|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2002-2003, 2003-2004, 28 447.
Handelingen II 2003-2004, blz. 4513-4548, 4593-4640, 4683-4694.
Kamerstukken I 2003-2004, 28 447 (A, B, C, D, E, F).
Handelingen I 2003-2004, zie vergadering d.d. 6 juli 2004.
WET
van 9 juli 2004, Stb. 2004, 455, tot regeling met betrekking tot
tegemoetkomingen in de kosten van kinderopvang en waarborging van de
kwaliteit van kinderopvang (Wet kinderopvang ¹). Inwerkingtreding: 30 oktober 2004 (Stb.
2004, 555).
1. Redactie: tijdens
de parlementaire behandeling is de citeertitel van de Wet
basisvoorziening kinderopvang vervangen door: Wet kinderopvang.
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het
wenselijk is om regels te stellen met betrekking tot tegemoetkomingen in
de kosten van kinderopvang en om de kwaliteit van kinderopvang te
waarborgen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
[Voor de
socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]
HOOFDSTUK
7
Overgangs-
en slotbepalingen
§
1. Overgangsbepalingen
Art. 93.
-1. Hoofdstuk 2 en artikel 86
zijn gedurende ten hoogste zes maanden na het tijdstip van hun
inwerkingtreding niet van toepassing op een ouder als bedoeld in artikel 6, eerste
lid, onderdeel h en i, die gebruik maakt van kinderopvang die door het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten behoeve van die ouder is
bekostigd op grond van een vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet gesloten schriftelijke overeenkomst als bedoeld in artikel
74,
eerste lid, van de Werkloosheidswet respectievelijk
artikel 22a, eerste lid, van
de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten.
-2. Op de financiering van
kinderopvang, bedoeld in het eerste lid, blijven de artikelen 74 van
de Werkloosheidswet onderscheidenlijk 22a,
34 tot en met 37, 45 tot en met
47 en 53 van de Wet op de (re)integratie
arbeidsgehandicapten, zoals
deze artikelen luidden tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze
wet, van toepassing.
§
2. Wijziging van andere wet- en regelgeving
Art. 98.¹
De Regeling kinderopvang en
buitenschoolse opvang alleenstaande ouders wordt ingetrokken.
1. Ingevolge het Besluit van
10 december 2004, Stb. 2004, 707, treedt artikel 98 niet in werking, red.
Art. 102.
De Werkloosheidswet wordt
als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 74 vervalt.
B.
In artikel 78a, derde lid,
vervalt de zinsnede "alsmede op de financiering van, en de tegemoetkoming in
de kosten van, kinderopvang, bedoeld in artikel
74, en de daaraan
verbonden uitvoeringskosten".
C.
Artikel 93, onderdeel j, komt te
luiden:
j. de tegemoetkoming in de
kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Wet kinderopvang, ten behoeve van de ouder die een
persoon is als bedoeld in
artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van die wet, met uitzondering van hetgeen op
grond van artikel 97f ten laste komt van het
Uitvoeringsfonds voor de
overheid.
D.
In artikel 97b, eerste lid,
wordt de puntkomma aan het slot van onderdeel d vervangen door
een punt en vervalt onderdeel e.
E.
Artikel 97f, onderdeel n, komt
te luiden:
n. de tegemoetkoming in de
kosten van kinderopvang, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van
de Wet kinderopvang, ten behoeve van de ouder die een persoon is als
bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel h, van die wet;.
Art. 103.
De Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten
wordt als volgt gewijzigd:
A.
Na artikel 22 vervalt paragraaf
1a.
Kinderopvang met het daarin opgenomen artikel
22a.
B.
In artikel 33, eerste lid,
vervalt de zinsnede ", met uitzondering van de financiering van, of
tegemoetkoming in de kosten van, kinderopvang als bedoeld in artikel
22a,".
C.
In artikel 34, eerste lid,
vervalt de zinsnede "van financiering van, of tegemoetkoming in de kosten
van, kinderopvang als bedoeld in artikel 22a," en vervalt na
"indien de voorzieningen" de zinsnede "de financiering van, of tegemoetkoming in de
kosten van, kinderopvang,".
D.
In artikel 35, eerste lid,
vervalt de zinsnede "de financiering van, of de tegemoetkoming in de kosten
van, kinderopvang, bedoeld in artikel 22a,".
E.
In artikel 36, eerste lid,
onderdeel a, vervalt de zinsnede ", en de financiering van, of tegemoetkoming in de
kosten van, kinderopvang, bedoeld in artikel 22a".
F.
In artikel 37, onderdeel a,
vervalt de zinsnede ", en de financiering van, of tegemoetkoming in de kosten
van, kinderopvang, bedoeld in artikel 22a".
G.
In artikel 43, eerste lid,
onderdeel b, wordt de zinsnede "en financiering van, of tegemoetkoming in de
kosten van, kinderopvang, bedoeld in artikel
22a" vervangen door: en
tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang als bedoeld in artikel 29,
eerste lid, van de Wet kinderopvang ten behoeve van de ouder die een persoon
is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel i, van die wet.
H.
In artikel 53 wordt "op
grond van artikel 22, 22a
en 31" vervangen door: op grond van de artikelen 22
en 31.
Art. 104.
Artikel 6, eerste lid, onderdeel o, van de
Coördinatiewet Sociale Verzekering komt te luiden:
o. de tegemoetkomingen die
op grond van de artikelen 6, eerste lid, 22, eerste lid, of 29, eerste
lid, van de Wet kinderopvang worden verstrekt in de kosten van kinderopvang;.
Art.
106.
In artikel 37, onderdeel b, van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt een nieuw
subonderdeel toegevoegd, luidende:
4º. het toezicht op de
rechtmatigheid en doeltreffendheid van de uitvoering van de taken
opgedragen aan het college van burgemeester en wethouders bij of krachtens
hoofdstuk 3 en hoofdstuk 6 van de Wet kinderopvang;.
§
3. Slotbepalingen
Art. 116.
-1. Deze wet treedt in
werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de
verschillende paragrafen, artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden gesteld.¹ In afwijking van de eerste volzin treedt artikel 7, tweede en
derde lid, in werking met ingang van 1 januari 2009.
-2. De artikelen 1, onderdeel b,
onder 3º, 2, zevende lid, derde volzin, 2, negende
lid, tweede volzin, 3c en 4,
derde lid, van de Wet
klachtrecht cliënten zorgsector vervallen op een
bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
1. Bij Besluit
van 25 oktober 2004, Stb. 2004, 555, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op
30 oktober 2004, met uitzondering van de bepalingen, genoemd in dat
besluit, red.
Art. 117.
Deze wet wordt aangehaald
als: Wet kinderopvang.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te Tavarnelle, 9
juli 2004
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
De Staatssecretaris van
Financiën,
J.G. Wijn
De Staatssecretaris van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
C.I.J.M. Ross-van Dorp
Uitgegeven de eenentwintigste
september 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|