St-AB.nl

 

 

 
     
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

             

  
vorige

Geschiedenis socialezekerheidswetten

 

WET  UITBREIDING  RECHTSGEVOLGEN  VAR

Versie 23 december 2004

 

 

 

 
Parlementaire behandeling:

Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 677.
Handelingen II 2004-2005, blz. 961-972, 1193-1193, 1658-1658.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 677 (A, B, C).
Handelingen I 2004-2005, blz. 507-508.

MEMORIE VAN TOELICHTING

 

 

WET van 23 december 2004, Stb. 2004, 720, tot wijziging van de werknemersverzekeringswetten, de Coördinatiewet Sociale Verzekering, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met uitbreiding van de rechtsgevolgen van de verklaring arbeidsrelatie (Wet uitbreiding rechtsgevolgen VAR). Inwerkingtreding: 1 januari 2005 (Stb. 2004, 721).

 

     WIJ BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

     Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
     Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het, in het kader van het geven van zekerheid, wenselijk is de rechtsgevolgen van de op voet van de Wet inkomstenbelasting 2001 afgegeven verklaring arbeidsrelatie uit te breiden naar de werknemersverzekeringswetten en de Wet op de loonbelasting 1964;
     Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

 

 

Art. I. Wijziging Werkloosheidswet  [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt "als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,".
2. Het vijfde lid komt te luiden:
-5. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die:
a. in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of
b. niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft;
c. directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is.
B.
[MvT]
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In de aanhef van het eerste lid wordt "de persoon" vervangen door: een persoon.
2.¹ In onderdeel a van het eerste lid wordt "bedoeld" vervangen door: als bedoeld.
3. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. indien degene met wie hij de arbeidsverhouding heeft, met betrekking tot die arbeidsverhouding op grond van artikel 6a van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als inhoudingsplichtige wordt beschouwd.
4. Onder vernummering van het tweede tot derde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-2. Het eerste lid is alleen van toepassing op de aldaar bedoelde arbeidsverhoudingen.
C.
[MvT]
Artikel 6a vervalt.
D.
[MvT]
De artikelen 81, vijfde lid, 83, derde lid, en 127b vervallen.
E.
[MvT]
Artikel 97b, tweede lid, vervalt, onder vernummering van het derde tot en met elfde lid tot tweede tot en met tiende lid.
F.
[MvT]
Artikel 97c, eerste lid, laatste zin, vervalt.
G.
[MvT]
Artikel 97d wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid vervalt ", met uitzondering van de overheidswerknemer, bedoeld in het vierde lid,² ".
2. Het vierde lid vervalt.
H.
[MvT]
In artikel 97e, onderdeel c, wordt "artikel 97d, tweede en vierde lid" vervangen door: artikel 97d, tweede lid.

1. Gelet op het bepaalde in artikel VIII van de Reparatiewet BZK-wetgeving 2003 dient volgens de redactie, onder vernummering van onder 3 en 4 tot onder 2 en 3, artikel I, onderdeel B, onder 2, te vervallen.
2. Gelet op het bepaalde in artikel XIII, onderdeel O, van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2003 dient volgens de redactie "bedoeld in het vierde lid" te worden vervangen door: bedoeld in artikel 97c, eerste lid.

 

Art. II. Wijziging Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering  [MvT]
De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt "als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,".
2. Het vijfde lid komt te luiden;
-5. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die:
a. in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of
b. niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft;
c. directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is.
B.
[MvT]
Aan artikel 6, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. een persoon, indien degene met wie hij de arbeidsverhouding heeft, met betrekking tot die arbeidsverhouding op grond van artikel 6a van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als inhoudingsplichtige wordt beschouwd.
C.
[MvT]
Artikel 6a vervalt.
D.
[MvT]
In artikel 75a, derde lid, vervalt de zinsnede ", of indien de arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt toegekend aan een werknemer voor wie een beschikking geldt als bedoeld in artikel 4a van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen waarin hij met betrekking tot de in de dienstbetrekking tot de eigenrisicodrager verrichte soort van werkzaamheden wordt aangemerkt als zelfstandige als bedoeld in artikel 4 van die wet en het de eigenrisicodrager niet redelijkerwijs duidelijk kon zijn dat deze tot hem in een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking stond".
E.
[MvT]
De artikelen 75c, vierde lid, 76b, derde lid, en 87g vervallen.
F.
[MvT]
Artikel 76a, tweede lid, vervalt alsmede de aanduiding "-1." voor het eerste lid.
G.
[MvT]
Artikel 78, negende lid, vervalt, onder vernummering van het tiende en elfde lid tot negende en tiende lid.¹

1. Gelet op het bepaalde in artikel I, onderdeel C, onder 2, van de Wet van 29 juni 2004, Stb. 2004, 296, dient volgens de redactie artikel II, onderdeel G, te luiden als volgt: Artikel 78, achtste lid, vervalt, onder vernummering van het negende lid tot achtste lid.

 

Art. III. Wijziging Ziektewet  [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
A.
[MvT]
Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, vervalt "als bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen,".
2. Het vijfde lid komt te luiden;
-5. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, wordt onder zelfstandige verstaan de persoon die:
a. in Nederland woont en die belastbare winst uit onderneming geniet als bedoeld in paragraaf 3.2.1 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft; of
b. niet in Nederland woont en die belastbare winst uit Nederlandse onderneming geniet als bedoeld in afdeling 7.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001, tenzij hij de onderneming niet voor eigen rekening feitelijk drijft;
c. directeur-grootaandeelhouder is als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, en het werk tot stand brengt uitsluitend voor rekening en risico van de onderneming van de rechtspersoon waarvan hij directeur-grootaandeelhouder is.
B.
[MvT]
Aan artikel 6, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel d door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
e. een persoon, indien degene met wie hij de arbeidsverhouding heeft, met betrekking tot die arbeidsverhouding op grond van artikel 6a van de Wet op de loonbelasting 1964 niet als inhoudingsplichtige wordt beschouwd.
C.
[MvT]
Artikel 6a vervalt.
D.
[MvT]
Artikel 73a vervalt.

 

Art. IV. Wijziging Coördinatiewet Sociale Verzekering  [MvT]
Artikel 3c van de Coördinatiewet Sociale Verzekering vervalt.

 

Art. IVa.¹ Wijziging Wet financiering sociale verzekeringen
Indien het bij koninklijke boodschap van 22 april 2004 ingediende voorstel van wet houdende regels betreffende de financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale verzekeringen, Kamerstukken 29 529) tot wet is verheven, wordt die wet als volgt gewijzigd:
A.
Artikel 3.3.2.1, eerste lid, tweede zin, vervalt.
B.
In artikel 3.4.4.3, eerste lid, wordt de zinsnede ", over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening en over het loon van de werknemer van de eigenrisicodrager op wie artikel 3.7.1 van toepassing is," vervangen door: en over het loon uit een dienstbetrekking op grond van de Wet sociale werkvoorziening.
C.
Artikel 3.5.3.2, derde lid, vervalt.
D.
Afdeling 7 van hoofdstuk 3 vervalt.
E.
Artikel 7.3.1.15, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van de onderdelen e tot en met k tot de onderdelen d tot en met j.

1. Ingevolge artikel XLI van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2006 is artikel IVa met ingang van 1 januari 2006 komen te vervallen, red.

 

Art. IVb.¹ Nummering artikel IVa
Vóór de plaatsing in het Staatsblad brengt Onze Minister de aanhalingen van de artikelen, paragrafen, afdelingen en hoofdstukken van de Wet financiering sociale verzekeringen die voorkomen in artikel IVa in overeenstemming met de op grond van artikel 8.4 van de Wet financiering sociale verzekeringen vastgestelde nieuwe nummering van die wet.

1. Ingevolge artikel XLI van de Verzamelwet sociale verzekeringen 2006 is artikel IVb met ingang van 1 januari 2006 komen te vervallen, red.

 

Art. V. Wijziging Wet inkomstenbelasting 2001  [MvT]
Artikel 3.156 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "hij geniet" vervangen door: hij in een kalenderjaar geniet.
2. Het vierde lid wordt vervangen door:
-4. De beschikking geldt voor een termijn van ten hoogste één kalenderjaar.
3. Het vijfde lid wordt vervangen door:
-5. Ingeval de aanvraag betrekking heeft op werkzaamheden die zijn aangevangen of zullen aanvangen na het begin van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft, gaat de in het vierde lid bedoelde termijn in op de dag van de aanvang van de werkzaamheden.

 

Art. VI. Wijziging Wet op de loonbelasting 1964  [MvT]
Na artikel 6 wordt in de Wet op de loonbelasting 1964 een artikel ingevoegd, luidende:
Art. 6a.
Als inhoudingsplichtige van een persoon wordt niet beschouwd degene die beschikt over een afschrift van een aan hem getoonde beschikking als bedoeld in artikel 3.156 of 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001 waaruit blijkt dat de voordelen die die persoon geniet, worden aangemerkt als winst uit een onderneming of de werkzaamheden die die persoon verricht, worden aangemerkt als werkzaamheden verricht voor rekening en risico van een vennootschap waarin die persoon een aanmerkelijk belang heeft, mits:
a. de werkzaamheden die in de beschikking zijn aangeduid, overeenkomen met de werkzaamheden die die persoon voor hem verricht;
b. de werkzaamheden die die persoon voor hem verricht:
1º. vallen in het tijdvak waarvoor de beschikking geldt; of
2º. vallen in het kalenderjaar aansluitend op het tijdvak waarvoor de beschikking geldt en worden verricht op basis van een overeenkomst die is aangegaan:
a. vóór 1 november van het kalenderjaar waarin het tijdvak is gelegen waarvoor de beschikking geldt; en
b. ingeval voor het aansluitende kalenderjaar reeds een beschikking is aangevraagd, vóór de dagtekening van de voor dat kalenderjaar geldende beschikking; en
c. hij de identiteit van die persoon heeft vastgesteld aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1º tot en met 3º, van de Wet op de identificatieplicht, alsmede de aard en het nummer daarvan in zijn administratie heeft opgenomen en een afschrift daarvan er bij bewaart.

 

Art. VII. Overgangsrecht  [MvT]
Ingeval een beschikking als bedoeld in artikel 3.156 of artikel 3.157 van de Wet inkomstenbelasting 2001 een geldigheidsduur heeft van meer dan twaalf maanden waarbij de geldigheidsduur eindigt na 31 december 2005, wordt voor de toepassing van artikel 6a van de Wet op de loonbelasting 1964 de geldigheidsduur van die beschikking geacht te eindigen op 31 december 2005.

 

Art. VIII. Evaluatie
Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zendt in overeenstemming met Onze Minister van Financiën binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

 

Art. VIIIa. Wijzigingsartikel in verband met langdurend zorgverlof
Indien het bij koninklijke boodschap van 5 juli 2002 ingediende voorstel van wet tot wijziging van de Wet arbeid en zorg en enige andere wetten in verband met het tot stand brengen van een recht op langdurend zorgverlof en het aanbrengen van enkele verbeteringen (Kamerstukken 28 467) tot wet is verheven en in werking is getreden vóór het tijdstip waarop deze wet in werking treedt, komt artikel II, onderdeel D, te luiden:
D.
Artikel 75a, derde lid, laatste zin, vervalt.

 

Art. IX. Citeertitel
Deze wet wordt aangehaald als: Wet uitbreiding rechtsgevolgen VAR.

 

Art. X. Inwerkingtreding  [MvT]
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.¹ In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.

1. Bij Besluit van 23 december 2004, Stb. 2004, 721, is het tijdstip van inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005, red.

 

 

     Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

 

Gegeven te ’s-Gravenhage, 23 december 2004

 

BEATRIX

 

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus

De Staatssecretaris van Financiën,
J.G. Wijn

 

Uitgegeven de negenentwintigste december 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner

 

 

 

 

                                          

 

    
 

x

   

home | geschiedenis | sz-wetten | overige wetten | zoeken | volgende

© Copyright Stichting Adviesgroep Bestuursrecht. Alle rechten voorbehouden.
x