|
rblz.|1|
Kamerstukken II
2003-2004, 29 483
Wijziging
van de Ziekenfondswet
in verband met het invoeren van een no-claimteruggaaf voor verzekerden
die geen of weinig gebruik hebben gemaakt van zorg waarop ingevolge die wet
aanspraak bestaat
| Nr.r3 |
MEMORIE
VAN TOELICHTING |
Inhoudsopgave
Algemeen deel
1.1.
Inleiding
Dit
wetsvoorstel ¹ strekt ertoe de Ziekenfondswet
(Zfw) te wijzigen
teneinde
te regelen dat verzekerden van 18 jaar of ouder na afloop van een
kalenderjaar een uitkering, verder te noemen no-claimteruggaaf, ontvangen indien zij in
dat jaar geen of weinig gebruik hebben gemaakt van zorg waarop op grond
van de Zfw aanspraak bestaat.
In het Hoofdlijnenakkoord ² is sprake van invoering van een eigen risico in de Zfw per 1
januari 2005. De regering acht het wenselijk om de eigen
verantwoordelijkheid van de burger te bevorderen en de collectieve verantwoordelijkheid te
doen afnemen. In het Hoofdlijnenakkoord wordt een maximum per verzekerde van €|200,- genoemd; daarmee wordt een financieringsverschuiving van €|1,1 miljard
beoogd. In het overleg met de Tweede Kamer der Staten-Generaal
heeft de regering ervoor gekozen het maximum per 1 januari
2005 in principe te verhogen met €|50,-, zodat dit leidt tot een structurele
dekking van €|210,- miljoen als compensatie voor
het niet doorgaan van de
eigen bijdrage voor geneesmiddelen per 1 januari 2004.³ In
samenhang met de herberekening van de opbrengst van de effecten van de
no-claimteruggaveregeling door het Centraal Planbureau leidt een verhoging van
het maximum tot €|250,- per verzekerde tot een structurele dekking
van €|410 miljoen. Dit is een meevaller van €|200
miljoen. De regering
heeft gezien de budgettaire tegenvallers in de zorg ervoor gekozen deze
meevaller in te zetten ter dekking van de budgettaire tegenvallers in de zorg
en het maximum niet te verlagen tot €|225.
De regering geeft met de
invoering van de no-claimteruggaveregeling invulling aan het Hoofdlijnenakkoord
doordat de beoogde financieringsverschuiving wordt bereikt.
1. Het advies van Actal is
ter inzage gelegd bij het Centraal
Informatiepunt.
2. Kamerstukken II 2002-2003, 28 637, nr. 19.
3. Kamerstukken II 2003-2004, 29 200, nr. 52.
Het vergroten van de
eigen verantwoordelijkheid is noodzakelijk omdat Nederland net als vrijwel
alle andere westerse landen wordt geconfronteerd met snel toenemende
kosten van gezondheidszorg als gevolg van de vergrijzing en
technologische en maatschappelijke trends. Nederland kent de laatste jaren ook
internationaal vergeleken een zeer hoge groei in de uitgaven.
rblz.|2|
De
extreme stijging van
de uitgaven gedurende de laatste jaren komt niet uit de lucht vallen. Ze
is grotendeels het gevolg van het loslaten van het sterk aanbodgestuurde
systeem, terwijl oude regels bleven bestaan en nieuwe prikkels en
systeemwijzigingen grotendeels uitbleven. De introductie van de no-claimteruggaveregeling is onderdeel van de systeemwijzigingen
die in de zorg
plaatsvinden gericht op zowel aanbieder, verzekeraar als burger. De
verwachting is dat verzekerden hierdoor meer afgewogen gebruik gaan
maken van medische voorzieningen en dat daarmee de kostenstijging
zal afnemen. Dit zal vervolgens leiden tot gemiddeld lagere kosten
voor de verzekerden. De no-claimteruggaaf past daarmee binnen het
regeringsbeleid om het Nederlandse zorgstelsel op lange termijn veilig te
stellen door toegankelijkheid, solidariteit en betaalbaarheid beter met elkaar in
balans te brengen en het systeem doelmatiger te maken.
De regering heeft bij de
vormgeving van de no-claimteruggaveregeling nadrukkelijk gelet op het
publieke belang van een toegankelijke gezondheidszorg en hoe een nieuw
evenwicht tussen de eigen verantwoordelijkheid en de collectieve
verantwoordelijkheid zo vorm kan krijgen dat dit geen te zware last met
zich meebrengt voor de verzekerden.
De no-claimteruggaaf
verschilt op een aantal belangrijke punten van een eigenrisicoregeling. In
dergelijke regelingen betalen verzekerden niet alleen nominale premie,
maar dienen zij ook daadwerkelijk te betalen bij het gebruik van een
medische voorziening. Dit betekent dat verzekerden die zorg gebruiken een
rekening ontvangen, die zij kort daarop moeten voldoen. Bij een eigen
risico zullen verzekerden, indien zij veel zorg nodig hebben, binnen een à
twee maanden het totale eigenrisicobedrag moeten voldoen. In deze
situatie kunnen lage inkomensgroepen te maken krijgen met een
liquiditeitsdrempel, waardoor verzekerden, voordat zij een medische instantie
raadplegen, zich gaan afvragen of zij de rekening wel kunnen voldoen. In de
door de regering voorgestelde regeling zal deze liquiditeitsdrempel zich
niet voordoen.
De
no-claimteruggaveregeling voorziet in de mogelijkheid dat verzekerden een deel van de betaalde
nominale premie, tot het maximum van de no-claimteruggaaf, kunnen terugontvangen. Deze positieve prikkel zal door de cliënt anders
worden ervaren dan de negatieve prikkel van het eigen risico. Met een no-claimteruggaaf krijgt de verzekerde immers geld
uitgekeerd, een positieve
stimulans. Bij een eigen risico moet de verzekerde betalen, een negatieve
stimulans. Door het ontbreken van negatieve prikkels bij de no-claimteruggaaf is er geen wezenlijke financiële
toegankelijkheidsdrempel
bij het inroepen van medische hulpverlening.
De regering concludeert
dan ook dat, hoewel de no-claimteruggaveregeling en een
eigenrisicoregeling beide beogen via financiële prikkels onnodige zorgconsumptie
af te remmen, de techniek van beide regelingen tot kwalitatief
verschillende uitkomsten leidt.
De
no-claimteruggaveregeling vermijdt de liquiditeitsdrempel die het eigen risico met zich
meebrengt en geeft positieve in plaats van negatieve prikkels. De keerzijde
van deze voordelen is dat het volume-effect van de no-claimteruggaveregeling
iets beperkter zal zijn, maar de voordelen zijn duidelijk groter dan dit
nadeel.
Een bijkomend voordeel
van de no-claimteruggaveregeling is dat zo’n regeling binnen een
naturasysteem als de Ziekenfondswet leidt tot
minder
administratieve lasten
dan bij een eigenrisicoregeling het geval zou zijn. Verderop wordt dit met
cijfers onderbouwd.
Om het kostenbewustzijn
bij de verzekerde te vergroten, is het van belang dat de verzekerde
duidelijk geïnformeerd zal worden over het feit dat hij of zij bij geen of weinig
zorgkosten recht heeft op een no-claimteruggaaf. De regering is dan ook
voornemens de invoering van de maatregel gepaard rblz.|3|
te laten gaan met een
uitgebreide voorlichtingscampagne. Ook het ziekenfonds zal zijn verzekerden
moeten informeren.
Het wetsvoorstel beoogt
invoering van de no-claimteruggaveregeling met ingang van 1 januari
2005.
Voor verzekerden met een
overeenkomst van standaardverzekering als bedoeld in artikel 3 van
de Wet op de toegang tot ziektekostenverzekeringen 1998 (Wtz 1998) geldt een
eigen risico. Om de eigen verantwoordelijkheid van de Wtz-verzekerden
een gelijke stimulans te geven, zal dit eigen risico worden verhoogd tot het bedrag dat ook geldt voor de
no-claimteruggaaf. Bij de
vaststelling van de Wtz-premie zal hiermee worden rekening gehouden.
Die verhoging vindt plaats door wijziging van het Vergoedingenbesluit particulier verzekerden.
1.2.
No-claimterugaveregeling
Inhoud maatregel
Ziekenfondsen krijgen de
wettelijke verplichting om na het eind van elk kalenderjaar een
no-claimteruggaaf uit te keren. Individuele verzekerden van 18 jaar of ouder voor wie een nominale premie verschuldigd is,
krijgen aanspraak op een
no-claimteruggaaf van maximaal €|250,-; indien
geen zorgkosten worden
gemaakt, ontvangen zij dit bedrag van hun ziekenfonds; indien er
wel zorgkosten worden gemaakt, doch voor minder dan €|250,-, ontvangen
zij een no-claimteruggaaf ter grootte van het verschil tussen €|250,-
en de gemaakte zorgkosten.
Voor enkele
verstrekkingen gelden afwijkende regels; kosten voor kraamzorg en verloskundige hulp
worden in het geheel niet in mindering gebracht op de
no-claimteruggaaf en de kosten voor de verstrekking huisartsenzorg worden
slechts voor maximaal 25% op de no-claimteruggaaf in mindering gebracht.¹
Voor zover verzekerden
een deel van de kosten van zorg zelf dragen in verband met bestaande
eigen bijdragen, komen die kosten feitelijk niet ten laste van het
ziekenfonds; deze eigen betalingen beïnvloeden om die reden dan ook niet de
hoogte van de uit te keren no-claimteruggaaf. De eigen bijdragen die in de
Zfw voorkomen en blijven bestaan, hebben betrekking op kraamzorg,
hulpmiddelen, geneesmiddelen (in het kader van het
geneesmiddelenvergoedingssysteem) en overig ziekenvervoer. Het afschaffen van deze
bijdragen zou leiden tot een budgettaire derving. Om de no-claimteruggaaf te
kunnen uitkeren aan verzekerden die daarop recht hebben, zullen
ziekenfondsen een beroep moeten doen op de middelen die zij ter
beschikking hebben. Het ligt in de rede te verwachten dat ziekenfondsen hiermee
rekening zullen houden bij de vaststelling van de nominale premie.
1. Tijdens de parlementaire
behandeling van dit wetsvoorstel is in het
geheel afgezien van het in mindering brengen van
de kosten voor de verstrekking huisartsenzorg op de no-claimteruggave, red.
Alternatieven
In andere landen is in
het verleden de financiële verantwoordelijkheid van de verzekerde al vergroot
door het introduceren van een eigenbijdrageregeling. Dit betekent veelal dat
verzekerden in deze landen een deel van de zorgkosten
zelf dienen te voldoen. De regering heeft niet gekozen voor een
eigenbijdrageregeling zoals die in de jaren negentig
kortstondig (twee jaar)
heeft bestaan. Verzekerden moesten onder deze regeling bij het grootste
deel van de verstrekkingen een deel van de kosten voor eigen rekening nemen tot aan een bepaald maximum. Ter
uitvoering van het
Regeerakkoord 1998 ¹ is deze algemene eigen bijdrage ongedaan gemaakt. Voor
het afschaffen van de algemene eigen bijdragen werd gekozen omdat de
regeling ingewikkeld was en gepaard ging met veel administratief
verkeer. Dat kwam tot uitdrukking in de uitvoeringskosten en de administratieve
lasten. De declaraties van de zorgverleners rblz.|4|
gingen naar het
ziekenfonds, waarna het ziekenfonds moest zorgen dat verzekerden niet meer
betaalden dan het vastgestelde maximum. Indien het maximum nog niet was
bereikt, ging het ziekenfonds over tot inning van de wettelijk
vastgestelde eigen bijdrage. Dit proces, van het maximum controleren en wel of
niet overgaan tot inning van de eigen bijdrage, herhaalde zich periodiek.
1. Kamerstukken II 1997-1998, 26 024, nr. 10.
Een eigen risico betekent
evenals een eigen bijdrage dat verzekerden bij het gebruik van een
medische voorziening moeten bijdragen aan de kosten van deze
voorziening. Introductie van een eigen risico leidt binnen een naturastelsel als de
Zfw tot inning achteraf door het ziekenfonds. Dit
leidt tot een sterke
toename van de uitvoeringskosten, waaronder de administratieve lasten en
het inningsrisico. Belangrijk voordeel van een eigenrisicoregeling
boven een eigenbijdrageregeling is dat het ziekenfonds minder vaak hoeft over te
gaan tot inning van de bijbetaling, omdat bij een eigen risico het
maximum eerder bereikt wordt dan bij een algemene eigenbijdrageregeling
met eenzelfde maximum.
Internationale aspecten
Nederland heeft een
aantal verdragen van de Raad van Europa en de Internationale
Arbeidsorganisatie (IAO) geratificeerd die normen stellen aan het niveau van de
stelsels van sociale zekerheid. De belangrijkste verdragen die in het
kader van het onderhavige wetsvoorstel relevant zijn, zijn de IAO-verdragen
nrs.
24, 25, 102, 103 en 121 en de Europese Code inzake sociale zekerheid
met bijbehorend Protocol (hierna: Europese Code). Deze verdragen
geven onder meer de grenzen aan waarbinnen eigen betalingen voor
medische zorg zijn toegestaan. In de context van de verdragen dienen eigen
betalingen nadrukkelijk te worden onderscheiden van premiebetalingen. In
het kader van deze verdragen is een no-claimteruggaveregeling
als met dit wetsvoorstel voorgesteld een onbekend fenomeen; de
toezichthoudende organen hebben zich nog nimmer daarover kunnen
uitspreken.
Zoals hiervoor is
uiteengezet, heeft de regering bij de vormgeving van de no-claimteruggaveregeling
nadrukkelijk gelet op het publieke belang van een toegankelijke
gezondheidszorg en hoe een nieuw evenwicht tussen de eigen
verantwoordelijkheid en de collectieve verantwoordelijkheid zo’n vorm kan
krijgen dat dit
geen te zware last met zich meebrengt voor de verzekerden, zoals is
bedoeld de IAO verdragen nrs. 102 en 121 en de Europese Code.
Het sui-generiskarakter
van de no-claimteruggaveregeling dat erop gericht is om financiële
prikkels niet tot onoverkomelijke liquiditeitsdrempels te laten leiden, maakt
dat zij naar de overtuiging van de regering goed spoort met letter en
geest van die verdragen en de Europese Code in die zin dat het niet een
te zware last met zich meebrengt voor de verzekerde.
In de Europese
Code is
het criterium "geen te zware last met zich meebrengen" nader
geconcretiseerd in een percentage van 25%. Dit percentage houdt in dat
verzekerden tezamen niet meer dan gemiddeld genomen 25% van de
zorgkosten op jaarbasis mogen betalen (artikel 10,
tweede lid, onderdeel c).
Het budgettaire beslag
van de no-claimteruggaveregeling binnen de ziekenfondsverzekering is
beperkt tot 9% van de zorguitgaven in het kader van de
ziekenfondsverzekering. In de Rijksbegroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport
2004 ¹ zijn de totale uitgaven voor 2004 geraamd op €|16 miljard. De genoemde 9%
is ruim minder dan de genoemde 25%. De betekent dat bij de
vaststelling van de no-claimteruggaaf slechts maximaal 25% van de zorgkosten van
de huisarts wordt meegenomen.
1. Kamerstukken II 2003-2004, 29 200 hoofdstuk XVI, nrs. 1 en 2.
rblz.|5|
Hoewel de vormgeving van
de no-claimteruggaaf zo is gekozen dat het criterium van 25% niet op
de no-claimteruggaaf van toepassing is, heeft de regering de
maatvoering van de no-claimteruggaaf zodanig gekozen dat aan het 25%
criterium wordt voldaan.
Om verder inhoudelijk aan
te sluiten bij de verdragen zijn in dit wetsvoorstel de verloskundige zorg en
de kraamzorg uitgezonderd in die zin dat de kosten van die zorg niet
of slechts gedeeltelijk op de no-claimteruggaaf in mindering worden
gebracht.
Wijze van uitvoering
Aanspraak op de
no-claimteruggaaf bestaat voor iedere individuele verzekerde vanaf 18 jaar voor
wie een nominale premie verschuldigd is. Ziekenfondsen krijgen de
verplichting om de no-claimteruggaaf uit te keren vóór 1 april van
het volgende kalenderjaar. De no-claimteruggaaf bedraagt maximaal €|250,-
op jaarbasis, verminderd met de gemaakte zorgkosten. De
no-claimteruggaaf zal jaarlijks worden geïndexeerd.
Uitvoerbaarheid
Huisartsen geven op dit
moment niet door aan ziekenfondsen welke verzekerden hen
consulteren en hoe vaak, omdat de huisarts op basis van een abonnementstarief
wordt bekostigd. Voor de verstrekking huisartsenzorg bestaat wat betreft
zorgconsumptie momenteel geen administratief verkeer tussen huisarts
en ziekenfonds.
De regering is voornemens
om in het kader van haar visie op de eerstelijnsgezondheidszorg ¹ en ter voorbereiding op het nieuwe verzekeringsstelsel de
bekostiging van de huisarts aan te passen en dit om te zetten in een al dan
niet gedeeltelijk consulttarief. Bij een consulttarief geven huisartsen wel door
welke verzekerden hen raadplegen en hoe vaak.
1. Kamerstukken II 2003-2004, 29 247, nr. 4.
Persoonlijke levenssfeer
Bij de uitvoering van de
algemene eigenbijdrageregeling in de jaren negentig is gekeken naar
de persoonlijke levenssfeer. Bij die maatregel lagen de aspecten van de
persoonlijke levenssfeer echter anders dan bij de voorgestelde
no-claimteruggaveregeling. Bij de eigenbijdrageregeling van de jaren negentig was
geregeld dat de hoofdverzekerde een bijdrage verschuldigd was voor
zorg die aan hem of haar en zijn of haar medeverzekerden werd verleend. Op deze
wijze kon het voorkomen dat de hoofdverzekerde inzicht kreeg in de medische consumptie van zijn of haar
medeverzekerden. Als
meest sprekende voorbeeld werd telkens aangehaald de meeverzekerde dochter
die zonder medeweten van haar ouders de anticonceptiepil gebruikte. Via de eigen bijdrage konden ouders daar
dan toch achter komen.
Er is op een aantal
punten bij de no-claimteruggaaf sprake van een duidelijk verschil ten opzichte van
de algemene eigen bijdrage. De belangrijkste daarvan zijn dat de
no-claimteruggaveregeling uitsluitend betrekking heeft op verzekerden van
18 jaar of ouder en dat de no-claimteruggaveregeling individueel gericht is.
Elke verzekerde voor wie een nominale premie wordt betaald,
heeft een zelfstandig recht op de no-claimteruggaaf. Bij de
no-claimteruggaaf krijgt de hoofdverzekerde derhalve alleen bericht
over de no-claimteruggaaf in relatie tot de zorg die hij of zij zelf heeft
genoten. Over zijn of haar medeverzekerden krijgt hij of zij geen bericht. Er is
dus een individuele aanspraak op de no-claimteruggaaf. Dit
geldt ook voor de medeverzekerden. Uit de formulering van het voorgestelde
artikel 18a, vierde lid [zie vijfde lid, red.], van de Ziekenfondswet
blijkt dat het gaat om
een individuele verzekerde. Immers, het gaat om verzekerden "voor
wie"
de nominale premie verschuldigd is. Het onderscheid rblz.|6|
"hoofdverzekerde" en "medeverzekerde" is dus hier niet aan de
orde. Dit strookt met
artikel 1, eerste lid, onderdeel g, van voornoemde
wet, waarin medeverzekerde in
beginsel onder het begrip verzekerde wordt geschaard.
De persoonlijke
levenssfeer is dus bij deze maatregel niet in het geding.
Indien de verzekerde in
de loop van het kalenderjaar van ziekenfonds verandert, zal er sprake
zijn van een no-claimteruggaaf naar rato. Dit betekent dat er voor de
no-claimteruggaaf geen informatie-uitwisseling tussen ziekenfondsen hoeft
plaats te vinden over door de verzekerde gemaakte zorgkosten. Ook wat dat
betreft is de persoonlijke levenssfeer dus niet in het geding.
Bezwaar en beroep
De verzekerde zal binnen
drie maanden na afloop van het kalenderjaar van het ziekenfonds een
beschikking moeten ontvangen over de no-claimteruggaaf die al
dan niet aan hem wordt uitgekeerd. Tegen deze beschikking kan de
verzekerde op grond van de Algemene wet bestuursrecht
bezwaar en beroep aantekenen.
Het gaat hier niet om een
bezwaar inzake een aanspraak op een verstrekking of een daarmee overeenkomende uitkering, maar om een uitkering in
verband met het niet gebruik maken van een verstrekking of een daarmee overeenkomende uitkering.
Dit betekent dat de no-claimteruggaaf niet valt onder de beslissing op
bezwaar waarvoor op grond van artikel 74 van de
Ziekenfondswet het
College voor zorgverzekeringen wordt ingeschakeld. Ook zijn de artikelen 75
tot en met 79 van de Ziekenfondswet niet van
toepassing. Dit betekent
dat de verzekerde na de beslissing op bezwaar in beroep kan gaan bij de
rechtbank en in hoger beroep bij de Centrale Raad van
Beroep.
De regering verwacht dat
de maatregel slechts in beperkte mate zal leiden tot een toename van het
aantal bezwaren en in nog mindere mate tot een toename van het aantal
beroepen.
Allereerst gaat het hier
slechts om nominale bedragen die rechtstreeks voortvloeien uit de
declaraties.
Het is verder essentieel
dat verzekerden goed en duidelijk gemotiveerde beschikkingen krijgen
over de wel of niet uit te keren no-claimteruggaaf. Tevens moeten de
verzekerden goed en duidelijk antwoord krijgen op eventuele telefonische
vragen van ziekenfondsen over de beschikking. Bij de implementatie van deze
maatregel zal hier dan ook bijzondere aandacht aan worden
besteed. De informatie aan de verzekerden zal zo moeten zijn dat het voor
de verzekerden direct duidelijk is dat de no-claimteruggaaf juist
berekend is. Als de beschikking desondanks tot bezwaar leidt, zal de
beslissing op bezwaar zodanig moeten zijn dat deze de verzekerde niet of
nauwelijks aanleiding geeft verder in beroep te gaan. Door de zeefwerking van
de bezwaarschriftenprocedure zullen de rechtbanken en de Centrale Raad van
Beroep nauwelijks worden belast.
Bij de berekening van de
administratieve lasten is rekening gehouden met de extra kosten die
ziekenfondsen maken voor de informatie aan verzekerden. Het ziekenfonds heeft een
financieel belang bij het beperkt houden van de
uitvoeringslasten en dus een belang bij het voorkomen van bezwaar en beroep.
Ook om die reden zal het ziekenfonds er alles aan doen om de gang naar de
rechter beperkt te houden.
Administratieve lasten
De
no-claimteruggaveregeling in de Zfw leidt onvermijdelijk tot een
informatieverplichting
van ziekenfondsen aan verzekerden. Er zijn ruim 20 ziekenfondsen. Dit geldt
ook voor mogelijke alternatieven voor de no-claimteruggaveregeling
als een eigenbijdrageregeling en een eigenrisicoregeling. rblz.|7|
De informatieverplichting bestaat uit drie deelhandelingen,
te weten:
1. Deelhandeling a:
registratie van het zorggebruik op niveau van individuele verzekerde.
2. Deelhandeling b:
periodieke berichtgeving van het ziekenfonds aan de verzekerden.
3. Deelhandeling c:
informatieverschaffing aan verzekerden die vragen hebben over de ontvangen
berichtgeving.
Uitgangspunten
Voor het berekenen van de
administratieve lasten zijn vier uitgangspunten van belang.
Ten eerste blijft de Zfw
een naturaverzekering. Dit betekent dat ziekenfondsen zorgcontracten sluiten
met zorgaanbieders voor hun verzekerden. Dit leidt ertoe dat nadat
een verzekerde zorg heeft gebruikt, er een rekening wordt gestuurd door de
zorgaanbieder naar het ziekenfonds.
Ten tweede is, zoals
hiervoor al is verwoord onder het kopje uitvoerbaarheid, de regering voornemens de
bekostiging van de huisarts aan te passen. Bij de berekening
van de administratieve lasten is hier reeds van uitgegaan. De
aanpassing van de bekostigingssystematiek van de huisarts zal binnen de Wet
tarieven gezondheidszorg plaatsvinden en in dat kader op
administratieve lasten worden getoetst.
Ten derde is aangenomen
dat deelhandeling a nauwelijks leidt tot een toename van de
administratieve lasten, omdat ziekenfondsen het zorggebruik al op individueel niveau
registreren. Ziekenfondsen beschikken over de software voor een
individuele registratie en dienen in het kader van de Zfw de verleende
zorg al ingevolge artikel 21 van de Zfw
op verzekerdenniveau te
verantwoorden.
Ten vierde is bij de
berekening van de administratieve lasten gebruik gemaakt van een rapport
van de Accountantdienst van de toenmalige Ziekenfondsraad ten
behoeve van de eigenbijdrageregeling welke in 1997 en 1998 heeft
bestaan.¹
De Accountantsdienst heeft op basis van 9,9 miljoen verzekerden de uitvoeringskosten berekend op een bedrag tussen
de €|2,50 en €|2,78
per verzekerde. Hiervan had slechts een deel betrekking op administratieve
lasten, te weten €|1,49. Voor deelhandeling b (periodieke
berichtgeving) was dit €|0,79 en voor deelhandeling c (informatieverschaffing)
was dit €|0,70. Aangenomen is dat in de tijd van
de eigenbijdrageregeling
er gemiddeld drie periodieke berichten gingen van het ziekenfonds naar
de verzekerde.
1. Kamerstukken II 1997-1998, 24 687, nr. 27.
Berekening
administratieve lasten no-claimteruggaveregeling
Voor de berekening van de
administratieve lasten voor de no-claimteruggaveregeling
geldt dat er na afloop van het kalenderjaar slechts een periodiek
bericht gaat van het ziekenfonds naar de verzekerde. De kosten van
deelhandeling b bedragen daarmee een derde van de kosten van de
eigenbijdrageregeling uit 1997.
Aanvullend op het
periodieke bericht zal het ziekenfonds de eventuele no-claimteruggaaf moeten
overmaken aan de verzekerde. In de berekening is uitgegaan van een
storting, maar dit kan ook gebeuren door een verrekening met de
maandelijkse nominale premie. De kosten van de storting zijn geschat op €|0,10. Hieronder is gerekend met de veronderstelling
dat iedereen een
no-claimteruggaaf krijgt (8,3 miljoen verzekerden). Dit zal niet het geval
zijn, omdat sommige verzekerden in een jaar meer dan het maximale no-claimteruggaafbedrag aan zorgkosten zullen
hebben.
In de situatie van de
no-claimteruggaveregeling zal ook informatieverschaffing van het ziekenfonds aan
verzekerden gaan plaatsvinden. Bij de eigenbijdrageregeling
uit 1997/1998 ging het omgemiddeld drie rblz.|8|
berichten per verzekerde
verspreid over het gehele jaar. Bij de no-claimteruggaveregeling
gaat het om slechts één bericht in één jaar, gecentreerd in de periode
dat de no-claimteruggaaf tot uitkering komt. Dit zou betekenen dat het
maximale kortingspercentage ten opzichte van de eigenbijdrageregeling
67% bedraagt. In de berekeningen is uitgegaan van een kortingspercentage
van 20% ten opzichte van de eigenbijdrageregeling uit 1997/1998.
De administratieve lasten
van de no-claimteruggaveregeling in de Zfw komen daarmee op maximaal €|9 miljoen per jaar voor het eerst in 2006.
Bij de berekening is
rekening gehouden met alle verzekerden van 18 jaar of ouder, te weten 8,3
miljoen verzekerden en een prijsstijging van 20% ten opzichte van 1997.
Dit op basis van de ontwikkeling van het prijsindexcijfer. Onderstaande tabel geeft
de opbouw en de berekening weer.
Structureel niveau
administratieve lasten invoering no-claimteruggaveregeling in de Zfw
per
2005 in miljoen euro:
| Deelhandeling a: het
zorggebruik op individueel niveau registreren ¹ |
nihil |
| Deelhandeling b:
periodieke berichtgeving van het ziekenfonds aan de verzekerden ² |
3,4 |
| Deelhandeling c:
informatieverschaffing aan verzekerden over de rekeningen ³ |
5,6 |
| Maximale totale
administratieve lasten |
9,0 |
1. Zie uitgangspunten.
2. (Cijfer
accountantsdienst * aantal verzekerden 18-plus * prijsindexcijfer) en
daar een derde deel van + storting no-claimteruggaaf voor alle
verzekerden = (€|0,79 * 8,3 miljoen
verzekerden * 1,20)/3 + €|0,10 * 8,3 miljoen verzekerden = €|2,6
miljoen + €|0,8 miljoen = €|3,4
miljoen.
3. Cijfer
accountantsdienst * aantal verzekerden 18-plus * prijsindexcijfer *
korting van 20% = €|0,70 * 8,3 miljoen * 1,20 * 0,80 = €|5,6
miljoen.
Berekening
administratieve lasten van alternatieven
Hiervoor heeft de
regering al aangegeven geen voorkeur te hebben voor een
eigenbijdrageregeling zoals deze eerder heeft bestaan. De
administratieve lasten van deze regeling
zouden in 2005 op een hoger niveau uitkomen dan in 1997. Dit
heeft niet alleen te maken met de hogere prijzen, maar ook met de
verwachting dat het gemiddeld aantal periodieke berichten (deelhandeling
b) niet op ongeveer drie zou uitkomen, maar op een voorzichtige
schatting van zes berichten; gemiddeld heeft een huisartspraktijk ruim
zes
contacten. Daarnaast worden nog andere medische voorzieningen gebruikt,
als ziekenhuiszorg en farmacie. Dit betekent dat het gemiddelde aantal
declaraties uitkomt op circa negen. Verondersteld is dat de verzekeraar
hierover zes keer in het jaar een periodiek bericht stuurt. In de
eigenbijdrageregeling van 1997 was de huisarts buiten de regeling
gelaten, in de nu voorliggende regeling worden in beginsel alle
verstrekkingen meegenomen. Een hoger aantal periodieke berichten per verzekerde
betekent vermoedelijk ook een stijging van het aantal informatievragen
(deelhandeling c), waardoor de kosten zullen toenemen, verondersteld
is 20% ten opzichte van de kosten in 1997. De administratieve lasten
van een herinvoering van de eigenbijdrageregeling 1997 in de Zfw
in 2005
zouden daarmee uitkomen op jaarlijks €|24 miljoen.
Daarvan heeft €|15,6 miljoen betrekking op deelhandeling b en €|8,4 miljoen
betrekking op deelhandeling c.
Een alternatief is een
eigenrisicoregeling binnen de Zfw. Het belangrijkste
verschil met een eigenbijdrageregeling is dat dit leidt tot minder rekeningen van
ziekenfonds naar verzekerde. Bij een eigenrisicoregeling kan het declaratieverkeer
immers stoppen nadat €|250,- aan zorgkosten is
gemaakt. Bij
een eigenbijdrageregeling van 25% stopt het declaratieverkeer pas nadat er voor €|1000,- aan zorgkosten is gemaakt. Dit is positief
voor de administratieve
lasten van de eigenrisicoregeling ten opzichte van de
eigenbijdrageregeling. Het aantal rekeningen zal dan ook minder zijn dan zes in het jaar.
Verondersteld is gemiddeld één periodieke berichtgeving per kwartaal. Een hoger
aantal periodieke berichten per verzekerde betekent vermoedelijk ook
een stijging van het aantal informatievragen rblz.|9|
(deelhandeling c),
waardoor de kosten zullen toenemen, verondersteld is 8% ten opzichte van de
kosten in 1997. De administratieve lasten van een [... , red.] de
eigenrisicoregeling
in de Zfw in 2005 zouden daarmee uitkomen op jaarlijks €|18 miljoen.
Daarvan heeft €|10,4 miljoen betrekking op deelhandeling b en €|7,6 miljoen
betrekking op deelhandeling c.
De regering heeft met de
no-claimteruggaveregeling gekozen voor de minst belastende variant
in de zin van administratieve lasten. De administratieve lasten voor de
no-claimteruggaveregeling binnen de Zfw zijn berekend op maximaal €|9 miljoen op jaarbasis. De administratieve lasten
van de
no-claimteruggaveregeling zullen rond dit niveau blijven tot het moment van de nieuwe
verzekering voor curatieve zorg.
Het Adviescollege
toetsing administratieve lasten heeft bij brief van 4 december 2003, RL/PL/2003/240,
over het wetsvoorstel geadviseerd. Het College constateert dat
er aandacht is besteed aan alternatieven om de administratieve lasten
zoveel mogelijk te beperken. Het College stelt dat aannemelijk wordt gemaakt
dat met de no-claimteruggaveregeling is gekozen voor het minst
belastende alternatief inzake de administratieve lasten. Het College
adviseert om de door dit wetsvoorstel veroorzaakte stijging van de
administratieve lastendruk hoe dan ook te compenseren. Aan dit advies zal gevolg
gegeven worden.
Verzekering voor
curatieve zorg per 1 januari 2006
Het kabinet is bezig met
de voorbereiding van een nieuwe verzekeringswet voor curatieve zorg per 1
januari 2006 [zie Zorgverzekeringswet, red.]. Met deze wet zal een standaardverzekering voor
alle Nederlanders worden geïntroduceerd, met andere woorden het
verschil tussen ziekenfonds en particuliere verzekeringen zal verdwijnen. De nieuwe
verzekeringswet maakt, evenals de no-claimteruggaveregeling,
onderdeel uit van de hervormingen van het zorgstelsel die beogen om voor de lange termijn toegankelijkheid, kwaliteit van zorg, solidariteit en
betaalbaarheid veilig te stellen. De invoering van de
no-claimteruggaveregeling in 2005 is daarmee, naast een gewenste ingreep in de
Zfw, ook een stap op weg naar de nieuwe zorgverzekering.
Financiële aspecten
In verband met de
kostenontwikkeling in de zorgsector is voor het draagvlak van de Zfw
van belang dat verzekerden meer directe financiële verantwoordelijkheid
krijgen. Dit krijgt in dit wetsvoorstel gestalte in de
no-claimteruggaaf.
Verzekerden maken hiermee aanspraak op een no-claimteruggaaf
afhankelijk van het gebruik van zorg. Bij een verzekering zonder aanspraak op een
no-claimteruggaaf is de financiële verantwoordelijkheid indirect; ongeacht het
gebruik van de zorg worden de kosten over alle
verzekerden omgeslagen en verrekend in de premie. Met de no-claimteruggaaf
neemt de directe verantwoordelijkheid van de verzekerde die gebruik maakt van
zorg toe. Dit kan ertoe bijdragen dat verzekerden, waar mogelijk, zullen
trachten zuiniger om te gaan met het gebruik van noodzakelijke
en dure zorgvoorzieningen, terwijl de omvang van het ziekenfondspakket
niet wordt aangetast.
Een breed
ziekenfondspakket betekent solidariteit tussen verzekerden voor de verstrekkingen. Met de
invoering van de no-claimteruggaaf neemt de directe
verantwoordelijkheid toe, maar blijft de toegankelijkheid voor de gehele breedte van het
ziekenfondspakket wel gewaarborgd. De regeling geeft iedere verzekerde
vanaf 18 jaar aanspraak op een no-claimteruggaaf van €|250,-. Het deel van de nominale premie dat
samenhangt met de
no-claimteruggaaf behoort niet tot de collectieve lasten. Dit betekent een
lastenverschuiving van het collectief naar het rblz.|10|
individu. De
financieringsverschuiving wordt geraamd op €|1,49 miljard per jaar. Daarvan komt €|100 miljoen ten laste van het particuliere
gedeelte.
Het Centraal Planbureau
heeft de indicatie gegeven dat de no-claimteruggaveregeling gepaard gaat met een
lager volume-effect dan bij een eigen risico. Het Centraal
Planbureau raamt het volume-effect bij een eigen risico van €|225,- thans
op €|0,2 miljard. Vanwege het karakter van de
onderhavige maatregel
gaat het kabinet ervan uit dat de no-claimteruggaveregeling
een beperkter volume-effect zal hebben. Het kabinet raamt dit
effect
op €|190 miljoen bij een maximale no-claimteruggaaf van €|250,-. De uitvoeringskosten van de no-claimteruggaveregeling
worden geschat op €|20 miljoen. Deze komen
ten laste van het
volume-effect.
Het ligt in de rede dat
de nominale premie als gevolg van de no-claimteruggaveregeling zal toenemen met €|83,-.
Hierbij is uitgegaan van een opwaarts effect op de
nominale premie ter grootte van de maximale no-claimteruggaaf van €|250,- en een neerwaarts effect op de nominale premie van €|167,-. Dit
neerwaartse effect is gebaseerd op de verwachting dat gemiddeld gesproken
een verzekerde €|167,- aan zorgkosten zal
hebben, die ten laste
komen van de no-claimteruggaaf.
De regering gaat er
vooralsnog van uit dat de nominale premie minder zal toenemen dan de hiervoor
genoemde € 83,-. Dit omdat de no-claimteruggaveregeling
leidt tot een volume-effect. Bij doorvertaling van het volume-effect
naar de nominale premie dient wel gecorrigeerd te worden voor de
uitvoeringskosten. Per saldo is het neerwaartse effect geschat op €|20,- per
verzekerde. De totale nominale premiestijging zou daarmee uitkomen op €|63,-. De neerwaartse effecten op de nominale
premie zijn uiteraard
alleen dan zichtbaar wanneer daar geen andere uitgavenverhogingen
tegenover staan.
Voor de uitwerking op het
(gemiddelde) koopkrachtbeeld zijn drie effecten van belang. Ten eerste
speelt de financieringsverschuiving die samenhangt met de invoering van een
no-claimteruggaveregeling. Het eerste effect is dat de nominale
premie ter financiering van de no-claimteruggaaf toeneemt met €|83,-.
Gemiddeld genomen zullen verzekerden vervolgens €|83,- terugkrijgen via
deze regeling. Dit effect werkt daarom gemiddeld genomen inkomensneutraal
uit. Een tweede effect betreft de extra daling van de nominale premie
die mogelijk is vanwege het voornoemde volume-effect van €190
miljoen. Dit heeft gemiddeld een positief effect van €|20,- per
verzekerde. Tot slot speelt een liquiditeitseffect. De nominale premies worden gedurende
het jaar betaald door verzekerden. Degenen die recht hebben op een
teruggaaf ontvangen deze na afloop van het jaar. Dit betekent dat het
gevolg van de stijging van de premie vanwege de regeling eerder merkbaar
is dan het voordeel van de teruggaaf. Met de drie effecten samen heeft
de no-claimteruggaveregeling dus een positief effect per verzekerde van €|20,- per jaar en een eenmalige liquiditeitsverschuiving in 2005 van €|83,-. De
wijziging van de Ziekenfondswet
door de
no-claimteruggaveregeling maakt onderdeel uit van het algemeen koopkrachtbeeld 2005. Het
kabinet zal op basis van het algemeen koopkrachtbeeld besluiten
of aanvullende maatregelen noodzakelijk zijn. De regering is zich ervan
bewust dat verzekerden die geen zorgkosten maken een grotere
no-claimteruggaaf ontvangen dan zij die wel zorgkosten maken. Verzekerden zonder
zorgkosten in een jaar zullen in dit opzicht een individueel
voordeel hebben, omdat de no-claimteruggaaf van €|250,-
groter is dan de
verwachte stijging van de nominale premie. Verzekerden met meer zorgkosten dan
de no-claimteruggaaf zullen een individueel nadeel hebben, omdat de
stijging van de nominale premie bij hen niet gecompenseerd wordt
door de uitkering van een no-claimteruggaaf. Het persoonlijke voor- of
nadeel zal dan ook van verzekerde tot verzekerde rblz.|11|
verschillen. De
verwachting is dat gemiddeld genomen de helft van de desbetreffende
ziekenfondsverzekerden recht heeft op een volledige of gedeeltelijke
no-claimteruggaaf. De regering verwacht dat dit percentage vanwege de positieve
prikkel tot kostenbewustzijn in de loop der tijd zal gaan stijgen. Zij die
geen no-claimteruggaaf ontvangen of een no-claimteruggaaf van
minder dan €|63,-, hebben een individueel nadeel en zij die meer dan €|63,- aan no-claimteruggaaf ontvangen, hebben een
individueel voordeel.
Het is niet de bedoeling
van de regering om met deze maatregel individuele gevolgen te voorkomen. De
maatregel beoogt immers het vergroten van de
verantwoordelijkheid van de verzekerde, zodat er een nieuw evenwicht ontstaat tussen de eigen
verantwoordelijkheid van de individuele verzekerde en die van het collectief.
Zij die te maken hebben
met een individueel nadeel, al dan niet gecumuleerd met andere maatregelen,
kunnen een beroep doen op de te treffen tegemoetkomingsregeling
buitengewone uitgaven dan wel de fiscale buitengewone
uitgavenregeling, voor zover zij aan de op hen van toepassing zijnde regeling voldoen.
De positieve stimulans
van de no-claimteruggaaf wordt naast het volume-effect zichtbaar in een
blijvende prikkel om zuinig om te gaan met het gebruik van zorg.
Niet veel verzekerden
zullen een aanvullende verzekering voor de no-claimteruggaaf
afsluiten, omdat er geen negatieve prikkel hoeft te worden weggenomen. Die
behoefte zou bij een eigen risico wel aanwezig kunnen zijn, omdat
verzekerden dan geconfronteerd worden met een betaling indien zij zorg
nodig hebben. De no-claimteruggaveregeling heeft bovendien overeenkomsten
met een aanvullende verzekering. Voor het niet hoeven te voldoen
van een rekening na medische hulpverlening betaalt de verzekerde per
saldo meer nominale premie. Het verschil met een aanvullende
verzekering is dat bij de no-claimteruggaveregeling er teruggave plaatsvindt
indien er weinig of geen zorgkosten zijn gemaakt, terwijl een aanvullende
verzekering alleen dekking biedt voor zover er zorgkosten worden
gemaakt.
Verder beïnvloedt de
verstrekking huisartsenzorg de no-claimteruggaaf slechts voor maximaal
25%. Dit is in de eerste plaats een relatieve stimulans om verzekerden allereerst
een zorgverlener in de eerste lijn te laten raadplegen, zodat
verzekerden zich niet onnodig tot zorgverleners in de tweede lijn wenden. Deze
laatste groep zorgverleners is veelal duurder en verricht meer
gespecialiseerde zorg. Doordat maximaal 25% van de vergoede huisartsenzorg
voor de no-claimteruggaaf relevant is, betekent dit ook dat deze
stimulans ook bij veelvuldig gebruik van huisartsenzorg blijft bestaan.
Artikelsgewijs deel
Artikel I
Eerste lid van
artikel 18a
De eerste volzin regelt
dat de verzekerde na afloop van het kalenderjaar een no-claimteruggaaf
ontvangt indien hij in een kalenderjaar geen of weinig gebruik heeft
gemaakt van zorg. Het gaat dan om de zorg waarop op grond van de Ziekenfondswet
aanspraak bestaat. Hij ontvangt die uitkering van het
ziekenfonds of de ziekenfondsen waarbij hij in het voorafgaande jaar was ingeschreven,
ook indien hij inmiddels elders is ingeschreven.
De artikelen 10 en
11 van
de Ziekenfondswet betreffen de mogelijkheid om
in plaats van zorg een
vergoeding van de kosten van zorg te krijgen.
rblz.|12|
Ook het ontvangen van
dergelijke vergoedingen voor genoten zorg is van invloed op de hoogte van
de no-claimteruggaaf. Dit is in de tweede volzin geregeld.
Tweede lid van
artikel 18a
Of een verzekerde die
weinig gebruik maakt van zorg een no-claimteruggaaf
ontvangt, hangt af van de vraag of de voor die zorg gemaakte kosten lager
zijn dan een bepaald bedrag. Dit bedrag wordt bij algemene maatregel van
bestuur vastgesteld. In onderdeel f van het vijfde lid is voorzien in een
jaarlijkse indexering van het bedrag.
Derde lid van artikel
18a
In de eerste volzin is de
zorg genoemd die niet of niet geheel onder de no-claimteruggaveregeling
wordt gebracht, dat wil zeggen: het gebruik van die zorg leidt niet
dan wel slechts voor een deel van de kosten tot afname van de
no-claimteruggaaf. Die zorg betreft kraamzorg, verloskundige zorg en huisartsenzorg.¹
Zoals in het algemene
deel van de toelichting is aangegeven, blijven de bestaande eigen bijdragen
voor ziekenvervoer, hulpmiddelen en geneesmiddelen gehandhaafd. Dit betekent
dat een gedeelte van de kosten van deze zorg feitelijk niet
voor rekening van het ziekenfonds komt, maar door de verzekerde worden betaald. De tweede volzin strekt ertoe te regelen
dat die bijdragen in
kosten van zorg buiten de berekening van de te ontvangen
no-claimteruggaaf worden gelaten. Dus de kosten van de zorg minus de eigen bijdragen
tellen mee voor de vraag of, en zo ja, welke no-claimteruggaaf de
verzekerde ontvangt.
1. Tijdens de parlementaire
behandeling van dit wetsvoorstel is in het
geheel afgezien van het in mindering brengen van
de kosten voor de verstrekking huisartsenzorg op de no-claimteruggave, red.
Vierde lid van
artikel 18a [zie vijfde
lid van art. 18a, red.]
Het gekozen
systeem zal
naar verwachting betekenen dat de verzekerde een hogere nominale
premie betaalt dan zonder invoering van de no-claimteruggaaf het
geval zou zijn. Op die manier wordt de uitkering van de no-claimteruggaaf
door de verzekerde voorgefinancierd. Bij geen of een laag zorggebruik
krijgt de verzekerde de gespaarde no-claimteruggaaf geheel of gedeeltelijk
terug. Voor verzekerden jonger
dan 18 jaar is geen nominale premie verschuldigd. Daarom is de
no-claimteruggaveregeling niet op hen van toepassing.
Voor verzekerden voor wie
geen nominale premie verschuldigd is, ontvangt het ziekenfonds
immers niet de financiële middelen om de no-claimteruggaaf te
kunnen betalen. Met het vierde lid zijn deze verzekerden dan ook van de
no-claimteruggaveregeling uitgesloten. Naast verzekerden jonger dan 18 jaar zijn er ook andere groepen van verzekerden voor wie geen
nominale premie verschuldigd is, zoals degene die zak- en
kleedgeld op grond van artikel 23 van de Wet werk en
bijstand ontvangen.
In de bepaling is gekozen
voor de woorden "voor wie" geen nominale premie verschuldigd is,
omdat ingevolge artikel 17, tweede lid, de
"hoofdverzekerde" de nominale premie
verschuldigd is voor zichzelf en zijn medeverzekerden. De
no-claimteruggaaf is echter een individuele aanspraak van alle
verzekerden en medeverzekerden en zal dus ook aan de medeverzekerden die
geen of weinig kosten hebben gemaakt zelf worden uitgekeerd.
Vijfde lid van
artikel 18a [zie zesde
lid van art. 18a, red.]
Het vijfde lid geeft de
opdracht om een aantal zaken bij algemene maatregel van bestuur te regelen.
Daarbij gaat het om de volgende zaken:
rblz.|13|
a. Binnen welke termijn
en op welke wijze wordt de uitkering betaald. Zoals in het algemene
deel van de toelichting is aangegeven, is het de bedoeling te regelen dat
vóór 1 april na afloop van het kalenderjaar de no-claimteruggaaf moet
zijn uitbetaald.
Verder is het de
bedoeling mogelijk te maken dat de uitkering zoveel mogelijk samenloopt met
de inning van de nominale premie; het ziekenfonds zou derhalve
kunnen kiezen voor verrekening met de premie van de eerste
maanden van het nieuwe jaar.
b. Welk ziekenfonds doet
de uitkering indien de verzekerde gedurende het kalenderjaar bij meer ziekenfondsen is ingeschreven geweest.
c. Welke uitkering wordt
betaald indien de verzekerde slechts een deel van het kalenderjaar bij
een ziekenfonds was ingeschreven dan wel voor wie slechts een
gedeelte van het jaar een nominale premie verschuldigd was. Zoals
hiervoor al is aangegeven, zal bij wisseling van ziekenfonds een
no-claimteruggaaf naar rato gelden. Hetzelfde geldt indien voor de
verzekerde slechts een gedeelte van het jaar een nominale premie
verschuldigd is.
Stel: de verzekerde
wisselt na drie maanden van ziekenfonds. Dan geldt voor hem bij het
oude ziekenfonds een no-claimteruggaaf van maximaal €|62,50 en bij
het nieuwe ziekenfonds een no-claimteruggaaf van maximaal €|187,50.
Indien de verzekerde gedurende de eerste twee maanden veel kosten
maakt en de rest van het jaar niet, ontvangt hij na afloop van het
kalenderjaar een no-claimteruggaaf van het nieuwe
ziekenfonds van €|187,50. Dit is dus een voordeel voor de
verzekerde dat hij niet
zou hebben indien hij niet van ziekenfonds was gewisseld. Omwille van de
eenvoud verdient dit echter de voorkeur boven uitwisseling van
gegevens tussen de ziekenfondsen.
d. Wat wordt gedaan met
kosten die pas bekend worden nadat de no-claimteruggaaf al is
uitgekeerd. Met name indien zorg wordt ingeroepen in het buitenland
ontvangt het ziekenfonds pas na maanden, soms jaren een rekening.
De verzekerde heeft dan intussen mogelijk een no-claimteruggaaf
ontvangen. Het laten terugbetalen van de no-claimteruggaaf lijkt
niet doenlijk. Het lijkt dus voor de hand te liggen te regelen dat die
kosten niet meer meetellen. Ook hier is er dan een voordeel voor
verzekerden. Daarentegen kan het ook nadelig uitpakken, bijvoorbeeld
bij succesvol verhaal na langdurige rechtelijke procedures in geval van
een ongeval.
De regering heeft gekozen
voor het hanteren van een peildatum en het niet laten meetellen van
te late rekeningen om de no-claimteruggaveregeling aldus praktisch
uitvoerbaar te maken én een snelle uitbetaling van de no-claimteruggaaf
te garanderen.
De regering heeft
overwogen om te regelen dat de kosten voor de berekening van de
no-claimteruggaaf meetellen in het jaar dat het ziekenfonds de rekening
ontvangt in plaats van het jaar dat de zorg wordt ontvangen. Vanwege
de hoge belasting voor de uitvoering is daar in het onderhavige
wetsvoorstel van afgezien.
Een andere mogelijkheid
is dat het ziekenfonds bij later te ontvangen rekeningen de reeds
gegeven no-claimteruggaaf gaat terugvorderen dan wel alsnog gaat
uitkeren bij succesvol verhaal na jarenlange slepende procedures. Ook
hiervan is vanwege de belasting van de uitvoering van afgezien
in dit wetsvoorstel.
Bij het zo eenvoudig
mogelijk houden van de no-claimteruggaveregeling
verwacht de regering bovendien dat het aantal bezwaar- en
beroepsprocedures zo beperkt mogelijk gehouden kan worden.
e. Welk bedrag wordt voor
de onderscheiden vormen van zorg in aanmerking genomen. In
het algemeen zal het gaan om de kosten die op grond van de Wet
tarieven gezondheidszorg in rekening mogen worden gebracht,
verminderd met de eigen bijdrage die verschuldigd is. Voor de
huisartsenzorg gaat het maar om een gedeelte van de rblz.|14|
kosten.¹ Indien bij de
invoering van dit wetsvoorstel nog geheel of gedeeltelijk een abonnementstarief bestaat, kan op grond van dit
onderdeel een vast bedrag
worden vastgesteld dat meetelt voor de berekening van de
no-claimteruggaaf.
f. De jaarlijkse
indexering. Het is de bedoeling dat de uitkering jaarlijks wordt aangepast aan de
ontwikkeling van het indexcijfer. De aanpassing vindt aan het eind van
het jaar plaats met het oog op de no-claimteruggaaf die de
verzekerde in het tweede daaropvolgende jaar ontvangt.
1. Tijdens de
parlementaire behandeling van dit wetsvoorstel
is in het geheel afgezien van het in mindering brengen van de kosten voor de verstrekking
huisartsenzorg op de
no-claimteruggave, red.
Artikel II
Deze bepaling houdt
rekening met de mogelijkheid dat vóór of na de totstandkoming en
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel een andere wijziging van de Ziekenfondswet
kracht van wet zal hebben gekregen dan wel zal krijgen en dat in
verband daarmee alsdan het nieuwe artikel 18a
moet worden aangepast.
Dit betreft het bij koninklijke boodschap van 17 juli 2003 ingediende
voorstel van wet houdende wijziging van de Ziekenfondswet, de
Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten en enkele andere wetten in verband
met herziening van het overeenkomstenstelsel in de sociale
ziektekostenverzekering alsmede enkele andere wijzigingen (Wet herziening
overeenkomstenstelsel zorg) (Kamerstukken II 2002-2003, 28 994, nr. 1-2). In dat
wetsvoorstel is voorzien in een enigszins gewijzigde redactie en nummering van
het in artikel 18a genoemde artikel 11 van de
Ziekenfondswet (wordt
artikel 11a) en opneming van een nieuw artikel
11, dat ook vergoedingen aan
verzekerden kent. Ook wijzigt dat wetsvoorstel artikel 9 van de
Ziekenfondswet zodanig dat ook daar van een vergoeding
sprake zal zijn. Indien
de Wet herziening overeenkomstenstelsel zorg vóór dit wetsvoorstel in
werking zal zijn getreden, werkt artikel II vanaf het
tijdstip van
inwerkingtreding van dit wetsvoorstel. Indien de Wet herziening overeenkomstenstelsel
zorg na dit wetsvoorstel in werking treedt, heeft artikel II werking
vanaf dat latere tijdstip.
Artikel III
Het is de bedoeling dat
de uitkering voor het eerst wordt uitbetaald op basis van het zorggebruik
in 2005; de uitkering wordt dan betaald in de eerste maanden van 2006.
Omdat de ziekenfondsen bij hun beleid vanaf 1 januari 2005
rekening zullen moeten houden met de verplichting tot het uitbetalen van de
no-claimteruggaaf en voor de verzekerden vanaf dat moment mogelijk een
(niet door het wetsvoorstel geregelde) verhoging van de nominale premie
zal gelden en het zorggebruik vanaf dat moment meetelt, is het de
bedoeling de wet in werking te doen treden op 1 januari 2005.
In de formulering is tot
uitdrukking gebracht dat de eerste uitkering pas in 2006 moet worden
uitbetaald.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
J.F. Hoogervorst
|