|
BESLUIT van 23 december
2004, Stb. 2004, 718, houdende vaststelling van het
tijdstip van inwerkingtreding van de Wet
werk en inkomen kunstenaars alsmede
vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel 78a, eerste lid, van
genoemde wet
WIJ
BEATRIX, bij de gratie
Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz.
enz.
Op de voordracht van de
Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 december 2004, Directie Werk en Bijstand, nr.
W&B/URP/2004/84801;
Gelet op de artikelen
78a en
80 van de Wet werk en inkomen kunstenaars;
Hebben goedgevonden en
verstaan:
Enig artikel.
-1. Onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet treedt de Wet werk en inkomen kunstenaars in werking met ingang van
1 januari 2005, met dien
verstande dat artikel 21 in werking treedt met ingang van 1 juli 2005.
-2. Het in artikel 78a,
eerste lid, bedoelde tijdstip wordt vastgesteld op 1 januari 2006.
Onze Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit,
dat in het Staatsblad zal worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 23 december
2004
BEATRIX
De Staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
H.A.L. van Hoof
Uitgegeven de negenentwintigste
december 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|