|
Parlementaire
behandeling:
Kamerstukken II 2003-2004, 2004-2005, 29 718.
Handelingen II 2004-2005, blz. 1278-1278.
Kamerstukken I 2004-2005, 29 718 (A, B, C, D).
Handelingen I 2004-2005, blz. 546-550.
MEMORIE
VAN TOELICHTING
WET van 23 december 2004, Stb.
2004, 731, houdende wijziging van de Werkloosheidswet in verband met
maximering van de ziekengeldlasten in het wachtgeldfonds voor de
uitzendsector en wijziging van enige andere wetten in verband met de Wet
verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003.
Inwerkingtreding: 1 januari 2005 (Stb.
2004, 732).
WIJ
BEATRIX, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het
wenselijk is in de Werkloosheidswet te regelen dat een maximum geldt
voor hetgeen ten laste van het wachtgeldfonds voor de uitzendsector
wordt gebracht met betrekking tot de ziekengeldlasten en dat het
wenselijk is enige socialezekerheidswetten aan te passen in verband met
de Wet
verlenging loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord,
en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en
verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Art. I.
Wijziging van de Werkloosheidswet [MvT]
De Werkloosheidswet wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 90, vierde lid, wordt "eerste
lid" vervangen door: eerste
of derde lid.
B.
[MvT]
Artikel 94 wordt als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "boekjaar" vervangen door: kalenderjaar.
2. Onder vernummering van
het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen stelt elk jaar voor het wachtgeldfonds voor de
sector waartoe de werkgevers behoren die zich in het kader van de
uitoefening van hun bedrijf of beroep bezighouden met het ter
beschikking stellen van arbeidskrachten aan een derde om krachtens een door deze
aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid te verrichten onder leiding
en toezicht van de derde, waarbij die arbeidskrachten werkzaam zijn op basis van
een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, waarin tevens een beding als
bedoeld in artikel 691, tweede lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek is
opgenomen, een maximum vast dat in een kalenderjaar ten laste van
dat wachtgeldfonds komt, voor zover het betrekking heeft op de
uitkeringen, bedoeld in artikel 90, eerste lid,
onderdeel c. Dat maximum
bedraagt per kalenderjaar 75 procent van het bedrag in dat kalenderjaar
van die uitkeringen, de uitvoeringskosten met betrekking tot die
uitkeringen en de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde
premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden
gebracht.
C.
[MvT]
In artikel 116, derde lid,
wordt "artikel 94, eerste lid" vervangen door:
artikel 94, eerste en derde
lid.
Art. II.
Wijziging van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
[MvT]
In artikel 34a, eerste lid,
tweede zin, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
wordt "indien artikel 71b,
eerste lid, toepassing vindt" vervangen door: voor zover artikel 71b, eerste lid, toepassing vindt.
Art. III.
Wijziging van de Ziektewet [MvT]
De Ziektewet wordt als volgt
gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 38 wordt als volgt
gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als
volgt gewijzigd: [MvT]
a. In de tweede zin wordt ", in afwijking van artikel
71a, derde lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering,"
vervangen door: die geen
eigenrisicodrager is.
b. De derde zin komt te luiden: De werknemer verstrekt op
diens verzoek het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen.
2. Het vijfde lid komt te
luiden: [MvT]
-5. Dit artikel is, met
uitzondering van de tweede zin van het tweede lid, niet van toepassing op de
werkgever van de verzekerde die aanspraak maakt op ziekengeld op grond
van artikel 29, tweede lid, onderdeel e,
f of g, met dien verstande dat
die werkgever het reïntegratieverslag aan het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen verstrekt.
3. Het zesde lid komt te
luiden: [MvT]
-6. Bij ministeriële
regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aangifte
van de ongeschiktheid tot het verrichten van arbeid, bedoeld in het
eerste lid, en met betrekking tot het tweede lid.
B. [MvT]
Indien artikel IV, onderdeel G, van de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting
bij ziekte 2003 in werking
treedt, wordt artikel 39a,
eerste lid, als volgt gewijzigd:
1. In de eerste zin vervalt "of derde" en wordt voor
"over een door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen vast te stellen
tijdvak" ingevoegd: dat zal worden
betaald.
2. De tweede zin wordt
vervangen door: Dit tijdvak vangt aan op de eerste dag van
ongeschiktheid tot werken nadat de dienstbetrekking is geëindigd en wordt
afgestemd op de periode waarin de werkgever de in de vorige volzin bedoelde
verplichtingen of regels niet is nagekomen of onvoldoende
reïntegratie-inspanningen heeft verricht. Het tijdvak bedraagt ten hoogste 52
weken. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen stelt regels met betrekking
tot het vaststellen van het in de tweede zin bedoelde tijdvak.
Deze regels behoeven de goedkeuring van Onze
Minister.
C.
Artikel 45, eerste lid,
wordt als volgt gewijzigd:
1. In onderdeel b wordt na "belemmerd" ingevoegd: of nalaat
voldoende mee te werken om
aanpassing aan zijn ziekte of gebrek te verkrijgen.
2. Onder vervanging van de
punt aan het slot van onderdeel m door een puntkomma wordt een
onderdeel toegevoegd, luidende:
n. indien de verzekerde zich
niet houdt aan het voorschrift, bedoeld in artikel
38, tweede lid,
derde zin.
Art. IV.
Wijziging van de Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen [MvT]
De Wet structuur
uitvoeringsorganisatie werk en inkomen wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
Artikel 30, eerste lid,
onderdeel e, komt te luiden:
e. op verzoek van een
werkgever of een werknemer een onderzoek instellen naar en een
oordeel geven over het bestaan van ongeschiktheid tot werken indien de
werknemer een geschil heeft met zijn werkgever over recht op loon als
bedoeld in artikel 629, eerste lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek of recht
op bezoldiging als bedoeld in artikel XV, tweede lid, van de
Wet
terugdringing ziekteverzuim, of een onderzoek instellen naar en een
oordeel geven over de nakoming van de werknemer van de verplichtingen,
bedoeld in artikel 660a van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek dan wel
overeenkomstige bepalingen;.
B. [MvT]
Aan artikel 32 wordt een lid
toegevoegd, luidende:
-3. Het Uitvoeringsinstituut
werknemersverzekeringen geeft een oordeel als bedoeld in artikel
30,
eerste lid, onderdeel e, f of g, binnen een termijn
van twee weken na ontvangst
van het verzoek. De artikelen 4:14 en 4:15
van de Algemene wet
bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.
Art. V.
Wijziging van de Wet verlenging
loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 [MvT]
De Wet verlenging
loondoorbetalingsverplichting bij ziekte 2003 wordt als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
De artikelen IV, onderdeel F, onder 1, en
VII vervallen.
B. [MvT]
In artikel V, onderdeel B,
komt de eerste volzin te luiden: De wijzigingen in Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, bedoeld in artikel II
van deze wet, worden voor
ambtenaren, militaire ambtenaren respectievelijk rechterlijke ambtenaren op
overeenkomstige wijze aangebracht in op artikel 125 van de Ambtenarenwet, artikel 50, eerste lid, van de
Politiewet 1993 en artikel
12 van de Militaire
Ambtenarenwet 1931 gebaseerde voorschriften
respectievelijk het bij of krachtens de Wet
rechtspositie rechterlijke ambtenaren bepaalde.
Art. VI.¹
Wijziging van de Wet financiering sociale
verzekeringen [MvT]
Indien de artikelen 3.2.5.2,
7.3.1.12 en 7.3.1.13 van het bij koninklijke
boodschap van 22 april 2004
ingediende voorstel van wet houdende regels betreffende de
financiering van de sociale verzekeringen (Wet financiering sociale
verzekeringen) (Kamerstukken 29 529) nadat dat tot wet is verheven in werking treden, worden
die artikelen als volgt gewijzigd:
A. [MvT]
In artikel 7.3.1.12, vierde
lid, wordt "eerste lid" vervangen door: eerste of derde lid.
B. [MvT]
Artikel 7.3.1.13 wordt als
volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt "boekjaar" vervangen door: kalenderjaar.
2. Onder vernummering van
het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd,
luidende:
-3. Het UWV stelt elk jaar voor het wachtgeldfonds voor de
sector waartoe de werkgevers behoren die zich in het kader van de
uitoefening van hun bedrijf of beroep bezighouden met het ter beschikking
stellen van arbeidskrachten aan een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte opdracht arbeid
te verrichten onder leiding
en toezicht van de derde, waarbij die arbeidskrachten werkzaam zijn op basis van
een uitzendovereenkomst als bedoeld in artikel 690 van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek, waarin
tevens een beding als
bedoeld in artikel 691, tweede lid, van Boek
7 van het Burgerlijk Wetboek is
opgenomen, een maximum vast dat in een kalenderjaar ten laste van
dat wachtgeldfonds komt, voor zover het betrekking heeft op de
uitkeringen, bedoeld in artikel 7.3.1.12, eerste lid,
onderdeel c. Dat maximum
bedraagt per kalenderjaar 75 procent van het bedrag in dat kalenderjaar
van die uitkeringen, de uitvoeringskosten met betrekking tot die
uitkeringen en de op grond van enige wet over die uitkeringen verschuldigde
premies die niet op die uitkeringen in mindering kunnen worden
gebracht.
3. In het tot vijfde lid
vernummerde lid wordt "het eerste lid" vervangen door: het eerste en derde
lid.
C. [MvT]
In de derde zin van artikel 3.2.5.2, eerste lid, wordt voor
"algemene maatregel van bestuur"
ingevoegd: of krachtens.
1. Ingevolge artikel
XIII van de Verzamelwet sociale verzekeringen
2006 is artikel VI komen te vervallen, red.
Art.
VIa. Nummering
Vóór de plaatsing in het
Staatsblad brengt Onze Minister de aanhalingen van de artikelen van de Wet
financiering sociale verzekeringen die voorkomen in artikel VI in
overeenstemming met de op grond van artikel 8.4 van de
Wet financiering
sociale verzekeringen vastgestelde nieuwe nummering van die
wet.
Art.
VII.
Inwerkingtreding [MvT]
De artikelen van deze wet
treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan
worden vastgesteld.¹ In het koninklijk besluit wordt zo nodig toepassing
gegeven aan artikel 16 van de Tijdelijke referendumwet.
1. Bij Besluit
van 23 december 2004, Stb. 2004, 732, is het tijdstip van
inwerkingtreding bepaald op 1 januari 2005. Het tijdstip van
inwerkingtreding van artikel IV, onderdeel G, van de Wet verlenging loondoorbetalingsverplichting
bij ziekte 2003 als bedoeld in artikel III, onderdeel
B, van deze wet is ingevolge artikel 2
van voornoemd besluit bepaald op 1 maart 2005,
red.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst
en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks
aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven te ’s-Gravenhage,
23 december 2004
BEATRIX
De Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid,
A.J. de Geus
Uitgegeven de negenentwintigste
december 2004
De Minister van Justitie,
J.P.H. Donner
|
|