|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2003-2004, 29 420
Wijziging van de Invoeringswet Wet werk en bijstand
in verband met het verlenen van de bevoegdheid aan gemeentebesturen om
in het kader van de Wet werk en bijstand categoriale regelingen voor de
kosten van chronische ziekte of handicap voort te zetten of nieuwe
categoriale regelingen ter zake tot stand te brengen
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
In verband met het gebleken belang van aanvullende
inkomensondersteuning heeft het kabinet voor 2004 aan het fictief budget
bijzondere bijstand in de algemene uitkering uit het gemeentefonds €|80
miljoen toegevoegd (Kamerstukken II 2003-2004, 29 200, XV,
nr. 64). Bij dit besluit ziet het kabinet op ondersteuning naar
draagkracht, met specifieke aandacht voor noodzakelijke kosten tengevolge van
chronische ziekte of handicap. Daarmee worden de mogelijkheden vergroot die
de Wet werk en bijstand aan de gemeentebesturen biedt voor aanvullende inkomensondersteuning.
Artikel I maakt het de gemeentebesturen mogelijk om
bestaande categoriale regelingen voor de kosten van chronische ziekte of
handicap voort te zetten en nieuwe regelingen in te voeren. Artikel
10,
eerste lid, van de Invoeringswet Wet werk en bijstand voorziet reeds in de
mogelijkheid om bestaande regelingen voort te zetten tot het tijdstip
dat in de beschikking is bepaald, doch uiterlijk één jaar na inwerkingtreding
van de Wet werk en bijstand. In aanmerking nemende dat het in de
beschikking vervatte tijdstip gelegen kan zijn in het kalenderjaar 2004, is het
noodzakelijk om vanaf 1 januari 2004 te voorzien in de mogelijkheid van
voortzetting van de onderhavige categoriale bijzondere bijstand, c.q. toekenning van deze
vorm van bijstand. Teneinde mogelijke misverstanden over
de relatie tussen artikel 10, eerste lid, van de
Invoeringswet Wet werk en bijstand en het voorgestelde derde lid van dit artikel weg te nemen,
is aan laatstgenoemde bepaling toegevoegd "onverminderd het eerste
lid".
Bij de geldigheidsduur van de bepaling zullen de
ontwikkelingen rond de voorliggende voorzieningen betrokken worden.
Aan het wetsvoorstel wordt terugwerkende kracht gegeven
om voor chronisch zieken en gehandicapten een naadloze aansluiting
mogelijk te maken tussen hetgeen was geregeld in artikel
39, tweede
lid, van de Algemene bijstandwet en hetgeen thans wordt geregeld in
artikel 10, derde lid, van de Invoeringswet Wet werk en
bijstand. Het ligt in
de rede dat gemeentebesturen bij de invulling van het begrip
chronisch zieken en gehandicapten aansluiting zoeken bij de ter zake
bestaande gemeentelijke uitvoeringspraktijk.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid,
M. Rutte
|
|