|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II
2003-2004, 29 249.
Handelingen II 2003-2004, blz. 5654-5665, 5706.
Kamerstukken I 2003-2004, 29 249 (A); 2004-2005, 29 249 (B, C, D).
Handelingen I 2004-2005, zie vergadering d.d. 2 november 2004.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 4 november 2004, Stb.
2004, 594, houdende wijziging van de Werkloosheidswet
en de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen in verband met de vervanging van fictief arbeidsverleden
door feitelijk arbeidsverleden en de beperking van het
verzorgingsforfait. Inwerkingtreding: 1 januari 2005 (Stb.
2004, 708).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is om het verzorgingsforfait meer in overeenstemming te
brengen met de ontwikkelingen met betrekking tot arbeidsparticipatie en
mitsdien het verzorgingsforfait te beperken en dat het daarnaast
wenselijk is het recht op werkloosheidsuitkering in hogere mate
afhankelijk te stellen van het feitelijk arbeidsverleden van een
werknemer en mitsdien fictief arbeidsverleden te vervangen door
feitelijk arbeidsverleden;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 17b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt
vervangen door:
-2. Voor de toepassing van
artikel 17, aanhef en onder b, onder 1º, worden niet reeds in
aanmerking genomen kalenderjaren waarin een persoon recht heeft op
kinderbijslag op grond van artikel 7 van de Algemene Kinderbijslagwet of
een andere gezinsbijslag als bedoeld in artikel 4, eerste lid,
onderdeel h, van Verordening (EG) nr. 1408/71 van de Raad van de Europese
Gemeenschap van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van
socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden,
die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PbEG L 149)
voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de aanvang van dat
kalenderjaar de leeftijd van 5 jaar niet heeft bereikt, voor de helft
gelijkgesteld met kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is
ontvangen. De in de vorige zin bedoelde persoon wordt aangemerkt als
verzorgend persoon.
2. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Het tweede lid vindt geen
toepassing indien de verzorgende persoon in een kalenderjaar voor een periode langer dan een
halfjaar als
werknemer in de zin van een
wettelijke regeling inzake werkloosheid recht heeft op een uitkering ter
zake van werkloosheid.
3. Het vierde lid vervalt,
onder vernummering van het vijfde tot en met achtste lid tot vierde tot
en met zevende lid.
4. In het tot vierde lid
vernummerde lid wordt "vierde lid" vervangen door: derde lid.
5. Het tot zevende lid
vernummerde lid komt te luiden:
-7. Bij algemene maatregel
van bestuur kunnen regels worden gesteld op grond waarvan voor het
bepalen van het aantal van 52 dagen, bedoeld in artikel
17, onderdeel b,
onder 1º, dagen waarover, anders dan bedoeld in het vijfde lid, geen loon
is ontvangen, worden gelijkgesteld met dagen waarover loon is ontvangen.
B. [MvT]
Artikel 42 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het derde lid wordt
vervangen door:
-3. Het arbeidsverleden wordt
berekend door samentelling van:
a. het aantal kalenderjaren,
vanaf en met inbegrip van 1998 tot en met het kalenderjaar
onmiddellijk voorafgaand aan het kalenderjaar waarin zijn eerste werkloosheidsdag
is gelegen, waarover de werknemer over 52 of meer dagen loon heeft
ontvangen; en
b. het aantal kalenderjaren
vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de werknemer zijn 18e
verjaardag bereikte tot 1998.
2. Onder vernummering van
het vierde lid tot vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-4. Een kalenderjaar wordt in
aanmerking genomen bij de berekening, bedoeld in het derde lid,
onderdeel a, indien volgens de beschikking, bedoeld in artikel
33a van
de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en
inkomen, de werknemer in dat
jaar over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen.
3. Het tot vijfde lid
vernummerde lid komt te luiden:
-5. Bij de toepassing van het
derde lid, onderdeel a, wordt, indien over een kalenderjaar een
beschikking als bedoeld in het vierde lid niet is afgegeven, dat kalenderjaar
in aanmerking genomen indien de werknemer aantoont daarin
over 52 of meer dagen loon te hebben ontvangen. Artikel
17b is
van overeenkomstige toepassing.
C. [MvT]
In artikel 56 wordt na "de
vrijwillige werkloosheidsverzekering wordt" ingevoegd: voor de
toepassing van deze wet.
D. [MvT]
Aan hoofdstuk Xb wordt een
artikel waarvan de nummering aansluit op het laatste artikel van dat
hoofdstuk toegevoegd, luidende:
-1. De artikelen 42 en 17b,
zoals deze luidden op de dag vóór inwerkingtreding van de Wet van 4
november 2004 tot
wijziging van de Werkloosheidswet en de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen in verband met de vervanging van fictief
arbeidsverleden door feitelijk arbeidsverleden en de beperking van het verzorgingsforfait
(Stb. 2004, 594), blijven van toepassing op
een recht op uitkering
waarbij de eerste werkloosheidsdag is gelegen vóór of op die dag.
-2. In afwijking van de
eerste zin van artikel 17b, tweede lid, worden voor de toepassing van
artikel 17, aanhef en onder b, onder 1º, niet reeds in aanmerking genomen
kalenderjaren over de periode tot 1 januari 2005, waarin een persoon
recht heeft op kinderbijslag op grond van artikel 7 van de
Algemene Kinderbijslagwet of een andere gezinsbijslag als
bedoeld in artikel 4, eerste
lid, onderdeel h, van Verordening (EG) nr. 1408/71 van de Raad van de
Europese Gemeenschap van 14 juni 1971 betreffende de toepassing
van socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op
hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PbEG
L 149) voor een tot zijn huishouden behorend kind dat bij de
aanvang van dat kalenderjaar de leeftijd van 5 jaar niet heeft bereikt,
gelijkgesteld met, en worden dergelijke kalenderjaren over de periode van 1
januari 2005 tot 1 januari 2007 voor driekwart gelijkgesteld met,
kalenderjaren waarin over 52 of meer dagen loon is ontvangen.
Art. II.
Wijziging Wet SUWI [MvT]
A. [MvT]
Na artikel 33 wordt een
artikel ingevoegd, luidende:
Art. 33a.
Arbeidsverledenbeschikking
-1. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen geeft over kalenderjaren vanaf en met
inbegrip van 1998 uiterlijk achttien maanden na afloop van ieder tijdvak van
vijf kalenderjaren aan degene van wie in dat tijdvak als verzekerde of
als uitkeringsgerechtigde als bedoeld in artikel
1, onderdeel n, aanhef en onder 2º, aantekening is gehouden in de administratie, bedoeld in artikel
33,
eerste lid, een beschikking waarin van ieder kalenderjaar in dat tijdvak
is aangegeven of hij over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen als bedoeld in
artikel 42 van de Werkloosheidswet.
-2. Op verzoek van
belanghebbende geeft het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een
beschikking over tijdvakken die niet zullen worden bestreken door de in
het eerste lid bedoelde beschikking waarin van ieder kalenderjaar in
dat tijdvak wordt aangegeven of hij over 52 of meer dagen loon heeft ontvangen als bedoeld in
artikel 42 van de Werkloosheidswet.
-3. Bij de vaststelling van
het aantal kalenderjaren, bedoeld in het eerste en tweede lid, is artikel
17b van de Werkloosheidswet van overeenkomstige toepassing.
-4. De in het eerste lid
bedoelde beschikking wordt door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
aangehouden indien van de in dat lid bedoelde persoon geen
adresgegevens voorkomen in de gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens. In dat geval wordt de beschikking niet eerder gegeven dan dat
de adresgegevens op grond van de gemeentelijke basisadministratie
persoonsgegevens bekend zijn.
-5. Bij ministeriële
regeling kunnen regels worden gesteld omtrent het eerste en tweede lid.
B.
[MvT]
Voor artikel 83 wordt een
opschrift ingevoegd, luidende: HOOFDSTUK 10A. Bepalingen in verband met de Algemene wet bestuursrecht
C.
[MvT]
Na artikel 83 worden twee
artikelen ingevoegd, luidende:
Art. 83a. Beperking
belanghebbendebegrip [MvT]
Bij een besluit op grond van
artikel 33a is belanghebbende de persoon op wiens aanspraken het
besluit betrekking heeft.
Art. 83b. Beslistermijn
bezwaarschriftprocedure [MvT]
In afwijking van artikel 7:10, eerste lid, van de
Algemene wet bestuursrecht beslist het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen binnen dertien weken na ontvangst
van het bezwaarschrift tegen een beschikking als bedoeld in artikel
33a.
D.
[MvT]
Na artikel 83b wordt een
hoofdstuk ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 10B. Overgangsbepalingen
Art. 83c. Overgangsrecht
artikel 33a
Tot 1 januari 2012 is het
Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, in afwijking van artikel 33a, eerste lid, bevoegd:
a. de in dat lid genoemde
termijn van achttien maanden buiten beschouwing te laten; en
b. de in dat lid bedoelde
beschikking te geven over tijdvakken korter of langer dan vijf jaar.
Art. III.
Inwerkingtreding
Deze wet treedt in werking
op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹
1. Bij Besluit
van 3 december 2004, Stb. 2004, 708, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005, red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
4 november 2004
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de vijfentwintigste
november 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|