St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  BELASTINGRECHTSPRAAK  IN  TWEE  FEITELIJKE  INSTANTIES

Versie 15 december 2004

 

  
 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 251.
Handelingen II 2004-2005, blz. 49-56, 288-288.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 251 (A, B, C, D, E).
Handelingen I 2005-2005, blz. 349-349, 407-407.

 

 

WET van 15 december 2004, Stb. 2004, 672, tot wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Algemene wet inzake rijksbelastingen en enige andere wetten in verband met de invoering van beroep bij de rechtbank, alsmede van hoger beroep bij het gerechtshof, in belastingzaken (Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties). Inwerkingtreding: 1 januari 2005 (Stb. 2004, 692).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in belastingzaken beroep bij de rechtbank, alsmede hoger beroep bij het gerechtshof, open te stellen;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

[Voor de socialezekerheidswetgeving relevante artikelen, red.]

 

 

Art. II.
De Algemene wet bestuursrecht wordt gewijzigd als volgt:
0A.
In artikel 6:24 vervalt het tweede lid, alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
A.
In artikel 8:4 worden de onderdelen g tot en met l vervangen door:
g. inzake de nummering van kandidatenlijsten, de geldigheid van lijstverbindingen, het verloop van de stemming, de stemopneming en de vaststelling van de uitslag bij verkiezingen van de leden van vertegenwoordigende organen, de benoemdverklaring in opengevallen plaatsen, alsmede de toelating van nieuwe leden van provinciale staten en van de gemeenteraad;
h. genomen op grond van een wettelijk voorschrift inzake de verplichte krijgsdienst, voor zover het keuring, herkeuring, werkelijke dienst, groot verlof of diensteindiging betreft, tenzij het besluit betrekking heeft op verlenging van werkelijke dienst of kostwinnersvergoeding, of het besluit is genomen op grond van de Wet voor het reserve-personeel der krijgsmacht 1985;
i. houdende een ambtshandeling van een gerechtsdeurwaarder of notaris;
j. als bedoeld in artikel 7:1a, vierde lid; of
k. inhoudende een weigering op grond van artikel 2:15.
B.
Aan de bijlage wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
I. Ministerie van Financiën
1. Invorderingswet 1990, met uitzondering van de artikelen 30 en 49.
2. Kostenwet invordering rijksbelastingen, met uitzondering van artikel 7.

 

Art. XX.
Artikel 76 van de Ziekenfondswet komt te luiden:
Art. 76.
Op het bezwaar, beroep, hoger beroep en beroep in cassatie inzake een beschikking als bedoeld in artikel 3d, tweede lid, is hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing.

 

Art. XXIII.
-1. Op het beroep tegen een uitspraak op een bezwaarschrift die is gedagtekend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft het recht zoals dit gold vóór dat tijdstip van toepassing.
-2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing:
a. op een verzoek om een voorlopige voorziening; en
b. indien met toepassing van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht rechtstreeks beroep wordt ingesteld.
-3. Op een beroep tegen het niet tijdig doen van een uitspraak op een bezwaarschrift, dat is ingesteld vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals dit gold vóór dat tijdstip van toepassing.
-4. Op het beroep in cassatie tegen een uitspraak die is bekendgemaakt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft het recht zoals dit gold vóór dat tijdstip van toepassing.

 

Art. XXIV.
-1. Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹ In dat besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
-2. Het in het eerste lid bedoelde tijdstip is tevens het tijdstip, bedoeld in artikel XVIII van de Wet organisatie en bestuur gerechten.

1. Bij Besluit van 16 december 2004, Stb. 2004, 692, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005, red.

 

Art. XXV.
Deze wet wordt aangehaald als: Wet belastingrechtspraak in twee feitelijke instanties.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 15 december 2004

 

BEATRIX

 

De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn

 

Uitgegeven de drieëntwintigste december 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x