|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2003-2004, 29 498
Wijziging
van de arbeidsongeschiktheidswetten
in verband met de wijziging van de systematiek van de herbeoordelingen (Wet
wijziging systematiek herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten)
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
| xAlgemeen |
| 1 |
Algemeen |
| 2 |
Achtergrond |
| 3 |
Vervallen wettelijke
herbeoordelingen |
| 4 |
Cohortsgewijze
herbeoordelingen |
| 5 |
Uitzondering voor
bepaalde groepen |
| 6 |
Financiële gevolgen |
| 7 |
Adviezen UWV, IWI,
Actal |
|
xArtikelsgewijs |
| xx |
Artikelen
I t/m VII |
Algemeen
deel
1. Algemeen
In dit wetsvoorstel wordt
voorgesteld de wettelijke herbeoordelingen zoals die thans in de arbeidsongeschiktheidswetten staan te vervangen
door een eenmalige
herbeoordeling waarbij uitkeringsgerechtigden op basis van leeftijd worden
opgeroepen voor een herbeoordeling. Deze herbeoordelingen zullen
geschieden vanaf de invoeringsdatum van dit wetsvoorstel op grond van
de huidige arbeidsongeschiktheidswetten en met een aangepast
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
2. Achtergrond
De regering is voornemens
om vanaf 2006 een nieuw arbeidsongeschiktheidstelsel in werking te laten
treden. Dat stelsel zal meer dan het huidige gericht zijn op werk. De
nadruk ligt op arbeidsgeschiktheid in plaats van arbeidsongeschiktheid. De
periode waarin de werkgever het loon doorbetaalt bij ziekte is vanaf
2004 uitgebreid naar twee jaar. Alleen mensen die
geen enkele mogelijkheid
hebben om aan het arbeidsproces deel te nemen krijgen recht op
een uitkering op grond van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid.
Gedeeltelijke arbeidsgeschikten blijven zoveel mogelijk in het
arbeidsproces en krijgen bij werk een loonsuppletie. De uitkering zal voor
degenen die niet werken na verloop van tijd op minimumniveau liggen.
Werknemers die na twee jaar ziekte minder dan 35% arbeidsongeschikt
zijn, blijven zoveel mogelijk in dienst bij hun werkgever; zij krijgen geen
arbeidsongeschiktheidsuitkering.
Dit voorstel is erop
gericht om de wettelijke herbeoordelingen op grond van de huidige arbeidsongeschiktheidswetten te laten vervallen en
bestaande
arbeidsongeschikten te herbeoordelen in een nader te bepalen volgorde en tijdpad.
Hiertoe wordt een delegatiebepaling geïntroduceerd. Op deze wijze wordt
vormgegeven aan de besparing die in dit verband is opgenomen in het
Hoofdlijnenakkoord van het kabinet-Balkenende II. In de brief van 16 september
2003 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2003-2004, 28 333, nr. 2)
is met betrekking tot deze herbeoordelingsoperatie opgenomen dat personen
die de meeste kansen hebben op reïntegratie het eerst worden
opgeroepen voor een herbeoordeling. In de brief aan de rblz.|2|
Tweede Kamer van 12 maart
2004 is gesteld dat twee groepen worden uitgezonderd van de
herbeoordelingsoperatie, namelijk alle arbeidsongeschikten die bij eerdere
herbeoordelingsoperaties zijn ontzien en degenen die op 1 juli 2004 55 jaar
of ouder zijn. De reden hiervoor is dat de regering die personen onvoldoende
kansrijk acht in verband met de afstand tot de arbeidsmarkt.
3. Vervallen wettelijke
herbeoordelingen
Thans is in de
arbeidsongeschiktheidswetten geregeld dat de uitkering steeds voor vijf jaar
verstrekt wordt (artikel 34 Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) in combinatie met
artikel XVIII Wet terugdringing beroep op
arbeidsongeschiktheidswetten (Wet TBA)). Na afloop van deze periode beziet het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) door middel van een
claimbeoordeling of de uitkeringsgerechtigde nog steeds
arbeidsongeschikt is, en zo ja, in welke mate. Als er sprake is van een arbeidsongeschiktheid van 15% of meer, wordt een nieuwe uitkering
verstrekt voor weer vijf
jaar. Daarnaast is in de artikelen 36 WAO,
12 Wet
arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), en 11
Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening
jonggehandicapten (Wajong) geregeld dat binnen één jaar na de
eerste toekenning een herbeoordeling volgt om te bezien of de
arbeidsongeschiktheid nog in dezelfde mate aanwezig is. Deze herbeoordelingen
staan bekend als de vijfde- en eerstejaars wettelijke herbeoordeling. Voor de
volledigheid zij nog vermeld dat naast de wettelijke
herbeoordelingen ook zogenaamde professionele herbeoordelingen bestaan.
Dit zijn herbeoordelingen waarvan het moment bepaald wordt door de professionele inschatting van de
verzekeringsarts of de
arbeidsdeskundige, of die plaatsvinden op verzoek van de
uitkeringsgerechtigde zelf.
Mede op basis van het
regeerakkoord van het kabinet (mei 2003) is besloten - zoals dat
ook in de genoemde brieven aan de Kamer is gemeld -
dat bestaande
arbeidsongeschikten zullen worden herbeoordeeld tegen nieuwe normen. Deze
nieuwe normen betreffen niet het arbeidsongeschiktheidscriterium zoals dat in het
nieuwe
stelstel zal worden geregeld, maar betreffen de nadere
regelgeving over de claimbeoordeling zoals die zal worden
vormgegeven in het Schattingsbesluit
arbeidsongeschiktheidswetten.
De herbeoordeling van
bestaande arbeidsongeschikten komt in de plaats van de wettelijke herbeoordelingen. Er is bij het UWV voldoende capaciteit
voor een groot aantal
herbeoordelingen omdat er tengevolge van de Wet verlenging
loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 in 2005 geen eindewachttijdbeoordelingen gedaan hoeven te worden voor de WAO
en, in verband met de
voorgenomen beëindiging van de toegang tot de verzekering op grond van
de WAZ voor degenen die op of na 1 juli 2004 arbeidsongeschikt
worden [zie Wet
einde toegang verzekering WAZ, red.],
vinden er vanaf juli 2005 nagenoeg geen beoordelingen plaats voor
de WAZ.
In het kader van de
procedure tot wijziging van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten
zal een zogenaamde voorhangprocedure middels publicatie in de
Staatscourant plaatsvinden. De wijzigingen houden globaal het
volgende in.
Wat betreft de
verzekeringsgeneeskundige kant van de claimbeoordeling is de bepaling omtrent de
situaties waarin de verzekeringsarts volledige arbeidsongeschiktheid kan
aannemen, aangescherpt als betrokkene in het geheel geen benutbare
mogelijkheden voor arbeid heeft. De betreffende bepaling heeft betrekking
op het niet-zelfredzaam zijn.
Wat betreft de
arbeidskundige kant van de claimbeoordeling is het uitgangspunt dat de mate
van arbeidsongeschiktheid alléén mag afhangen van de
mogelijkheden die iemand met beperkingen tengevolge rblz.|3|
van ziekte heeft en niet
van factoren die niets te maken hebben met de gezondheidstoestand.
Bepaalde factoren zoals opleiding zijn weliswaar medebepalend voor
functies die iemand nog kan verrichten, maar factoren als het aantal
uren dat iemand vóór zijn ziekte werkte, het arbeidspatroon dat hij
had of het gegeven dat hij een bepaalde bekwaamheid niet heeft terwijl het
ontbreken daarvan het normale functioneren op de arbeidsmarkt vóór zijn
ziekte niet in de weg stond, mogen niet leiden tot (een hogere mate van)
arbeidsongeschiktheid. Om dit uitgangspunt te concretiseren, zullen
aanpassingen worden voorgesteld in bepalingen over het maatmanloon en de
resterende verdiencapaciteit. Hierbij wordt gedacht aan het schatten
van deeltijders op theoretische functies met een hogere urenomvang, het
oude arbeidspatroon alleen nog in aanmerking nemen als betrokkene
nachtarbeid verrichtte, de arbeidsplaatseneis verlagen naar drie per
functie en het aannemen van bepaalde bekwaamheden.
Bovenstaande geldt
mutatis muntandis ook voor de WAZ en de Wajong. Het gewijzigde
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten zal ook gelden voor de nieuwe
instroom in de WAO, WAZ en de Wajong.
4. Cohortsgewijze
herbeoordelingen
Vanaf de inwerkingtreding
van dit wetsvoorstel worden bestaande arbeidsongeschikten
behalve de hierna genoemde uitzonderingen opgeroepen voor een herbeoordeling.
De herbeoordelingen zullen over een aantal jaren gespreid
worden. De capaciteitsruimte die er in 2005 bij het UWV ontstaat omdat er
geen eindewachttijdbeoordelingen WAO hoeven te worden uitgevoerd, zal
geheel benut worden voor de in dit wetsvoorstel bedoelde
herbeoordelingen.
De volgorde van de
cohorten waarin de arbeidsongeschikten worden opgeroepen, wordt bepaald
op basis van leeftijd. Op die manier wordt bereikt dat personen met
de beste reïntegratiekansen en de grootste kans op een verlaging van de
arbeidsongeschiktheid het eerst aan de beurt komen. Het moment waarop
de arbeidsongeschikte zal worden opgeroepen voor een herbeoordeling
wordt nader bepaald bij of krachtens algemene maatregel van bestuur [zie
artikel 1 van het Besluit eenmalige
herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten, red.].
Naast deze cohortsgewijze
herbeoordelingen blijft het ook mogelijk dat arbeidsongeschikten
opgeroepen worden voor een professionele herbeoordeling. Indien
een arbeidsongeschikte wordt herbeooordeeld op grond van professionele
inschatting of op eigen verzoek, dan vervalt de geplande
cohortherbeoordeling indien beide beoordelingen in hetzelfde cohorttijdvak vallen. Ook
indien in het eerste cohort een professionele herbeoordeling heeft
plaatsgevonden, is een geplande cohortherbeoordeling in het tweede cohort
weinig zinvol; deze laatste zal dan ook vervallen (dit zal worden
geregeld in de algemene maatregel van bestuur waarin de uitzondering
voor bepaalde groepen van de cohortsgewijze herbeoordeling wordt
opgenomen [zie artikel 2 van het Besluit
eenmalige herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten, red.]). Het is wel mogelijk dat iemand die
qua leeftijd in het
eerste cohort valt, in het tweede cohort een professionele herbeoordeling krijgt.
Ook arbeidsongeschikten van 55 jaar of ouder kunnen een professionele
herbeoordeling krijgen, maar dan met het huidige
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Oudere
arbeidsongeschikten met kansrijke reïntegratieperspectieven kunnen om
reïntegratieactiviteiten of een herbeoordeling verzoeken. Hiermee is gewaarborgd
dat deze groep niet in een nadeligere positie wordt gebracht omdat zij
pas later aan de beurt komen voor de cohortsgewijze herbeoordeling.
rblz.|4|
5. Uitzondering voor
bepaalde groepen
Zoals in de brief aan de
Tweede Kamer van 12 maart 2004 vermeld is, hebben de cohortsgewijze herbeoordelingen geen betrekking op bepaalde
groepen
arbeidsongeschikten die al lang een uitkering hebben en die boven een bepaalde
leeftijd zijn. Ten eerste betreft het hier arbeidsongeschikten die geboren
zijn vóór of
op 1 juli 1949. Ten tweede gaat het hier om personen die nog onder
het oude arbeidsongeschiktheidscriterium vallen van vóór de
Stelselherziening van 1987 en personen die nog onder het zogenaamde
middencriterium vallen van vóór de invoering van de Wet TBA in 1993. Deze
groep is op 1 juli 2004 minimaal 53, maar voor het merendeel ouder dan 56
jaar; zij hebben minimaal gedurende elf jaar een uitkering (vaak langer
dan zeventien jaar). Daarnaast is er een groep Wajongers die al meer dan
zeventien jaar
een uitkering heeft en jonger kan zijn dan 53 jaar. Ook personen die recht
hebben op een uitkering op grond van de Tijdelijke wet beperking
inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (WBIA) houden deze
uitkering.
De reden voor deze tweede
uitzondering is dat bij de totstandkoming van het overgangsrecht in
1987 en 1993 bewust gunstiger regels voor groepen oudere werknemers zijn
gecreëerd. De regering acht het juist dit overgangsrecht in stand te houden. Daar
komt bij dat als hun arbeidsongeschiktheidspercentage zou dalen, zij in de
meeste gevallen recht zouden hebben op een
werkloosheidsuitkering en eventueel een WBIA-uitkering. De inkomensgevolgen zouden
zodoende in de meeste gevallen niet groot zijn, terwijl het herbeoordeeld worden op zich veel onzekerheid zou
kunnen opleveren bij
betrokkenen. De regering is daarom van mening dat het beter is deze groepen
niet te betrekken bij de herbeoordelingsoperatie. Daar komt bij dat de
financiële opbrengst van de herbeoordeling voor deze groepen minimaal zou
zijn, terwijl de herbeoordeling wel veel capaciteit van het UWV
zou kosten.
Ditzelfde geldt voor arbeidsongeschikten geboren vóór of op 1 juli
1949. Voor hen blijft het huidge
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten gelden.
De artikelen XVI van de
Wet TBA, XIV en XXV van de
Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen en
52 van de
Invoeringswet
stelselherziening sociale zekerheid blijven dan ook van toepassing, evenals de
WBIA.
6. Financiële gevolgen
De wijziging van de
systematiek van herbeoordelingen hangt samen met de aanscherping van het
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Deze aanscherping van het
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten leidt tot financiële
besparingen in de WAO, WAZ
en Wajong. Deze besparingen zullen in de
regeling ter aanscherping van het
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten gepresenteerd en
onderbouwd worden. Daarbij zal tevens aandacht worden besteed
aan de verwachte weglek naar de Werkloosheidswet (WW) en
de Wet werk en bijstand (Wwb). Hieronder worden vooralsnog alleen
de bij de begroting 2004 ingeboekte voorlopige besparingen
gepresenteerd.
In het
Hoofdlijnenakkoord
is een ombuiging opgenomen voor het herbeoordelen in 2005 van
alle WAO-ers jonger dan 45 jaar. Bij de extra maatregelen is deze
maatregel vervangen door een aanscherping van het
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten voor
nieuwe instroom en voor de herbeoordelingen van het zittende bestand. In
onderstaande tabel wordt de bij de begroting 2004 ingeboekte, voorlopige
nettobesparing van deze maatregel weergegeven [in miljoen euro's, red.].
rblz.|5|
Deze ingeboekte besparing
heeft voor het grootste deel betrekking op de gevolgen voor de WAO. De financiële gevolgen voor de
WAZ en Wajong zullen in omvang
beperkter zijn vanwege de volgende redenen:
• in verhouding met de
WAO betreft het slechts een geringe groep;
• uitkeringen voor WAZ
en Wajong zijn geen loongerelateerde uitkeringen, maar uitkeringen op WML-niveau;
• de WAZ-populatie is
relatief oud;
• de Wajongers zijn
voor het merendeel volledig arbeidsongeschikt en zullen dit naar
verwachting in de meeste gevallen ook blijven.
In verband met het
vervallen van de wettelijke herbeoordelingen en de cohortsgewijze herbeoordelingsoperatie wordt met name op korte termijn
geen noemenswaardige
wijziging in de uitvoeringskosten arbeidsongeschiktheid verwacht, aangezien de
bij het UWV vrijvallende capaciteit (in verband met het vervallen
van de wettelijke herbeoordelingen en de Wet verlenging
loondoorbetalingsplichting bij ziekte 2003 en het beëindigen van de toegang tot de
verzekering op grond van de WAZ [zie Wet
einde toegang verzekering WAZ, red.]) zal worden ingezet voor de
cohortsgewijze herbeoordelingen. Wel is er sprake van eenmalige
implementatiekosten. Deze hangen nauw samen met de invoering van het aangepaste
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Derhalve zal dit financiële effect bij dat
wetsvoorstel ¹ in kaart worden gebracht. De ontwikkeling van de uitvoeringskosten
arbeidsongeschiktheid op lange termijn zal bezien worden in het kader van
de nog bij de Staten-Generaal aanhangig te maken wetsvoorstellen met
betrekking tot het nieuwe arbeidsongeschiktheidsstelsel.
1. Volgens de redactie
wordt hier bedoeld de nota van toelichting bij het Besluit van 18
augustus 2004 tot wijziging van het
Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten met betrekking tot de
te duiden functies alsmede in verband met de introductie van een
maatmaninkomensgarantie en enkele andere onderwerpen (Stb. 2004,
434).
7. Adviezen UWV, IWI,
Actal
Het UWV
heeft op 16
januari 2004 zijn uitvoeringstoets uitgebracht. Het UWV acht het wetsvoorstel
goed uitvoerbaar. In de memorie van toelichting zijn op basis van de
toets enige meer redactionele wijzigingen aangebracht. Het UWV zou er de
voorkeur aan geven de arbeidsongeschikten niet op basis van
leeftijd op te roepen, maar op basis van professionele inschatting. Deze
suggestie is niet overgenomen omdat een cohortenindeling op basis van leeftijd
meer duidelijkheid geeft aan betrokkenen wanneer zij aan de beurt zijn.
Het IWI [Inspectie Werk
en Inkomen, red.] heeft op 14 januari 2004 zijn toezichtbaarheidstoets uitgebracht. Het vervallen van de
wettelijke herbeoordelingen levert voor de toezichtbaarheid geen problemen op.
Het IWI kan de
toezichtbaarheid van de cohortsgewijze herbeoordeling niet goed beoordelen,
omdat de betreffende algemene maatregelen van bestuur nog niet getroffen zijn.
Over deze opmerking van het IWI zij opgemerkt dat deze maatregelen
vóór zij in het kader van de
zogeheten voorhangprocedure worden gepubliceerd in de Staatscourant,
eerst getoetst zullen worden op de toezichtbaarheid en uitvoerbaarheid.
De toets van het IWI
heeft geleid tot een aanpassing van artikel I, onderdeel
A, artikel II, onderdeel C, en artikel III, onderdeel
C. Hiermee wordt zeker gesteld dat dat
deel van de groep oude overgangsgevallen waarvoor thans een wettelijke
herbeoordeling geldt, wordt uitgezonderd van de cohortherbeoordeling.
Het Adviescollege
toetsing administratieve lasten heeft dit wetsvoorstel niet geselecteerd voor
een toets op de administratie lasten voor het bedrijfsleven, omdat het
wetsvoorstel niet relevant is voor de vermindering van de administratieve
lastendruk.
rblz.|6|
Artikelsgewijs
Artikel
I. Wijziging van
de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
Onderdeel A
In
artikel 34, eerste
lid, is bepaald dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend over
perioden van drie jaar (via artikel XVIII van de
Wet TBA is deze periode tijdelijk
vijf jaar geworden). Na die periode is dus een herbeoordeling nodig om
te bezien of de uitkering wordt voortgezet. Het onderhavige wetsvoorstel
voorziet erin deze verplichte herbeoordeling na vijf jaar te laten
vervallen. Dit onderdeel voorziet erin dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering
voor onbepaalde tijd
wordt toegekend. In plaats van de verplichte herbeoordeling na vijf jaar zal er op grond van het
vierde lid ten aanzien
van personen die na 1 juli 1949 zijn geboren een cohortsgewijze
herbeoordeling plaatsvinden. Het tijdstip, dat voor verschillende groepen van
personen verschillend kan worden vastgesteld, zal bij of krachtens
algemene maatregel van bestuur worden vastgesteld [zie
artikel 1 van het Besluit eenmalige
herbeoordelingen arbeidsongeschiktheidswetten, red.]. Hierin kan ook bepaald
worden dat bepaalde groepen worden uitgezonderd van de cohortsgewijze
herbeoordeling [zie artikel 2 van dat
besluit, red.].
Onderdeel B
In
artikel 36, tweede
lid, is bepaald dat er binnen één jaar na de ingang van de arbeidsongeschiktheidsuitkering een herbeoordeling plaatsvindt.
De hier voorgestelde
wijziging strekt ertoe dat deze verplichte herbeoordeling na één
jaar vervalt.
Onderdeel C
Dit onderdeel bevat een
technische wijziging van artikel 87, tweede lid. Omdat de uitkering voor
onbepaalde tijd wordt verstrekt, is er geen sprake meer van een
voortzetting.
Onderdeel D
De
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die zijn toegekend vóór de
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zijn nog toegekend voor een periode van
vijf jaar. Om te
voorkomen dat met betrekking tot deze arbeidsongeschiktheidsuitkeringen nog een herbeoordeling na
vijf jaar nodig is, is hier een nieuw artikel ingevoegd
dat bepaalt dat ook arbeidsongeschiktheidsuitkeringen die al vóór de
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel zijn toegekend, geacht worden te zijn
toegekend voor onbepaalde tijd. Dit betekent dat ook voor al toegekende
arbeidsongeschiktheidsuitkeringen de verplichte herbeoordeling na vijf
jaar vervalt.
Onderdeel E
[vervallen, red.]
Hiervoor geldt hetzelfde
als is opgemerkt bij artikel I, onderdeel C.
Artikel
II. Wijziging van
de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen
Onderdeel A
In
artikel 12, tweede
lid, is de verplichte herbeoordeling binnen één jaar na ingang van de arbeidsongeschiktheidsuitkering geregeld. De hier voorgestelde
wijziging strekt ertoe
dat deze verplichte herbeoordeling vervalt.
rblz.|7|
Onderdeel B
Dit onderdeel bevat een
technische aanpassing in verband met de aanpassing van artikel
37.
Onderdeel C
Zie
artikel I, onderdeel A.
Onderdeel D
In
artikel 37, tweede
lid, is bepaald dat herziening van de arbeidsongeschiktheidsuitkering in elk geval
ambtshalve
plaatsvindt in geval van de eerstejaars wettelijke
herbeoordeling. Nu deze herbeoordeling vervalt, kan ook artikel
37,
tweede lid, vervallen.
Onderdeel E
Zie
artikel I, onderdeel C.
Onderdeel F
Hiervoor geldt hetzelfde
als is opgemerkt bij artikel I, onderdeel D.
Artikel
III. Wijziging
van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten
Onderdeel A
Hiervoor geldt hetzelfde
als is opgemerkt bij artikel II, onderdeel A.
Onderdeel B
Dit onderdeel bevat een
technische wijziging in verband met de aanpassing van artikel
30.
Onderdeel C
Zie
artikel I, onderdeel A.
Onderdeel E
Hiervoor geldt hetzelfde
als is opgemerkt bij artikel II, onderdeel E.
Onderdeel F
Hiervoor geldt hetzelfde
als is opgemerkt bij artikel II, onderdeel F.
rblz.|8|
Artikel
IV. Wijziging van
de Wet terugdringing beroep op arbeidsongeschiktheidsregelingen
Via
artikel XVIII is de
periode waarover een arbeidsongeschiktheidsuitkering is toegekend, gesteld op
vijf jaar. Op grond van dit wetsvoorstel wordt de
arbeidsongeschiktheidsuitkering voor onbepaalde tijd toegekend; artikel XVIII vervalt
derhalve.
Artikel
V. Wijziging van
de Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen
Hiervoor geldt hetzelfde
als voor artikel IV.
Artikel
VI. Wijziging van
de artikelen 34, zevende lid, en 36, derde lid, van de WAO
In
artikel X, onderdeel
G en H, van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 zijn de artikelen
34, zevende lid, en 36, derde lid, van de
WAO gewijzigd. Deze wijziging hield in
dat de bevoegdheid om af te wijken van de in artikel
34, eerste lid,
respectievelijk 36, tweede lid, genoemde termijnen niet langer berust bij
het UWV, maar bij Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid.
Daarbij is evenwel niet de regeling die door het UWV was getroffen,
aangemerkt als een regeling van Onze Minister van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid [zie Besluit afwijking
herbeoordelingstermijnen WAO, WAZ en Wajong 2003, red.]. Door
het onderhavige wetsvoorstel zullen de artikelen
34,
zevende lid, en 36, derde lid, van de WAO
vervallen. In verband hiermee is
besloten geen nieuwe ministeriële regeling meer te treffen, maar met
terugwerkende kracht te bepalen dat het UWV de betreffende bevoegdheid behoudt in de
periode van 1 januari 2004 tot de datum van inwerkingtreding van
deze wet.
De door het UWV getroffen
regeling is per 1 januari 2004 niet vervallen omdat deze haar grondslag
is blijven vinden in de artikelen 12 en 35 van de
WAZ en 11 en 28 van de
Wajong. Met dit artikel wordt de grondslag voor de in de regeling
opgenomen bepalingen met betrekking tot de WAO met terugwerkende kracht
tot en met 1 januari 2004 hersteld, zodat die regeling ook voor wat
betreft de WAO zijn werking vanaf die datum heeft behouden.
Artikel
VII.
Inwerkingtreding
Het voornemen bestaat
dit
wetsvoorstel zo spoedig mogelijk nadat het tot wet is verheven in
werking te laten treden. In verband hiermee kan artikel 16 van de Tijdelijke
referendumwet van toepassing worden verklaard.
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
|