St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  OP  DE  UITGEBREIDE  IDENTIFICATIEPLICHT

Versie 24 juni 2004

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2003-2004, 29 218.
Handelingen II 2003-2004, blz. 2497-2518, 2605-2607.
Kamerstukken I 2003-2004, 29 218 (A, B, C, D).
Handelingen I 2003-2004, zie vergaderingen d.d. 14, 15 en 22 juni 2004.

 

 

WET van 24 juni 2004, Stb. 2004, 300, tot wijziging en aanvulling van de Wet op de identificatieplicht, het Wetboek van Strafrecht, de Algemene wet bestuursrecht, de Politiewet 1993 en enige andere wetten in verband met de invoering van een identificatieplicht van burgers ten opzichte van ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en van toezichthouders (Wet op de uitgebreide identificatieplicht). Inwerkingtreding: 1 januari 2005 (Stb. 2004, 583).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is over te gaan tot de invoering van een identificatieplicht voor burgers ten opzichte van ambtenaren van politie aangesteld voor de uitvoering van de politietaak, en daarmee gelijk te stellen ambtenaren alsmede van degenen die zijn belast met toezicht in de zin van hoofdstuk 5 van de Algemene wet bestuursrecht;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. V.
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
Na artikel 5:16 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
Art. 5:16a.
Een toezichthouder is bevoegd van personen inzage te vorderen van een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht.

 

Art. VI.
In artikel 65, derde en vierde lid, van de Algemene bijstandswet wordt na "artikel 1" ingevoegd: , eerste lid, onder 1º tot en met 3º,.

 

Art. XV.
In artikel 15, tweede lid, onderdeel e, en vierde lid, van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars wordt na "artikel 1" ingevoegd: , eerste lid, onder 1º tot en met 3º,.

 

Art. XVI.
Artikel 13 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt na "artikel 1" ingevoegd: , eerste lid, onder 1º tot en met 3º,.
2. In het vierde lid vervalt "of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op grond van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994".

 

Art. XVIII.
Artikel 13 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt als volgt gewijzigd:
1. In het derde lid wordt na "artikel 1" ingevoegd: , eerste lid, onder 1º tot en met 3º,.
2. In het vierde lid vervalt "of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op grond van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994".

 

Art. XXII.
Artikel 55 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt gewijzigd als volgt:
1. In het eerste en derde lid wordt na "artikel 1" ingevoegd: , eerste lid, onder 1º of 2º,.
2. In het tweede lid vervalt "of een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994".¹

1. Volgens de redactie dient "of een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994" te worden vervangen door: of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op grond van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994.

 

Art. XXIII.
Artikel 17 van de Wet werk en bijstand wordt gewijzigd als volgt:
1. In het derde lid wordt na "artikel 1" ingevoegd: , eerste lid, onder 1º tot en met 3º,.
2. In het vierde lid vervalt "of een geldig rijbewijs dat is afgegeven op grond van de Wegenverkeerswet dan wel een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 107 van de Wegenverkeerswet 1994".

 

Art. XXIV.
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹

1. Bij Besluit van 9 november 2004, Stb. 2004, 583, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005, red.

 

Art. XXV.
Deze wet kan worden aangehaald als: Wet op de uitgebreide identificatieplicht.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 24 juni 2004

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
J.W. Remkes

 

Uitgegeven de zesde juli 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x