|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2003-2004, 29 497
Wijziging van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen en enige andere wetten in verband met de beëindiging van de toegang tot die verzekering voor diegenen die
op of na de inwerkingtreding van deze wet arbeidsongeschikt worden (Wet einde toegang
verzekering WAZ)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Inleiding |
| 2 |
Voorgeschiedenis |
| 3 |
(Afschaffing)
WAZ nader bezien |
| 4 |
Moment
van afschaffing WAZ |
| 5 |
Financiering
en omvang staartlasten, mede in relatie tot het overgangsrecht
voor op 1 juli 2005 bestaande WAZ-uitkeringen |
| a |
Staartlasten |
| b |
Overgangsrecht |
| 6 |
Specifieke
verzekerdencategorieën en verschillende met WAZ-premies
gefinancierde uitkeringen |
| a |
Arbeidsongeschiktheidsverzekering
van alfahulpen en overige personen met een arbeidsovereenkomst
die thans WAZ-verzekerd zijn |
| b |
Zwangerschaps-
en bevallingsuitkeringen voor zelfstandigen (inclusief vrije
beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten) |
| c |
Zwangerschaps-
en bevallingsuitkeringen voor alfahulpen en overige personen met
een arbeidsovereenkomst die thans WAZ-verzekerd zijn |
| d |
Uitkering
tijdens verlof wegens adoptie/pleegzorg voor zelfstandigen,
alfahulpen en overige personen met een arbeidsovereenkomst die
thans WAZ-verzekerd zijn |
| 7 |
Mogelijke
onverzekerbaarheid en oplossingen daarvoor |
| 8 |
Financiële
gevolgen, gevolgen voor de rechterlijke macht en administratieve
lasten voor werkgevers |
| a |
Financiële
gevolgen |
| b |
Gevolgen
voor de rechterlijke macht |
| c |
Administratieve
lasten voor werkgevers |
| 9 |
Ontvangen
adviezen |
|
xArtikelsgewijs |
| xx |
Artikelen
I t/m XI |
Algemeen
1.
Inleiding
In het Hoofdlijnenakkoord van 16 mei 2003 is de volgende
passage opgenomen over de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering
zelfstandigen (WAZ): "Om de arbeidsparticipatie structureel te
bevorderen zal de werking van de socialezekerheidsregelingen moeten worden
verbeterd. Dat geldt voor de werkloosheidsregelingen (...), voor
hervorming van de WAO en voor de WAZ, welke laatste wordt afgeschaft." In
de bijlage "Financieel kader
2004-2007" is vermeld: "De WAZ
wordt afgeschaft, rekening houdend met bestaande gevallen".
Op grond van genoemde passages is in
voorliggend
voorstel van wet de afschaffing van de WAZ als volgt vormgegeven. De
afschaffing van de WAZ wordt geregeld door de WAZ zodanig te wijzigen dat
vanaf 1 juli 2005 nieuwe instroom niet meer mogelijk is. Dit houdt in
dat degenen die vóór 1 juli 2004 arbeidsongeschikt worden in de zin
van de WAZ, na afloop van het wachtjaar nog in aanmerking kunnen komen
voor een WAZ-uitkering. Degenen die vanaf 1 juli 2004
arbeidsongeschikt worden, komen niet meer in de WAZ. Zij zijn aangewezen op de
private verzekeringsmarkt voor een inkomensdervingsverzekering
bij arbeidsongeschiktheid.
Degenen met een WAZ-uitkering (in principe uiterlijk op
30 juni 2005 ingegaan, degenen met een samengestelde WAZ-wachttijd
uitgezonderd) blijven in de WAZ. De mogelijkheid om hun arbeidsongeschiktheidsuitkering
te herzien, blijft onverminderd aanwezig.
2.
Voorgeschiedenis
De WAZ
is per 1 januari 1998 tot stand gekomen als
onderdeel van het zogenaamde "Pemba-complex". Naast de WAZ maken daarvan
onderdeel uit de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten. rblz.|2|
Als uitgangspunt bij dit
complex van wetten gold een activerend stelsel door minder publieke
verzekering en meer ruimte voor eigen verantwoordelijkheid en
initiatief. Een publieke verzekering werd noodzakelijk geacht daar waar
risico’s kunnen optreden die zo groot zijn dat zij op individueel
niveau niet gedragen kunnen worden. Financiële lasten dienen zoveel
mogelijk daar te worden gelegd waar het ontstaan en het voortbestaan van
de arbeidsongeschiktheid kan worden beïnvloed.
In het kader van het
Pemba-complex, waarmee de tot dat moment
geldende Algemene
Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) is ingetrokken, is - gegeven bovenstaand uitgangspunt
- bezien of en hoe een betaalbare en
draagbare verzekering voor zelfstandigen en overige personen die
voorheen AAW-verzekerd waren, zou kunnen ontstaan. Voor zelfstandigen
heeft dit geleid tot de WAZ, die een voor alle zelfstandigen,
beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten verplichte publieke
verzekering inhoudt. De WAZ voorziet, evenals de voormalige AAW, in een
uitkering op minimumniveau bij langdurige arbeidsongeschiktheid. Voor
een verplichte publieke verzekering is gekozen omdat als uitgangspunt
voor het Pemba-complex gold dat iedereen die voorheen verzekerd was tegen
arbeidsongeschiktheid ook verzekerd moest blijven uit hoofde van een
publieke verzekering. Vanwege de aard van het
arbeidsongeschiktheidsrisico achtte de toenmalige regering het
ongewenst het volledig aan zelfstandigen zelf over te laten om zich te
verzekeren. Het risico dat - bij afwezigheid van een verplichte
regeling - de doelgroep zichzelf niet zou gaan verzekeren omdat zij
hun risico om arbeidsongeschikt te worden te laag zouden inschatten,
werd onwenselijk geacht.
3.
(Afschaffing) WAZ nader bezien
Aan de afschaffing van de
WAZ ligt een nadere beschouwing van de
noodzaak en wenselijkheid van deze verplichte publieke verzekering ten
grondslag. Daarbij zijn de ontwikkelingen sinds de inwerkingtreding van
de WAZ bezien en zijn de effecten van afschaffing geïnventariseerd.
In
een aantal Europese landen worden verzekeringen tegen
arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen niet tot de
verantwoordelijkheid van de overheid gerekend. Dit hangt ermee samen dat
het arbeidsongeschiktheidsrisico voor zelfstandigen op zich goed privaat
verzekerbaar is. Zelfstandigen kiezen zelf uitdrukkelijk voor het
zelfstandige ondernemerschap, met de daarbij behorende kansen en risico’s.
Een publieke inkomensdervingsverzekering wegens arbeidsongeschiktheid
ligt dan niet voor de hand. Daar waar tijdens de invoering van het
Pemba-complex in 1998 nog voorrang is gegeven aan het publiek regelen
van de polisvoorwaarden voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor
zelfstandigen, overheerst thans de gedachte dat overheidsbemoeienis
alleen dan gewenst is als een bepaalde activiteit privaat niet goed
verricht kan worden. Wanneer de private verzekeringsmarkt op zich in
staat is om die diensten en producten te leveren waaraan zelfstandigen
behoefte hebben, dient daar het primaat te liggen. Tegen die achtergrond
ligt het thans voor de hand de WAZ
af te schaffen. Met de afschaffing van de WAZ laat de overheid het
arbeidsongeschiktheidsrisico van zelfstandigen over aan de private
markt.
Bij de inventarisatie van de effecten van afschaffing van de
WAZ is
een groot aantal organisaties betrokken. De onderzoeksrapportage is
integraal als bijlage bij deze memorie van toelichting gevoegd [deze
bijlage is niet gepubliceerd, red.]. In het
rapport komen aan de orde de aspecten en mogelijkheden van private
verzekering, de financiële effecten van private verzekering, de
financiering van de op het moment van afschaffing lopende
WAZ-uitkeringen, de gevolgen voor de Algemene bijstandswet (Abw),
het
Besluit bijstandverlening zelfstandigen rblz.|3|
(Bbz) [zie Bbz
2004, red.] en de Wet
inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikten gewezen
zelfstandigen (Ioaz), de gevolgen voor de zwangerschaps- en
bevallingsuitkeringen, alsmede de gevolgen voor alfahulpen.
Onder zelfstandigen blijkt uit de gepleegde
inventarisatie geen behoefte aan de WAZ in de huidige vorm. De
inkomenssolidariteit wordt als te groot ervaren en de premie als te
hoog. Bij afschaffing van de WAZ is in de vorm van private
arbeidsongeschiktheidsverzekeringen een adequaat alternatief voor
publieke verzekering voorhanden. Afschaffing biedt meer keuzevrijheid,
inclusief de mogelijkheid om geen verzekering af te sluiten. Ten slotte
blijkt uit het onderzoeksrapport dat bij afschaffing van de WAZ aandacht
dient uit te gaan naar onverzekerbare risico’s. Voor een uitvoerige
beschrijving wordt verwezen naar de bijlage.
4.
Moment van afschaffing WAZ
De regering heeft
onderzocht op welk moment de afschaffing van de WAZ
doorgevoerd zou
kunnen worden. Op het moment dat de WAZ wordt afgeschaft, zullen de
verzekeraars zover moeten zijn dat zij een adequaat aanbod kunnen doen
van private verzekeringsproducten. Omdat verzekeraars bekend zijn met op
de WAZ aanvullende verzekeringen, zullen de noodzakelijke aanpassingen
in de private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor zelfstandigen
onder invloed van de afschaffing van de WAZ eenvoudig en dus snel
doorgevoerd kunnen worden. Het Verbond van Verzekeraars heeft dit
desgevraagd bevestigd. De potentieel verzekerde zelfstandigen zullen
vervolgens de tijd moeten hebben om te kunnen bepalen of zij in de
nieuwe situatie een particuliere arbeidsongeschiktheidsverzekering
willen afsluiten en zullen zich desgewenst moeten kunnen oriënteren op
de particuliere verzekeringsmarkt (welke verzekeraar, welke dekking/premie).
De regering wil de
afschaffing van de WAZ voortvarend oppakken. De afschaffing dient op de
kortst mogelijke termijn waarin voor zelfstandigen een adequate overstap
op de nieuwe situatie kan plaatsvinden te worden gerealiseerd. Naar de
mening van de regering is dit mogelijk door de WAZ per 1 juli 2004 af te
schaffen, inhoudend dat vanaf 1 juli 2005 geen nieuwe instroom meer
mogelijk is. Zonder aanvullende maatregelen heeft de optie van
afschaffing halverwege het jaar als evident nadeel de daaruit
voortvloeiende extra administratieve lasten, vooral voor de
zelfstandigen zelf. De WAZ-premie zou dan over de winst van een halfjaar in plaats van een heel jaar bepaald moeten worden, wat leidt tot
het moeten splitsen van het boekjaar. Het zojuist genoemde praktische
bezwaar voor zelfstandigen is door de regering weggenomen door - vooruitlopend op de afschaffing
- de WAZ-premie vanaf 2004 op 0% te
bepalen. Tegenover nieuwe WAZ-uitkeringen die ingaan in het eerste
halfjaar van 2004 staan in dat geval geen premie-inkomsten. Deze
uitkeringen worden gefinancierd uit de reserves van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen (Afz). Overigens staan ook
tegenover de (uiterlijk vóór 1 juli 2005 ingegane) WAZ-uitkeringen na
de afschaffing van de WAZ geen premie-inkomsten meer. Op de financiering
van deze zogenaamde staartlasten wordt verderop in deze toelichting
ingegaan.
Over de haalbaarheid van
afschaffing van de WAZ per 1 juli 2004 heeft afstemming plaatsgevonden
met de belastingdienst (inning van de WAZ-premies), het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV,
uitkeringsverstrekking) en het Verbond van Verzekeraars. Deze instanties
hebben de haalbaarheid van de afschaffing per 1 juli 2004 bevestigd.
Afschaffing van de WAZ per 1 juli 2004 met 0% WAZ-premie per 1 januari
2004 betekent concreet dat de belastingdienst geen voorlopige aanslagen
WAZ over het jaar 2004 zal opleggen. Wel zal iedere WAZ-verzekerde na
afloop van het jaar 2004 een definitieve aanslag WAZ 2004 ontvangen rblz.|4|
waarin het premie-inkomen over een halfjaar wordt vastgesteld tegen een
premie
van 0%; ofwel alle WAZ-verzekerden ontvangen over het jaar 2004
een definitieve aanslag met een bedrag van nul. Deze aanslagen worden op
grond van artikel 75 WAZ
opgelegd en hebben tevens tot doel de
belastingplichtigen bekend te maken met het feit dat ze het eerste
halfjaar van 2004 WAZ-verzekerde zijn.
5.
Financiering en omvang staartlasten, mede in relatie tot het
overgangsrecht voor op 1 juli 2005 bestaande WAZ-uitkeringen
a.
Staartlasten
Door de afschaffing van
de WAZ voor nieuwe instroom vanaf 1 juli 2005 zullen de lasten
geleidelijk afnemen vanaf 2005.
In onderstaand overzicht
is een beeld gegeven van de feitelijke uitgaven en inkomstenontwikkeling
van het Afz en de vermogenspositie, uitgaande van bovenstaande.
Tabel 1. De uitgaven
inkomstenontwikkeling WAZ bij afschaffing
WAZ per 1 juli 2004 en premieheffing over 2004 van 0%, in miljoenen euro’s:
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
2004 |
2005 |
2006 |
2007 |
2008 |
| Uitgaven WAZ-fonds Afz |
639xxx |
612xxx |
542xxx |
476xxx |
387xxx |
Financieren
uit:
- interen vermogen Afz
- rentebaten
- andere bron |
626xxx
13xxx
0xxx |
443xxx
2xxx
167xxx |
0xxx
0xxx
542xxx |
0xxx
0xxx
476xxx |
0xxx
0xxx
387xxx |
| Vermogen WAZ |
443xxx |
0xxx |
0xxx |
0xxx |
0xxx |
De financiering van de staartlasten zal
plaatsvinden uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof), conform de bij
de opstelling van het Hoofdlijnenakkoord gemaakte afspraken. De
aanwezige reserves in het Afz van circa €|1,1
miljard ultimo 2003 zullen daartoe worden gestort in het Aof.
b.
Overgangsrecht
De omvang van de
staartlasten zijn in principe mede afhankelijk van het overgangsrecht
voor op 1 juli 2005 bestaande WAZ-uitkeringsgerechtigden.
Voor zelfstandigen is in het nieuwe stelsel van
arbeidsongeschiktheidsregelingen dat ingaat per 1 januari 2006 niet
voorzien in een publieke verzekering, waardoor van overgang van
bestaande WAZ-gerechtigden naar een nieuwe publieke regeling geen sprake
is. De WAZ wordt gehandhaafd voor de op 1 juli 2005 lopende
WAZ-uitkeringen. Om te voorkomen dat de WAZ en het daarbij behorende
uitvoeringssysteem nog tot na 2050 in stand moet blijven en moet worden
onderhouden voor een steeds kleiner worden bestand, wordt de WAZ op
termijn ingetrokken. Dat voorkomt ook dat bij wijzigingen in de sociale
zekerheid telkens de WAZ in ogenschouw moet worden genomen. Gedacht
wordt de intrekkingswet over een tiental jaren, als alle huidige
55-plussers onder de WAZ-uitkeringsgerechtigden (ruim 60% van het
huidige bestand) zijn uitgestroomd, in te dienen. De op dat moment
lopende uitkeringen kunnen dan in één keer worden afgefinancierd. De
op dat moment resterende staartlasten bedragen circa €|700
miljoen. Totdat de WAZ is ingetrokken, zal bezien worden de uitvoering
van de WAZ zoveel mogelijk gelijk te laten oplopen met die van de dan
geldende arbeidsongeschiktheidsregelingen voor werknemers en
jonggehandicapten.
rblz.|5|
Zelfstandigen
met een voorziening of verstrekking op grond van de Wet op de
(re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet Rea) op het moment van
afschaffing van de WAZ behouden deze voor de duur waarvoor deze
oorspronkelijk is verstrekt. Uiteraard dient betrokkene gedurende die
periode wel aan de toekenningsvoorwaarden ervoor te voldoen.
Ten aanzien van
uitkeringen tijdens verlof wegens zwangerschap, bevalling, adoptie en
pleegzorg geldt dat indien vóór 1 juli 2004 sprake is van
zwangerschap, adoptie of pleegzorg, betrokkene nog in aanmerking kan
komen voor een uitkering tijdens het verlof in verband daarmee. In die
situaties is het dus mogelijk dat de uitkering pas na 1 juli 2004 wordt
verstrekt.
6.
Specifieke verzekerdencategorieën en verschillende met WAZ-premies
gefinancierde uitkeringen
Onder zelfstandigen
worden ook verstaan de vrije beroepsbeoefenaren en de meewerkende
echtgenoten. Onder vrije beroepsbeoefenaren worden in het kader van de WAZ
verstaan degenen die niet verzekerd zijn in het kader van de Wet op
de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en inkomen uit tegenwoordige
arbeid genieten. Hieronder vallen directeuren-grootaandeelhouders,
thuiswerkers, deelvissers en handelsagenten indien zij niet voldoen aan
de criteria voor de verzekering ingevolge de WAO. Meewerkende
echtgenoten zijn in het kader van de WAZ degenen die geen
dienstbetrekking hebben in de zin van de WAO en als zelfstandige, noch
als beroepsbeoefenaar meewerken in de onderneming van hun echtgenoot.
Van de zojuist beschreven
categorie (zelfstandigen inclusief vrije beroepsbeoefenaren en meewerkende
echtgenoten) zijn te onderscheiden de WAZ-verzekerde personen met een
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht.
Zonder aanvullende
maatregelen heeft afschaffing van de WAZ niet alleen consequenties voor
de arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen, maar ook voor
(de financiering van) de arbeidsongeschiktheidsuitkering aan overige
WAZ-verzekerden, de uitkering tijdens zwangerschaps- en bevallingsverlof
aan WAZ-verzekerden, alsmede tijdens verlof wegens adoptie en pleegzorg
aan WAZ-verzekerden. De regering wil achtereenvolgens op deze
verschillende posities ingaan.
a.
Arbeidsongeschiktheidsverzekering van alfahulpen en overige personen met
een arbeidsovereenkomst die thans WAZ-verzekerd zijn
Degenen die op minder dan
drie dagen per week diensten in de huishouding verrichten, zijn nu
uitgezonderd van de verplichte WAO-verzekering. Deze personen zijn niet
WAO-, maar WAZ-verzekerd. Bij afschaffing van de WAZ zijn deze personen,
onder wie de alfahulpen (huishoudelijke hulpen in de thuiszorg), niet
meer wettelijk verzekerd. Voor verzekering zijn zij dan aangewezen op de
private verzekeringsmarkt.
Vanuit internationaalrechtelijke verplichtingen moet een publieke regeling bij
inkomensderving wegens arbeidsongeschiktheid blijven bestaan voor
degenen die in het internationale recht als werknemers worden beschouwd.
Dat geldt bijvoorbeeld voor alfahulpen, maar ook voor huishoudelijke
hulpen, privéchauffeurs en privéverplegers. De Wet werk en bijstand
(Wwb) volstaat als publieke regeling; er hoeft dus geen nieuwe regeling
voor deze groep getroffen te worden bij afschaffing van de WAZ.
b.
Zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen voor zelfstandigen (inclusief
vrije beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten)
Deze uitkeringen zijn
geregeld in de Wet arbeid en zorg (ook voor vrije beroepsbeoefenaren).
Door de afschaffing van de WAZ(-premies) vervalt
rblz.|6|
in ieder
geval de
financiering van deze uitkeringen. De regering heeft zich de vraag
gesteld of deze uitkeringen publiek gegarandeerd moeten blijven. Daartoe
bestaat op grond van internationale verdragen geen verplichting.
Privatisering van deze
verzekering is in lijn met de privatisering van de
inkomensdervingsverzekering bij arbeidsongeschiktheid voor
zelfstandigen. Zo worden deze lasten, evenals de
arbeidsongeschiktheidslasten, gedragen door zelfstandigen zelf.
Zelfstandigen kunnen dit risico zelf beoordelen en daar desgewenst zelf
een voorziening voor treffen (reservering). Bovendien zijn er momenteel
verzekeraars die het risico van zwangerschap en bevalling - aanvullend
op de uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg
- onder voorwaarden
meeverzekeren in de private arbeidsongeschiktheidsverzekeringen.
Zwangerschap ontstaan in de eerste twee jaren na afsluiten van de
verzekering wordt daarbij doorgaans uitgesloten van de dekking.
Op grond van bovenstaande
ziet de regering geen reden om een publieke regeling voor zwangerschaps-
en bevallingsuitkeringen voor zelfstandigen te handhaven. Dat betekent
dat vanaf de datum waarop de WAZ-verzekering wordt beëindigd (1 juli
2004) geen nieuwe zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen meer worden
verstrekt. Door het WAZ-wachtjaar geldt de beëindiging van de instroom
voor nieuwe arbeidsongeschiktheidsuitkeringen op grond van de WAZ vanaf
één jaar na de beëindiging van de WAZ-verzekering (dus vanaf 1 juli
2005).
c.
Zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen voor alfahulpen en overige
personen met een arbeidsovereenkomst die thans WAZ-verzekerd zijn
Voor de in de aanhef
genoemde groepen, vrouwelijke alfahulpen en vrouwen met een
arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht die geen werknemer zijn in de
zin van de werknemersverzekeringen en die nu een beroep kunnen doen op
de zwangerschaps- en bevallingsuitkering in de Wet arbeid en zorg (o.a.
alfahulpen en huishoudelijke hulpen), gelden Europeesrechtelijke
verplichtingen inzake de inkomensbescherming tijdens verlof door
zwangerschap en bevalling. Dat leidt er voor de regering toe een
publieke regeling voor deze uitkeringen te handhaven. Voorgesteld wordt
de huidige regeling voor deze groep met uitzondering van
directeuren-grootaandeelhouders te handhaven. Met betrekking tot
directeuren-grootaandeelhouders geldt dat zij niet onder de werking van
de werknemersverzekeringen zijn gebracht, dat zij in het algemeen geen
dienstbetrekking hebben, zodat het standpunt verdedigd kan worden hen
gelijk te behandelen als zelfstandigen.
Door de afschaffing van
de WAZ-premie moet de financiering van deze uitkeringen worden
aangepast. Voorgesteld wordt deze financiering te plegen uit algemene
middelen in de vorm van een rijksbijdrage in het Aof, waarbij bedoelde
uitkeringen ten laste komen van het Aof.
d.
Uitkering tijdens verlof wegens adoptie/pleegzorg voor zelfstandigen,
alfahulpen en overige personen met een arbeidsovereenkomst die thans
WAZ-verzekerd zijn
Op dit moment hebben
zelfstandigen, alfahulpen en overige personen met een
arbeidsovereenkomst die thans WAZ-verzekerd zijn, in de periode dat
verlof wordt genoten in verband met adoptie of pleegzorg, recht op
uitkering gedurende ten hoogste vier weken. Deze aanspraak is, evenals
met betrekking tot het recht op uitkering bij zwangerschap en bevalling,
geregeld in de Wet arbeid en zorg. De uitkeringen komen ten laste van
het Afz. De afschaffing van de WAZ vergt dan ook een beslissing over het
al rblz.|7|
dan niet laten voortbestaan van dit recht op uitkering voor
zelfstandigen en/of alfahulpen en overige personen met een
arbeidsovereenkomst.
Er gelden ten aanzien van
uitkeringen tijdens verlof in verband met adoptie en pleegzorg geen
internationaalrechtelijke verplichtingen. Ook anderszins ziet de
regering geen reden voor handhaving van een publieke regeling voor de
hier bedoelde uitkeringen.
7.
Mogelijke onverzekerbaarheid en oplossingen daarvoor
In het onderzoeksrapport
naar de effecten van de afschaffing van de WAZ
is een overzicht gegeven
van de verschillen tussen de publieke en de private
arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen wat betreft
acceptatie, premiestelling en uitkeringshoogte. Zo geldt er bij private
verzekering geen acceptatieplicht, is sprake van risicoselectie en geldt
geen maximumpremie. Dit kan ertoe leiden dat (voorheen) WAZ-verzekerden
na intrekking van de WAZ mogelijk onverzekerbaar blijken. Formele of
materiële onverzekerbaarheid kan zich voordoen als gevolg van weigering
van verzekering, uitsluitingen op de polis of (zeer) hoge premies. Bij
de keuring voor een private arbeidsongeschiktheidsverzekering worden
potentieel verzekerden immers niet zonder meer geaccepteerd. Bij die
keuring kan aan het licht komen dat betrokkene bepaalde aandoeningen of
klachten heeft, zonder dat sprake is arbeidsongeschiktheid in de zin van
de WAZ. Omdat het onder zelfstandigen vaak voorkomt dat zij ondanks
bepaalde aandoeningen of klachten zijn blijven doorwerken, is de zojuist
beschreven situatie niet ondenkbaar.
Eén van de argumenten voor afschaffing van de WAZ
is dat het arbeidsongeschiktheidsrisico van zelfstandigen op een
adequate wijze privaat te verzekeren is. Private verzekeraars zijn in
die gedachte de eerst aangewezen partij om een oplossing aan te dragen
voor mogelijke gevallen van onverzekerbaarheid. Een publieke oplossing
hiervoor zou afbreuk doen aan (de gedachte achter) de afschaffing van de
WAZ. Mede naar aanleiding hiervan is de regering in overleg getreden met
het Verbond van Verzekeraars en is gevraagd aandacht te besteden aan
private oplossingen voor mogelijke onverzekerbaarheid. Verzekeraars
hebben in reactie aangegeven dat hiervoor verzekeringstechnisch een
oplossing geboden kan worden. De haalbaarheid daarvan is mede
afhankelijk van mededingingsaspecten. De regering vertrouwt erop - mede
gezien de opstelling van verzekeraars in reactie op de Wet uitbreiding loondoorbetalingsverplichting bij
ziekte en de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte
2003 - dat verzekeraars kunnen en zullen voorzien in een adequate
oplossing voor de geschetste problematiek. De regering erkent daarbij
dat in tegenstelling tot de verzekeringen die werkgevers kunnen sluiten
voor het risico op verzuim en arbeidsongeschiktheid van werknemers, hier
geen sprake is van collectiviteiten van werknemers die gelden als de
uiteindelijk verzekerden, waardoor de oplossing van verzekeraars
mogelijk afwijkt van het in relatie tot beide zojuist genoemde wetten
gevoerd acceptatiebeleid van verzekeraars.
Bedacht zij dat één van de argumenten voor de
WAZ destijds gelegen was in de onderlinge risicomiddeling die daarmee
werd bereikt tussen zelfstandigen met een verschillend
arbeidsongeschiktheidsrisico. De verplichte WAZ-verzekering maakt
meeverzekeren van verhoogde risico’s mogelijk. Door de afschaffing van
de WAZ gaat genoemde middeling verloren en kunnen zich situaties van
onverzekerbaarheid voordoen, waarvoor de private verzekeringsmarkt in
eerste instantie geen dekking biedt. Dat is de consequentie van de
afschaffing van de WAZ.
rblz.|8|
8.
Financiële gevolgen, gevolgen voor de rechterlijke macht en
administratieve lasten voor werkgevers
a.
Financiële gevolgen
WAZ-volume
Sinds de invoering in
1998 is het aantal personen met een WAZ-uitkering door de jaren heen
nagenoeg constant gebleven op circa 56 500. Het jaarlijkse aantal
nieuwe en beëindigde uitkeringen bedraagt circa 7500. Het aantal
bevallingsuitkeringen bedraagt ongeveer 5500 per jaar. De
WAZ-instroom bevat naast nieuwe WAZ-gerechtigden ook de zogenaamde
herlevingsuitkeringen. Dit zijn WAZ-gerechtigden die het tevergeefs
geprobeerd hebben om (deels) weer te gaan werken maar binnen drie jaar weer
terug in de WAZ stromen met behoud van het recht op hun oude
uitkeringsbedrag.
Financiële aspecten
De
WAZ wordt door het UWV
uitgevoerd. Het UWV financiert de WAZ uit het Afz. De financiële lasten
voor dit fonds bestaan uit de uitkeringslasten, lasten van de
zwangerschapsuitkeringen, sociale werkgeverslasten, uitvoeringskosten en
een bijdrage aan het Reïntegratiefonds (Rf). De financiële baten voor
dit fonds bestaan uit de WAZ-premies, een rijksbijdrage en enige
rentebaten. Het Afz kent jaarlijks een positief saldo, waardoor het Afz
momenteel een overschot heeft van meer dan €|1
miljard.
Afschaffing WAZ
In
het Hoofdlijnenakkoord is ten aanzien van de afschaffing van de WAZ
uitgegaan van een lastenbesparing van €|50
miljoen voor 2005, €|70 miljoen voor 2006
en €|130 miljoen voor 2007. Deze
besparingen zijn het saldo van besparingen op uitkeringslasten
(inclusief zwangerschapsuitkeringen) en op uitvoeringskosten, en weglek
naar Abw- en
Ioaz-uitkeringen.
In vergelijking met het Hoofdlijnenakkoord
wordt de WAZ een halfjaar later afgeschaft. Daardoor treden de beoogde
lastenbesparingen pas op vanaf 1 juli 2005 en niet vanaf 1 januari 2005.
De besparingsverliezen zien er als volgt uit:
Tabel 2. Opbouw van de
lastenbesparing bij afschaffing per 1 juli 2004 en de resulterende
besparingsverliezen, in miljoenen euro’s:
| xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx |
x2004x |
x2005x |
x2006x |
x2007x |
| Besparing
uitkeringslasten |
– |
–15xx |
–60xx |
–114xx |
| Besparing
zwangerschapsuitkeringen |
– |
–9xx |
–20xx |
–20xx |
| Besparing
uitvoeringskosten |
– |
–6xx |
–13xx |
–16xx |
| Weglek
Abw/ioaz |
– |
5xx |
20xx |
40xx |
| Totaal
lastenbesparing;
afschaffing per 1-7-2004 |
– |
–25xx |
–73xx |
–110xx |
| Totaal
lastenbesparing; HA |
– |
–50xx |
–70xx |
–130xx |
| Besparingsverlies |
– |
+25xx |
–3xx |
+20xx |
In bovenstaande tabel is
bij de besparing van de zwangerschapsuitkeringen rekening gehouden met
het blijven bestaan van publiek geregelde zwangerschaps- en
bevallingsuitkeringen aan alfahulpen en overige personen met een
arbeidsovereenkomst die thans WAZ-verzekerd zijn.
De
besparingsverliezen in de jaren 2005, 2006 en 2007 zullen worden
gedekt binnen de sector SZA en de dekking zal worden gemeld bij de voorjaarsnota.
Financiële gevolgen
uitvoeringskosten
Behoudens een kleine
groep herlevingsgevallen zal er vanaf 1 juli 2005 rblz.|9|
geen instroom in de WAZ
meer plaatsvinden. Rekening houdend met de overloop van
eindewachttijdwerkzaamheden zal vanaf het eerste kwartaal van 2006 de
intakefase voor een aanzienlijk gedeelte wegvallen. Vanaf dat moment
wordt aanzienlijk op de publieke uitvoeringskosten bespaard. Naar
schatting zal een besparing van €|13
miljoen in 2007 worden gerealiseerd. Vervolgens loopt deze besparing,
met name vanaf 2011 wanneer tevens de effecten in verband met
herbeoordelingen stabiliseren, langzaam op vanwege de verdere afbouw van
het zittend WAZ-bestand.
Naast de genoemde besparing op de
uitvoeringskosten WAZ treedt er vanaf 2005 een structurele besparing van
€|2 miljoen op de uitvoeringskosten
Wet arbeid en zorg op, aangezien de uitkeringen
voor zwangerschap en bevalling voor WAZ-verzekerden per 1 juli 2004
wegvallen.
Tevens is er nog sprake van afvloeiingskosten
in verband met het wegvallen van taken en derhalve overtollig personeel. UWV
schat deze kosten vooralsnog op €|12,5
miljoen. De exacte hoogte van dit bedrag vormt nog onderwerp van gesprek
met het UWV. Ook is er sprake van eenmalige implementatiekosten ter
grootte van ongeveer €|0,4 miljoen. Naast
de genoemde besparingen bij de uitvoeringskosten van UWV zijn er
mogelijk nog effecten op de uitvoeringskosten van de Wwb/Abw
(gemeenten). De wijze van compensatie van de
extra gemeentelijke uitvoeringskosten zal worden betrokken bij de nadere
uitwerking van reeds gemaakte afspraken tussen de
gemeentefondsbeheerders en de VNG [Vereniging
van Nederlandse Gemeenten, red.]. In ieder geval zal recht
worden gedaan aan artikel 2 van de
Financiële-verhoudingswet.
Dit artikel houdt in dat het Rijk zich rekenschap geeft van de
financiële gevolgen die het beleid van het Rijk voor gemeenten heeft en
dat het Rijk aangeeft op welke wijze deze gevolgen door gemeenten kunnen
worden opgevangen.
b.
Gevolgen voor de rechterlijke macht
Vanwege de beëindiging
van de toegang tot de WAZ kan enerzijds een afname worden verwacht van
geschillen over de (verplichte) WAZ-verzekering en -uitkering.
Anderzijds kan de afschaffing als zodanig leiden tot een toename van het
aantal WAZ-aanvragen vóór 1 juli 2004 door degenen die vrezen na
beëindiging van de toegang tot de WAZ niet meer voor de WAZ, maar ook
niet voor een private verzekering in aanmerking te komen. Laatstgenoemde
effect kan zich voordoen bij zelfstandigen die ondanks hun aandoeningen
of klachten zijn blijven doorwerken. Over deze WAZ-aanvragen kunnen
vervolgens geschillen ontstaan over de verzekering of uitkering.
Verwacht wordt dat beide
effecten elkaar in evenwicht houden.
c.
Administratieve lasten voor werkgevers
De administratieve
lasten van de WAZ bedragen momenteel circa
€|20 miljoen. Onder invloed van de
afschaffing van de WAZ zullen deze lasten vervallen. In geval van een
private arbeidsongeschiktheidsverzekering zal dit extra administratieve
lasten voor de zelfstandigen betekenen. Deze hebben echter geen
verplicht, maar een vrijwillig karakter en vallen derhalve niet onder de
definitie van administratieve lasten.
9.
Ontvangen adviezen
Aan UWV, de
Inspectie
Werk en Inkomen (IWI) en het Adviescollege toetsing administratieve
lasten (Actal) is commentaar gevraagd over het concept-voorstel van wet.
Naar aanleiding van de adviezen van UWV en IWI is het
wetsvoorstel
aangepast. De belangrijkste wijzigingen betreffen het nieuwe artikel 3
WAZ. Actal heeft vastgesteld dat met het wetsvoorstel een bijdrage wordt
geleverd aan de realisatie van de kabinetsdoelstelling om de
administratieve lastendruk van het bedrijfsleven met 25% te rblz.|10|
verminderen.
Bovendien stelt Actal vast dat bij de bepaling van het moment van
afschaffing van de WAZ in relatie tot de
premieafdracht enkele
alternatieven zijn gepresenteerd, waarbij gekozen is voor het
alternatief met minder administratieve lasten voor het bedrijfsleven.
Artikelsgewijs
Artikel
I.
Wijziging van
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Onderdeel A
De
WAZ zal na de
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel niet langer worden gefinancierd
uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, maar uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds, bedoeld in artikel 72 van de
WAO. Dit wordt
voorgesteld in het onderhavige onderdeel. Artikel
1, onderdeel c, van de WAZ dient naar aanleiding daarvan te worden aangepast.
Onderdeel B
In
artikel 2, eerste lid,
van de WAZ wordt bepaald wanneer er sprake is van arbeidsongeschiktheid.
Daarbij wordt als uitgangspunt de verzekerde genomen. In verband met
aanpassingen van de artikelen 3, 7a, derde en vierde lid,
7b, tweede en
vierde lid, 21, 21a
en 21b van de WAZ, waarbij niet langer wordt
uitgegaan van de verzekerde, maar van de persoon, moet ook artikel
2,
eerste lid, van de WAZ in die zin worden aangepast.
Onderdeel C
Zelfstandigen,
beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten zijn vanaf de dag van
inwerkingtreding van dit onderdeel niet meer verzekerd op grond van de WAZ. Zij zullen zich privaat voor de gevolgen van arbeidsongeschiktheid
kunnen verzekeren.
De zelfstandigen,
beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten die vóór de
inwerkingtreding van deze wet arbeidsongeschikt zijn geworden, zijn
gedurende de volgende periodes nog verzekerd op grond van de WAZ:
- gedurende hun wachttijd;
- gedurende vier weken na
afloop van die wachttijd als zij na afloop van de wachttijd niet
arbeidsongeschikt zijn, maar dat wel zijn binnen die vier weken;
- gedurende de periode dat
zij recht hebben op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ;
- gedurende de periode dat
een toelage als bedoeld in artikel 28 van de
Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten is toegekend.
Er moet daarbij altijd
een relatie zijn met de arbeidsongeschiktheid die vóór de
inwerkingtreding van deze wet is ontstaan. Het is niet de bedoeling dat
deze personen bij een nieuwe arbeidsongeschiktheid weer terug kunnen
vallen in de WAZ-verzekering.
De onderdelen c, d en e
van het huidige artikel 3, tweede lid, van de
WAZ keren in deze
opsomming niet terug. Er is voor gekozen de inhoud van deze onderdelen
te regelen via een wijziging van de artikelen 7a, derde en vierde lid,
7b, tweede en vierde lid, 21, 21a
en 21b.
Onderdeel f van het
huidige tweede lid is overbodig geworden en keert daarom niet terug.
Onderdeel D
In
artikel 7a van de WAZ
is geregeld dat de verzekerde die arbeidsongeschikt is en recht heeft op
arbeidsongeschiktheidsuitkering maar niet in Nederland woont geen recht
heeft op die uitkering. In het derde lid is geregeld dat die persoon
vanaf de dag dat hij weer in Nederland woont of vanaf het moment dat er
een verdrag is gesloten met het land waarin hij rblz.|11|
verblijft, weer recht
heeft op een uitkering. Op dit moment is dat recht gekoppeld aan het
verzekerd zijn op grond van de WAZ. Deze verzekering wordt thans
geconstrueerd in artikel 3, tweede lid, onderdeel
c, van de WAZ.
Voorgesteld wordt om deze constructie te wijzigen. In artikel 7a, derde
en vierde lid, wordt daartoe "de verzekerde" vervangen door
"de persoon" en vervalt onderdeel c van artikel
3. Dit betekent dat de
persoon die verzekerd was op grond van de WAZ maar op grond van artikel 7a, eerste lid, geen recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering niet
langer WAZ-verzekerd is. Echter wanneer deze persoon terugkeert in
Nederland of wanneer er een verdrag in werking is getreden dan wel een
besluit van een volkenrechtelijke organisatie van kracht geworden in het
land waar die persoon woont, krijgt deze persoon op grond van het
voorgestelde artikel 7a, derde lid, weer recht op
arbeidsongeschiktheidsuitkering. Die persoon is vervolgens op grond van
het voorgestelde artikel 3, eerste lid, onderdeel c, weer verzekerd op
grond van de WAZ. Voorwaarde bij dit alles is uiteraard dat het moet
gaan om een arbeidsongeschiktheid die is ontstaan vóór de
inwerkingtreding van deze wet. Dit volgt uit artikel 7a, eerste lid,
juncto de artikelen 3 en 7 van de
WAZ waarin dit als voorwaarde is
gesteld.
Voor artikel 7b
geldt
mutatis mutandis hetzelfde.
Onderdeel E
Dit onderdeel bevat een
technische aanpassing van artikel 8 van de WAZ
in verband met de
vernummering van artikel 3 van de WAZ
en het vervallen van artikel 72
van die wet.
Onderdeel F
In
artikel 20 van de WAZ
is een bepaling omgenomen met betrekking tot dat de verzekerde wiens
arbeidsongeschiktheiduitkering is ingetrokken wegens afneming van
arbeidsongeschiktheid en de verzekerde die aan het einde van de
wachttijd ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid wegens
ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling, maar geen recht had op een
arbeidsongeschiktheidsuitkering omdat hij niet arbeidsongeschikt was. In
artikel 20 wordt geregeld dat wanneer deze persoon binnen vijf jaar na
de datum van die intrekking arbeidsongeschikt wordt uit dezelfde oorzaak
toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering plaatsvindt zodra die
arbeidsongeschiktheid onafgebroken vier weken heeft geduurd. Voorgesteld
wordt om dit artikel 20 te laten vervallen. Personen wiens recht op
arbeidsongeschiktheiduitkering eindigt of niet ingaat, hebben op dat
moment de mogelijkheid zichzelf privaat te verzekeren tegen de gevolgen
van arbeidsongeschiktheid. Het is dan ook niet noodzakelijk artikel 20
te handhaven.
In verband met het feit
dat zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten vanaf
de dag van inwerkingtreding van onderdeel C niet meer verzekerd zijn op
grond van de WAZ alsmede het vervallen van artikel 20 kan ook
artikel 29
van de WAZ vervallen.
Onderdeel G
Zie de
toelichting op
onderdeel D.
Onderdeel H
De
artikelen 36, eerste
lid, en 38, vijfde lid, van de WAZ
worden aangepast in verband met de
aanpassing van de artikelen 7a, derde en vierde lid,
7b, tweede en
vierde lid, 21, 21a
en 21b van die
wet.
Onderdeel I
In
artikel 41, eerste
lid, van de WAZ is de bevoegdheid van het UWV
geregeld met betrekking
tot het (doen) oproepen en (doen) ondervragen van verzekerden op grond
van die wet. Gelet op het feit dat die bevoegdheid op grond van het
huidige onderdeel a van dat lid bestaat met betrekking rblz.|12|
tot alle verzekerden op grond van de WAZ bestaat geen behoefte om in dat lid nog
bijzondere groepen verzekerden te noemen. In verband daarmee wordt
artikel 41, eerste lid, van de WAZ aangepast.
Onderdeel J
Dit onderdeel bevat een
technische aanpassing van artikel 59, eerste lid, onderdeel b, in
verband met het vervallen van artikel 20.
Onderdeel K
Omdat er vanaf de
inwerkingtreding van deze wet geen premies meer betaald worden voor de WAZ,
komen er geen gelden meer binnen bij het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen. Hier wordt dan ook voorgesteld om de uitgaven op grond
van de WAZ en de aan de uitvoering van de WAZ verbonden kosten die na
de inwerkingtreding van deze wet nog bestaan, te financieren uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Onderdeel L
De nog uit te betalen
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen zullen worden betaald uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds. De middelen die daarvoor nodig zijn worden
niet meer verkregen door de inning van premies van zelfstandigen,
beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten. De artikelen betreffende
de heffing en invordering van premie en de bepalingen betreffende het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen kunnen dan ook vervallen.
Onderdeel M
Hoofdstuk 8 bevat
bepalingen over gemoedsbezwaren. Nu de toegang tot de verzekering wordt
beëindigd en de premieplicht geheel verdwijnt, kunnen die artikelen
vervallen.
Onderdeel N
Dit onderdeel bevat een
technische aanpassing in verband met het vervallen van de artikelen 72a
en 75.
Onderdeel O
Dit onderdeel bevat een
technische aanpassing in verband met het vervallen van artikel
20.
Onderdelen P
en
Q
Het voornemen bestaat
deze wet in werking te laten treden met ingang van 1 juli 2004. Omdat
niet met zekerheid kan worden gesteld dat deze datum gehaald zal worden,
is in de voorgestelde tekst van de artikelen 3 respectievelijk
59,
eerste lid, onderdeel b, van de WAZ niet aangesloten bij deze datum,
maar is gerefereerd aan de datum van inwerkingtreding van artikel I,
onderdeel C, respectievelijk de datum van inwerkingtreding van artikel
I, onderdeel F, van deze wet. Dit maakt de wetteksten echter moeilijk
leesbaar. Er is voor gekozen om, wanneer de onderhavige wet zoals
voorzien op 1 juli 2004 in werking treedt, de tekst van de artikelen 3
en 59, eerste lid, onderdeel b, van de
WAZ zodanig te wijzigen dat de
relevante datum wel rechtstreeks daarin te vinden is, hetgeen de
leesbaarheid en duidelijkheid ten goede komen. Dit onderdeel voorziet
daarin.
Artikel II.
Wijziging van
de Wet arbeid en zorg
Onderdeel A
In
onderdeel K van dit
artikel wordt voorgesteld de op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2,
paragraaf 2 van de Wet arbeid en zorg
te betalen uitkeringen en uitvoeringskosten met betrekking
tot die uitkeringen ten laste te laten komen van het
Arbeidsongeschiktheidsfonds. In verband daarmee wordt hier artikel
1:3,
eerste lid, van de Wet arbeid en zorg aangepast.
rblz.|13|
Onderdeel B
In de
artikelen 3:16,
derde lid en 3:27, derde lid, van de Wet arbeid en zorg wordt ten
onrechte nog verwezen naar artikel 107 van de
Organisatiewet sociale
verzekeringen 1997. In dit onderdeel wordt voorgesteld dit te verbeteren
in "artikel 84, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie
werk en inkomen".
Onderdeel C
In
hoofdstuk 3, afdeling
2, paragraaf 2, van de Wet arbeid en zorg wordt voorzien in een
uitkering in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof en in
verband met adoptie of pleegzorg. Deze uitkeringen zullen vanaf de dag
van inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van
deze wet niet
langer publiek worden verzorgd. Een uitzondering is daarbij gemaakt voor
de alfahulpen en andere personen die minder dan drie dagen per week
uitsluitend of nagenoeg uitsluitend huishoudelijke of persoonlijke
diensten in een huishouding verrichten. Aan hen zal nog wel een
uitkering in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof worden
verstrekt. In verband hiermee is hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
2,
gewijzigd, hetgeen ook wijziging van het opschrift van de paragraaf met
zich brengt.
Onderdeel D
In dit onderdeel is het
begrip beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst zo gedefinieerd dat
hieronder vallen de alfahulpen en andere personen die op minder dan drie
dagen per week uitsluitend of nagenoeg uitsluitend huishoudelijke of
persoonlijke diensten in een huishouding verrichten.
Onderdeel E
In
artikel 3:18, tweede
lid, is het recht op een uitkering in verband met adoptie of pleegzorg
voor de beroepsbeoefenaar opgenomen. Het recht op die uitkering zal niet
meer publiek worden geregeld. Door het vervallen het artikel
3:18,
tweede lid, wordt dat geregeld.
Onderdeel F
De
artikelen 3:19 en 3:20
bevatten voor de zelfstandigen het recht op uitkering in verband met
zwangerschaps- en bevallingsverlof respectievelijk het recht op
uitkering in verband met adoptie of pleegzorg. Het vervallen van deze
artikelen betekent dat deze uitkeringen niet meer zullen worden
verstrekt.
Onderdelen
G, H, I,
J en L
Deze onderdelen bevatten
technische aanpassingen in verband met het vervallen van de uitkeringen
aan zelfstandigen en het vervallen van de uitkering in verband met
adoptie of pleegzorg aan beroepsbeoefenaren op arbeidsovereenkomst.
Voorts bevat het eerste subonderdeel van onderdeel L een aanpassing aan
het feit dat de artikelen 82 en 83 van de
WAZ al eerder zijn vervallen.
Onderdeel K
Omdat er vanaf de
inwerkingtreding van deze wet geen premies meer betaald worden voor de WAZ,
komen er geen gelden meer binnen bij het Arbeidsongeschiktheidsfonds
zelfstandigen. Hier wordt dan ook voorgesteld om de uitgaven op grond
van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, te financieren uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds. Het Arbeidsongeschiktheidsfonds zal ten
behoeve van deze uitgaven, alsmede de uitgaven op grond van het
overgangsartikel 3:30, worden gevoed met een rijksbijdrage.
rblz.|14|
Onderdeel M
Dit onderdeel bevat
overgangsrecht met betrekking tot uitkeringen in verband met bevalling,
adoptie en pleegzorg. Indien de vermoedelijke of feitelijke
bevallingsdatum valt binnen 40 weken na de inwerkingtreding van artikel
II, onderdeel D, bestaat er voor de zelfstandige ook na de
inwerkingtreding van deze wet nog recht op een uitkering.
Zwangerschappen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding van deze wet
vallen daardoor onder het overgangsrecht. Voor zelfstandigen en
beroepsbeoefenaren bestaat na de inwerkingtreding van deze wet ook nog
recht op een uitkering in verband met adoptie of pleegzorg wanneer het
kind feitelijk binnen 40 weken na de inwerkingtreding van de wet is
opgenomen. Er is om praktische redenen gekozen voor een termijn van 40
weken, waarbij wordt aangesloten bij de termijn die geldt bij
zwangerschap en bevalling. Deze uitkeringen worden gefinancierd uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds. Omwille van de overzichtelijkheid is deze
bepaling in de Wet arbeid en zorg zelf opgenomen.
Onderdeel N
Omdat niet met zekerheid
kan worden gesteld dat deze wet met ingang van 1 juli 2004 in werking
zal treden, is in artikel 3:30 gerefereerd aan de dag voorafgaand aan de
inwerkingtreding van artikel II, onderdeel D, van
deze wet. Er is voor
gekozen om deze datum te wijzigen in 30 juni 2004 wanneer artikel
II, onderdeel D, zoals voorzien op 1 juli 2004 in werking treedt.
Artikel
III.
Wijziging
van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
In verband met de
financiering van de nog uit te betalen arbeidsongeschiktheidsuitkeringen
door middel van bijdragen uit het Arbeidsongeschiktheidsfonds is
aanpassing van de artikelen 76c en 76d
van de WAO nodig. In deze
artikelen is bepaald welke gelden er ten gunste respectievelijk ten
laste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds komen. Daarbij zij opgemerkt
dat ook na de dag van inwerkingtreding van deze wet over de periode tot
1 januari 2004 premie en premievervangende inkomstenbelasting op grond
van de WAZ kan worden geheven (per die datum is de premie op nihil
gesteld). Dergelijke inkomsten komen op grond van het voorgestelde
artikel 76c WAO ten gunste van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, net als
inkomsten op grond van de artikelen 48, 56 en
69 van de WAZ. Ten behoeve
van de uitgaven op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
2, van
de Wet arbeid en zorg en de uitgaven op grond van het
overgangsartikel
3:30 van de Wet arbeid en zorg, die eveneens uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zullen worden gefinancierd, zal een
rijksbijdrage in dat fonds worden gestort.
Artikel
IV.
Wijziging van
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten [zie
art. V van de wet,
red.]
Onderdeel A
[zie art.
V, onderdeel A, van de wet, red.]
Op grond van artikel X [zie art. XI, van de
wet, red.]
zullen de gelden van het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen overgaan op het Arbeidsongeschiktheidsfonds. In verband hiermee wordt
artikel 42, eerste lid, van de Wet Rea
aangepast.
Onderdeel B
[zie art.
V, onderdeel B, van de wet, red.]
Eerste lid
Een zelfstandige die is
verzekerd op grond van de WAZ kan onder voorwaarden in aanmerking worden
gebracht voor voorzieningen en verstrekkingen op grond van de Wet
Rea.
De verzekering op grond van de WAZ wordt met ingang van 1 juli 2004
beëindigd. Dit zou betekenen dat rblz.|15|
personen
die op 30 juni 2004 recht
hadden op een voorziening op grond van artikel 22 of verstrekking op
grond van artikel 30 van de Wet
Rea deze direct zouden kwijtraken omdat
zij immers niet langer verzekerd zijn op grond van de WAZ en dus niet
arbeidsgehandicapt als bedoeld in artikel 10 zijn. Het is ongewenst dat
deze zelfstandigen onmiddellijk hun voorziening of verstrekking
kwijtraken. Daarom is door middel van dit artikel overgangsrecht
gecreëerd dat ervoor zorgt dat de betrokken zelfstandige met
betrekking tot die voorziening of verstrekking en voor de duur van die
voorziening of verstrekking geacht wordt verzekerd te zijn op grond van
de WAZ, zodat hij kan worden aangemerkt als arbeidsgehandicapte als
bedoeld in artikel 10. Dit betekent dat hij de voorziening of
verstrekking voor de daarvoor bepaalde duur behoudt, mits hij ook aan de
andere voorwaarden voldoet die toekenning mogelijk maken. De
zelfstandige wordt alleen voor de toepassing van de artikelen 22 en
30
aangemerkt als verzekerde op grond van de WAZ. Dit betekent dat hij kan
worden aangemerkt als arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel
10. Het
artikel zorgt er dus niet voor dat de zelfstandige ook daadwerkelijk
verzekerd is op grond van de WAZ. De zelfstandige wordt alleen als
verzekerde aangemerkt met betrekking tot de al aangevraagde of
toegekende voorziening of verstrekking; hij komt dus niet in aanmerking
voor een nieuwe of andere voorziening of verstrekking.
Op grond van
artikel
22a,
eerste lid, van de Wet Rea kan het UWV
ten behoeve van de arbeidsgehandicapte aan wie een voorziening als bedoeld in artikel
22,
eerste tot en met vierde lid, is toegekend op diens aanvraag een
schriftelijke overeenkomst met betrekking tot kinderopvang sluiten. Deze
mogelijkheid blijft ook in de overgangssituatie bestaan. Ook als iemand
op grond van het overgangsrecht een voorziening op grond van artikel 22
is toegekend, kan deze overeenkomst nog worden gesloten. Immers de enige
voorwaarde is dat er een voorziening is toegekend.
Op grond van artikel 22a,
tweede lid, van de Wet
Rea kan het UWV een tegemoetkoming in de kosten in
verband met kinderopvang verstrekken aan de arbeidsgehandicapte
werknemer indien deze, na het tijdstip gelegen zes maanden na ingang van
diens uitkering op grond van de WAZ, werkzaamheden gaat verrichten in een
dienstbetrekking voor de duur van ten minste zes maanden. Personen die vóór 1 juli 2004 recht hadden op een uitkering op grond van de
WAZ
behouden deze uitkering; de financiële tegemoetkoming op grond van
artikel 22a, tweede lid, zal dan ook niet eindigen als gevolg van het
inwerkingtreden van deze wet.
Op grond van
artikel 28
van de Wet Rea kan een toelage aan WAZ-verzekerden worden verstrekt bij
derving van arbeidsinkomen. Op grond van artikel 3 van de
WAZ zoals dat
wordt voorgesteld, blijven zelfstandigen die vóór 1 juli 2004
arbeidsongeschikt zijn geworden gedurende de periode dat hij vanwege die
arbeidsongeschiktheid nog recht heeft op een toelage verzekerd op grond
van de WAZ.
Bij
artikel 29 van de Wet
Rea doen zich geen problemen voor en zal een toegekende inkomenssuppletie
niet worden beëindigd op grond van de inwerkingtreding van deze wet.
Tweede lid
In
artikel 22, derde lid,
wordt geregeld dat het UWV op aanvraag ook andere voorzieningen kan
toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de
mogelijkheid tot het verrichten van arbeid dan de voorzieningen, bedoeld
in artikel 22, tweede lid, indien zij noodzakelijk zijn voor de
uitoefening van de werkzaamheden op grond waarvan de arbeidsgehandicapte
verzekerd is voor de WAZ. Personen die onder het overgangsrecht vallen,
zijn na 1 juli 2004 niet meer verzekerd op grond van de WAZ en daardoor
is er ook geen sprake meer van werkzaamheden rblz.|16|
op grond waarvan de
arbeidsgehandicapte verzekerd is voor de WAZ. Op grond van het eerste
lid worden personen die vóór 1 juli 2004 verzekerd zijn op grond van de
WAZ en vóór of op die dag een aanvraag hebben ingediend of in aanmerking
zijn gebracht voor een voorziening op grond van artikel
22 of een
verstrekking van artikel 30 voor de toepassing van die artikelen met
betrekking tot en voor de duur van die voorziening of verstrekking
geacht verzekerd te zijn op grond van de WAZ. Dit neemt niet weg dat er
niet meer gesproken kan worden over werkzaamheden op grond waarvan de
arbeidsgehandicapte verzekerd is voor de WAZ. In het tweede lid is
hiervoor een voorziening getroffen.
Derde lid
In artikel I van de
Regeling tot intrekking van de Experimentele regeling
subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten ¹ is bepaald dat de
experimentele regeling van toepassing blijft op aanvragen die vóór de
inwerkingtredingsdatum van de intrekkingsregeling zijn ingediend. Met
betrekking tot zelfstandigen die een dergelijke subsidie (ook:
persoonsgeboden reïntegratiebudget) ontvangen of hebben aangevraagd,
geldt op grond van artikel 10 juncto artikel 22
juncto artikel 33 van de Wet
Rea de voorwaarde dat ze ofwel een WAZ-uitkering ontvangen,
dan wel
WAZ-verzekerde zijn. Na de inwerkingtreding van artikel I, onderdeel
C,
van deze wet zullen personen die geen WAZ-uitkering ontvingen maar
"slechts"
WAZ-verzekerd waren (omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt waren)
niet meer voldoen aan één van de voorwaarden om een persoonsgebonden
reïntegratiebudget te ontvangen. Omdat het gewenst is dat de
zelfstandigen die vóór de intrekking van de Experimentele regeling
subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten een persoonsgebonden
reïntegratiebudget hebben aangevraagd en toegekend hebben gekregen dat
behouden, is overgangsrecht met betrekking hiertoe opgenomen. Net als
met betrekking tot het eerste lid geldt ook hier dat de betrokkene wel
aan de overige voorwaarden moet (blijven) voldoen. De zelfstandige wordt
alleen voor de toepassing van artikel 33 aangemerkt als verzekerde op
grond van de WAZ. Dit betekent dat hij kan worden aangemerkt als
arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10. Het artikel zorgt er dus
niet voor dat de zelfstandige ook daadwerkelijk verzekerd is op grond
van de WAZ. De zelfstandige wordt alleen als verzekerde aangemerkt met
betrekking tot de al aangevraagde of toegekende subsidie.
1. Op het tijdstip van
inwerkingtreding van deze wet is er nog geen
"Regeling tot intrekking van de Experimentele regeling
subsidieverstrekking arbeidsgehandicapten" gepubliceerd, red.
Vierde lid
Omdat het gewenst is dat
WAZ-verzekerden ten behoeve van wie voorafgaand aan de inwerkingtreding
van artikel I, onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ
werkzaamheden als bedoeld in artikel 10, derde lid, worden verricht
door een reïntegratiebedrijf of een arbodienst een dergelijk
reïntegratietraject blijven volgen, is overgangsrecht met betrekking
hiertoe opgenomen. Ook hier geldt dat de betrokkene wel aan de overige
voorwaarden moet (blijven) voldoen. De zelfstandige wordt alleen voor de
toepassing van artikel 10, derde lid, aangemerkt als verzekerde op grond
van de WAZ. Dit betekent dat hij kan worden aangemerkt als
arbeidsgehandicapte als bedoeld in artikel 10, eerste lid. Het artikel
zorgt er dus niet voor dat de zelfstandige ook daadwerkelijk verzekerd
is op grond van de WAZ. De zelfstandige wordt alleen als verzekerde
aangemerkt met betrekking tot het al aangevangen reïntegratietraject.
Vijfde lid
Omdat het tevens gewenst
is op de aanvraag van WAZ-verzekerden om een individuele
reïntegratieovereenkomst (IRO) als bedoeld in artikel 4.2 van het
Besluit SUWI die voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel I,
onderdeel C, van de Wet einde toegang verzekering WAZ
is
ingediend, op grond van het "oude recht" te beslissen, is
overgangsrecht opgenomen. Ook hier geldt dat de betrokkene wel aan de rblz.|17|
overige voorwaarden moet (blijven) voldoen. De zelfstandige wordt alleen
met betrekking tot de IRO aangemerkt als verzekerde op grond van de WAZ.
Dit betekent dat hij kan worden aangemerkt als arbeidsgehandicapte als
bedoeld in artikel
10, eerste lid. Het artikel zorgt er dus niet voor
dat de zelfstandige ook daadwerkelijk verzekerd is op grond van de WAZ.
Al gesloten individuele reïntegratieovereenkomsten kunnen conform het
trajectplan worden uitgevoerd.
Artikel
V.
Wijziging van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen [zie
art. VI van de wet,
red.]
Zie de
toelichting op
artikel IV.
Artikel
VI. Wijziging van
de Ziekenfondswet [zie
art. VII van de wet,
red.]
In
artikel
3d van de
Ziekenfondswet is geregeld dat de zelfstandige die op grond van artikel
3, eerste lid, aanhef en onder a, van de WAZ
verzekerd is, ook verzekerd
is voor de Ziekenfondswet, indien zijn inkomen niet hoger is dan de in
artikel
3d van de
Ziekenfondswet gestelde grens. Voor de zelfstandige
die voldoet aan de eisen voor ziekenfondsverzekering, maar die in
verband met het onderhavige wetsvoorstel niet meer op grond van de WAZ
verzekerd zal zijn, is het wenselijk dat hij verzekerd blijft op grond
van de Ziekenfondswet. Om dit te bewerkstellingen, wordt de
ziekenfondsverzekering voor deze zelfstandigen rechtstreeks gebaseerd op
de bepalingen in de Wet
inkomstenbelasting 2001 en niet langer op
het zelfstandigenbegrip in de WAZ.
Artikel
VII. Wijziging
van de Wet inkomstenbelasting 2001 [zie
art. VIII van de wet,
red.]
Onderdeel A
[zie art.
VIII, onderdeel A, van de wet, red.]
In artikel 3.16 van de
Wet
inkomstenbelasting 2001 wordt geregeld dat bij het bepalen van de
winst lasten en kosten die verband houden met premies op grond van de WAZ
of een buitenlandse regeling die naar aard en strekking daarmee
overeenkomt niet in aftrek komen. Nu er geen sprake meer is van
premieplicht op grond van de WAZ, kan het betreffende onderdeel
vervallen.
Onderdeel B
[zie art.
VIII, onderdeel B, van de wet, red.]
In artikel
3.124 van de Wet
inkomstenbelasting 2001 wordt geregeld dat premies voor de WAZ
uitgaven voor inkomensvoorzieningen zijn. Nu er geen sprake meer is van
een premieplicht op grond van de WAZ, kan het betreffende onderdeel
vervallen.
Artikel
VIII. Wijziging
van de Wet op de loonbelasting 1964 [zie
art. IX van de wet,
red.]
Onderdeel A
[zie art.
IX, onderdeel A, van de wet, red.]
Dit onderdeel bevat een
technische wijziging. In artikel 12a van de Wet
op de loonbelasting 1964 wordt verwezen naar artikel 72, tweede lid, van de
WAZ. Deze verwijzing
is vervangen door een verwijzing naar artikel 8, elfde lid, van de
WAZ.
Onderdeel B
[zie art.
IX, onderdeel B, van de wet, red.]
In artikel
15b van de Wet
op de loonbelasting 1964 is geregeld dat vergoedingen ter zake van
premies op grond van de WAZ of een buitenlandse regeling die naar aard
en strekking daarmee overeenkomt niet tot de vrije vergoedingen behoren.
Nu de premieplicht op grond van de WAZ vervalt, kan ook deze bepaling
vervallen.
rblz.|18|
Artikel
IX.
Wijziging van
de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
[zie art.
X van de wet, red.]
Dit artikel bevat
technische wijzigingen in verband met de wijziging van artikel 3 van de
WAZ.
Artikel
X.
Overgang
vermogensbestanddelen Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen [zie
art. XI van de wet,
red.]
Voorgesteld wordt om de
uitgaven op grond van de WAZ en hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf
2, en
artikel 3:30 van de Wet arbeid en zorg voortaan te financieren uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds in plaats van uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen. In verband hiermee wordt hier
voorgesteld om alle vermogenbestanddelen uit het
Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen over te laten gaan naar het
Arbeidsongeschiktheidsfonds.
Artikel
XI.
Inwerkingtreding [zie
art. XIII van de wet,
red.]
Het voornemen bestaat
deze wet in werking te laten treden met ingang van 1 juli 2004. Hierbij
kan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet van toepassing worden
verklaard omdat gezien de budgettaire effecten van deze wet de wet geen
uitstel kan leiden.
In dit artikel is bepaald
dat artikel I, onderdeel L, met betrekking tot de artikelen 76 en
77 van
de WAZ terugwerkt tot en met 1 januari 2004. Dit betekent dat de artikelen 76 en
77 met ingang van 1 januari 2004 zijn vervallen en
hiermee de Regeling rijksbijdrage WAZ. Hierdoor is duidelijk dat er over
2004 geen rijksbijdrage verschuldigd is op grond van de WAZ. Wel zal,
zoals ook al eerder aangegeven, een rijksbijdrage in het
Arbeidsongeschiktheidsfonds worden geïntroduceerd ten behoeve van de
uitgaven op grond van de Wet arbeid en zorg voor de alfahulpen en andere
personen die minder dan drie dagen per week uitsluitend of nagenoeg
uitsluitend huishoudelijke of persoonlijke diensten in een huishouding
verrichten en de overgangsgevallen, bedoeld in artikel 3:30 van de
Wet
arbeid en zorg. Overigens betekent dit ook dat de andere regelingen op
grond van artikel 77 van de WAZ
ook met ingang van 1 januari 2004 vervallen; dit kan omdat de premie voor 2004 op nihil is gesteld.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
|