|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 29 420.
Handelingen II 2003-2004, blz. 5330-5352, 5367-5368.
Kamerstukken I 2003-2004, 29 420 (A, B, C).
Handelingen I 2003-2004, zie vergadering d.d. 5/6 juli 2004.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 9 juli 2004, Stb.
2004, 362, houdende wijziging van de Invoeringswet Wet werk en bijstand
in verband met het verlenen van de bevoegdheid aan gemeentebesturen om
in het kader van de Wet werk en bijstand categoriale regelingen voor de
kosten van chronische ziekte of handicap voort te zetten of nieuwe
categoriale regelingen ter zake tot stand te brengen. Inwerkingtreding:
23 juli 2004, zie artikel II.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is gemeentebesturen de mogelijkheid te bieden om in het kader
van de Wet werk en bijstand bestaande categoriale regelingen voor de
kosten van chronische ziekte of handicap voort te zetten, dan wel nieuwe
categoriale regelingen ter zake tot stand te brengen en daarvoor de Invoeringswet Wet werk en bijstand
te wijzigen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art.
I. [MvT]
Aan artikel 10 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand worden twee
leden toegevoegd, luidende:
-3. In afwijking van artikel 35, eerste lid, van de
Wet werk en bijstand kan, onverminderd het eerste lid, bijzondere bijstand ook aan
een persoon van 18 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, behorend tot
een categorie chronisch zieken of gehandicapten, worden verleend, zonder
dat wordt nagegaan of ten aanzien van die persoon kosten in verband met
chronische ziekte of handicap ook daadwerkelijk noodzakelijk zijn of
gemaakt zijn, indien ten aanzien van de categorie waartoe hij behoort
aannemelijk is dat die zich in bijzondere omstandigheden bevindt die
leiden tot bepaalde noodzakelijke kosten van bestaan waarin de algemene
bijstand niet voorziet en die de aanwezige draagkracht te boven gaan.
-4. Het derde lid vervalt op een bij koninklijk besluit te bepalen
tijdstip.
Art.
II. [MvT]
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt terug
tot en met 1 januari 2004. Artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet is
van toepassing.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Tavarnelle, 9
juli 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de tweeëntwintigste
juli 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|