvraag; of
b. de aanvraag geheel of
gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel
2:15; of
c. de verstrekte gegevens en
bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag
of voor de voorbereiding van de beschikking, mits de aanvrager de
gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan
gestelde termijn aan te vullen.
E.
[MvT]
Artikel 6:6 komt te luiden:
Art. 6:6.
Het bezwaar of beroep kan
niet-ontvankelijk worden verklaard, indien:
a. niet is voldaan aan
artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gesteld vereiste voor het in
behandeling nemen van het bezwaar of beroep; of
b. het bezwaar- of
beroepschrift geheel of gedeeltelijk is geweigerd op grond van artikel
2:15;
mits de indiener de
gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe
gestelde termijn.
F.
[MvT]
Artikel 8:4 wordt gewijzigd
als volgt:
1. Aan het slot van
onderdeel j vervalt "of".
2. De punt aan het slot van
onderdeel k wordt vervangen door: ; of.
3. Toegevoegd wordt een
onderdeel l, luidende:
l. inhoudende een weigering
op grond van artikel 2:15.
Art. II.
De Luchtvaartwet wordt als
volgt gewijzigd:
A.
Aan artikel 18, tweede lid,
wordt een nieuwe volzin toegevoegd, luidende: Het verzoekschrift
alsmede de bescheiden kunnen niet elektronisch worden ingediend.
B.
Aan artikel 40, tweede lid,
wordt een nieuwe volzin toegevoegd, luidende: Het verzoekschrift
alsmede de bescheiden kunnen niet elektronisch worden ingediend.
Art. III.
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 25 mei 2004, Stb. 2004, 260, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 juli 2004, red.
Art. IV.
[MvT]
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet elektronisch bestuurlijk verkeer.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
29 april 2004
BEATRIX
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
De Minister van
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes
De Minister voor
Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
Th.C. de Graaf
Uitgegeven de vijfentwintigste
mei 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|