|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 29 499.
Handelingen II 2003-2004, blz. 5159.
Kamerstukken I 2003-2004, 29 499 (A, B, C).
Handelingen I 2003-2004, zie vergaderingen d.d. 5 en 6 juli 2004.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 9 juli 2004, Stb.
2004, 363, houdende wijziging van de Wet werk en bijstand
en
enige andere wetten in verband met een aantal
technische verbeteringen en het herstel
van enkele omissies in de Invoeringswet Wet werk en bijstand. Inwerkingtreding: 23 juli 2003, zie artikel
VIII.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Allen, die deze zullen zien
of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging
genomen hebben, dat het noodzakelijk is de Wet werk en bijstand
en enige
andere wetten te wijzigen in verband met een aantal technische
verbeteringen en het herstel van enkele omissies in de Invoeringswet Wet werk en bijstand;
Zo is het, dat Wij, de Raad
van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij
goedvinden en verstaan bij
deze:
Art. I.
Wet werk en bijstand [MvT]
De Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 13 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel
d, komt te luiden:
d. die per kalenderjaar
langer dan vier weken verblijf houdt buiten Nederland dan wel een
aaneengesloten periode van langer dan vier weken verblijf houdt buiten
Nederland;.
2. In het derde lid wordt "of een inrichting voor justitiële jeugdbescherming
zijnde een landelijke
voorziening als bedoeld in artikel 65 van de Wet op de
jeugdhulpverlening" vervangen door: of een inrichting als bedoeld in artikel 1,
onderdeel b, van de Beginselenwet
justitiële jeugdinrichtingen.
3. Het vierde lid komt te
luiden:
-4. In afwijking van het
eerste lid, onderdeel d, geldt voor personen van 57,5 jaar of ouder doch
jonger dan 65 jaar aan wie op grond van artikel
9, tweede lid, ontheffing is
verleend van de verplichtingen, bedoeld in artikel
9, eerste lid, alsmede voor
personen van 65 jaar of ouder, een periode van dertien weken.
B.
[MvT]
Artikel 31, tweede lid, onderdeel j en k, komen te luiden:
j. een eenmalige premie van
ten hoogste €|1984,00 per kalenderjaar, voor zover dit naar het
oordeel van het college bijdraagt aan zijn arbeidsinschakeling;
k. een kostenvergoeding voor
het verrichten van vrijwilligerswerk van ten hoogste een bij
ministeriële regeling vast te stellen bedrag;.
C.
[MvT]
In artikel 38, tweede lid,
wordt "onderdeel j, k en o" vervangen door:
onderdeel j en o.
Art. II.
Invoeringswet Wet werk en bijstand [MvT]
De Invoeringswet Wet werk en bijstand wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 6 van de Invoeringswet Wet werk en bijstand
komt te luiden:
Art. 6. Bijstand
buitenland
-1. Onze Minister kan de
verlening van bijstand aan een Nederlander die zich in het buitenland
bevindt, voortzetten ten aanzien van:
a. degene die in december
1995 bijstand ontving op grond van artikel 82 of artikel 95 van de
Algemene Bijstandswet, welke bijstand niet is geëindigd;
b. degene die op enig moment
in de periode van 26 weken onmiddellijk voorafgaand aan 31 december
1995 bijstand ontving op grond van artikel 82 van de Algemene
Bijstandswet, welke bijstand in die periode is geëindigd, indien
belanghebbende binnen 26 weken na die datum opnieuw bijstand aanvraagt.
-2. De in het eerste lid
bedoelde bijstand wordt afgestemd op de omstandigheden,
mogelijkheden en middelen van de belanghebbende, rekening houdend met het
niveau van de noodzakelijke kosten van het bestaan ter plaatse.
-3. Hoofdstuk 2 en de
paragrafen 6.1 tot en met 6.5 van de Wet werk en bijstand
zijn, voor zover de
omstandigheden het toelaten, van overeenkomstige toepassing, met dien
verstande dat Onze Minister in de plaats treedt van het college.
-4. Zodra ten minste 26 weken
zijn verstreken nadat de bijstand die werd verleend op grond van het
eerste lid werd beëindigd, is dat lid ten aanzien van het desbetreffende geval
niet langer van toepassing.
B. [MvT]
Artikel 11 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "de Wet werk en bijstand is niet van
toepassing" vervangen door:
de Wet werk en bijstand is tot een bij koninklijk besluit te
bepalen tijdstip niet van toepassing.
2. Het tweede komt te
luiden:
-2. In afwijking van artikel
8 wordt het in de woonwagen of het woonschip met bijbehorend
erf gebonden vermogen van de belanghebbende, bedoeld in het eerste lid,
met ingang van het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, vastgesteld
op de waarde ervan op dat tijdstip.
Art. III.
Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
[MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 6, derde lid,
onderdeel e, vervalt "voor wie de verplichtingen op grond van
artikel 36,
tweede lid, niet gelden".
B. [MvT]
In artikel 59d, eerste lid,
onderdeel a, wordt "uitkering" vervangen door: een uitkering.
Art. IV.
Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers [MvT]
De Wet inkomensvoorziening
oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers wordt
als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 6, eerste lid,
onderdeel d, vervalt "voor wie de verplichtingen op grond van
artikel 36,
tweede lid, niet gelden".
B. [MvT]
In artikel 59d, eerste lid,
onderdeel a, wordt "uitkering" vervangen door: een uitkering.
Art. V.
Wet inkomensvoorziening kunstenaars [MvT]
De Wet inkomensvoorziening kunstenaars wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 3, onderdeel b,
ten derde, onderdeel e en onderdeel f, wordt na "een bloedverwant in de
eerste graad" ingevoegd: of een bloedverwant in de tweede graad indien er
bij één van de bloedverwanten in de tweede graad sprake is van
zorgbehoefte.
B. [MvT]
In artikel 8, vijfde lid,
wordt na "laatst gevestigde hypotheek" ingevoegd: of verpanding.
C. [MvT]
Artikel 9, eerste lid, onderdeel b en c, komt te luiden:
b. een alleenstaande ouder:
het bedrag gelijk aan de som van de voor een dergelijk persoon
geldende bijstandsnorm, bedoeld in artikel
21, onderdeel b, van de Wet werk en bijstand,
en de maximale toeslag, bedoeld in artikel 25,
tweede lid, van de Wet werk en bijstand, verminderd met het verschil tussen het
maandelijkse bedrag voor een alleenstaande, bedoeld in onderdeel a,
enerzijds en de voor een alleenstaande geldende bijstandsnorm, bedoeld in
artikel 21, onderdeel a, van de Wet werk en bijstand, vermeerderd met de
voormelde maximale toeslag, anderzijds;
c. gehuwden: het bedrag
gelijk aan de voor dergelijke personen geldende bijstandsnorm,
bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de
Wet werk en bijstand, verminderd
met het verschil tussen het maandelijkse bedrag voor een
alleenstaande, bedoeld in onderdeel a, enerzijds en de voor een alleenstaande
geldende bijstandsnorm, bedoeld in artikel 21, onderdeel a, van de
Wet werk en bijstand, vermeerderd met de maximale toeslag, bedoeld in
artikel 25, tweede lid, van de Wet werk en bijstand, anderzijds.
D. [MvT]
Artikel 10 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "Zodra het inkomen van de kunstenaar en zijn
gezin over het kalenderjaar
waarin uitkering is verleend bekend is" vervangen door "Uiterlijk
in het kalenderjaar volgend op het kalenderjaar waarin de uitkering is
verleend en binnen acht weken nadat de kunstenaar de benodigde gegevens heeft
verstrekt" en wordt na "onder verband van hypotheek" ingevoegd: of
verpanding.
2. Onder vernummering van
het tweede tot en met het vijfde lid tot het derde tot en met zesde lid
wordt na het eerste lid een lid ingevoegd, luidende:
-2. De inhoudingsplichtige
verstrekt gelijktijdig met zijn gegevensverstrekking aan de inspecteur, bedoeld in
artikel 101 van de Uitvoeringsregeling
loonbelasting 2001, aan de
kunstenaar een jaaropgave.
E. [MvT]
In artikel 19a, eerste lid,
wordt "versterkt" vervangen door: verstrekt.
F. [MvT]
In artikel 20, tweede lid,
wordt "bedoeld in het eerste lid" vervangen door: , bedoeld in
artikel
19a, eerste lid,.
G. [MvT]
In artikel 23d vervallen het
tweede en derde lid, onder vernummering van het vierde en vijfde lid
tot tweede en derde lid.
H. [MvT]
In de artikelen 4, onderdeel c, 6, derde lid,
29, 31, tweede lid, en
35,
derde lid, wordt "Wetenschappen" vervangen door: Wetenschap.
I. [MvT]
In artikel 50 wordt "te ’s-Gravenhage"
vervangen door: te Amsterdam.
Art. VI.
Wet inkomstenbelasting 2001 [MvT]
In artikel 3.104, onderdeel
f, van de Wet
inkomstenbelasting 2001 wordt "vertrekkingen" vervangen
door: verstrekkingen.
Art. VII.
Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid [MvT]
In de artikelen 24, derde
lid, 48, vijfde lid, en 64a, vierde lid, van de
Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid wordt "genoemd in hoofdstuk IV van de
Algemene
bijstandswet" vervangen door: genoemd in hoofdstuk 3 van de
Wet werk en bijstand.
Art. VIII.
Inwerkingtreding [MvT]
Deze wet treedt in werking
met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad
waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2004. Artikel
16 van de Tijdelijke referendumwet is van toepassing.
Lasten en bevelen dat deze
in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige
uitvoering de hand zullen houden.
Tavarnelle, 9 juli 2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de tweeëntwintigste
juli 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|